Voor en door huisartsen
 

Huisarts en ggz: het blijft zoeken

 

Drie jaar na de veranderingen in de ggz is er veel verbeterd in de samenwerking tussen huisartsen een ggz-behandelaars. Toch is de ideale situatie nog bepaald niet bereikt. Met name rond chronische ggz-patiënten die terugverwezen worden naar de huisarts, zijn er problemen, blijkt uit de verhalen van betrokkenen. Een nieuwe LHV-toolkit helpt bij het maken van goede afspraken.

Tip: het volledige artikel hieronder en download de Toolkit ggz

Te beginnen bij het goede nieuws: ggz-behandelaren zijn steeds meer genegen om samen te werken met huisartsen en de brieven waarmee ze chronisch psychiatrische patiënten terugverwijzen naar de huisarts, zijn een stuk beter dan een paar jaar geleden.

Barbara de Doelder, huisarts in Rijswijk en medisch adviseur ben bij de Stichting Huisartsen Ondersteuning Praktijkorganisatie, is blij dat het toekomstige beleid rond een patiënt inmiddels vaak duidelijk en uitgebreid wordt omschrijven. Maar één belangrijk ding daarin mist ze: de vraag of zij die patiënt wel wil en kan overnemen. “De randvoorwaarde voor hoe we de ggz nu hebben geregeld, is dat chronische patiënten die stabiel zijn, teruggaan naar de huisarts mits die daarmee instemt. Naar mijn idee hoort er een warme overdracht te zijn, een telefoontje naar de huisarts: kun jij deze patiënt overnemen? In plaats daarvan worden we met een prachtige brief te vaak voor een voldongen feit gesteld. De ggz-behandelaar kijkt niet eerst of de patiënt in beeld is bij de huisarts – zeker na een lange ggz-behandeling is dat soms nauwelijks het geval, terwijl een vertrouwensband essentieel is voor een goede behandelrelatie. Vaak wordt bovendien impliciet verondersteld dat ik als huisarts een patiënt actief overneem, terwijl we als huisartsen nog geen zorgprogramma of een oproepsysteem hebben voor chronische ggz-patiënten van wie bijvoorbeeld het medicijngebruik gecontroleerd moet worden. De huisartsenzorg voor ggz-patiënten gaat ervanuit dat patiënten zelf de regie hebben, maar er zijn patiënten die niet of te laat contact opnemen met de huisarts. Vaak gaat het goed, maar ik heb ook meegemaakt dat iemand stopte met zijn medicijnen, niet bij mij kwam, ontspoorde en uiteindelijk zijn baan kwijtraakte.”

Als ze problemen wél tijdig ontdekt, loopt ze tegen het volgende probleem aan: hoe krijg je een terugverwezen patiënt opnieuw doorgestuurd naar de ggz, en wel zonder wachtlijst? Dat merkt ook Jelly Hogendorp, beleidsmedewerker bij de LHV. “Huisartsen moeten soms veel moeite doen om een patiënt in één keer terug te krijgen in plaats van opnieuw onderaan een lange wachtlijst.”

Grenzen

De Doelder loopt nog regelmatig tegen problemen aan in crisissituaties. “Het kan zó moeilijk zijn om mensen opgenomen te krijgen tijdens een ANW-dienst. Instellingen hebben vaak simpelweg geen plek. En het duurt soms ook lang voor de crisisdienst langskomt. Al die tijd moet iemand in de wachtkamer blijven zitten – bepaald niet ideaal.”

In de zorg overdag zijn er vooral problemen rond patiënten die met ernstige psychische problematiek terugkomen uit de ggz, vertelt Hogendorp. “Het gebeurt een enkele keer nog dat een huisarts geen terugverwijsbrief krijgt en zelf maar moet uitvinden wie de ggz-behandelaar is geweest om daar informatie vandaan te halen. Als de behandelaar wel een terugverwijsbrief heeft gestuurd, ontbreekt het vaak aan goede afspraken over terugverwijzing op het moment dat een patiënt toch weer specialistische zorg nodig heeft. De huisarts neemt niet de behandeling van de stoornis over, maar alleen de begeleiding zolang iemand stabiel is, als de huisarts zich daartoe bekwaam voelt.”

Vaak draait de problematiek om de vraag: wat zijn de grenzen van de huisartsenzorg, wanneer moet je als huisarts een patiënt doorverwijzen of terugverwijzen naar de ggz? “De verwachting van ggz-behandelaren en -instellingen zijn nogal eens groter dan wat de huisarts kan bieden, zeker sinds de komst van de POH-GGZ. Het blijft belangrijk om te benadrukken dat de POH-GGZ werkt onder verantwoordelijkheid van de huisarts en dus ook niets méér biedt dan huisartsenzorg.”

De LHV heeft onlangs een toolkit uitgebracht die helpt bij het aangeven van die grenzen en bij het maken van samenwerkingsafspraken (zie kader: Toolkit Ggz: in 20 minuten bijgelezen). De toolkit is mede ondertekend door het NHG.

POH-GGZ

Voormalig huisarts Mariëlle van Avendonk, beleidsmedewerker en senior wetenschappelijk medewerker bij het NHG, merkt ook de verwarring die de komst van de POH-GGZ heeft opgeleverd. “Psychologen en psychiaters hebben heel wisselende beelden bij het werk van de POH-GGZ, maar in de praktijk ís de invulling ook erg verschillend. Ggz-behandelaren hebben soms het idee dat de POH-GGZ meer doet dan wat de huisarts vroeger deed. In de praktijk is dat soms ook zo, maar het zou niet zo moeten zijn, omdat het nog altijd om huisartsenzorg gaat.”

