Voor en door huisartsen
 

Weer langere wachtlijst voor ggz-patiënt

 

De problemen rond de zorg voor patiënten met ernstige psychische klachten zijn het afgelopen jaar verergerd. Er zijn forse wachtlijsten voor gespecialiseerde hulp en zelfs de POH-GGZ heeft al een wachttijd. De LHV en GGZ Nederland willen dat de problemen met het ggz-stelsel niet met lapmiddeltjes, maar structureel worden opgelost. “Het is onverteerbaar dat huisartsen niet worden gesteund door voldoende en tijdig beschikbare plekken in de gespecialiseerde ggz.”

De problematiek rond de ggz is nog intensiever geworden. Zo vat LHV-bestuurder Geert-Jan van Loenen de uitkomsten van de 4e LHV-ledenpeiling ggz samen waaraan ruim 1400 leden meededen. Het beeld van de vorige peilingen was al somber, bij deze peiling is dat nogmaals bevestigd. “Kon je bij eerdere peilingen nog stellen dat het mogelijk om kinderziektes van een nieuw systeem ging. Inmiddels is wel duidelijk dat de vergelijking met een chronische ziekte beter opgaat.”

Download uitkomsten ggz-peiling

Wachttijd bij POH-GGZ

Volgens de helft van de huisartsen moeten patiënten langer dan 8 weken wachten voordat ze terecht kunnen in de gespecialiseerde ggz. De huisartsen zelf kunnen haast niet meer doen: 95 procent van hen werkt inmiddels samen met een praktijkondersteuner: de POH-GGZ. En volgens bijna de helft van de ondervraagden heeft deze praktijkondersteuner nu ook al een wachttijd. Voor Van Loenen is de maat vol. “Huisartsen hebben er de afgelopen jaren samen met de POH-GGZ voor gezorgd dat mensen met psychische problemen zo goed mogelijk worden opgevangen in de huisartsenpraktijk. Het is onverteerbaar dat zij daarin niet worden gesteund door voldoende en tijdig beschikbare plekken in de gespecialiseerde ggz.”

Ruim 70 procent van de ondervraagden geeft aan dat er meer patiënten met psychische klachten naar de praktijk komen; 80 procent ziet die klachten ook verergeren. 80 procent van de ondervraagden neemt op grote schaal patiënten vanuit de gespecialiseerde ggz over, maar 9 op de 10 huisartsen ervaart daarbij problemen. Tijdgebrek bijvoorbeeld (55 procent). En bijna de helft voelt zich onvoldoende bekwaam om patiënten met chronische ggz-problemen te begeleiden. Van Loenen ziet dat de huisartsen tegen hun grens aanlopen. “De huisarts biedt generalistische zorg en is er niet voor opgeleid om patiënten met complexe psychische klachten te ondersteunen. Dat kan ook echt niet van ons worden verwacht. Huisartsen kunnen de problemen die na de invoering van het nieuwe GGZ-systeem zijn ontstaan niet oplossen.”

Jan Willem Achterbergh, huisarts in Tilburg - Vast aanspreekpunt bij de ggz

"Het duurt zomaar een half uur voor je de psychiater eindelijk aan de lijn hebt. Sinds de laatste reorganisatie is de psychiater onbereikbaarder geworden – behalve de ouderenpsychiater. Er zit een managementlaag tussen met een eigen logica die voor buitenstaanders niet te doorgronden is. Het zou fijner zijn als er per huisartsengroep 1 of 2 psychiaters als vast aanspreekpunt zouden fungeren.”

Lees meer

“Onze POH-GGZ ziet wekelijks zo’n 10 patiënten. Patiënten kunnen binnen 2 tot 3 weken bij haar terecht. Langer moet het ook niet duren. Zij is een psychiatrisch verpleegkundige die in de ggz heeft gewerkt. Daardoor kent ze de ggz, maar ze kent ook allerlei groepen in de stad waar mensen met bepaalde vragen of problemen elkaar treffen. Het is prettig voor patiënten dat zij drie kwartier voor een gesprek kan uittrekken. Als huisarts heb je daar de tijd gewoon niet voor.

