Voor en door huisartsen
 

Zorgverzekeraars over contractvoorstellen voor 2018

 

De contracten voor 2018 moeten uiterlijk op 1 oktober aan huisartsen worden voorgelegd. Is in die contracten voldoende aandacht voor substitutie? Voor de problematiek in achterstandswijken? Is er meer geld beschikbaar voor zorg aan kwetsbare ouderen? Kunt u een praktijkmanager aanstellen en wat zijn de voorwaarden hiervoor? Wordt het beschikbare budget wel helemaal benut? Oftewel: krijgt u daadwerkelijk meer tijd voor uw patiënten?

In een hoofdlijnenakkoord dat koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN), het ministerie van VWS, en de LHV in juni hebben gesloten, zijn eerder de knelpunten benoemd die dringend om een oplossing vragen: aandacht voor achterstandsproblematiek, oplossingen voor de spoedzorg, meer samenwerking met het sociale domein en betere ondersteuning van de huisartsenpraktijk.

In het voorwoord van deze editie uit LHV-voorzitter Ella Kalsbeek haar zorgen over de bereidheid van verzekeraars om deze knelpunten daadwerkelijk aan te pakken. Gesprekken hierover zijn nog in volle gang. Hoe kijken de inkopers van huisartsenzorg tegen hun inkoopbeleid aan? De Dokter vroeg het begin deze maand aan acht zorgverzekeraars. Hieronder DSW, Zilveren Kruis, Menzis, CZ, De Friesland, ENO, VGZ, Zorg en Zekerheid.

Tip: lees hieronder het volledige artikel of download de pdf

DSW Zorgverzekeraar

Martine Fassotte, accounthouder huisartsen en ketenzorg
“Wij willen het contract zo eenvoudig en transparant mogelijk houden. In 2015 hebben wij de vergoedingen voor consulten en verrichtingen afgeschaft. Sindsdien betalen wij een vast bedrag per patiënt per praktijk, gebaseerd op de zorgzwaarte van de patiënten in die praktijk. De huisarts kan dus zelf zijn tijd indelen en zijn praktijk inrichten zoals hij wil.

Wij hebben maar weinig extra modules. We doen niet mee aan de landelijke module doelmatig voorschrijven. Op verzoek van de huisartsen zelf krijgen zij de gelegenheid een plan te maken voor iets wat zij willen verbeteren in hun praktijk, mede aan de hand van spiegelinformatie. Daar krijgen zij een vergoeding voor. Vorig jaar zijn er 104 verbeterplannen ingediend.

We zijn momenteel volop met de huisartsen in onze regio in gesprek, onder meer over een vergoeding voor een praktijkmanager. Wijzelf zien daar niets in, omdat we dan ook moeten afspreken aan welke eisen zo’n functionaris moet voldoen en wat de inzet van zo iemand moet opleveren. Extra administratieve lasten dus, terwijl het totale beschikbare budget er niet door verandert.

Als alle huisartsenpraktijken een vergoeding voor een praktijkmanager krijgen, kunnen we die vergoeding net zo goed opnemen in het inschrijftarief. Maar een deel van de huisartsen denkt daar anders over, ook omdat het landelijk zo’n issue is. Daarom is het belangrijk dat we het er over hebben en beslissen of het in het contract komt te staan dat we begin oktober willen presenteren.

Het probleem van de werkdruk van huisartsen kunnen we alleen in een breder perspectief oplossen, bijvoorbeeld door samen met het zorgkantoor meer bedden te regelen voor Wlz-patiënten, zodat die niet langer de eerstelijnsverblijfsbedden bezetten. Het tekort aan opvang voor ouderen leidt tot problemen die bij de huisarts op tafel komen, maar vaak alleen elders kunnen worden opgelost. Daar zijn wij druk mee bezig, maar het gaat de huisartsen niet snel genoeg. Dat begrijp ik wel.

