Voor en door huisartsen
 

Waar blijven de opvolgers?

 

Op verschillende plekken in het land is het voor huisartsen een hele toer om een opvolger te vinden. De komende jaren wordt dat geheid nog moeilijker, omdat veel huisartsen met pensioen gaan. De signalen die daarover bij de LHV binnenkomen, beginnen ook in Den Haag door te dringen. Want in heel Nederland hebben mensen recht op goede huisartsenzorg. Hoe gaan we dat regelen?

Tip: lees het volledige artikel hieronder of download de pdf

De komende tien jaar gaan veel huisartsen met pensioen. In een normale situatie zou dat geen problemen moeten opleveren. Maar in dit geval zijn er een paar complicaties die het lastig maken. Daarom houdt de situatie niet alleen huisartsen en de LHV bezig, maar ook de minister van VWS, Tweede Kamerleden en de regionale politiek.

De LHV heeft er inmiddels een speciaal issueteam op gezet. Dit team onderzoekt wat het probleem is, waar het speelt en wat er nodig is om het op te lossen. Dat blijkt nog best een klus, want het probleem kent veel oorzaken en verschijningsvormen. Op de ene plek is het moeilijk een praktijkopvolger te vinden, op de andere plek is het lastig om in ANW-uren en in vakantietijd waarneming te regelen. En dan zijn er ook nog plaatsen waar alle praktijken een patiëntenstop hebben ingevoerd, omdat de huisartsen de zorg anders niet meer aankunnen.

Alle drie situaties zijn uitingen van een (dreigend) huisartsentekort. In alle gevallen kunnen de betreffende praktijken en regio’s het probleem niet 1-2-3 oplossen en zeker niet in hun eentje.

Aantrekkelijkheid

ELLA KALSBEEK ‘Met beter inzicht in het huisartsentekort, kunnen we met partijen om tafel om te onderzoeken wat nodig is om de problemen op te lossen'Het probleem speelt niet overal, zegt LHV-voorzitter Ella Kalsbeek, maar is ook niet zo geïsoleerd als je misschien zou denken. “Er zijn regio’s waar geen tekort is. Het knelt vooral in de randen van het land, zoals Friesland, Groningen, Twente en Zeeland. Maar we zien ook moeilijkheden ontstaan bij praktijken in achterstandswijken en we krijgen eveneens signalen uit minder voor de hand liggende plekken, zoals Eindhoven.”

Er zijn verschillende oorzaken voor het dreigende tekort. Eén ervan is dat het huisartsenvak vroeger een fulltime baan was, terwijl huisartsen tegenwoordig bijna allemaal parttime werken. Dat geldt in hogere mate voor vrouwen, maar zeker ook voor mannen. Voor een fulltime werkende huisarts die met pensioen gaat, zijn dus twee opvolgers nodig.

Een andere oorzaak is dat huisartsen bij het zoeken naar een goede woon- en werkplek vaak rekening moeten houden met een partner en gezin. De keuze tussen een eigen praktijk of waarnemerschap dan wel loondienst hangt dus mede af van het werk van de partner. In bepaalde regio’s is het moeilijk om een passende baan voor de partner te vinden; dat houdt een verhuizing tegen. Het gevolg is dat veel afgestudeerde artsen blijven hangen in de plaats waar ze hun opleiding hebben gevolgd.

Wat zeker ook meespeelt, is dat het praktijkhouderschap zware kanten heeft. De praktijkovername alleen al brengt financieel gedoe en overleg met banken met zich mee. Daarnaast gaat er veel tijd zitten in administratieve lasten en personeelsmanagement, want praktijkteams worden alsmaar groter. Dat zijn dingen die mensen kunnen weerhouden om voor praktijkhouderschap te kiezen, hoeveel mooie dingen er ook tegenover staan.

