Voor en door huisartsen
 

Praktijkoverdracht: Begin op tijd

 

Voor het overdragen van een huisartsenpraktijk moet heel wat geregeld worden. Wat dat is, verschilt per situatie, maar in alle gevallen geldt: begin op tijd. Een LHV-jurist en een bijna-stoppend huisartsenechtpaar vertellen wat er allemaal moet gebeuren.

Tip: Lees het volledige artikel hieronder of download de pdf

In de tweede helft van de vijftig begint iedere huisarts er toch wel over na te denken: wanneer wil ik stoppen en hoe regel ik dat? De een heeft de oplossing al jaren voorhanden met een vaste waarnemer als beoogd opvolger, de ander moet de zoektocht nog starten. Voor het regelen van allerlei praktische zaken is het voldoende om een jaar van tevoren te beginnen, zegt LHV-jurist David Renkema. Maar wie nog geen opvolger heeft en niet in de Randstad zit, moet het zoeken niet uitstellen tot een jaar voor de geplande overdracht. “Vooral in de randen van Nederland speelt flink wat opvolgingsproblematiek, terwijl het aanbod van opvolgers rond de opleidingssteden meestal meer dan voldoende is.” Wie opvolgingsproblematiek voorziet, moet dus vroeg gaan rondkijken en de zoektocht bij voorkeur op meerdere sporen inzetten, adviseert Renkema. “Je kunt op zoek gaan naar een waarnemer als beoogd opvolger, een vacature plaatsen op de vacaturebank en praktijkmatch van de LHV, zoveel mogelijk in je netwerk rondzeggen dat je wilt stoppen en eventueel – als je bereid bent de portemonnee te trekken – een commerciële bemiddelaar inschakelen.”

Opvolger vinden

Huisartsenechtpaar Wim Veldhuis (63) en Trudy van Loon (62) uit Raalte, die hun praktijk per 1 januari 2018 overdragen, ondervonden het aan den lijve, die krapte in plattelandsgebieden. Veldhuis: “Toen wij in 1989 begonnen, kwamen op een vacature vaak wel tachtig tot honderd reacties. Nu zijn ze op één hand te tellen. Daar werden we echt door verrast. In onze regio zitten zo’n negentig praktijkhouders en een kleine vijftig waarnemers, van wie verreweg de meesten parttime werken en geen praktijkhouder willen worden.”

Bij de handvol sollicitanten zat evenwel een geschikte kandidaat, zodat het voortbestaan van de praktijk niet in gevaar kwam. Al een paar jaar geleden sorteerden Veldhuis en Van Loon voor op de overdracht, die ze niet tot hun pensioengerechtigde leeftijd wilden uitstellen. Veldhuis: “We wilden de eindstreep niet op ons tandvlees halen.”
Hun praktijk aan huis verruilden ze in 2013 voor een maatschap met een collega, in een gebouw elders in het dorp. Van Loon: “Daarnaast namen we nog een maat aan, die 900 van onze 3000 patiënten overnam. Zodoende hielden wij een praktijk over van 2100 patiënten – een goede grootte om over te dragen.” De beide maten regelden de sollicitatieprocedure voor de opvolger van Veldhuis en Van Loon. “Zíj moeten tenslotte met die nieuwe collega gaan werken, niet wij.” Het werd een vrouwelijke huisarts die nu nog in de regio werkt als waarnemer.

De verhuizing en verkleining van de praktijk en het vinden van een opvolgster gaf rust. In gedachten “stond er al heel veel op de rit”, zegt Veldhuis. “Maar de praktische uitvoering moest natuurlijk nog gebeuren. Wij namen destijds de praktijk over met een stapel groene kaarten. Het lijstje van wat je moet regelen is met name de laatste tien jaar veel langer geworden.”

Bij (mogelijke) opvolgingsproblemen heeft ook de verzekeraar een rol. Renkema: “Verzekeraars zijn verplicht de zorg te waarborgen, dus willen ze het weten als die mogelijk in gevaar komt. Het gebrek aan een opvolger is dus ook het probleem van de verzekeraar. Verzekeraars gaan daar verschillend mee om, maar kunnen soms bijdragen aan een oplossing.”

Praktijkwaarde

In de toolkit Praktijkoverdracht van de LHV (zie kader) wordt aangegeven wat er (ongeveer) twaalf, zes en drie maanden voor de overdracht geregeld moet worden. Wie in een maatschap werkt, moet al enkele jaren voor de beoogde stopdatum allereerst het maatschapscontract checken, zegt Renkema. “Soms is bijvoorbeeld afgesproken dat de vertrekker zijn aandeel aanbiedt aan de andere maten.”

