Nieuwe eisen voor herregistratie

 

Update: De Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) heeft in januari 2019 besloten om de overgangsregeling van praktijkcertificering te verruimen van 1 januari 2021 tot 1 januari 2024. Alles over de herregistratie-eisen kunt u vinden op www.knmg.nl/herregistreren. Voor vragen kunt u ook contact opnemen met de RGS via: 088 4404 310.

De vijfjaarlijkse herregistratie van huisartsen moet aan nieuwe eisen voldoen. De eisen op het gebied van gewerkte uren en gevolgde nascholing blijven gelijk. Daarnaast worden interne (individueel functioneren) en externe kwaliteitsevaluaties voor alle huisartsen verplicht. Door inzet van de LHV levert de externe kwaliteitsevaluatie geen extra werk op. Wat verandert er precies?

Tip: lees het volledige artikel hieronder of download de pdf

Moet de herregistratie van artsen verschillend zijn voor de medische specialismen? Nee, oordeelde het College voor Geneeskundig Specialismen (CGS) van de KNMG dat in 2010 ontstond uit de drie colleges die er toen waren. Het CGS bepaalt de regelgeving rond herregistratie. “In 2010 is besloten die eisen voor de verschillende groepen specialisten gaandeweg meer op één lijn te brengen”, vertelt LHV-bestuurder Wendy Borneman. “De nieuwe eisen die gaan gelden voor de herregistratie van onder andere de huisarts, kun je in dat licht zien.” Eigenlijk golden al per 1 januari 2016 nieuwe eisen. Omdat er toen echter veel onduidelijkheid was over de precieze invulling en de praktische uitvoering, is besloten de handhaving ervan uit te stellen. Het voorgenomen besluit is nu dat de nieuwe eisen deels in 2020 gaan gelden en deels in 2021.

Wat verandert er níet?

De eisen op het gebied van gewerkte uren en nascholing blijven dezelfde. Huisartsen moeten bij herregistratie de afgelopen vijf jaar gemiddeld ten minste 16 uren per week hebben gewerkt in de huisartsengeneeskunde en 250 uur avond-, nacht- en weekenddiensten hebben gedaan. Daarnaast moeten ze over vijf jaar verspreid minimaal 200 uur geaccrediteerde deskundigheidsbevordering kunnen aantonen.

Wat verandert er wél?

Borneman: “Er komen nieuwe eisen voor de evaluatie van het individueel functioneren (intern) en de externe kwaliteitsevaluatie. De interne kwaliteitsevaluatie is een evaluatie van het individueel functioneren en al sinds 2016 verplicht, tenzij je als huisarts actief betrokken bent bij een praktijk die gecertificeerd is en zelf ook aan die certificering meewerkt. Die tijdelijke vrijstelling vervalt; het voorgenomen besluit is vanaf 2021 de evaluatie van het individueel functioneren verplicht te stellen voor álle huisartsen. Daarnaast wordt met ingang van 2020 een nieuwe eis voor een externe kwaliteitsevaluatie van kracht.”

Welke eisen voor herregistratie zijn er straks? 

Vanaf 2020 gelden de volgende eisen voor de vijfj aarlijkse herregistratie van huisartsen:

  • U hebt gemiddeld minimaal 16 uren per week huisartsgeneeskundige zorg verleend in de voorgaande vijf jaar
  • U hebt in de voorgaande vijf jaar minimaal 250 uur in avond-, nachten weekenddiensten gewerkt
  • U hebt minimaal 200 uur geaccrediteerde deskundigheidsbevorderende activiteiten gevolgd
  • U voert een externe kwaliteitsevaluatie uit, in de vorm van 10 uren intercollegiale toetsing per vijf jaar (als onderdeel van de 200 uur)
  • Vanaf 1 januari 2021: U voert een evaluatie van het individueel functioneren uit aan de hand van het visitatieprogramma van het NHG. Meer informatie op www.mijnvisitatie.nl

U heeft van de Registratiecommissie voor Geneeskundig Specialisten (RGS) als controlerende instantie voor de herregistratie een brief ontvangen over de nieuwe eisen. Meer informatie over de herregistratie-eisen kunt u vinden op: www.knmg.nl/opleidingherregistratie-carriere/herregistratie/hoe-werkt-he...

Externe kwaliteitsevaluatie

De LHV heeft zich er de afgelopen jaren sterk voor gemaakt dat de externe kwaliteitsevaluatie huisartsen geen extra werk oplevert. Met succes, vertelt Borneman: aan de nieuwe eis kan worden voldaan met tien uren intercollegiale toetsing per vijf jaar – uren die huisartsen nu al maken onder de noemer ‘nascholing’. Dezelfde uren mogen bovendien óók als nascholing blijven gelden.

“De gedachte achter een externe kwaliteitsevaluatie is dat de groep verantwoordelijkheid neemt voor de kwaliteit van de verleende zorg. In een ziekenhuis, waar een groep medisch specialisten in een maatschap samenwerkt en vaak patiënten van elkaar overnemen, heb je een heel andere situatie dan bij huisartsen, die meer individualistisch werken. Wij hebben betoogd dat huisartsen met hun intercollegiale toetsing nu al voldoen aan de kern van de externe kwaliteitsevaluatie: zichzelf spiegelen aan een groep collega’s. De intercollegiale toetsing kan op heel verschillende manieren vorm krijgen, maar voldoet altijd aan vaste voorwaarden zoals minimaal aantal deelnemers en aantal bijeenkomsten per jaar, de aanwezigheid van een erkend kwaliteitsconsulent en werken met een jaarplan. Bij de intercollegiale toetsing kan een casus besproken worden of draait het om vragen als: hoe kan het dat ik relatief veel of weinig recepten voorschrijf, door- verwijs of labonderzoek aanvraag?