Wij geven elk jaar meer uit aan huisartsenzorg. Als we de tariefbeschikking van de NZa volgen, komen we zelfs uit op een stijging van 4 procent. De vraag is hoe dat zich verhoudt tot de jaarlijks groeiruimte van 2,5 procent. Komt de tariefbeschikking erbij of gaat die erover heen? Wij willen van VWS weten welke ruimte er echt is. Want op reparaties achteraf zit niemand te wachten.“

Zilveren Kruis

Erik Koekoek, beleidsadviseur strategie & innovatie
“Een jaar geleden zijn we met de huisartsen in onze regio in gesprek gegaan over zaken waar zij tegenaanlopen en over hoe wij als verzekeraar kunnen bijdragen aan oplossingen. Half september gaan we ons definitieve beleid publiceren. We zijn nog druk bezig met de laatste uitwerkingen. Daarbij kijken we ook goed naar de impact van de beleidsregel en tarieven van de NZa voor 2018.

De nieuwe opslag voor de leeftijdscategorie 85-plus die de NZa heeft ingevoerd, doet meer recht aan verschillen in zorgzwaarte en aan de inspanningen die nodig zijn van de huisarts. De NZa faciliteert daarmee ook de extra ondersteuning die nodig is om extra zorgvraag op te vangen. Dit sluit aan bij onze visie om meer en beter te differentiëren op basis van zorgzwaarte.

Wij kijken wat er binnen de afspraken van het hoofdlijnenakkoord mogelijk en nodig is om te voorzien in goede huisartsenzorg voor onze verzekerden. We letten daarbij ook op de totale kostenontwikkeling. Elke euro kostenstijging moet uiteindelijk door de verzekerden worden betaald en moeten we dus kunnen uitleggen.

Veel huisartsen ervaren een hoge werkdruk. Dat is niet altijd met geld op te lossen. Neem het probleem met eerstelijnsverblijfbedden. Doordat goede regie ontbreekt, moeten huisartsen soms uren bellen om een bed voor een patiënt te vinden. De enige manier om dit op te lossen, is een betere organisatie. Wij werken eraan dat er voor 1 januari 2018 in elke regio een ELV-loket beschikbaar is.

Twee jaar geleden hebben wij al een vergoeding voor praktijkmanagement ingevoerd: 2,5 uur per week voor een normpraktijk. Het doel was om de werkdruk in ieder geval voor een deel te verlagen. De vraag is of dat ook is gelukt. Dat willen we onderzoeken: in hoeverre heeft deze maatregel echt geholpen?

Werkdruk is ook altijd een individueel probleem. De sleutel ligt vooral bij de huisartsen zelf. Er zijn huisartsen die een praktijk van 3000, zelfs 4000 patiënten hebben, en dat niet als probleem ervaren. Huisartsen zouden wellicht van elkaar kunnen leren als het gaat om het slim organiseren van hun praktijk. De NZa heeft de tarieven voor 2018 al berekend op een kleinere normpraktijk. Huisartsen die willen verkleinen, worden hiermee geholpen. Wij zien praktijkverkleining als een optie, maar niet de enige.”

Menzis

Eric Juffermans en Renée van Rooijen, beleidsmakers
“Wij hebben ons inkoopbeleid voor 2018 en 2019 al in april gepubliceerd. De maanden daarvoor hebben we intensief met de huisartsenorganisaties in ons kernwerkgebied overlegd. Doel was meer inzicht te krijgen in elkaars ambities en belangen en vroegtijdig duidelijkheid te geven over de contracten. We zijn er goed uitgekomen, al zijn er ook best verschilpunten. De huisartsen willen bijvoorbeeld extra financiering voor ouderenzorg, wij vinden het op dit moment niet verantwoord om investeringen te doen bovenop de investeringen in de huidige modules. Bovendien kan de samenwerking tussen huisartsen, wijkverpleging en het sociale domein nog verbeterd worden.

Ons inkoopbeleid ligt aardig in lijn met de speerpunten die in het hoofdlijnenakkoord voor 2018 zijn vastgelegd. Wij bieden verschillende modules om de huisarts te ondersteunen, zoals een praktijkondersteuner somatiek, integrale zorg aan kwetsbare ouderen en praktijkmanagement. De komende jaren blijven wij in deze modules investeren. Daarmee willen wij ervoor zorgen dat de huisarts meer tijd krijgt voor de patiënt, ook de kwetsbare oudere patiënt.