De discussie over goodwill kan een rol gaan spelen. “Bij nieuwere maatschapscontracten is vaak al nagedacht over goodwill, in oudere contracten wordt daar meestal niets over gezegd. De discussie is op het platteland overigens minder aan de orde, want daar ben je al blij als je überhaupt een opvolger vindt. In stedelijke gebieden, waar genoeg opvolgers zijn, kan goodwill een stevig discussiepunt worden bij overdracht. Het kan zijn dat de vertrekkende huisarts voorkeur heeft voor de opvolger die de meeste goodwill wil betalen, terwijl de andere maten iemand anders beter vinden voor de maatschap of de praktijk. Dit is overigens ook een van de redenen waarom de LHV geen voorstander is van goodwill. Maar als het speelt, moet je er tóch met elkaar uitkomen, eventueel geholpen door een adviseur die verstand heeft van goodwill-berekeningen. Natuurlijk moet je zelf wel altijd kritisch blijven op die berekeningen.”

In ieder geval moet voor een beoogd opvolger in een vroeg stadium duidelijk zijn welke praktijkwaarde de vertrekkende huisarts (ongeveer) in het hoofd heeft en of er wel of geen goodwill betaald moet worden. “Het gebeurt soms dat op een veel te laat moment blijkt dat dat praktijkoverdrager en de -overnemer heel andere verwachtingen hebben over de prijs en dat het hele opvolgingstraject daar alsnog op stuk loopt, soms een paar maanden voor de geplande overdracht. Dat geeft een hoop teleurstelling bij alle partijen.”

Overdrachtsovereenkomst

Afgelopen voorjaar, toen Van Loon en Veldhuis een opvolgster hadden gevonden, zetten ze zich aan een belangrijke overdrachtsklus: de overeenkomst praktijkoverdracht. Via de LHV kregen ze een conceptovereenkomst, die ze met hulp van de juridische afdeling van de LHV aanpasten op de eigen situatie. Veldhuis: “Onze opvolgster heeft met haar zaakwaarnemer die hele overeenkomst doorgeakkerd, waardoor nog dingen zijn aangepast. Best ingewikkeld om met zo’n juridisch onderlegde tegenpartij om tafel te zitten, maar tegelijk ook een heel goede exercitie. Als je alles goed regelt in de overdrachtsovereenkomst en zorgt dat iedereen het daarover eens is, is de rest alleen nog een kwestie van uitvoering.”

Een belangrijk onderdeel van de overeenkomst is de overname van het personeel. Renkema: “Wettelijk is geregeld dat het personeel bij opvolging wordt overgenomen. Als beoogd opvolger moet je nagaan of er goede arbeidsovereenkomsten zijn, wat het personeel kost en of er zieken zijn. Stel dat er vier langdurig zieken zijn in een betrekkelijk kleine praktijk. Daar kan overname op afketsen.”

Veel huisartsen redden zich (vrijwel) zonder hulp met de overnameovereenkomst, vertelt Renkema. “De overname van een solopraktijk of de helft van een duopraktijk in een huurpand is niet heel complex. Het wordt anders als een pand of een deel daarvan eigendom is, of als er ingewikkelde samenwerkingsvormen zijn. Dan is het verstandig juridisch advies in te winnen.”

Een halfjaar voor overdracht is ook het moment om verzekeringen onder de loep te nemen. “De uitloopdekking bij een beroepsaansprakelijkheidsverzekering van de vertrekkende partij kan heel verschillend geregeld zijn”, zegt Renkema. “Soms is er levenslange uitloopdekking voor claims die patiënten na de praktijkstop indienen, soms over korte tijd en soms moet je er een aparte uitloopverzekering voor afsluiten. Het is belangrijk om dat op tijd goed geregeld te hebben.”

Contracten overdragen

De laatste maanden zijn vooral de maanden van de praktische regeldingen. Contracten en abonnementen moeten tijdig worden opgezegd of overgedragen. Dat varieert van een eventueel huurcontract en het contract met de HIS-leverancier, tot en met de leverancier van de Cup-a-Soup. Renkema: “Wettelijk gezien moet je bij overdracht van een contract aan een opvolger de leverancier om toestemming vragen. Bij een Cup-a-Soupleverancier volstaat uiteraard een melding, maar bij een huurcontract is het goed het akkoord van de verhuurder te vragen.” Als de opvolger met hetzelfde HIS door wil, levert dat doorgaans geen problemen op. De keuze van een ander HIS kan wel heel veel gedoe geven, heeft Renkema gemerkt. “Systemen matchen soms niet goed, waardoor niet alle gegevens goed van het oude naar het nieuwe systeem overgaan. Bovendien brengt dat overzetten kosten met zich mee.”

