Regionaal opleiden: een van de middelen tegen huisartsentekort

 

Al een jaar of twintig worden huisartsen in Twente opgeleid op een dependance van de VU. Nu het huisartsentekort steeds nijpender wordt, is het belang van regionaal opleiden alleen maar groter. Huisartsen in opleiding leren de regio zo goed kennen. ‘Ik hou van de kleinschaligheid en de korte lijntjes in Twente. Ik hoef niet terug naar Leiden of Rotterdam.’

Tip: lees hier het volledige artikel in PDF

Jeanine van Driel (35) komt uit de regio Rotterdam, studeerde in Leiden en deed na haar studie geneeskunde stages voor de tropenopleiding in Twente. Na twee missies voor Artsen zonder Grenzen keerde ze niet terug naar de Randstad, maar naar Twente. ‘De regio was me goed bevallen. Alles is net wat persoonlijker en kleinschaliger, je hebt beter zicht op hoe de lijntjes lopen en met wie je samenwerkt. Ik heb geen behoefte om terug te gaan naar Leiden of Rotterdam.’

Van Driel is een van de huisartsen die wordt opgeleid aan de dependance die de Vrije Universiteit heeft in Hengelo. Ze is inmiddels derdejaars en bijna klaar met de opleiding. Ook Fleur Veltink (27), tweedejaars aios, koos voor de huisartsenopleiding in Twente. Voor haar lag dat wellicht meer voor de hand: zij komt uit de regio. ‘Ik had een mooie studietijd in Nijmegen, maar de huisartsenopleiding in Twente sprak me meer aan. We werken met kleine groepen, de sfeer is gemoedelijk en we hebben korte lijntjes. Niet alleen met de docenten en de opleiders, maar ook met andere huisartsen en specialisten in de regio. Twente is net wat meer ‘ons kent ons’ dan Nijmegen.’

Gespreid opleiden

Regionaal opleiden is een belangrijke factor in het bestrijden van het huisartsentekort, stelt Erik Dijkstra. Hij is senior beleidsmedewerker en regiocoördinator Noord bij de LHV en projectleider van de landelijke projectgroep huisartsentekort (zie kader). ‘De eerste geluiden over een huisartsentekort kwamen uit krimpgebieden, maar inmiddels is bijna in het hele land sprake van een tekort of een dreigend tekort. Het rapport van Nivel en Prismant heeft duidelijk gemaakt hoe breed het probleem speelt en hoe urgent het is. Om het tekort aan te pakken zijn allerlei maatregelen nodig; een goede vormgeving van de opleiding is één daarvan.’

Wat betreft opleiden, zijn vier factoren van belang, somt Dijkstra op. ‘Ten eerste moeten er natuurlijk genoeg huisartsen worden opgeleid. Het capaciteitsorgaan dat het ministerie daarover adviseert, gaat nog steeds uit van 750 per jaar; wij hopen dat dat er meer worden. Ten tweede is belangrijk dat die opleidingen goed over het land worden verdeeld, omdat huisartsen toch relatief vaak blijven werken in de regio waar ze zijn opgeleid. Naast de VU-dependance in Twente hebben we inmiddels Zwolle als dependance van Groningen en Eindhoven als dependance van Maastricht. In Noord-Holland-Noord en Zeeland wordt nagedacht over een mogelijke dependance.’

De andere twee factoren die van belang zijn voor het opleiden van huisartsen, zijn de beschikbaarheid van voldoende opleidingspraktijken en de aandacht die in de opleiding besteed moet worden aan het praktijkhouderschap, zegt Dijkstra.

Regionaal opleiden is dus een van een behoorlijk aantal factoren die het huisartsentekort mogelijk kunnen terugdringen, maar niet een onbelangrijke. Dijkstra: ‘Het precieze effect is moeilijk te meten; je weet niet hoe het in de regio’s zou zijn als er géén dependance was. Maar het is zonder meer een goede zaak dat huisartsen al behoorlijk gespreid worden opgeleid en dat er de komende jaren wellicht meer regionale opleidingen bij komen.’