60 procent van de praktijken in ons kernwerkgebied ontvangt op dit moment een vergoeding voor een praktijkmanager. Wij vergoeden 5,3 uur per week per normpraktijk. Wij zijn daar in 2013 mee begonnen, omdat we zagen dat het management van de huisartsenpraktijk een hele klus is geworden. Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk dat de huisarts zelf tijd houdt voor patiëntenzorg. Aan dat praktijkmanagement stellen wij een beperkt aantal eisen. Praktijkmanagers moeten een hbo-managementopleiding hebben gevolgd. Ook verwachten we dat praktijken investeren in ketenzorg of zorgvernieuwingsprojecten. Juist om die samenwerking met het sociale domein te verbeteren en de integrale zorg voor kwetsbare ouderen te versterken.

Daarnaast proberen we ook nieuwe dingen uit. Samen met een zorgaanbieder zijn we gestart met een all-in tarief per patiënt, in combinatie met afspraken over kwaliteit en gedeelde verantwoordelijkheid in zorgkosten. Huisartsen kunnen hun eigen keuzes maken in hoe ze de zorg inrichten, wie ze meer tijd geven en welke verrichtingen ze uitvoeren. Ze hoeven dus geen aparte declaraties meer in te dienen. Dat scheelt veel administratieve lasten. De huisartsen krijgen daarbij ondersteuning om het werk anders in te richten, bijvoorbeeld met e-health toepassingen. Deze vorm van alternatieve bekostiging is geslaagd als de kwaliteit verbetert en de vervolgkosten in de tweede lijn omlaag gaan. We zijn heel benieuwd hoe dit experiment gaat lopen.”

CZ

Nathalie van Schoonhoven en Martin Wijnen, zorginkopers huisartsenzorg
“Ons contractvoorstel is gebaseerd op diverse overleggen met de beroepsgroep, zoals een expertgroep van huisartsen. We bespreken wat er speelt en hoe we problemen kunnen oplossen. De verkleining van de normpraktijk zien wij als een zaak van de landelijke partijen. Wat wij kunnen doen, is bevorderen dat de zorg en organisatie binnen en buiten de huisartsenpraktijk beter worden georganiseerd. Daarin kan een praktijkmanager een belangrijke rol spelen.

In ons contractvoorstel voor 2018 zit voor het eerst een vergoeding voor de inzet van een praktijkmanager. We zullen de komende jaren kijken hoe dat uitpakt. Wij vergoeden maximaal 4,5 uur per week per normpraktijk. Praktijkmanagers zullen eerst vooral bezig zijn om een interne managementcyclus op te zetten, maar daarna zien we graag dat ze zich ook inzetten voor de samenwerking met externe partijen. Voorwaarde voor vergoeding is dat praktijken met de Praktijkspiegel van Vektis werken en verbinding leggen met wijkmanagement. De resultaten willen we graag terugzien in een jaarverslag.
In ons contract is ook een prestatie ouderenzorg opgenomen. Daarmee willen we bevorderen dat de huisarts de kwetsbare ouderen proactief in beeld brengt, weet welke zorg zij nodig hebben en die zorg tijdig afstemt met de thuiszorg en andere eerstelijns zorgverleners.

Substitutie blijft een lastig onderwerp. Huisartsen hadden het gevoel dat projecten snel werden afgekeurd. Daarom hebben wij een aanvraagformatgemaakt en ons best gedaan om de aanvraagprocedure te vereenvoudigen. Het beste is als huisartsen in een vroeg stadium met ons om tafel gaan om hun idee te bespreken.

