Voor een gezonde huisartsenzorg
 

Zorg voor vluchtelingen moet beter

 

Download artikel

Zo’n 16.000 vluchtelingen met verblijfsvergunning krijgen via het gemeentelijke versnellingsarrangement zo snel mogelijk een vestigingsplek toegewezen. Gemeenten spannen zich in voor veiligheid, huisvesting, scholing en welzijn, maar de zorg is een stiefkind. De LHV en andere eerstelijns organisaties willen daar meer aandacht voor. Elke vluchteling heeft recht op goede zorg.

Huisarts Henny de Hartog

In de huisartsenpraktijken van Helen Silvius in Leiden en Henny de Hartog in Hengelo zitten al heel wat vluchtelingen. Dankzij het gemeentelijke versnellingsarrangement (GVA) komen er wekelijks wel een paar bij. Syriërs vooral. In afwachting van een definitieve plek krijgen ze tijdelijke huisvestiging in een gemeente en vallen ze onder een tijdelijk zorgarrangement. Want de gewone zorgverzekering is (nog) niet op hen van toepassing.

Tolkentelefoon

Omdat de taal een grote hindernis is in de communicatie, is er nu ook een vergoedingsregeling voor de tolkentelefoon, zij het tijdelijk. Die tolkentelefoon is in 2012 afgeschaft, vanuit de gedachte dat mensen met een verblijfsvergunning zo snel mogelijk Nederlands moeten leren. Maar voor mensen die hier nog maar een paar maanden zijn, vindt de LHV dat geen reële eis. Hoe kan een huisarts goede zorg bieden als patiënt en huisarts elkaar niet verstaan? Daarom heeft de LHV zich hard gemaakt voor herstel van de vergoedingsregeling en blijft ze dit volhouden tot de tijdelijke regeling wordt omgezet in een definitieve.

Elke statushouder zou de eerste twee jaar bij een bezoek aan de dokter een beroep moeten kunnen doen op de tolkentelefoon, zonder veel extra administratief gedoe. LHV-bestuurslid Geert Jan van Loenen is hiervoor al verschillende keren langs geweest bij de betrokken ministeries VWS en V&J. “We merken dat ons verhaal daar nu gehoor vindt. Huisartsen zijn over het algemeen zeer bereid om vluchtelingen in hun praktijk op te nemen, maar dan moeten de voorwaarden goed geregeld zijn. Je kunt niet verwachten dat de huisarts 40 euro voor een tolk betaalt, terwijl hijzelf 9 euro voor een consult krijgt. Daarover zijn wij dus continu in gesprek met de ministeries, de GGD, het Centraal Opvangorgaan Asielzoekers, het Gezondheidscentrum Asielzoekers en gemeenten.”

Aandachtspunten

De tolkentelefoon is een van de punten die de LHV in Den Haag op tafel heeft gelegd. Van Loenen: “We vragen ook aandacht voor de administratieve lasten. Statushouders vallen niet onder de Zorgverzekeringswet. Voor statushouders die onder het gemeentelijke versnellingsarrangement vallen, geldt nog weer een andere regeling dan voor ‘reguliere’ statushouders. De LHV pleit ervoor om het eenvoudig te houden, zodat de huisarts niet verschillende declaraties voor verschillende patiënten hoeft te maken. Waarom valt elke burger niet standaard onder de Zorgverzekeringswet?”

Daarnaast wil de LHV dat er met de regionale kringen wordt overlegd welke huisarts ruimte heeft om vluchtelingen op te nemen in zijn praktijk. Dat is ook zo afgesproken. “We moeten voorkomen dat de vluchtelingen terecht komen in een wijk of dorp waar al een huisartsentekort is. Dat vraagt tijdig overleg tussen gemeenten en huisartsen.” Een punt van aandacht is ook de overdracht van de patiëntendossiers vanuit de AZC’s waar de vluchtelingen zaten naar de huisartsenpraktijk waar zij zich inschrijven. Van Loenen: “Ook hierover zijn inmiddels afspraken gemaakt. Maar het blijft belangrijk dat de overdracht zo snel mogelijk gebeurt, zodat de huisarts meteen alle informatie krijgt die erover een patiënt beschikbaar is.”

