Voor en door huisartsen
 

Wat vraagt u ons vaak over arbeidsvoorwaarden?

 

Regelmatig ontvangt de LHV vragen van leden over arbeidsvoorwaarden van hun medewerkers. Bijvoorbeeld over loonsverhoging, vakantiedagen of ontslag. Hieronder vindt u de vijf meest gestelde vragen. Mét de antwoorden uiteraard.

1. Mijn doktersassistent heeft net haar triagediploma behaald. Heeft zij nu recht op een opslag? Als uw doktersassistent in de dagpraktijk een door Ineen erkend diploma Triagist heeft behaald, dan heeft hij of zij recht op een vaste maandelijkse toelage van 2 procent bovenop het salaris. Deze toelage is alleen bedoeld voor triagisten met een salaris in schaal 4 of 5 (FWHZ). De opslag gaat in vanaf de maand die volgt op het behalen van het diploma. Functioneert uw medewerker vervolgens goed in de twee jaar volgend op het diploma? Dan wordt de maandelijkse toelage na die twee jaar verhoogd tot 4 procent.

2. Mijn doktersassistent volgt een opleiding tot poh. Op welk moment moet ik haar salaris aanpassen? U bepaalt als werkgever zelf of u in uw praktijk een (gedeeltelijke) vacature heeft voor de functie van praktijkondersteuner. Als dat zo is, kan uw doktersassistent na het behalen van haar diploma gedeeltelijk of volledig gaan werken als poh. In dat geval geeft u haar een nieuwe arbeidsovereenkomst voor het aantal uren dat zij als poh gaat werken. Combineert zij voortaan beide functies? Dan betekent dit dat zij twee contracten heeft: voor iedere functie een. In die contracten staan de bijbehorende arbeidsduur en het salaris. Op de LHV-website kunnen leden een model studieovereenkomst downloaden. In zo’n overeenkomst spreekt u ook af wat de consequenties zijn als zij geen diploma behaalt. Zij kan dan volledig blijven werken als doktersassistent; haar salaris en functie blijven dan ongewijzigd.

3. Mijn medewerker is langdurig ziek. Bouwt zij vakantie op? In de cao zijn wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen opgenomen. Tijdens ziekte bouwt iemand de wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen volledig op. De vervaldatum van de vakantiedagen verschilt. Voor de bovenwettelijke vakantiedagen blijft een verjaringstermijn van vijf jaar bestaan. De wettelijke vakantiedagen hebben sinds 2012 een vervaltermijn van zes maanden na het opbouwjaar. Oftewel: dagen die in 2014 zijn opgebouwd, vervallen per 1 juli 2015. Uw medewerker moet wel redelijkerwijs in staat zijn geweest om de vakantiedagen op te nemen. Het is voor beide partijen prettig dat u tijdens ziekte duidelijke afspraken maakt met uw medewerker over het opnemen van verlof.

4, Mijn medewerker is voor uur per dag beter gemeld en wil op vakantie. Hoeveel dagen of -uren moet ze opnemen? Bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid moet uw medewerker verlofdagen volledig opnemen. Er wordt geen percentage van betermelding toegepast. De dagen zijn immers ook volledig opgebouwd tijdens ziekte.

5. Het WIA-verzoek is goedgekeurd. Is daarmee ook de arbeidsovereenkomst beëindigd? Nee. Als uw werknemer langer dan 2 jaar ziek is, stopt de verplichte loondoorbetaling. Het ontslagverbod is nu opgeheven. Wilt u afscheid nemen van deze medewerker? Neemt u dan contact op met een jurist. UWV of kantonrechter moeten namelijk toestemming geven.

Bekijk ook de overige vragen en antwoorden over de Cao Huisartsenzorg.