Kindermishandeling hoger op de agenda

 

Huisarts Ruud Weijnen, een van de huisarts-ambassaseursDe aanpak van kindermishandeling blijft lastig. Allerlei dilemma’s spelen een rol bij het herkennen, bespreken en eventueel melden. De LHV werkt aan een netwerk van huisarts-ambassadeurs, die het onderwerp bij hun collega’s onder de aandacht brengen en tegelijk als vraagbaak dienen. “Zoiets gevoeligs bespreek je toch het liefst met een collega.”

Iedere huisarts zou zo’n vijftien mishandelde kinderen in de praktijk moeten hebben. Dat leert een simpele rekensom op basis van bekende statistieken, zegt Ruud Weijnen, huisarts in Weert. Hij vermoedt echter dat maar weinig collega’s die vijftien zullen kunnen aanwijzen. Kindermishandeling is een hardnekkig probleem, onder meer omdat er een groot grijs gebied is, omdat veel zich onder de radar afspeelt én omdat huisartsen voorzichtig zijn in hun oordeel. Doorgaans terecht, want als het om zo’n gevoelig onderwerp gaat, wil je ouders niet onterecht beschuldigen. Vanuit de politiek klinkt geregeld de roep om een meldplicht. Artsenfederatie KNMG heeft een meldcode ingevoerd voor situaties waarin een arts mishandeling vermoedt, maar is tegen een meldplicht. Wel heeft de KNMG, samen met LHV, vertrouwensartsen, kinderartsen en jeugdartsen maatregelen aangekondigd om de aanpak van mishandeling te versterken. Een van die maatregelen is een netwerk van huisartsen die ‘ambassadeur’ zijn op het gebied van kindermishandeling. Zij dienen als vraagbaak voor collega’s die mishandeling vermoeden of signaleren en zullen het onderwerp bij hun (regionale) collega’s meer onder de aandacht brengen. Het netwerk is nog in oprichting; over de precieze taken en functies van de ambassadeurs wordt de komende maanden gesproken.

Herkennen

Ruud Weijnen is een van de (aankomend) ambassadeurs van het LHV-netwerk. Hij is vanuit zijn functie als voorzitter van de Huisartsenkring Limburg ook lid van de Limburgse Taskforce Kindermishandeling, die dit najaar is opgericht. De rekensom aan het begin van dit artikel maakt wel duidelijk dat kindermishandeling lastig te herkennen is, zegt Weijnen. “Dat kan allerlei oorzaken hebben. Soms gaan mensen zorg mijden als ze zelf wel weten dat ze op een ongezonde manier met hun kind omgaan. Maar er is ook een groot grijs gebied. Als je op de huisartsenpraktijk een kind met een gebroken arm ziet, of een kind dat apart reageert, heb je een goed screeningsinstrument om na te gaan of er van mishandeling sprake is. Maar wat als je hoort dat jonge kinderen na school voor hun eigen natje en droogje moeten zorgen, zonder al te veel begeleiding, terwijl ouders daar het probleem niet van inzien? Wat is het moment dat je iets kindermishandeling noemt?”

Lees verder in het volledige artikel. Daarin ook huisarts Ingeborg van Lingen aan het woord.