Voor en door huisartsen
 

Registratie huisartsen

 
Als u de huisartsenopleiding heeft afgerond en aan deskundigheidsbevordering doet, dan komt u in aanmerking voor (her)registratie als huisarts. De inschrijving in het register van geneeskundig specialisten geeft u het recht de wettelijke erkende en beschermde specialistentitel te voeren en u als specialist bekend te maken. Alleen met deze inschrijving kunt u als specialist werkzaam zijn en overeen­komsten sluiten met zorgverzekeraars of zorginstellingen.

Huisartsregistratie

De registratie en herregistratie van huisartsen is aan eisen gebonden, die bepaald worden door het CGS, College Geneeskundig Specialismen, en uitgevoerd door de RGS, de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten. Zo is intercollegiale toetsing bijvoorbeeld een vereiste, net als deelname aan een visitatieprogramma. Op de website van de KNMG leest u meer over registreren en accreditatie.

Vanaf 2020 wijzigt de herregistratie. Bereidt u zich daar wel op voor: een aanvraag na 1 januari 2020 wordt namelijk beoordeeld op basis van de 5 voorgaande jaren. Lees wat er vanaf 2020 verandert aan de herregistratie.

CGS en RGS

Hieronder vindt u informatie over de verantwoordelijkheden van het CGS en de RGS en de positie van de LHV ten opzichte van deze organen. Ook wordt beschreven hoe de voordracht voorzitter en bestuursleden CGS en RGS plaatsvindt.

CGS – regelgevend

Het College Geneeskundige Specialismen (CGS) stelt regels vast voor de opleidingen, de erkenning van opleidingen en opleiders en de (her)registratie van specialisten en profielartsen. In het CGS zitten artsen en bestuurders, voorgedragen door beroeps- en brancheorganisaties.

Het CGS legt verantwoording af aan het KNMG Federatiebestuur en de minister van VWS. Het CGS voert zijn besluitvorming uit volgens vastgestelde procedures die transparant en toetsbaar zijn. Het legt zijn voorstellen ter advies voor aan belanghebbende organisaties, waaronder de beroepsverenigingen. Dit doet het in alle openbaarheid: ontwerpbesluiten worden bijvoorbeeld in Medisch Contact aangekondigd en op de website van het CGS gepubliceerd. Individuele belanghebbenden kunnen hier ook op reageren. Alle besluiten over specialismen, ook de wijziging van bestaande besluiten, legt het CGS ter goedkeuring voor aan de minister van VWS.
Het CGS is een onafhankelijk, privaatrechtelijk vormgegeven orgaan van de KNMG.

Rol LHV ten opzichte van CGS
De LHV wordt door het CGS geconsulteerd en geeft advies over het voorgenomen besluit. De LHV heeft samen met het NHG een inhoudelijke stem bij de invulling van het specifieke besluit huisartsgeneeskunde. De LHV heeft geen besluitvormende stem.

RGS – uitvoerend

De Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) toetst periodiek of artsen en opleidingen aan de regels van het College Geneeskundige Specialismen voldoen. De RGS is het orgaan dat de regels van de CGS ten uitvoer brengt en dat onder meer beslist over het toekennen van de (her)registratie aan artsen.

De RGS legt verantwoording af aan het KNMG Federatiebestuur en de minister van VWS. De taken van de RGS heeft de KNMG vastgelegd in de Regeling specialismen en profielen geneeskunst en nader uitgewerkt in het Reglement van Orde van de RGS. Ze is onafhankelijk bij de uitoefening van haar taken en is privaatrechtelijk vormgegeven. De leden van de RGS vervullen hun functie zonder last en zonder voorrang te geven aan een deelbelang.

Rol LHV ten opzichte van RGS
Ook de RGS consulteert de LHV, bijvoorbeeld over hoe een overgangsregeling het best kan worden vormgegeven. De LHV geeft advies, maar heeft geen besluitvormende rol. Het besluit is aan de onafhankelijke RGS.

Voordracht voorzitter en bestuursleden CGS en RGS

Het KNMG Federatiebestuur, waarin de LHV wordt vertegenwoordigd door een bestuurslid, benoemt de leden van het CGS en de RGS. Dit gebeurt op voordracht van de beroeps- en brancheorganisaties, waaronder de LHV. In diverse regelingen is expliciet vastgelegd dat de leden plaatsnemen zonder last of ruggespraak. Het CGS benoemt de voorzitter zelf uit zijn midden. De voorzitter van de RGS wordt door het KNMG Federatiebestuur benoemd.

