Voor een gezonde huisartsenzorg
 

Waar zijn de ELV-bedden?

 

Uit verschillende regio’s komen signalen dat het moeilijk is om een ELV-bed te vinden voor een patiënt die tijdelijk extra zorg nodig heeft. In april houdt de LHV een ledenpeiling om te kijken hoe de situatie rondom het eerstelijnsverblijf (ELV) ervoor staat.

Tip: Lees het artikel hieronder of download de pdf

De ELV-regeling die dit jaar is ingegaan, is een grote verbetering ten opzichte van de tijdelijke subsidieregeling die als noodverband diende. De LHV heeft zich met succes hard gemaakt voor een vaste vergoeding voor de medische zorg die de huisarts levert aan een kortdurend eerstelijns verblijf. Als huisarts kunt u verwijzen naar een laagcomplex, hoogcomplex of palliatief ELV-bed. U bent alleen verantwoordelijk voor de zorg voor laagcomplex ELV, niet voor de organisatie van de bedden.

Met landelijke partijen is afgesproken dat de specialist ouderengeneeskunde (SO) beschikbaar moet zijn voor hoogcomplexe zorg. Met de SO en eventueel de AVG maakt u regionaal afspraken over het leveren van zorg. Als een ziekenhuis een patiënt doorstuurt naar een ELV, dan is de medisch specialist verantwoordelijk voor de afweging welke verwijzing bij de patiënt past. De huisarts zit daar niet tussen, maar wordt daarover wel geïnformeerd. Andere punten waar de LHV zich vorig jaar hard voor heeft gemaakt, zijn makkelijke toegang tot het eerstelijns verblijf en voldoende beschikbare bedden. Die verantwoordelijkheid ligt nu bij de inkopende zorgverzekeraars. De vraag is in hoeverre zij dit hebben opgepakt.

Signalen

In de eerste maanden van dit jaar kwamen er bij de LHV signalen binnen dat het in sommige regio’s inderdaad beter gaat met de ELV-bedden, maar dat het in andere juist lastiger is geworden om patiënten met een tijdelijke extra zorgbehoefte ergens onder te brengen. Soms zijn huisartsen en assistenten uren kwijt met telefoontjes om een ELV-bed te vinden.

De huisartsen zijn niet de enigen die patiënten doorverwijzen naar ELV-bedden. Medisch specialisten en transferverpleegkundigen in ziekenhuizen doen dat ook als patiënten niet langer in het ziekenhuis hoeven blijven, maar nog wel extra zorg nodig hebben. Dit mag echter niet ten koste gaan van de ELV-bedden die de huisarts nodig heeft.

Het probleem van de ELV-bedden kwam niet geheel onverwacht. De LHV heeft er vorig jaar bij het ministerie van VWS meermalen op aangedrongen dat er per regio een centraal loket voor ELV-bedden zou worden ingesteld. Zo’n loket heeft overzicht over de beschikbaarheid van ELV-bedden en zorgt dus voor betere bereikbaarheid. Tot nu toe kunnen de verzekeraars echter geen of slechts beperkt inzicht geven in het aantal bedden dat zij hebben ingekocht en waar deze beschikbaar zijn.

Minister Edith Schippers ziet dat probleem inmiddels ook. De minister heeft tijdens een overleg in februari aangekondigd dat de Tweede Kamer in mei een brief ontvangt met een beeld van het aantal loketten voor ELV-bedden per regio. Schippers vindt dat de verzekeraars daarin een taak hebben.

Huisartsen aan het woord

Klik op het citaat om het hele verhaal te lezen

‘Na een middag bellen vond ik een bed aan de andere kant van de provincie’

Marinka van Dijk, huisarts Nieuw-Buinen

“Mijn praktijk is vrij jong, dus het komt niet zo vaak voor dat ik een ELV-bed moet zoeken voor een patiënt. Maar in de eerste twee maanden van dit jaar was het toch al twee keer raak. Mijn assistente heeft de laatste keer een hele middag gebeld om zo’n bed te vinden. Uiteindelijk vond ze een bed aan de andere kant van de provincie, een uur rijden van Nieuw-Buinen. Dat is niet fijn, omdat het een stuk lastiger wordt voor familie en bekenden om de patiënt te bezoeken.

Vorig jaar belde ik gewoon naar het verzorgingstehuis in de buurt of naar de thuiszorg, dan werd het meestal wel geregeld. Nu moeten we de hele provincie afbellen en ook nog eens allerlei formulieren invullen om aan te geven of het om hoog- of laagcomplexe zorg gaat.