Kortom: spiegelen, ervaringen uitwisselen. Als huisartsen hebben we daarmee al een heel goed systeem voor externe kwaliteitsevaluatie waarbij we ons kwetsbaar opstellen. We zijn blij dat dat ook door de controlerende instantie Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten als zodanig wordt erkend. En het is natuurlijk mooi dat de intercollegiale toetsing tegelijk als deskundigheidsbevordering mag blijven gelden; zo levert het écht geen extra werk op.”

Evaluatie van het individueel functioneren

De evaluatie van het individueel functioneren is een visitatieprogramma van het NHG dat bestaat uit drie onderdelen: een zelfevaluatie, een enquête onder minimaal 25 patiënten en een enquête onder acht tot tien collega’s. Naar aanleiding van die drie onderdelen volgt een visitatiegesprek met een coach. De evaluatie van het individueel functioneren is, volgens het voorgenomen besluit, vanaf 2021 voor alle huisartsen verplicht bij herregistratie. Huisartsen die verbonden zijn aan een praktijk die gecertificeerd is, hebben hiervoor sinds 2016 tijdelijke vrijstelling gekregen. De LHV heeft ervoor gepleit die vrijstelling pas in 2021 te laten vervallen, vertelt Borneman. “Met het oog op het invoeringsjaar 2016 vinden wij het terecht die vrijstelling pas bij herregistraties vanaf 2021 te laten vervallen, zodat iedere huisarts er een keer gebruik van kan maken gezien de herregistratiecyclus van vijf jaar – mits verbonden aan een gecertificeerde praktijk, uiteraard.”

Huisartsen die niet verbonden zijn aan een gecertificeerde praktijk, hebben de afgelopen jaren al ervaring opgedaan met evaluatie van het individueel functioneren. In een onderzoek van het NHG deelden zij hun ervaringen daarmee (zie linkerkader). Voor medisch specialisten is een evaluatie van het individueel functioneren al langere tijd verplicht. Dat huisartsen verbonden aan een gecertificeerde praktijk de afgelopen jaren vrijstelling hadden, is volgens Borneman een goede zaak, omdat de uitvoerbaarheid nog niet optimaal was geregeld. “Maar er is natuurlijk een verschil tussen het evalueren van een praktijk – wat bij certificering gebeurt – en het evalueren van een huisarts. Wij zijn er als LHV voor dat de voorwaarden voor herregistratie voor alle huisartsen gelijk zijn. We kijken kritisch mee op bijvoorbeeld de uitvoerbaarheid van het programma voor de waarnemers. Daarover spreken we met het NHG, dat verantwoordelijk is voor de praktische invulling ervan.”

'Visitatie moet zinvol instrument zijn'

De vormgeving en uitvoering van visitatie als herregistratie-eis is in handen van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). We zijn de afgelopen jaren bezig geweest met de invulling ervan, vertelt Rob Dijkstra, huisarts en bestuursvoorzitter NHG. De visitatie – of: evaluatie van het individueel functioneren – bestaat uit een vragenlijst voor de huisarts zelf, een vragenlijst voor collega’s en een vragenlijst voor patiënten. Op basis van de uitkomsten van die drie volgt een gesprek met een ‘erkend gespreksleider’. Dijkstra: “Als huisarts kun je zelf een gesprekspartner kiezen uit een lijst beschikbare erkende gespreksleiders, van wie een groot deel huisarts is.”

De afgelopen jaren volgden al zo’n 1200 huisartsen het visitatietraject. In een evaluatie van eind 2017 droegen zij diverse verbeterpunten aan. Dijkstra: “De vragenlijst voor patiënten is nog niet goed genoeg te gebruiken door waarnemend huisartsen. Sommige vragen gaan bijvoorbeeld over terugkerende contacten in het afgelopen jaar. Die terugkerende contacten hebben lang niet alle waarnemers. Daarnaast staan in de vragenlijst voor collega’s vragen waar een collega moeilijk antwoord op kan geven, omdat die simpelweg niet bij het gesprek in de spreekkamer is geweest.” Op basis van de feedback zijn de vragenlijsten afgelopen halfjaar aangepast. Die verbeterde versie wordt in september voorgelegd aan waarnemers, andere huisartsen en aan patiënten. “We willen dat het een zinvol instrument is, dat daadwerkelijk iets toevoegt aan de persoonlijke ontwikkeling en de kwaliteit van de zorg. Voor waarnemers zou het bijvoorbeeld het mooist zijn als de vragen zodanig zijn dat een patiënt die op basis van één contact kan invullen.”

Dijkstra heeft begrip voor de bezwaren tegen ‘weer iets extra’s erbij'. “We proberen dit instrument zo effectief mogelijk in te richten. Wellicht is het te combineren met het proces van accreditatie. En anders zou het mooi zijn dat de administratielast voor accreditatie op een andere manier verminderd wordt.” Het eindgesprek met de erkend gespreksleider is in de enquête positief beoordeeld. Dat is ook hoe Dijkstra het heeft ervaren toen hij zelf als huisarts het visitatietraject volgde. “Een babbelgesprek is zonde van je tijd. Een persoonlijk gesprek met iemand die op respectvolle wijze een aantal vragen stelt die je aan het denken zet, is dat zeker niet. Ik heb het ervaren als een gesprek waar ik verder mee kom. Uit de enquête blijkt dat veel andere huisartsen daar ook zo over denken.”