Naoberschap

Met het aantal huisartsopleiders zit het in Twente in ieder geval wel goed, vertelt Margreeth Oijveaar. Zij is een van de docenten aan de VU-dependance in Hengelo. ‘We zitten in onze regio ruim in de opleiders.’ De twaalf aiossen die jaarlijks kiezen voor een opleiding in Twente, kunnen dus altijd wel een opleidingspraktijk vinden. Maar goed ook, zegt Oijevaar, want het tekort in de regio ís al behoorlijk nijpend. ‘Gepensioneerde collega’s vallen al regelmatig in en het tekort dreigt alleen maar toe te nemen.’

Op de Twentse opleiding is ieder jaar plek voor twaalf nieuwe huisartsen in opleiding. ‘Het lukt vrij goed om die plekken ingevuld te krijgen, maar we zouden graag willen doorgroeien naar veertien plekken. Liefst nóg meer, maar zolang het landelijke aantal opleidingsplaatsen niet wordt verhoogd, zal dat moeilijk worden. Want wat er bij ons bijkomt, gaat er elders af, terwijl vrijwel alle regio’s inmiddels al met een tekort kampen en dus graag huisartsen willen opleiden.’ Net als Dijkstra vindt Oijevaar daarom dat het totaal aantal opleidingsplaatsen verhoogd moet worden. ‘Er moeten meer geneeskundestudenten komen en vervolgens meer studenten die voor de specialisatie huisartsgeneeskunde kiezen. En de regionale opleidingen moeten we absoluut koesteren. Je bindt een hele groep jonge mensen aan de regio, juist in de periode dat velen een relatie krijgen en soms ook al een kind.’

Met alleen méér opleidingsplaatsen is het Twentse probleem nog niet opgelost, realiseert ze zich tegelijkertijd. ‘Want dan moet je die studenten nog wel zover zien te krijgen dat ze bij óns opgeleid willen worden.’ Een ‘charmeoffensief’, onder meer met de website huisartsintwente.nl, is een van de middelen om (aankomende) huisartsen naar de regio te krijgen. ‘Deels gaat het om beeldvorming’, zegt Oijevaar. ‘We willen vertellen hoe mooi de huisartsenzorg in Twente is. Onze lijntjes zijn kort, huisartsen en specialisten in de regio kennen elkaar goed en zoeken elkaar makkelijk op – een beetje als het Twentse naoberschap. Bovendien is wonen en praktijkhouden hier toch wel wat goedkoper dan op veel andere plekken in Nederland.’

Naast beeldvorming speelt een belangrijke ‘harde’ factor mee: partners van huisartsen willen óók werk kunnen vinden in de regio. Dat speelt al tijdens de opleidingsjaren, die vaak zo’n beetje samenvallen met de eerste jaren van een relatie. ‘We kijken als kring naar de mogelijkheden om werk te vinden of te creëren voor de partners van huisartsen die zich hier willen vestigen. Natuurlijk kunnen we als kring niet zelf zorgen voor banen, maar we zijn wel in gesprek met onder meer de Universiteit van Twente en het bedrijfsleven om te kijken wat mogelijk is om ook de partners van huisartsen te interesseren voor onze regio.’

Werk ligt klaar

Voor de huisartsen zelf ligt het werk klaar, merken aiossen Van Driel en Veltink. ‘We worden met open armen ontvangen’, zegt Van Driel. ‘Iedereen vraagt: wanneer ben je klaar?’ Zij heeft totnogtoe één concreet verzoek gehad voor zwangerschapsvervanging en wil, als ze binnenkort haar opleiding afrondt, eerst gaan werken als waarnemer. Ook Veltink denkt er zo over. ‘Ik voel wel voor waarnemerschap om eerst verschillende praktijken mee te maken en ervaring op te doen. Dan zie ik wel wanneer er iets leuks voorbij komt. Uiteindelijk zou ik liefst in een groepspraktijk werken.’