We hebben nagevraagd bij Zilveren Kruis hoeveel bedden er eigenlijk zijn in deze provincie, maar het lijkt alsof daar niemand overzicht over heeft. En het lijkt er ook niet op dat de verzekeraar zich verantwoordelijk voelt voor de beschikbaarheid ervan. Het zou helpen als er een centraal nummer komt waar wordt bijgehouden hoeveel bedden er zijn en hoe groot de behoefte in feite is, want ook dat weet niemand.”

 

‘Nijmegen heeft al een regionaal ELV-loket’

Chantal Hensens, kaderhuisarts ouderenzorg i.o. bij zorggroep Nijmegen

“Huisartsen in de regio Nijmegen maakten al gebruik van het Bureau Crisistoewijzing Intramuraal als er een opname in een topkamer nodig was. Het BCI, een initiatief van het zorgkantoor, is nu ook het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een ELV-bed. Wij hebben dus al een regionaal ELV-loket.

Als werkgroep ELV hebben we regelmatig overleg. De werkgroep bestaat uit een medewerker van het BCI, een kaderhuisarts, de coördinator ouderenzorg van de zorggroep, een medewerker van de huisartsenkring en de specialisten ouderengeneeskunde van de verpleeg- en verzorgtehuizen in de regio. We hebben onlangs werkafspraken opgesteld over de toewijzing van een ELV-bed.

De werkgroep zal de komende maanden monitoren hoe het gaat. Als er knelpunten zijn, lossen we die op, maar tot nu toe verloopt het prima. Het streven is dat patiënten bij een crisis binnen 24 uur worden opgenomen en dat lijkt aardig goed te lukken. De mensen van het BCI weten namelijk precies waar en bij wie ze moeten zijn. Voor andere regio’s zou een loket ook op die manier kunnen werken. Voorwaarde is wel dat de medewerkers van het ELV-loket de sociale kaart van de regio goed kennen.”

 

‘We moeten duidelijkheid krijgen van de zorgverzekeraars’

Joost Siegelaar, huisarts Apeldoorn

‘De ELV-bedden zijn een groot probleem. Ik heb geen idee waar die bedden in onze regio zijn. Niemand die er iets over heeft laten weten. De zorgverzekeraars die de bedden hebben ingekocht niet, en de instellingen bij wie de bedden zijn ingekocht ook niet. Ik heb het probleem aangekaart in onze LHV-kring, waarvan ik bestuurslid ben.

Alle huisartsen zitten met hetzelfde probleem. Als je een bed nodig hebt, moet je eindeloos bellen. Het zou dit jaar met de nieuwe regeling gemakkelijker worden, omdat er nu een eigen betaaltitel voor ELV-bedden is, maar in de praktijk is het juist moeilijker geworden. We zijn dus niet echt opgeschoten. We proberen samen met de regionale ondersteuningsstructuur voor de eerste lijn nu toch duidelijkheid te krijgen van de zorgverzekeraars. Er moet echt één centraal loket komen.’

 

‘Binnen een kwartier was het bed geregeld’

René Batenburg, voorzitter huisartsenvereniging Gooi en Omstreken (Gho-Go)

“Wij hebben in een vroeg stadium de koppen bij elkaar gestoken om te bespreken hoe we de zorg voor ouderen in onze regio kunnen organiseren. In het Gooi wonen nu al veel ouderen en door de vergrijzing worden dat er nog veel meer. We hebben er iedereen bij betrokken: huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, verzorgings- en verpleegtehuizen, ziekenhuizen en de alzheimer-organisatie. Doel is om het iedereen zo makkelijk mogelijk te maken door de samenwerking te stroomlijnen.

We hebben een centraal nummer ingesteld, waar je 24 uur per dag terecht kunt als je een ELV-bed zoekt. De telefoon wordt opgenomen door een specialist ouderengeneeskunde.

Ik heb het dit jaar zelf twee keer meegemaakt dat ik een ELV-bed nodig had. Via het centrale nummer kreeg ik meteen de SO aan de lijn. We hebben even overlegd over wat de patiënt precies nodig had. De SO heeft vervolgens het klantcontactcentrum van de VVT-instellingen gebeld. Binnen een kwartier was er een bed geregeld en was ook duidelijk wie de zorg ging leveren.

Er zijn echt nog wel drempels in de samenwerking, maar het is positief dat we als huisartsen met de SO’s overleggen en samen een oplossing zoeken.”