We zijn ook druk bezig met het aanpassen van de prestatie doelmatig voorschrijven. In het concept- voorstel maken huisartsen en apothekenafspraken over het voorschrijfbeleid. Dit wordt verwerkt in een formularium en opgenomen in het HIS. Op basis daarvan wordt automatisch de juiste medicatie voorgeschreven. Het voordeel hiervan is dat de huisarts wordt afgerekend op wat hij voorschrijft, niet op wat de apotheker aflevert.

Ons contract is in 2016 ingegaan en geldt voor drie jaar. Tussentijds kunnen er altijd projecten worden ingediend, bijvoorbeeld op het gebied van substitutie, zelfmanagement of e-health. Op het gebied van e-health is nog veel te winnen, wellicht ook in het kader van substitutie. Want specialisten kunnen daar eveneens een rol in spelen, bijvoorbeeld via telediagnostiek. Daar ligt zeker een uitdaging.”

De Friesland

Jenneke Weber, accountmanager huisartsenzorg
“Praktijkverkleining zien wij in onze regio niet als oplossing voor de werkdruk van huisartsen. Er zijn nu al te weinig huisartsen. Wij zetten liever in op ondersteunende maatregelen. We gaan bijvoorbeeld onderzoeken of we het inschrijftarief kunnen verhogen, in plaats van apart vergoedingen te betalen voor consulten.

Een module voor praktijkmanagement hebben wij vorig jaar al ingevoerd, in overleg met de Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO). De helft van de prakijken maakt er inmiddels gebruik van. We stellen geen harde eisen, maar verwachten wel dat het praktijkmanagement ook wordt ingezet voor samenwerking met andere eerstelijns zorgverleners en de sociale wijkteams.

Die samenwerking is heel belangrijk. Samen met de gemeente Deventer zetten wij ons in voor het project ‘Deventer Vitaal’. De focus daarvan ligt op gezondheid en gedrag, in plaats van op zorg en ziekte. Een voorbeeld is de pilot voor ouderenzorg. Als een oudere een klacht of vraag heeft, wordt gekeken wat er nodig is om die op te lossen. Veel vragen vallen binnen het sociale domein en moeten door het sociale team worden opgepakt. Daardoor krijgt de huisarts meer tijd voor de patiënt die medische zorg nodig heeft. Dit lukt alleen met een goede verbinding tussen huisartspraktijk en sociaal wijkteam.

Substitutie is zeker een aandachtspunt. Huisartsen kunnen met ideeën en voorstellen komen die we vervolgens met de ziekenhuizen bespreken. Er zijn goede afspraken nodig, anders wordt de ruimte die bij ziekenhuizen ontstaat zomaar weer opgevuld.

Onze regio scoort het hoogst in generiek voorschrijven. In de overeenkomst zit een beloning voor huisartsen als zij het percentage op hetzelfde niveau houden als nu.

De vraag of het beschikbare budget volledig wordt benut, hangt vooral af van de zorg die uiteindelijk wordt geleverd. Wij hebben in 2016 driejarige contracten afgesloten, maar er is altijd ruimte voor nieuwe initiatieven en tussentijdse afspraken. Daarmee kopen we in feite extra capaciteit in.

We hebben het bijvoorbeeld mogelijk gemaakt om een app te ontwikkelen waarmee mensen zelf een afspraak kunnen maken met de huisarts of een herhaalrecept kunnen aanvragen. Deze app ‘Dokter dichtbij’ kan ook aan het netwerk van de apotheek worden gekoppeld, en wellicht zijn er nog andere mogelijkheden. De huisartsen in onze regio staan doorgaans open voor vernieuwingen. Doordat de lijntjes in ons gebied kort zijn, gaan die vernieuwingen snel.”

ENO

Jan Rosenkamp, zorginkoper
“Praktijkverkleining zien wij in onze regio niet als oplossing voor de werkdruk van huisartsen. Er zijn nu al te weinig huisartsen. Wij zetten liever in op ondersteunende maatregelen. We gaan bijvoorbeeld onderzoeken of we het inschrijftarief kunnen verhogen, in plaats van apart vergoedingen te betalen voor consulten.