De gesprekken gaan vaak over stress, burn-out, gezins- dan wel relatieproblemen en onverwerkte rouw. De POH-GGZ voorziet echt in een behoefte. Nu we haar hebben, zouden we niet meer zonder willen. Ze kan soms ook helpen meer zicht te krijgen op de diagnose. De wachttijd hier in de regio Tilburg- Breda voor een gesprek met een psychiater bij een patiënt met de diagnose depressie is 182 dagen. Als een patiënt echt depressief is, is dat niet te doen. Dan moet ik via allerlei zijwegen proberen te bereiken dat de patiënt er toch eerder tussenkomt. Dat kost veel tijd en ook ergernis. Het duurt zomaar een half uur voor je de psychiater eindelijk aan de lijn hebt. Sinds de laatste reorganisatie is de psychiater onbereikbaarder geworden – behalve de ouderenpsychiater. Er zit een managementlaag tussen met een eigen logica die voor buitenstaanders niet te doorgronden is. Het zou fijner zijn als er per huisartsengroep 1 of 2 psychiaters als vast aanspreekpunt zouden fungeren.”

Roer moet om

GGZ Nederland ziet de uitkomsten van de LHV-peiling als bevestiging van de ingewikkelde transitie in de ggz en de problemen die haar leden daarbij ervaren. Volgens Paul van Rooij, directeur van GGZ Nederland, zit de ggz in een enorme transitie die nu blijft steken.

“Er zijn problemen in de samenwerking en bij de toegang tot gespecialiseerde zorg en er is gebrek aan deskundigheid. Doel van de hele transitie was om patiënten niet onnodig door te verwijzen naar de duurdere klinische zorg, maar in de goedkopere eerste lijn te behandelen. Het aantal bedden in instellingen is hoog en wordt dus drastisch verlaagd. Daarvoor moet iets in de plaats komen: ambulante zorg en woonvormen. De kwaliteit van de zorg voor patiënten moet worden verbeterd. Dat betekent wel dat er in gemeenten bijvoorbeeld meer plaatsen voor beschermd wonen moeten komen. En dat gebeurt veel te weinig. Daardoor kunnen patiënten niet doorstromen en ontstaan er vanzelf wachtlijsten voor de gespecialiseerde ggz. Dat geeft dus ook problemen bij huisartsen.”

Volgens Van Rooij gaat het nieuwe systeem niet werken als we met z’n allen niet meer investeren in de samenhang van de zorg. “De oplossing is niet om weer meer klinieken te bouwen, maar om nieuwe producten en programma’s aan te bieden. We kunnen bijvoorbeeld meer e-healthprogramma’s aanbieden waarmee patiënten kunnen starten, ook al hebben ze nog geen contact gehad met een ggz-instelling. Daardoor worden patiënten sneller en adequaat geholpen en worden huisartsen ontlast. Maar daarvoor hebben we dan wel de medewerking van zorgverzekeraars nodig.” Wat voor GGZ Nederland ook prioriteit heeft, is de vermindering van de bureaucratie in de sector. In navolging van de huisartsen vindt de sector dat ‘het roer om moet’. Van Rooij: “De toegang tot de ggz staat ook onder druk doordat de administratieve lasten enorm zijn tegenomen. Die bedragen inmiddels 1,4 miljard euro. Professionals in de ggz zijn een kwart van hun tijd bezig met administratieve taken. Daar moeten we echt van af. We zijn nu samen met de overheid, verzekeraars, zorgkantoren en justitie aan het onderzoeken welke regels overbodig zijn. Ook bij ons moet ‘Het roer moet om’ een keerpunt worden.”

Grens bereikt

Voor de LHV is het duidelijk dat de oplossing niet bij de huisartsen, maar elders moet worden gezocht. Van Loenen: “In het hele systeem zijn huisartsen de enigen die geen nee kunnen verkopen. Feitelijk niet, want patiënten zijn eenvoudigweg op naam bij ons ingeschreven. Die kun je niet zomaar je praktijk uitzetten met de mededeling: sorry, maar u past hier niet vanwege de aard van uw klachten. Maar ook gevoelsmatig ligt dit vaak lastig, merk ik. Je wilt je patiënt niet in de kou laten staan. Toch moeten we echt duidelijke een grens trekken en duidelijk maken waar huisartsenzorg ophoudt. Iedereen zou het onacceptabel vinden dat de huisarts een patiënt met een ernstige darmziekte zelf behandelt in plaats van door te verwijzen naar de specialist. Datzelfde geldt voor patiënten met ernstige psychische klachten. Wij moeten geen dingen doen die niet in ons takenpakket passen. De huisartsenzorg heeft zijn grens bereikt.”

