Voor en door huisartsen
 

Jarenlang vast waarnemerschap wordt (waarschijnlijk) onmogelijk

 

Nieuwe wetgeving rond schijnzelfstandigheid in de maak

Waarnemers en praktijkhouders krijgen te maken met nieuwe wetgeving omtrent zzp’ers. Jarenlang vast waarnemerschap voor meerdere dagen per week wordt waarschijnlijk onmogelijk. De LHV en andere zorgorganisaties vrezen echter dat ook het inhuren van waarnemers voor bijvoorbeeld ziektevervanging moeilijker wordt.  De lobby in Den Haag is erop gericht de ‘smeeroliefunctie’ van zelfstandige zorgverleners te behouden. LHV-jurist David Renkema over de stand van zaken.

Tip: lees hieronder het volledige artikel of download de pdf

Wanneer komt er nieuwe regelgeving voor zzp’ers?

‘Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat vooralsnog uit van 1 januari 2020, al lijkt dat ambitieus. Op dit moment hebben we de wet DBA: Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie. Die wet is in 2016 ingevoerd, om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. De wet is vooral bedoeld om zzp’ers met een zwakke arbeidsmarktpositie te beschermen.

Er is veel kritiek gekomen op de Wet DBA. Daarom is handhaving steeds uitgesteld, op dit moment formeel tot 1 januari 2020. Vanwege alle kritiek wil het kabinet een geheel nieuwe wet invoeren om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Koolmees koerst op 1 januari 2021 voor de invoering van die nieuwe wet. De ontwerpteksten zijn nog niet bekend, maar we weten al wel dat het kabinet drie categorieën zzp’ers wil onderscheiden: het onder-, midden- en bovensegment. In het onderste segment, met tarieven tot zo’n 20 euro, zou zzp’en onmogelijk moeten worden. In het middensegment, tot 75 euro, wordt de vrijheid voor zzp’er en opdrachtgever minder groot. Boven de 75 euro is er veel vrijheid, mits de opdracht maximaal één jaar duurt.

In het middensegment wil het ministerie een webmodule invoeren. Een digitale vragenlijst moet als uitkomst geven: deze opdracht kan binnen dit middensegment wel of niet door een zzp’er worden uitgevoerd. Waarneemopdrachten zullen gezien de gevraagde tarieven meestal in het middensegment vallen.

Juist die webmodule, die dus wordt ontwikkeld voor de nieuwe wet per 2021, past óók in de huidige wet DBA. Daarom wil de minister die module alvast per 1 januari 2020 invoeren.’

Wat zijn de gevolgen daarvan voor waarnemers en praktijkhouders?

‘We weten nog niet hoe de webmodule er precies gaat uitzien, maar met andere zorgorganisaties zijn we bang dat die voor zzp’ers en opdrachtgevers in de zorg ongelukkige gevolgen gaat hebben. De Belastingdienst heeft onlangs bekendgemaakt welke criteria ze hanteert om te beoordelen of een relatie tussen opdrachtgever en zzp’er een gezagsrelatie is – in dat geval zou er sprake zijn van schijnzelfstandigheid. Wij vrezen dat die criteria één op één in de webmodule zullen terugkomen.’

Om welke criteria gaat het?

‘De Belastingdienst ziet de volgende zaken als aanwijzing voor gezag: er zijn bij de opdrachtgever anderen die hetzelfde werk in loondienst uitvoeren, het gaat om uitvoering van het reguliere werk, de opdracht duurt langer dan één jaar, het werkmateriaal wordt door de opdrachtgever verschaft en de zzp’er stuurt andere medewerkers aan.

Al die aanwijzingen zijn bij het inhuren van een waarnemer in veel gevallen aanwezig: er kan nog een andere huisarts in loondienst in de praktijk werkzaam zijn, het gaat uiteraard om het uitvoeren van reguliere huisartsenzorg, bij bijvoorbeeld langdurige ziekte kan het waarnemerschap langer dan één jaar duren, soms wordt het werkmateriaal door de opdrachtgever verschaft en uiteraard stuurt de waarnemer andere medewerkers zoals assistentes en praktijkondersteuners aan. Dat is hoe de wet BIG het voorschrijft.

Met andere woorden: als de criteria van de Belastingdienst voor schijnzelfstandigheid onverkort gaan gelden voor waarnemers in de zorg, tast dat het wezen van de zorg aan én is dat in strijd met bestaande zorgwetgeving, zoals de wet BIG.’

Een waarnemer zou dus binnenkort maar voor maximaal één jaar mogen worden ingezet?