Een module voor praktijkmanagement hebben wij vorig jaar al ingevoerd, in overleg met de Huisartsen Coöperatie Deventer en Omstreken (HCDO). De helft van de prakijken maakt er inmiddels gebruik van. We stellen geen harde eisen, maar verwachten wel dat het praktijkmanagement ook wordt ingezet voor samenwerking met andere eerstelijns zorgverleners en de sociale wijkteams.

Die samenwerking is heel belangrijk. Samen met de gemeente Deventer zetten wij ons in voor het project ‘Deventer Vitaal’. De focus daarvan ligt op gezondheid en gedrag, in plaats van op zorg en ziekte. Een voorbeeld is de pilot voor ouderenzorg. Als een oudere een klacht of vraag heeft, wordt gekeken wat er nodig is om die op te lossen. Veel vragen vallen binnen het sociale domein en moeten door het sociale team worden opgepakt. Daardoor krijgt de huisarts meer tijd voor de patiënt die medische zorg nodig heeft. Dit lukt alleen met een goede verbinding tussen huisartspraktijk en sociaal wijkteam.

Substitutie is zeker een aandachtspunt. Huisartsen kunnen met ideeën en voorstellen komen die we vervolgens met de ziekenhuizen bespreken. Er zijn goede afspraken nodig, anders wordt de ruimte die bij ziekenhuizen ontstaat zomaar weer opgevuld.

Onze regio scoort het hoogst in generiek voorschrijven. In de overeenkomst zit een beloning voor huisartsen als zij het percentage op hetzelfde niveau houden als nu.

De vraag of het beschikbare budget volledig wordt benut, hangt vooral af van de zorg die uiteindelijk wordt geleverd. Wij hebben in 2016 driejarige contracten afgesloten, maar er is altijd ruimte voor nieuwe initiatieven en tussentijdse afspraken. Daarmee kopen we in feite extra capaciteit in.

We hebben het bijvoorbeeld mogelijk gemaakt om een app te ontwikkelen waarmee mensen zelf een afspraak kunnen maken met de huisarts of een herhaalrecept kunnen aanvragen. Deze app ‘Dokter dichtbij’ kan ook aan het netwerk van de apotheek worden gekoppeld, en wellicht zijn er nog andere mogelijkheden. De huisartsen in onze regio staan doorgaans open voor vernieuwingen. Doordat de lijntjes in ons gebied kort zijn, gaan die vernieuwingen snel.”

VGZ

Annemieke van Hees, manager inkoop integrale zorg
“Wij voeren in 2018 een module voor praktijkmanagement in. Doel is om de werkdruk van de huisarts te verlagen en ervoor te zorgen dat de huisarts meer tijd heeft voor patiëntenzorg. Voor een samenwerkingsverband met minimaal 10.000 ingeschreven patiënten vergoeden wij per normpraktijk 4,5 uur per week. Voor individuele huisartsen bieden we een maximumvergoeding van 3 uur per week. Voorwaarde is dat praktijkmanagers op hbo-niveau zijn opgeleid en competenties hebben op het gebied van organisatie en management. Wij verwachten dat een groot deel van de huisartsen in ons werkgebied deze module gaat gebruiken.

Daarnaast zijn we met verschillende pilots bezig. We experimenteren bijvoorbeeld met langere consulttijden. De pilots moeten eerst worden geëvalueerd voordat wij ze breed doorvoeren. Het is heel belangrijk dat nieuwe werkwijzen opschaalbaar zijn. Dat geldt ook voor substitutie naar de eerste lijn. Dat kun je pas verzilveren als de substitutie een bepaald volume heeft.

Voor ouderenzorg hebben wij enkele jaren geleden al een module ingevoerd, met als doel om kwetsbare ouderen gestructureerd aandacht te geven en in beeld te brengen wat iemand nodig heeft. Dat vraagt goede samenwerking tussen de huisarts, wijkverpleegkundige, specialist ouderengeneeskunde en het wijkteam. Wij willen graag dat deze zorg in een keten wordt georganiseerd. Uiteindelijk willen we toe naar een all-in tarief voor zorg aan kwetsbare ouderen.