 

‘ELV-bedden digitaal boeken'

Jeroen Frequin, directeur HOOG (huisartsen-organisatie Oost-Gelderland)

“In de regio Oost-Gelderland wordt hard gewerkt aan een digitale oplossing voor het aanvragen van de ELV-bedden. Als huisartsenorganisatie hebben wij samen met de aanbieders het initiatief genomen om met enkele software leveranciers een digitaal boekingsprogramma te ontwikkelen, dat laat zien welke bedden waar beschikbaar zijn. Zie het als een app waarmee je een hotel boekt. Het programma wordt in een klein gebied getest en we hopen het deze zomer breed te verspreiden.

Het boekingsprogramma kan direct worden gekoppeld aan het HIS en het systeem van de huisartsenpost. Bij de aanvraag van een ELV-bed wordt de informatie over een patiënt meteen overgenomen, waardoor meteen duidelijk is voor welk bed een patiënt in aanmerking komt. Daarmee heeft de huisarts de regie over de zorg die de patiënt krijgt. Doelstelling is dat het boekingsprogramma straks centraal wordt beheerd. Er is een centraal nummer waar tehuizen melden dat zij een bed beschikbaar hebben en waar de toewijzing wordt afgestemd. De beheerder is een van de VVT-instellingen in de regio.”

Kwetsbare patiënten

Volgens LHV-bestuurslid Garmt Postma is het heel belangrijk om inzicht te hebben in de actuele beschikbaarheid van bedden. “Veel ouderen redden het net om thuis te blijven wonen, maar het wankele evenwicht kan zomaar worden verstoord als iemand valt of als de partner ziek wordt. Dan moet er direct een ELV-plek beschikbaar zijn. Het is gewoon géén optie dat dit níet goed geregeld is. Het gaat om kwetsbare patiënten die hier de dupe van worden. Om goede ouderenzorg te kunnen leveren, moeten huisartsen er op kunnen rekenen dat er direct ELV-plekken beschikbaar zijn. Het alternatief is dat je iemand naar het ziekenhuis verwijst, maar dat is zeker niet in het belang van de patiënt en ook nog eens veel duurder.”

De LHV blijft daarom aandringen op een centraal loket per regio dat 24 uur per dag beschikbaar is en direct aangeeft welke bedden waar beschikbaar zijn. Postma: “Vergelijk het met een informatiebord dat je ziet als je een stad binnenrijdt, waarop staat aangegeven waar parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Het is de taak van de verzekeraars om dat te regelen, omdat zij de ELV-bedden in de regio contracteren.”

Het is volgens hem heel lastig dat er nu geen cijfers beschikbaar zijn. “De verzekeraars kunnen of willen niet zeggen waar en hoeveel bedden ze hebben ingekocht en of dat er voldoende zijn voor de behoefte. Daar willen we ook duidelijkheid over.”

Daarnaast wil de LHV eenheid en eenvoud in het verwijzen. “De huisarts mag de patiënt zelf doorverwijzen naar alle soorten ELV-bedden. Maar het probleem is dat elke zorgverzekeraar daarvoor toch weer formulieren hanteert, waardoor het een heel administratief gedoe is. Dat moet echt anders.”

Ledenpeiling

Binnenkort houdt de LHV een ledenpeiling om de situatie rondom ELV gestructureerd in beeld te brengen. Postma: “Het is belangrijk dat we weten hoe groot het probleem is. Met een goede onderbouwing staan we sterker ten opzichte van de verzekeraars.”

In sommige regio’s hebben huisartsen en/of thuiszorgorganisaties niet op de verzekeraars gewacht, maar zelf oplossingen gevonden. “Er is bijvoorbeeld een regio waar een thuiszorgorganisatie het initiatief heeft genomen om een centraal ELV-loket in te stellen. Daar kunnen huisartsen 24/7 met hun vragen terecht.”

Voldoende beschikbaarheid van ELV-bedden en meer tijd voor de patiënt zijn volgens Postma voorwaarden om onnodige verwijzingen naar ziekenhuizen en hogere kosten te voorkomen. “Die ELV-bedden zullen in de toekomst steeds harder nodig zijn, want de vergrijzing zet steeds verder door.”

Meer tijd nodig voor oudere patiënt

De huisarts heeft steeds meer tijd nodig voor oudere patiënten. De werklast van de huisarts is daardoor toegenomen. Dat blijkt uit onderzoek dat het NIVEL in opdracht van de LHV en het ministerie van VWS heeft uitgevoerd. De uitkomst werd in februari gepresenteerd.