‘Die termijn van één jaar is inderdaad het afkapmoment dat wij totnogtoe steeds te horen krijgen. Zo’n rigoureuze grens vinden wij voor de huisartsenzorg geen goede zaak. Bij langdurige ziekte – denk aan een burnout – kan het soms zijn dat een huisarts voor bijvoorbeeld anderhalf jaar een waarnemer in dienst neemt. Die situatie komt regelmatig voor: een waarnemerschap waarvan bij voorbaat duidelijk is dat het eindigt, maar waarvan je niet precies kunt voorspellen wanneer. Juist in de zorg is een langdurige relatie tussen arts en patiënt van grote waarde. Voor die laatste maanden moet je dus niet een níeuwe waarnemer hoeven inschakelen. Dat is slecht voor de zorg. Hetzelfde zou kunnen gelden voor een praktijk die langzaam groeit: als je iets meer patiënten hebt dan bij het aantal huisartsen past, zou het mogelijk moeten zijn langer dan één jaar een waarnemer in te huren voor bijvoorbeeld één dag per week. Hoe die groei zich ontwikkelt, is immers niet te voorspellen.

Tegelijk is wel duidelijk dat de nieuwe wetgeving naar alle waarschijnlijkheid een einde zal maken aan het inschakelen van een vaste waarnemer voor meerdere dagen per week gedurende meerdere jaren. Denk aan: drie jaar lang drie of vier dagen per week. Het is belangrijk dat praktijkhouders en waarnemers zich dat realiseren. Overigens is dat nu ook al tricky. Die constructie past eigenlijk ook niet binnen de huidige regelgeving, maar er is nu nauwelijks handhaving door de Belastingdienst. Praktijkhouders en waarnemers die wel zo werken, moeten zich echt afvragen hoe ze daarmee om willen gaan. Wil je als praktijkhouder toch iemand in loondienst nemen, wil je als waarnemer er sneller voor kiezen praktijkhouder te worden? Die vragen moeten nu al op tafel liggen, om straks niet verrast te worden door de nieuwe regels.’

Wat probeert de LHV te bereiken?

‘Wij willen dat de smeeroliefunctie van zelfstandigen in de zorgsector behouden blijft. Onze sector heeft specifieke kenmerken waaraan geen recht wordt gedaan in een standaard webmodule voor alle zzp’ers. Want natuurlijk moet een waarnemer andere medewerkers van een praktijk kunnen aansturen en het reguliere werk kunnen uitoefenen. En zonodig ook langer dan één jaar, als dat goed is voor de kwaliteit en de continuïteit van de zorg.

Andere zorgorganisaties denken daar ook zo over. De LHV lobbyt daarom samen met de Federatie Medisch Specialisten, tandartskoepel KNMT en de VvAA in Den Haag rondom de nieuwe wetgeving. Onze lobby is tweeledig: we proberen waarnemers te krijgen in het hoogste segment waar zzp’ers veel vrijheid hebben. De tariefgrens van 75 euro per uur is vrij willekeurig; waarom zou het niet bijvoorbeeld 60 euro kunnen zijn? Dat ligt al meer in de buurt van het tarief waarvoor waarnemers werken. Daarnaast willen we dat in de webmodule recht wordt gedaan aan het eigene van onze sector. Dat kan bijvoorbeeld door al aan het begin te vragen ‘In welke sector bent u werkzaam?’ en daar de vervolgvragen op aan te passen. Zo zou je de vraag ‘Oefent u leiding en toezicht uit?’ voor zorgverleners kunnen schrappen. Ook een waarnemerschap van langer dan één jaar kan op die manier mogelijk worden gemaakt. Er is veel jurisprudentie over schijnzelfstandigheid die pleit voor ons standpunt. De rechter zegt doorgaans: neem alle aspecten van een situatie mee. Zo zou het ook in de nieuwe wetgeving moeten zijn.’ 

LHV-waarneem-contractengenerator

Opdrachtgevers en zzp’ers werken op dit moment met overeenkomsten die door de Belastingdienst zijn goedgekeurd. De waarneemcontracten die voortkomen uit de LHV Waarneemcontractengenerator zijn daarvan een voorbeeld. Als u zo’n contract hebt en werkt zoals daarin beschreven staat, bent u er zeker van dat u voldoet aan alle eisen van de Belastingdienst rond schijnzelfstandigheid en dat er geen boetes en naheffingen komen. In de contractgenerator vult u enkele vragen in. Vervolgens krijgt u meteen een kant-en-klare waarneemovereenkomst in uw mailbox. U kunt kiezen voor verschillende varianten: duur- of incidentele waarneming, ANW en waarnemen binnen een apotheekhoudende praktijk. Binnenkort wordt het mogelijk om het contract digitaal te ondertekenen.