Regio Zuidoost-Brabant

 ‘We krijgen al geregeld signalen dat het lastig is om vacatures voor huisartsen ingevuld te krijgen’De LHV-kring Zuidoost-Brabant is een van de huisartsenkringen die het probleem van de opvolging zien aankomen. “We krijgen al geregeld signalen dat het lastig is om vacatures voor huisartsen ingevuld te krijgen. En straks zijn er zelfs nog meer mensen nodig dan er weggaan”, vertelt kringvoorzitter Maurits Westein. “Daarom zijn we als huisartsenkring samen met de vier zorggroepen in onze regio en de twee huisartsenposten een onderzoek gestart, om te kijken of we dit probleem met een gezamenlijke aanpak kunnen oplossen. In de regio Helmond is hier een paar jaar geleden al onderzoek naar gedaan, dat hebben we nu breder getrokken naar de hele regio Zuidoost-Brabant. We hebben alle praktijkhouders, aiossen en waarnemers een vragenlijst voorgelegd.”

Doel is om duidelijk te krijgen of het klopt dat huisartsen liever waarnemer blijven. En ook wat er voor nodig is om de keuze voor het praktijkhouderschap te vergemakkelijken. Westein: “De uitslag van het onderzoek verwachten we voor de zomer te kunnen presenteren. We hopen dat we dan weten hoe we de stoppers, maar ook de starters maximaal kunnen ondersteunen.“

Ondersteuning

Wat al wel uit het onderzoek naar voren is gekomen, is dat veel startende huisartsen niet weten dat de zorggroep in de regio hen flink kan ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van personeel, ict en praktijkmanagement. Westein: “Zouden aiossen daar tijdens hun huisartsenopleiding meer informatie over krijgen, dan zou dat de stap naar het praktijkhouderschap wellicht lichter maken.

En dat is makkelijk te regelen, omdat we in deze regio sinds een paar jaar een dependance hebben van de huisartsenopleidingen van de Universiteiten Maastricht en Nijmegen. We leiden hier dus zelf huisartsen op. Dat is  in ieder geval ook iets wat helpt: door die opleiding komen oudere huisartsen in contact met de nieuwe generatie en vinden daardoor wellicht makkelijker een opvolger.”

Westein is ervan overtuigd dat de meeste waarnemers en hidha’s uiteindelijk voor het praktijkhouderschap gaan. “De meeste huisartsen willen het liefst zelf bepalen hoe ze werken, hoe hun werkomgeving eruit ziet en hoe hun praktijk functioneert. Als je blijft waarnemen, mis je de toegevoegde waarde die je als vaste huisarts hebt. Want dan leer je patiënten, hun familie en context kennen.”

Hij bekijkt het opvolgingsprobleem nog steeds optimistisch. “Zeker, er komt een grote grijze golf op ons af. En mensen boven de zestig hebben veel meer zorg nodig dan jongere patiënten. Maar daarom is het goed dat we de problemen nu al in kaart brengen en doen wat we kunnen om oplossingen te zoeken.”

Oplossingen

De LHV onderzoekt momenteel op landelijk niveau wie en welke methoden kunnen bijdragen om de dreigende tekorten het hoofd te bieden. Dat gebeurt tot op het hoogste niveau. LHV-voorzitter Ella Kalsbeek en huisarts-bestuurslid Wendy Borneman hebben hier begin maart een gesprek over gehad met minister Bruno Bruins (Medische Zorg en Sport). 

De LHV wil het ministerie betrekken bij in het kaart brengen en het analyseren van de problemen. Kalsbeek: “Als we beter inzicht in het vraagstuk hebben, kunnen we met verzekeraars, VWS en andere relevante partijen om tafel om te onderzoeken wat er nodig is om de problemen op te oplossen. Met alleen meer opleidingsplekken zijn we er niet. We zullen ook het vak en het praktijkhouderschap aantrekkelijk moeten houden. Wij zeggen al langere tijd dat huisartsen op dit moment te veel onder druk staan. De zorgvragen nemen toe, de huisarts heeft meer tijd nodig voor de patiënt.”