 

CHBB

Naast de huisartsregistratie heeft de beroepsgroep registers voor huisartsen met bijzondere bekwaamheden in het leven geroepen. Huisartsen die bijzondere, extra kwaliteiten op het gebied van de huisartsenzorg hebben, kunnen zich in een daarvoor bestemd (openbaar) register bij het CHBB laten inschrijven. Het CHBB waakt over de kwaliteit van de huisartsen, waarbij versterking van de eerstelijns zorg voorop staat. Meer informatie vindt u op de website van het CHBB.

 

Supervisie

Een basisarts kan onder supervisie werken van een huisarts. Welke regels gelden er in dit geval om de kwaliteit te waarborgen? 

De LHV zet ze voor u op een rij

Een basisarts die onder supervisie werkt van een geregistreerde huisarts en waarbij geen sprake is van een leertraject in het kader van registratie als huisarts, is in feite een arts niet in opleiding tot specialist (anios). Daarbij is geen geleidelijke overdracht van zelfstandige taken en verantwoordelijkheden in het kader van een leertraject.

In die situatie dient dan ook sprake te zijn van:

  • Regelmatige patiëntenbesprekingen, bij voorkeur dagelijks en zeker van alle patiënten met meer complexe problematiek.
  • Een helder organisatorisch samenwerkingsverband waarin kwaliteit geborgd is door middel van werkafspraken en protocollering.
  • Minimaal jaarlijks functionerings- /evaluatie-gesprekken + verslaglegging hiervan.
  • Afspraken over consultatie van de supervisor.
  • Afspraken over de bereikbaarheid van de supervisor bij spoed.

Werkzaam zijn als huisarts door een basisarts onder supervisie dient incidenteel (nood, overmacht, in het algemeen maatschappelijk belang) en niet structureel plaats te vinden. Daarbij valt te denken aan een termijn van maximaal 1 jaar (alternatief 2 jaar), waarna de basisarts zich ingeschreven dient te hebben voor de beroepsopleiding c.q. afziet van een verdere carrière in de huisartsgeneeskunde. Voor het einde van het eerste jaar dient al besproken te zijn of sprake is van een tijdelijke situatie en zo niet hoe de loopbaanplanning eruit ziet. Een schriftelijk verslag (in het kader van een functioneringsgesprek) van dit gesprek is aan te bevelen voor het eigen archief.

Onder supervisie werken van een basisarts bij een geregistreerde huisarts kent verder dezelfde algemene bepalingen ten aanzien van de praktijk als de huisartsopleiderspraktijk. De RGS heeft hiervoor eisen voor erkenning als opleider geformuleerd.

Er is sprake van een één-op-één-relatie tussen huisarts-supervisor en basisarts. Indien bij uitzondering twee basisartsen door één huisarts wordt gesuperviseerd, dient dit gemeld bij de IGZ. Niet noodzakelijk is de eis voor opleiders voor een aparte kamer voor de basisarts en de eis van een gevarieerde praktijkpopulatie.

Voor de HDS geldt dat alleen bij hoge nood basisartsen kunnen worden ingezet en dat de supervisie geregeld dient te zijn, ook statutair. Ten aanzien van de supervisie en consultatie gelden dezelfde condities als eerder genoemd. Van hoge nood is sprake als de daadwerkelijke zorg gevaar loopt, bijvoorbeeld bij ziekte van de huisarts(en), waarbij de achterwacht ook niet beschikbaar is, bij calamiteiten of pieken in zorgvraag (evenementen).

Bekijk ook het LHV-standpunt over werken onder supervisie (update september 2019).

Toelichting: Het oude standpunt was sterk gedateerd (2005), bood onvoldoende houvast en moest zodoende geüpdate te worden. De kern van het standpunt is onveranderd. Basisartsen zijn zelfstandig bevoegd tot verrichten van handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg als hij over de hiervoor benodigde bekwaamheid beschikt en heeft als zodanig een eigen verantwoordelijkheid. Een basisarts beschikt echter niet over dezelfde bekwaamheden als een huisarts. Het is dan ook van belang dat een basisarts onder supervisie van een huisarts werkt. Door supervisie wordt gewaarborgd dat patiënten de huisartsgeneeskundige zorg krijgen die zij nodig hebben. Bovendien voldoen praktijkhouders zo aan hun wettelijke verplichting adequate randvoorwaarden te creëren om zorg van goede kwaliteit te leveren (Wkkgz).