Helemaal precies is de grens tussen huisartsenzorg en gespecialiseerde ggz niet af te bakenen, zegt Van Avendonk. “Er blijft een lastig grijs gebied. De ene huisarts doet meer op het gebied van ggz dan de andere, zoals ook de ene huisarts sneller doorstuurt naar de cardioloog of de kno-arts dan de andere.”

Niet zozeer de precieze beschrijving is daarom van belang, maar meer de vraag: ben ik deskundig en bekwaam deze patiënt te behandelen? Van Avendonk: “Als het antwoord nee is, moet je als huisarts weigeren een patiënt terug te nemen. En mocht je besluiten een patiënt wel terug te nemen, dan alleen als goede terugverwijsafspraken mogelijk zijn.”

Landelijke afspraken

Van Avendonk was vanuit het NHG betrokken bij een landelijk overleg tussen alle ggz-partijen, waaronder psychologen, psychiaters, psychiatrisch verpleegkundigen, verslavingszorg, POH-GGZ’s en huisartsen. Dat heeft geleid tot een breedgedragen document met (terug)verwijsafspraken en aanbevelingen voor hoe de samenwerking in de ggz regionaal geregeld kan worden (zie www.nhg.org, onder Publicaties).

In de praktijk blijkt het lastig de samenwerking net zo mooi vorm te geven als op papier. “Dat komt ook omdat binnen de ggz drie jaar na de stelselwijzigingen nog veel in ontwikkeling is”, zegt Van Avendonk. Huisarts De Doelder merkt het in haar regio. “Wij proberen voor Haaglanden afspraken te maken over terugverwijzing naar de tweede lijn, op de juiste afdeling, zonder wachttijden. In de praktijk zijn deze afspraken moeilijk te maken. Mogelijk heeft dat te maken met de complexe organisatiestructuur van ggz-instellingen.”

Ziekenhuizen

Dat huisartsen geen grip krijgen op de samenwerking met grote, anonieme ggz-instellingen, is geen wonder, vindt psychiater Juan Stienen. Hij heeft binnen de ziekenhuissetting van het ZGT Almelo een prima samenwerking met huisartsen. “Als ziekenhuispsychiater heb ik precies eenzelfde soort contact met huisartsen als andere specialisten dat hebben. Bij een mogelijke terugverwijzing van chronische patiënten naar de huisarts overleggen wij: voel je je capabel? Zo niet, dan blijft de patiënt bij ons. Dat betekent inderdaad dat van twee vergelijkbare patiënten de een wel teruggaat naar de huisarts en de ander niet, maar dat is voor ons geen probleem. En ook de zorgverzekeraar doet er niet moeilijk over. Bij chronische psychiatrische patiënten is het overigens lastig om vast te stellen dat ze stabiel genoeg zijn om terug te gaan naar de huisartsenzorg, want juist de continuïteit van zorg is vaak reden voor de stabiliteit.”

Natuurlijk is er in ziekenhuizen maar plek voor een beperkte groep ggz-patiënten maar, zegt Stienen: “Ik ben een groot pleitbezorger van een psychiatrie-afdeling in elk ziekenhuis, juist met het oog op een goede afstemming met de somatische ziekenhuiszorg en de huisartsenzorg.” Wat hij huisartsen kan aanraden in de samenwerking met grote ggz-instellingen: zorg ervoor dat je gezichten kent, nummers hebt en investeer in persoonlijke relaties.

De Doelder onderschrijft het van harte. “Ik zorg altijd dat ik contacten heb om zaken te regelen en ik laat me niet afschepen. Wij hebben daarnaast inmiddels ook goede ervaringen met het inzetten van de POH-GGZ voor preventieve geneeskunde. Onder onze praktijk valt een aantal huizen waar mensen wonen die psychisch kwetsbaar zijn. Onze POH-GGZ bezoekt hen regelmatig, weet welke ggz-behandelaar betrokken is en kan zo nodig tijdig contact opnemen met die behandelaar. We hebben met de zorgverzekeraar aanvullende afspraken over deze zorg kunnen maken en zijn er erg tevreden over. Liever zo dan een crisis afwachten.”

Toolkit Ggz: in 20 minuten bijgelezen

De toolkit Ggz in de huisartsenpraktijk bevat achtergrondinformatie en handvatten waarmee u in 20 minuten bij bent op het gebied van ggz.

Aanbod huisartsenpraktijk

De toolkit beschrijft (de grenzen van) het basisaanbod en de mogelijkheden voor aanvullend aanbod van ggz in de huisartsenpraktijk.
Ook de ondersteunende rol van de POH-GGZ in de zorg en begeleiding van mensen met psychische problematiek wordt omschreven, evenals aandachtspunten rond het aanstellen van een POH-GGZ jeugd.

Samenwerken

De toolkit bevat verder informatie over de samenwerking met onder meer wijkteams en ggz-instellingen en over verschillende samenwerkingsmodellen.
Tot slot worden ook de aandachtspunten rond acute ggz en deskundigheidsbevordering omschreven.
De inhoud van de toolkit helpt u bij het maken van een heldere afbakening en werkbare afspraken.

De toolkit is ontwikkeld in samenwerking met GGZ Nederland, patiëntenorganisatie MIND en het NHG.

Ook voor uw smartphone

De digitale toolkit is geschikt voor pc en laptop. Er is ook een versie speciaal voor en smartphone. Zo heeft u de informatie altijd bij de hand.
www.lhv.nl/ggz