Voor en door huisartsen
 

Dossier Tuitjenhorn

 
 
In oktober 2013 pleegde huisarts Nico Tromp uit Tuitjenhorn zelfmoord nadat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) hem op non-actief stelde. De aanleiding was dat een coassistent twijfels had geuit over een hoge dosis morfine die Tromp aan een terminale patiënt toediende. De zaak zorgde voor veel onrust onder huisartsen omdat lange tijd onduidelijk was waarom Tromp op non-actief werd gesteld en hoe betrokken instanties hadden gehandeld. Een onafhankelijke commissie bracht een rapport uit over de handelwijze van het Academisch Medisch Centrum (waaraan Tromp als opleider was verbonden), de IGZ (nu genaamd IGJ) en het Openbaar Ministerie in de zaak Tuitjenhorn. De LHV vond de conclusie van het rapport te mild. Ruim een jaar later oordeelde de Raad van State dat Tromp onterecht was geschorst.

Dit is een samenvatting van het nieuws dat op de LHV-website is verschenen over het verloop van de zaak Tuitjenhorn.

De zelfmoord van Nico Tromp uit Tuitjenhorn is niet meteen een duidelijke zaak: de omstandigheden rond de zelfmoord van Tromp zijn LHV niet direct bekend. Er is contact met de Inspectie en het OM. Er is op HAweb een condoleanceregister geopend voor huisartsen.

Rond 15 oktober roept de LHV, naar aanleiding van de zaak, de Inspectie voor de Gezondheidszorg op het onderzoek naar het handelen van Tromp voort te zetten. De LHV en haar leden vragen zich af hoe de Inspectie de afweging heeft gemaakt om Tromp op non-actief te stellen en wil openheid van zaken.

Een paar dagen later geeft de LHV te kennen dat het recente bericht van de IGZ nog te weinig duidelijkheid te schept voor patiënten en huisartsen. In haar bericht kondigt de inspectie aan "deze casus te evalueren".

"Voor onze beroepsgroep is het van groot belang dat openbaar wordt welke feiten en omstandigheden hebben geleid tot de problematiek. De vrees onder huisartsen leeft dat ook hen kan overkomen wat de collega in Tuitjenhorn is gebeurd. Dat kan huisartsen terughoudend maken bij de zorg voor terminale patiënten. Een situatie die we absoluut moeten voorkomen", aldus Steven van Eijck, toenmalig voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging.

Ook heeft de Tweede Kamer de minister om opheldering gevraagd over het optreden van de IGZ tegenover huisarts Tromp.

Rond 24 oktober brengt de IGZ naar buiten dat er voornemens zijn het bevel voor de huisartsenpraktijk van Tuitjenhorn openbaar te maken, waarmee de feitelijke toedracht rond de zorgverlening aan de patiënt duidelijk wordt. Over het lopende inspectieonderzoek wordt nog geen nadere informatie verstrekt. De IGZ zal ook het onderzoek naar het handelen van de huisarts voortzetten. Ook gaven IGZ en OM antwoord op vragen van (huis)artsenorganisaties en bracht het AMC zowel in een brief als via de media haar lezing van de feiten naar buiten.

Op 25 oktober 2013 maakt de Inspectie voor de Gezondheidszorg het bevel voor huisartsenpraktijk Tuitjenhorn openbaar. Met de openbaarmaking is de toedracht rondom de zorgverlening aan de patiënt duidelijk geworden.

Uit contact van de LHV met  huisartsen blijkt dat de publicatie van het bevel een belangrijk deel van de onrust heeft weggenomen. Duidelijk is dat huisartsen, die zich houden aan de wetgeving en richtlijnen, of daar op gefundeerde manier van afwijken, zich geen zorgen hoeven te maken en door kunnen gaan met de voor patiënten zo belangrijke zorg in de laatste levensfase.

De IGZ heeft aangegeven het onderzoek naar het handelen van de huisarts voort te zetten: een onderzoek dat volgens de inspectie nog geruime tijd zal duren. De minister zal een reactie geven op de Kamervragen over het optreden van de IGZ. En IGZ en AMC hebben zelf aangegeven hun eigen handelen tegen het licht te gaan houden.

Begin november 2013 komt er nieuwe informatie over de zaak naar buiten. Onder meer de NOS meldde dat de IGZ haar onderzoek zou hebben uitgebreid naar meerdere zorgverleners. De weduwe van Tromp vertelde in Nieuwsuur haar kant van het verhaal. De informatie die door NOS en Nieuwsuur naar buiten is gebracht, roept onder artsen opnieuw vragen op en versterkt volgens de LHV de noodzaak van een onafhankelijk onderzoek door de Landsadvocaat of de Nationale Ombudsman. Om hun eerdere oproepen extra kracht bij te zetten zal de LHV samen met KNMG, NHG en VHN een brief naar de minister sturen waarin expliciet wordt gevraagd om een dergelijk onderzoek.