Vanzelfsprekend moeten huisartsen zelf ook in actie komen. Kalsbeek: “Het begint ermee dat huisartsen die met pensioen gaan, kijken wat ze kunnen doen om hun praktijk aantrekkelijker te maken. Zo sprak ik  eens een huisarts in het Noorden van het land die zijn praktijk zo verbouwde dat er twee huisartsen terecht konden, terwijl hijzelf met een jaar of wat met pensioen zou gaan. En het werkte: hij kon zijn praktijk overdoen aan twee jonge huisartsen die – inderdaad – beiden parttime werkten. Als je de dingen op hun beloop laat, wordt het niet makkelijk om een opvolger te vinden. Het is de kunst om opvolgers te verleiden om naar Friesland, Twente of Zeeland te verhuizen.”

Daarnaast is het belangrijk om per praktijk of regio te bekijken hoe dingen beter kunnen worden georganiseerd. Kalsbeek: “Mogelijk kunnen praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen een deel van de taken van de huisarts overnemen. Wellicht kunnen regionale huisartsenorganisaties goede afspraken maken met de regionale ziekenhuizen, ggz en wijkverpleging, zodat het makkelijk wordt om samen te  werken en huisartsen geen tijd verliezen aan het organiseren van de juiste zorg.”

Fries actieplan

KARIN GROENEVELD ‘Sinds een acuut huisartsentekort in Leeuwarden is er alle aandacht voor het probleem. We gaan campagne voeren onder de titel "Elf Friese Huisartsen"’De LHV-kring Friesland heeft besloten niet af te wachten, maar actief campagne te gaan voeren. Bestuurslid Karin Groeneveld, huisarts in Lemmer: “Het probleem speelt hier al jaren, maar het werd niet echt aangepakt. Begin dit jaar ontstond er in Leeuwarden een acuut huisartsentekort, toen twee huisartsen door persoonlijke omstandigheden hun praktijk beëindigden. Sindsdien is er alle aandacht voor het probleem.”

De huisartsenvereniging heeft nu samen met de provincie Friesland een actieplan bedacht, met oplossingen voor de korte, middellange en lange termijn. Groeneveld: “Voor de korte termijn willen we realiseren  dat de waarneemplatforms voor Fries­land, Groningen en Amsterdam worden gekoppeld, waardoor waarnemers zonder extra administratieve rompslomp op alle huisartsenposten kunnen invallen. Dat maakt het veel makkelijker om bijvoorbeeld vanuit Groningen of Amsterdam in Friesland waar te nemen. Ook willen we dienstarrangementen aanbieden, waarbij mensen een aantal nachtdiensten draaien en overdag een verblijfsaccommodatie krijgen. Daar proberen we ook de zorgverzekeraar bij te betrekken, want daar zitten wel kosten aan.”

Elf Friese Huisartsen

Voor de langere termijn wordt volgens Groeneveld een hele merkcampagne opgetuigd. “We gaan campagne voeren onder de titel ‘Elf Friese Huisartsen’. Als we de komende zeven jaar jaarlijks elf nieuwe huisartsen voor Friesland vinden, is het probleem opgelost.”

Er komen folders, posters en ook een digitaal platform. Dit platform wil starters zoveel mogelijk faciliteren, zodat het makkelijk en aantrekkelijk wordt om de stap naar Friesland te zetten. “Aanbieders en andere betrokkenen kunnen hier alle informatie kwijt waarmee ze starters van dienst kunnen zijn. Partners van huisartsen kunnen bijvoorbeeld hulp krijgen bij het vinden van een baan. En huisartsen met een verouderde praktijk kunnen hulp krijgen om hun praktijk te moderniseren of anders te organiseren.”

De campagne Elf Friese Huisartsen is dus niet alleen bedoeld voor de starters, maar ook voor de stoppers. “Sommigen van hen moeten nog wel wakker worden geschud”, zegt Groeneveld. “Vroeger hoefde je er misschien niet veel voor te doen om een opvolger te vinden, maar nu moet je echt aan de slag om je praktijk aantrekkelijk te maken voor een opvolger.”

BijlageGrootte
PDF-pictogram Download volledig artikel362.03 KB