Andere ‘kleine’, maar belangrijke regelzaken zijn de inschrijving in de Kamer van Koophandel die aangepast moet worden en het aanvragen van een ondernemers-AGB door de opvolger. Renkema: “Dat kan pas drie maanden voor overdracht, maar dan moet je het ook meteen doen. Als een opvolger zich te laat aanmeldt, kan hij bij de start niet meteen declareren terwijl er natuurlijk wel allerlei kosten gaan lopen. Dat kan voor grote problemen zorgen.”

Ook patiënten moeten een aantal maanden voor overdracht bericht krijgen. “Daarin moet je op een tactische manier duidelijk maken dat patiënten niet verplicht mee overgaan. Hun expliciete instemming is trouwens niet nodig. Verder is het belangrijk om te melden dat ook de medische dossiers worden overgedragen, tenzij de patiënt aangeeft daartegen bezwaren te hebben.”

Terminale patiënten

Veldhuis en Van Loon lieten hun patiënten in augustus weten dat ze per 1 januari zouden stoppen. Van Loon: “Het hele jaar hadden we er een goed gevoel over. Alles stond goed in de steigers en we werkten rustig toe naar het einde. Maar nu het bijna zo ver is, voelt het vreemd. Na 28 jaar – waarvan we de eerste veertien jaar nog bevallingen deden – weten we veel van de families hier. Je weet dat je als huisarts niet een heel mensenleven met patiënten meegaat, maar het is toch vreemd om daar uit te stappen.”

Veldhuis: “Met name bij mensen die een slechte diagnose hebben gehad, is het raar om de band te verbreken. Ik ben naast huisarts ook kaderarts palliatieve zorg en dat werk wil je goed doen. Bij sommige patiënten zullen we de zorg moeten overdragen terwijl de verwachting is dat ze binnen een paar weken zullen overlijden. We proberen het voor patiënten zo goed mogelijk te regelen, met oplossingen die per situatie kunnen verschillen. Zelf gaan we zeker niet na 1 januari door, want dan krijg je heel ingewikkelde situaties waarbij je je voormalige collega’s voor de voeten loopt.”
Wat ze wel na 1 januari gaan doen? “Eerst de overgang maar even goed voelen”, zegt Veldhuis. “We hebben allerlei liefhebberijen en er zullen zich ook wel weer dingen aandienen. We zijn te jong en te fit om onze dagen alleen maar te vullen met vakanties en op de kleinkinderen passen. Als het meezit, hebben we nog een kwart van ons leven voor ons. Dat willen we ook met andere zinvolle dingen invullen.” Bang dat ze ineens tot wederzijds ongenoegen op elkaars lip komen te zitten, zijn ze in ieder geval niet. “Daarvoor hebben we al te lang samen een praktijk en een gezin gerund.”

Voor alles wat er rond een praktijkoverdracht moet worden geregeld, heeft de LHV de toolkit Praktijkoverdracht ontwikkeld. Deze verdeelt het laatste jaar voor overdracht in grofweg drie momenten waarop zaken geregeld en besloten moeten worden: twaalf, zes en drie maanden voor het geplande moment van overname. Per fase komen zo’n dertien onderwerpen aan de orde die rond die tijd van belang zijn.

Stoppen met uw praktijk? De LHV helpt u verder!

Bij de LHV Academie kunt u de cursus Praktijkstop volgen. U krijgt uitgebreid advies en handvatten van SPH en LHV voor het nemen van de juiste beslissingen, zodat u met een gerust hart uw praktijk kunt beëindigen. Deze cursus is speciaal bedoeld voor huisartsen die binnen twee jaar van plan zijn te stoppen met de praktijk

Behoefte aan juridisch advies? De LHV-juristen kunnen u voorzien van een conceptovereenkomst voor de praktijkoverdracht en geven advies over uw specifieke situatie.
Meer over deze producten en diensten van de LHV leest u op www.lhv.nl/praktijkoverdracht

 

Zoekt u een opvolger?

Bent u op zoek naar een opvolger? Dan kunt u als LHV-lid gratis uw oproep voor een praktijkopvolger plaatsen op de Vacaturebank & praktijkmatch. Huisartsen die op zoek zijn naar een eigen praktijk kunnen in een handig overzicht de verschillende oproepen bekijken en bij belangstelling eenvoudig contact met u opnemen.

BijlageGrootte
PDF-pictogram Praktijkoverdracht: begin op tijd317 KB