Met succes: een paar dagen later kondigt minister Schippers aan dat er een onafhankelijke evaluatie komt naar aanleiding van de kwestie rondom huisartsenpraktijk Tuitjenhorn. In de externe evaluatie die naar verwachting drie maanden zal duren wordt het optreden van alle betrokken partijen en de beroepsverenigingen van artsen onderzocht.

10 december 2013. Uit een enquête van Medisch Contact en NCRV, grotendeels naar aanleiding van de casus Tuitjenhorn, blijkt dat patiënten in goede handen zijn bij huisartsen als het gaat om palliatieve sedatie. De LHV en de KNMG constateren dat de enquête het beeld uit eerdere onderzoeken bevestigt: er is in de praktijk sprake van goede en professionele medische zorg bij stervende patiënten. Daar kunnen patiënten op vertrouwen. Tien procent van de geënquêteerde huisartsen gaf aan wel eens een hogere dosis medicatie te hebben gegeven dan de richtlijn aangeeft, met het doel de dood te bespoedigen. Als uitleg gaf een deel aan dat zij niet per se de dood wilden bespoedigen, maar het lijden wilden verlichten. LHV en KNMG geven in reactie hierop aan dat de richtlijn aan de arts ruimte laat voor een professionele afweging om het lijden te verlichten.

Rond 25 juni 2014 laat de Inspectie voor de Gezondheidszorg weten dat het eigen onderzoek naar het handelen van huisarts Tromp is afgerond. Hiermee is de weg eindelijk vrij voor het onafhankelijk onderzoek naar het optreden van alle betrokken partijen dat minister Schippers in 2013 aankondigde. De inspectie laat weten het eigen rapport over het handelen van Tromp niet openbaar te maken. Onduidelijk is welke overwegingen hieraan ten grondslag liggen. 

26 januari 2015: het onafhankelijk onderzoek is twee maanden vertraagd. In een brief aan de Tweede Kamer schrijven ministers Opstelten en Schippers dat de commissie om twee maanden uitstel heeft gevraagd.

En inderdaad: eind maart, anderhalf jaar na de dood van Tromp, komt het rapport uit. ”Instanties hebben gehandeld volgens de procedures maar meer maatwerk was nodig” stelt de commissie. In een eerste reactie noemt de LHV de conclusies ‘verrassend’. De commissie oordeelt volgens de LHV te mild. “Artsen mogen ervan uitgaan dat wat de IGZ doet altijd maatwerk is. Zeker wanneer het gaat om iets precairs als zorg in de laatste levensfase”, stelt Paulus Lips, LHV-bestuurslid. “Er wordt alleen gesproken over verbeterpunten. Wij vragen ons vooral af hoe de betrokken organisaties een dergelijke tragedie in de toekomst denken te voorkomen.” 

Wat betreft de communicatie vindt de LHV dat meer en snellere duidelijkheid de onrust onder huisartsen had kunnen voorkomen. "Na de openbaarmaking van het bevel voor huisartsenpraktijk Tuitjenhorn bleek dat het niet ging om euthanasie of palliatieve sedatie, maar om een disproportionele hoeveelheid morfine en dormicum. Naar alle waarschijnlijkheid heeft huisarts Tromp uit mededogen gehandeld, maar daarbij heeft hij wel verkeerde keuzes gemaakt", besluit Lips. Duidelijk is dat huisartsen die zich houden aan de wetgeving en richtlijnen, of daar op gefundeerde manier van afwijken, zich geen zorgen hoeven te maken en kunnen doorgaan met de voor patiënten zo belangrijke zorg in de levensfase.

1 juni 2016. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft huisarts Tromp uit Tuitjenhorn in oktober 2013 onterecht geschorst. De Raad van State trekt haar conclusie in het hoger beroep aangespannen door weduwe Tromp. Volgens de raad heeft de Inspectie niet aannemelijk kunnen maken dat Tromp acuut op non-actief moest worden gesteld. Er was geen risico dat hij zijn werkzaamheden binnen afzienbare tijd zou hervatten. De huisarts had zich eind augustus 2013 ziek gemeld en zou worden waargenomen tot en met december 2013. De conclusie is een heel andere dan die van de evaluatiecommissie, meer dan een jaar eerder.

De Raad van State benadrukt in haar uitspraak dat alleen de rechtmatigheid van het bevel tot schorsing is beoordeeld; het handelen van Tromp bij zijn patiënt, de gebeurtenissen daarna, zoals het overlijden van de huisarts en het maatschappelijk debat rondom de palliatieve zorg, zijn niet bij het rechtmatigheidsoordeel betrokken.