Van Driel: ‘Mijn tropenverleden laat me ook nog niet helemaal los. Eens een tropenarts, altijd een tropenarts. Ik ben deze zomer nog in Lesbos geweest en twijfel nog of ik niet toch eerst nog in het buitenland wil werken. Die ruimte wil ik openlaten; als waarnemer kan dat. Tegelijk: als waarnemer mis je ook de continuïteit van zorg. Uiteindelijk zou ik toch graag eigen patiënten willen. Dan voel je je pas echt huisarts.’ Veltink kan zich daar helemaal in vinden: ‘Dezelfde patiënten regelmatig terugzien, dat is de charme van de huisartsenzorg.’

Beiden denken dat hun opleiding in Twente de kans behoorlijk groter maakt dat ze zich uiteindelijk in die regio zullen gaan vestigen. Veltink: ‘Tijdens je opleiding leer je hier collega-huisartsen en specialisten kennen. Dat maakt echt verschil. Van de meeste aiossen die in Twente worden opgeleid, weet ik dat ze hier blijven.’

Aan de bekendheid van de regionale dependance kan volgens hen nog wel wat worden gedaan. ‘In Amsterdam weten ze niet dat je in Hengelo óók door de VU kunt worden opgeleid’, merkt Van Driel. ‘Onder meer de Lovah werkt al aan meer bekendheid bij de studenten in Amsterdam, maar het zou nog beter kunnen’, vindt Veltink. Een ‘charmeoffensief’ van de regio vinden ze volkomen terecht. Zelf maken ze als het zo uitkomt ook graag reclame. ‘Niet alleen het werken, maar ook het wonen is hier fantastisch’, zegt Veltink. ‘Er is veel te doen in Twente en de natuur is prachtig.’

Breed maatregelenpakket tegen tekort

De spreiding van huisartsopleidingen, met mogelijk nieuwe regionale dependances, is een van de maatregelen om het huisartsentekort te bestrijden. De landelijke projectgroep huisartsentekort kijkt naar een breed palet aan maatregelen, die per regio kunnen verschillen, vertelt projectleider Erik Dijkstra. ‘Het verschilt per regio wanneer en waar het tekort ontstaat, maar ook welke rol stakeholders spelen. In sommige regio’s zijn gemeenten of de provincie actief. Zo heeft de provincie Friesland als eerste provincie een subsidie beschikbaar gesteld voor de bouw of verbouw van huisartsenpraktijken. De specifieke problemen verschillen ook per regio. In de regio is huisvesting een probleem, ergens anders het aantal aiossen, het aantal opleiders of banen voor de partners.’

De projectgroep richt zich enerzijds op landelijke stroomlijning van stimuleringsmaatregelen en oplossingen, vertelt Dijkstra, en anderzijds op regiospecifieke problematiek. ‘De projectgroep bestaat sinds 2017. Aanvankelijk was het vooral zaak om een goed beeld te krijgen van de problematiek en het huisartsentekort hoog op agenda’s te krijgen. Met het onderzoek van Nivel en Prismant eind 2018 is dat gelukt. Daarmee werd duidelijk dat het huisartsentekort niet een perifeer probleem was, maar iets dat in vrijwel het hele land speelt. Het fragmentarische beeld dat we eerst hadden, werd door het onderzoek een duidelijker beeld van regiospecifieke problemen. De afgelopen tijd zijn we vooral bezig geweest met het inventariseren van wat waar speelt en waar al goede voorbeelden zijn. De komende maanden willen we dieper in de regio’s duiken, juist om te kijken wat daar nodig is en wat wellicht geleerd kan worden van andere regio’s. In Friesland bestaat het platform 11huisartsen.nl, in Twente zitten alle stakeholders regelmatig om tafel, Zeeland heeft een groot plan van aanpak, Drenthe heeft een huisartsenorganisatie die praktijken zonodig tijdelijk overneemt. Zo zijn er in verschillende regio’s nu al heel verschillende initiatieven. Zeker in regio’s waar de nood hoog is, loont het de moeite om de voorbeelden van andere regio’s onder de loep te nemen en daar zo mogelijk iets mee te doen, om meters te kunnen maken. De vormgeving van regionale opleidingen nemen we daar ook in mee. Lossen die regionale opleidingen het huisartsentekort op? Nee. Dragen ze bij aan kennis over het dokteren in de regio en daarmee wellicht ook aan belangstelling daarvoor? Jazeker.’