Frits van Trigt, fysiotherapeut Den Haag - “Een paar jaar geleden heb ik een groep Libiërs begeleid die tegen Khadaffi hadden gevochten en in Nederland werden opgevangen om te genezen van hun oorlogstrauma’s. Ik werkte samen met een Libische arts die al een tijd in Nederland was gevestigd. Die ervaring heeft mij heel veel geleerd over vluchtelingen, hun motieven en verwachtingen"

Lees verder

"In de ogen van hun gezin en omgeving zijn zij helden, in Nederland worden ze naamloos opgevangen in een azc. De hele procedure is geprotocolleerd; er blijft niets over van een heldenstatus; niemand luistert naar hun verhaal. Asielzoekers mogen hier niets, kunnen hier niets én ze lijden onder de trauma’s en stoornissen die ze in de oorlog en tijdens hun vlucht hebben opgelopen. Geen wonder dat er spanningen en problemen ontstaan. Daar komt bij dat ons gezondheidssysteem totaal anders is dan ze in eigen land gewend waren. Daar zouden asielzoekers en vluchtelingen veel beter over moeten worden voorgelicht. En ook over de manier waarop wij omgaan met medicatie. We beginnen hier met paracetamol en niet gelijk met antibiotica. Die Libische arts had een brugfunctie. Via hem kon er vertrouwen worden opgebouwd. Ik zou willen dat we lessen trekken uit alle ervaringen die we met vluchtelingenzorg hebben opgedaan en de zorg voor vluchtelingen en asielzoekers verbeteren. Het helpt in ieder geval enorm om artsen in te schakelen die de taal spreken en vertrouwen kunnen wekken.”

Niet ideaal

Voor huisarts De Hartog (Hengelo) is de tolkentelefoon altijd een uitkomst geweest, totdat de vergoedingsregeling werd afgeschaft. “Vooral in het begin, als mensen nog geen Nederlands kunnen, is het erg belangrijk dat er een tolk beschikbaar is. Je kent elkaar nog niet, je wilt een goed beeld van iemand hebben. Naarmate iemand hier langer is, wordt een tolk minder belangrijk. Mensen leren de taal, je begrijpt elkaar beter. Toen de regeling werd afgeschaft, losten we het op met familieleden die tolkten of iemand van Vluchtelingenwerk, maar dat is natuurlijk niet ideaal.”

Silvius, huisarts in Leiden, maakt in de praktijk zelden gebruik van de tolkentelefoon, omdat dat ‘vaak een gedoe’ is en de kosten hoger zijn dan de vergoeding voor het hele consult. “Als een patiënt geen Nederlands, Engels, Duits of Frans spreekt, komt er meestal wel iemand mee die kan tolken. Een familielid, buurman of iemand van Vluchtelingenwerk. Op het lab werkt een mevrouw die Arabisch kan; haar vragen we ook wel eens.” Maar als de vergoedingsregeling helderder zou zijn en de procedure eenvoudiger, zou ze de tolkentelefoon vaker gebruiken. Beide artsen vinden het leuk en ook belangrijk om vluchtelingen in hun praktijk te hebben. Silvius: “Huisartsenzorg heeft ook altijd een sociale component gehad, in de zin van zorgen voor de zwaksten. Ik zie de zorg voor vluchtelingen als huisartsenzorg in optima forma.”

Vertrouwen

De taal is al een grote barrière, daarnaast is er ook nog het cultuurverschil. Het werkt in Nederland allemaal anders. Asielzoekers en vluchtelingen hebben een ander beeld en andere verwachtingen van de gezondheidszorg. Silvius: “Wij geven bijvoorbeeld minder snel medicijnen dan een vluchteling in eigen land gewend was. Ik zeg wel eens tegen een patiënt: ik kan u pillen geven als u dat wilt, maar als u mijn moeder was, zou ik dat niet doen, want u krijgt last van allerlei bijwerkingen. U kunt beter wachten tot het vanzelf overgaat.” De Hartog: “Het fenomeen huisarts is hen volslagen vreemd. In hun eigen land zouden ze naar het ziekenhuis gaan, nu moeten ze eerst naar de huisarts en voor pillen vervolgens nog weer naar de apotheek.

Bovendien zijn de huisartsen in Nederland vooral vrouwen. Dat is voor veel mannelijke vluchtelingen ook een hele barrière.” Zij merkt vaak dat vluchtelingen moeite hebben om het Nederlandse systeem te vertrouwen. “Het zou helpen als mensen meer en betere voorlichting zouden krijgen over hoe het systeem hier werkt. En als huisarts zou ik zelf ook wel meer informatie willen over het gemeentelijk beleid dat voor statushouders van toepassing is en over de procedures die zij te verwachten hebben. Dat zou mij helpen om hun vragen beter te beantwoorden.”

Beide huisartsen zouden het bovendien toejuichen als voor een consult met vluchtelingen een speciaal tarief zou worden ingevoerd. De Hartog: “Een dubbel consult is vaak nog niet lang genoeg, juist omdat het langer duurt voor je elkaar begrijpt. Als je veel vluchtelingen in je praktijk hebt, lijkt het mij redelijk zijn om daar een vergoeding tegenover te stellen, zoals dat ook gebeurt voor praktijken in een achterstandswijk.”

Meer over dit onderwerp:

Save