Volgens het NIVEL is het aantal contacten met oudere patiënten tussen 2013 en 2016 gelijk gebleven, maar is de totale tijd die wordt besteed aan contacten met oudere patiënten toegenomen. Dat komt niet alleen doordat de contacten zelf langer zijn geworden, maar ook doordat de huisarts steeds meer tijd kwijt is om dingen te regelen rondom de zorg voor oudere patiënten. Voor een rekenpraktijk (1 FTE) gaat het per maand om een toename van minimaal 2,5 uur (Nivel, 2017).

De LHV heeft de werkdruk van de huisarts hoog op de agenda gezet. Het belangrijkste speerpunt van de LHV dit jaar is: meer tijd voor de patiënt. Huisartsen willen bijdragen aan goede doelmatige en betaalbare zorg in de buurt van hun patiënten, maar dat kan alleen als zij meer tijd krijgen voor ouderen, de jeugd en ggz-patiënten. Dus minder patiënten per huisarts én een stevig, breed inzetbaar praktijkteam.

Zorgverzekeraars aan zet

De zorgverzekeraars zijn sinds 1 januari 2017 verantwoordelijk voor het inkopen van eerstelijnsverblijf. Hoe denken de zorgverzekeraars daar zelf over en wat doen zij op dat vlak? We vroegen het VGZ, Menzis en Zorg en Zekerheid.

Lees de reacties van de zorgverzekeraars

Marieke Timmer,  zorginkoper bij zorg en zekerheid: “Het is belangrijk dat alle verwijzers goede toegang hebben tot de ELV-bedden. Veel meer dan een beschikbaarheidsvraagstuk lijkt er een coördinatievraagstuk te zijn. In de regio Zuid-Holland Noord zijn we daarom met huisartsen, ziekenhuizen en VVT-organisaties gaan kijken hoe we dit het best kunnen oplossen. Daarbij kijken we breder dan alleen de ELV-bedden. Doel is om tot een centraal coördinatiepunt te komen dat ervoor zorgt dat elke patiënt met een (tijdelijke) opnamebehoefte op de juiste plek wordt opgenomen. We moeten voorkomen dat mensen onbedoeld in een ziekenhuis terecht komen of hier na behandeling te lang blijven liggen. Door korte lijnen en direct contact willen wij zo snel mogelijk tot een oplossing komen.”

Esther de Louwere en Karien Tijkkotte, zorginkopers bij VGZ: “Vanuit onze zorgplicht moeten wij als zorgverzekeraars voldoende zorg inkopen voor onze verzekerden, dus ook eerstelijnsverblijf. VGZ heeft alle ELV-aanbieders die in 2016 door de zorgkantoren zijn gecontracteerd ook voor 2017 gecontracteerd. Wie dat zijn, is te zien op de website Vergelijk & Kies. Die website laat niet zien of bedden beschikbaar zijn. In het contract met de ELV- aanbieders is opgenomen dat de aanbieder zelf regionale afspraken maakt onder andere over het inzicht in de beschikbaarheid van bedden. Primair ligt deze verantwoordelijk dus bij de aanbieders. Als wij signalen krijg van huisartsen dat de beschikbaarheid niet inzichtelijk is, dan gaan we hierover in gesprek met de aanbieder. De bereidheid om regionale afspraken te maken, is aanwezig. Wij kennen al diverse goede voorbeelden van regio’s waar een centraal coördinatiepunt bestaat of waar eraan wordt gewerkt.”

Bertien Dumas, manager Zorg eerste lijn bij menzis: “Menzis herkent de signalen over het gebrek aan ELV-bedden. Bij de overheveling uit de Wlz naar de Zvw werden verzekeraars verantwoordelijk voor het inkopen van voldoende ELV bedden. Wij weten hoeveel ELV is ingekocht. Maar de middelen die hiervoor landelijk beschikbaar werden gesteld, leken bij aanvang al niet voldoende om te kunnen voldoen aan de groeiende zorgvraag. Dit hebben wij ook bij het ministerie van VWS aangegeven. De huisartsen weten met welke ELV-aanbieders wij afspraken hebben gemaakt. Dat hebben we in januari gedeeld. Het bijhouden van een actueel overzicht bijhouden van ‘volle’ en ‘lege’ bedden faciliteren wij niet. Wat ons betreft zou er een digitale oplossing moeten komen. Wij zijn daarover in een aantal regio’s, zoals Twente, Rivierenland en de Gelderse Vallei, in gesprek. Daarnaast stimuleren en helpen we huisartsen, ELV-aanbieders en thuiszorginstellingen om tot goede afspraken te komen over bijvoorbeeld hoofdbehandelaarschap, bereikbaarheid en informatievoorziening.”