Wij hebben geen apart beleid voor de problematiek van niet-erkende achterstandswijken, omdat dat bij ons niet echt speelt. Maar voor individuele praktijken die hiermee te maken hebben, kunnen we altijd kijken of er binnen segment 3 een oplossing is.

Over een oplossing rond de ANW-diensten moeten we goed met elkaar nadenken. Hoe kunnen we de druk op de huisartsenposten verlichten? Is het wenselijk om een knip te zetten tussen de huisartsenpost en de gewone huisartsenpraktijk?

De afgelopen jaren zijn wij beter met huisartsen gaan overleggen. Er zijn gedeelde belangen, maar ook verschillende verantwoordelijkheden. Het is duidelijker geworden vanuit welke positie iedereen praat. We hebben afspraken gemaakt over regioprestaties waarbij we ons richten op de behoeften van huisartsenpraktijken. Wij gaan het komend jaar meer investeren in eerstelijns zorg. Het is niet ons doel om geld op de plank te laten liggen, maar wij willen de premie ook niet onnodig verhogen. We staan juist open voor innovatieve voorstellen die bijdragen aan zinnige zorg.”

Zorg en zekerheid

Erik Kramer en Inge Huernink, zorginkopers
“Onze regio is sterk in geïntegreerde eerstelijns samenwerkingsverbanden waarin huisartsen, paramedici en apothekers samenwerken. Ongeveer de helft van de huisartsenpraktijken zit in zo’n GES. Als je kijkt naar de opgave die op ons afkomt, is wijkgerichte zorg de beste manier om de zorg toekomstbestendig te houden. Veel hulpvragen van patiënten gaan over welzijn. Dat vraagt een goede aansluiting tussen huisartsen en sociale wijkteams.

Wij spreken de zorgverleners in de GES’en wel vier, vijf keer per jaar en bespreken dan de knelpunten en oplossingen. Zo nodig maken we tussentijds nieuwe afspraken. Wij hebben niet de illusie dat we alle knelpunten kunnen oplossen, want de samenleving blijft veranderen en er komen steeds nieuwe behandelmogelijkheden. Ook zijn wij niet altijd aan zet. De problematiek van niet-erkende achterstandswijken bijvoorbeeld, moet op landelijk niveau worden opgelost.

Door het verdwijnen van veel verzorgings- en verpleeghuizen, zitten nu lacunes in de zorg voor ouderen. De huidige commotie over het eerstelijns verblijf heeft daar zeker ook mee te maken. Toch is dit vooral een organisatorisch probleem. Huisartsen willen het liefst één telefoonnummer dat zij 24/7 kunnen bellen als ze een ELV-bed, crisisbed of bed voor respijtzorg nodig hebben. Wij als zorgverzekeraar willen dat ook. Het lastige is dat er verschillende partijen zijn die deze bedden bekostigen. Met deze partijen proberen we afspraken te maken voor de organisatie van dat ene telefoonnummer.

Wij vinden het belangrijk dat huisartsen tijd maken voor intervisie. Daar hebben we een prestatie voor opgenomen in het contract. Het is waardevol dat huisartsen hun praktijken aan elkaar spiegelen, van elkaar leren en bijvoorbeeld weten bij wie ze voor welke specialisatie moeten zijn. Niet elke huisarts hoeft overal goed in te zijn. Door intervisie neemt de praktijkvariatie hopelijk af.

Een uitdaging in onze regio is e-health, zowel voor patiënten als huisartsen. Wij stimuleren dit op allerlei manieren. Naast een stevige inzet op onder meer e-mental health, experimenten wij in de proeftuin Gezonde Zorg Gezonde Regio met thuismeting van de tensie door de patiënt.

Wij hebben het huisartsenbudget vorig jaar niet onderschreden en gaan dat in 2018 ook niet doen. Gelet op de tariefbeschikking van de NZa, komt er voor het eerste segment een fors bedrag bij. We zijn nog druk aan het rekenen welke impact dat heeft, maar het budget gaat zeker omhoog.”