Volgens hem moet de POH-GGZ louter worden ingezet voor kortdurende behandelingen, voor uitgebreidere diagnostiek en vraagverheldering. “5 sessies met een patiënt zijn prima, maar als het er 15 of 20 worden, stagneert het systeem. Dan ontstaan er dus ook wachttijden bij de POH-GGZ.

Een doorverwijzing naar de generalistische basis ggz kan een mogelijkheid zijn, maar het probleem is dat aanpassingsstoornissen niet meer worden vergoed door de zorgverzekeraar. “Terwijl dat nu net wel een aanzienlijk deel van de klachten was, waarbij voorheen een interventie van een eerstelijnspsycholoog uitkomst bood. Daar is het kind echt met het badwater weggegooid,” concludeert Van Loenen. “En daardoor neemt de druk op de onderkant (huisartsenzorg) en de bovenkant (gespecialiseerde ggz) toe. Met onvoldoende capaciteit op de juiste plek, kan de huisarts zijn rol als poortwachter niet oppakken.”

De LHV heeft er ook ernstig bezwaar tegen dat patiënten die ‘klaar’ zijn bij een ggz-instelling naar huis gaan en zomaar weer bij de huisarts op de stoep staan. Dus zonder warme overdracht. “Als een patiënt terug mag naar huis omdat zijn situatie weer stabiel is, moet er eerst overleg zijn tussen de instelling en de huisarts, zodat de huisarts weet wat er speelt. Hij moet de patiënt alleen terugnemen als er de afspraak is dat hij altijd met de specialist kan overleggen en de patiënt zo nodig weer kan doorsturen. Op dat punt moet de samenwerking echt beter.”

Arie de Lange, huisarts in Zwolle - Terugverwijzen blijkt erg lastig

"Het blijkt ontzettend lastig om hen weer terug te verwijzen naar de gespecialiseerde ggz als ze toch weer ontsporen. Dan moeten ze helemaal opnieuw beginnen met een intake en behandelplan en alle wachttijden die daarbij horen. Het zou enorm helpen als patiënten in zo’n geval direct terug kunnen naar hun eerdere behandelaar.”

Lees meer

“We hadden eerst een POH-GGZ die gedetacheerd was vanuit een ggz-instelling in de regio, nu hebben we zelf iemand in dienst. Dat is goedkoper, maar ook fijner omdat we nu meer eigen regie hebben. Het is een SPH’er en ze werkt 10 uur per week. Patiënten kunnen doorgaans binnen 2, 3 weken bij haar terecht. De meerwaarde van de POH-GGZ is dat zij meer tijd kan uittrekken voor een gesprek en daar ook voor is opgeleid. Ik heb er wel interesse in, maar dat soort gesprekken voeren, is toch niet mijn vak. Patiënten gaan naar haar toe met levensfaseproblematiek, rouwverwerking en licht depressieve en somberheidsklachten. Het gaat om kortdurende behandelingen. Mensen met ernstiger klachten verwijzen we door naar de generalistische basis ggz of de gespecialiseerde ggz. Wij zijn natuurlijk bereid om patiënten in onze praktijk op te nemen die uit de gespecialiseerde ggz komen, als hun klachten stabiel en chronisch zijn. Het blijkt alleen ontzettend lastig om hen weer terug te verwijzen naar de gespecialiseerde ggz als ze toch weer ontsporen. Dan moeten ze helemaal opnieuw beginnen met een intake en behandelplan en alle wachttijden die daarbij horen. Het zou enorm helpen als patiënten in zo’n geval direct terug kunnen naar hun eerdere behandelaar.”

Verhoging budget

De LHV en GGZ Nederland willen gewapend met de uitslag van de ledenpeiling bij het ministerie van VWS, de zorgverzekeraars, gemeenten en patiëntenorganisaties aandringen op structurele oplossingen. Van Loenen: “Onze inzet is dat elke patiënt op de juiste plaats moet worden geholpen. Als een patiënt complexe problemen heeft, is dat niet bij de huisarts.”

Het budget voor de POH-GGZ zal ook dit jaar met miljoenen worden overschreden. Van Loenen: “De overschrijding kan voorlopig worden opgevangen binnen het financiële huisartsenkader. Dat heeft de minister ook toegezegd. Laten we eerst kijken hoe we het ggz-stelsel kunnen verbeteren zodat patiënten op de juiste plek worden geholpen en vervolgens of het nodig is om het budget te verhogen. We hebben niets aan lap- en pleisterwerk, de problemen moeten structureel worden opgelost.”

Bekijk ook: