LHV-lobby levert resultaten op: Nog 5 ergernissen opgelost

 

De nieuwe tariefbeschikking van de NZa voor 2019 heeft een grote ergernis, zo niet onrechtvaardigheid, opgelost. Dankzij de verbeterde postcodelijst geldt de opslagregeling voor achterstandswijken nu voor 1,5 miljoen patiënten, in plaats van 0,9 miljoen. Honderden huisartsen krijgen daarmee eindelijk erkenning voor hun extra inspanningen. Maar dat is niet het enige winstpunt dat de LHV heeft binnengehaald. Er zijn nóg vijf ergernissen opgelost.

1. Vorm van consult maakt niet meer uit

Voor verschillende consulten hanteert de NZa tot nu toe aparte tarieven. Daarover kwamen bij de LHV veel vragen en klachten binnen. Voor een telefonisch of e-mail-consult is de vergoeding de helft van een face-to-face consult. En dat terwijl een telefonisch consult net zo lang kan duren en de hulpvraag niet anders wordt afgehandeld dan bij een face-to-face consult.

Tip: lees het volledige artikel hieronder of download de pdf

“Er wordt tegenwoordig steeds meer gebeld, ge-appt of via een portal met elkaar gesproken”, vertelt Ad Vermaas, senior beleidsmedewerker bij de LHV. “Het onderscheid tussen de tarieven was niet meer uit te leggen. De NZa is dat nu met ons eens. In 2019 maakt de vorm van het consult niet meer uit, de tijdsduur wordt bepalend voor de declaratie.”

De nieuwe tariefbeschikking gaat, naast de visitetarieven, uit van drie consulttarieven: een consult tot 5 minuten, een consult van 5 tot 20 minuten en een consult dat langer duurt dan 20 minuten. Dat maakt het declareren ook eenvoudiger. De verzoeken voor een tarief voor een consult tot 15 minuten en een consult langer dan 30 of 40 minuten zijn niet gehonoreerd. Vermaas: “Daar blijven we ons voor inzetten. Hopelijk komt dat de volgende keer.”

2. Verbod combinatie consult en verrichting vervalt

Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet is er al gedoe over het declareren van een consult in combinatie met een verrichting. Voor huisartsen zijn dat twee verschillende activiteiten die ook op verschillende momenten kunnen plaatsvinden. Vanuit inhoudelijke en praktische overwegingen horen daar twee declaraties bij. Maar voor de NZa vormen het consult en de verrichting één activiteit en mag alleen de verrichting worden gedeclareerd.

De verzekeraars hebben de afgelopen jaren op dit punt heel wat materiële controles uitgevoerd. Veel huisartspraktijken hebben ook een terugvordering gekregen, oplopend van 600 euro tot meer dan 10.000 euro, omdat zij volgens de zorgverzekeraar ten onrechte zowel consulten als bijbehorende verrichtingen hadden gedeclareerd. En toon dan maar eens aan dat het anders zat.

De LHV is niet opgehouden om voor dit punt te vechten. Dit jaar is de NZa overstag gegaan, omdat ze inzag hoeveel gedoe er steeds was. Vermaas: “Vanaf 2019 mag dus zowel het consult als de verrichting worden gedeclareerd. Daar zijn we blij mee, al is het jammer dat het zo lang heeft moeten duren. En helaas geldt de aanpassing niet met terugwerkende kracht.”

3. Tariefsystematiek keuringen versimpeld

“Toen we bezig waren de consulttarieven te vereenvoudigen, kwam de NZa zelf met het voorstel om ook de tariefsystematiek van de keuringen te versimpelen”, vertelt Vermaas. “Er waren 15 verschillende keuringen met bijbehorende tarieven. Wij kregen daar geregeld vragen over, want geen huisarts begreep precies welk tarief wanneer aan de orde was. Dat wordt volgend jaar vereenvoudigd: het tarief wordt per 5 minuten berekend. Als je bijvoorbeeld een half uur bezig bent met een keuring, inclusief rapportage, kun je dus zes keer 5 minuten declareren.”

Een arts die keuringen verricht, doet er overigens verstandig aan om te checken of keuringen door zijn aansprakelijkheidsverzekering worden gedekt, want die vallen niet onder de standaard huisartsenzorg.

4. Voorwaarden passantentarief versoepeld

Voor passanten mag een hoger tarief worden gedeclareerd dan voor ingeschreven patiënten. Tenminste, als het gaat om acute en incidentele zorg én als de patiënt niet bij een andere huisartsenpraktijk binnen dezelfde gemeente staat ingeschreven. Die laatste voorwaarde begon steeds meer te schuren, want gemeentegrenzen worden meer en meer opgerekt. De eigen huisarts zit zomaar tientallen kilometers verderop.

Vermaas: “Wij zijn dit punt blijven aankaarten bij de NZa, omdat we hier vaak op werden aangesproken. Het passantentarief was steeds minder te gebruiken. Gelukkig is de NZa gaan inzien dat die gemeentegrens-eis niet houdbaar is. De nieuwe voorwaarden zijn dat een patiënt niet bij een andere huisarts binnen dezelfde praktijk of bij een andere praktijk op diezelfde locatie mag zijn ingeschreven. Ook geldt het tarief niet bij onderlinge waarneming.”

5. Vergoeding voor informatieverstrekking aan derden

Huisartsen krijgen veel verzoeken om informatie over patiënten. Die informatie verstrekken ze voor een deel kosteloos, bijvoorbeeld bij gerichte informatieverzoeken van het Centrum voor Indicatiestelling Zorg, soms ook tegen een vergoeding, bijvoorbeeld bij verzoeken van bedrijfs- en verzekeringsartsen in het kader van sociale wetgeving.

Voor het verstrekken van informatie aan bijvoorbeeld notarissen of letselschadeadvocaten had de NZa geen tarief vastgesteld. Volgens de tarievenwetgeving mag je niet zelf een tarief vaststellen.

Omdat hierover veel onduidelijkheid bestond, heeft de NZa de voorwaarden voor het tarief voor informatieverstrekking versoepeld. Voor informatieverstrekking aan derden mag de huisarts vanaf 2019 41,07 euro in rekening brengen. Toch is de  LHV daar niet tevreden over. Vermaas: “Wij vinden dat hiervoor, net als voor een aantal andere prestaties, een vrij tarief moet komen. Daar blijven we ons voor inzetten.”

Aan welke regels moet u zich houden bij het declareren? En hoe past u deze regels toe? U leest het allemaal in de LHV Declareerwijzer. Naast een weergave van de NZa-regels geeft de declareerwijzer ook een overzicht van uiteenlopende praktijksituaties. LHV-leden kunnen dit product kosteloos downloaden.