Voor een gezonde huisartsenzorg
 

Registratie huisartsen

 
Als u de huisartsenopleiding heeft afgerond en aan deskundigheidsbevordering doet, dan komt u in aanmerking voor (her)registratie als huisarts. De inschrijving in het register van geneeskundig specialisten geeft u het recht de wettelijke erkende en beschermde specialistentitel te voeren en u als specialist bekend te maken. Alleen met deze inschrijving kunt u als specialist werkzaam zijn en overeen­komsten sluiten met zorgverzekeraars of zorginstellingen.

Registratie

De registratie en herregistratie van huisartsen wordt uitgevoerd door de RGS, de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten. Op de website van de KNMG leest u meer over registreren. Daarnaast is er voor huisartsen met bijzondere bekwaamheden het CHBB. Lees meer op CHBB.nl.

Registratie en herregistratie van huisartsen

Om werkzaam te kunnen blijven als huisartsen zijn ook andere onderdelen van belang. Hieronder leest u meer over accreditatie en herregistratie.

Accreditatie

Accreditatie van nascholing is een instrument om de kwaliteit van de huisartszorg te waarborgen. Lees meer over instellingsaccreditatie, het begeleiden en accrediteren van toetsgroepen, de Gemeenschappelijke Accreditatie Internet Applicatie (GAIA) en Farmaco Therapie Overleg (FTO).

Lees meer over accreditatie

Herregistratie

Voor de herregistratie als huisarts gelden bepaalde eisen. Sinds 2016 gelden er nieuwe eisen, die vanaf 2020 ingaan. Bereidt u zich daar wel op voor: een aanvraag na 1 januari 2020 wordt namelijk beoordeeld op basis van de 5 voorafgaande jaren.

LHV en NHG brengen over herregistratie advies uit aan het College Geneeskundige Specialismen (CGS). Zo is intercollegiale toetsing bijvoorbeeld een vereiste, net als deelname aan een visitatieprogramma. Alle informatie over herregistratie leest u op de KNMG-website, onderdeel herregistratie.

Supervisie

Een basisarts kan onder supervisie werken van een huisarts. Welke regels gelden er in dit geval om de kwaliteit te waarborgen? De LHV zet ze voor u op een rij.

Klik hier om meer te lezen over werken onder supervisie

Een basisarts die onder supervisie werkt van een geregistreerde huisarts en waarbij geen sprake is van een leertraject in het kader van registratie als huisarts, is in feite een arts niet in opleiding tot specialist (anios). Daarbij is geen geleidelijke overdracht van zelfstandige taken en verantwoordelijkheden in het kader van een leertraject.

In die situatie dient dan ook sprake te zijn van:

  • Regelmatige patiëntenbesprekingen, bij voorkeur dagelijks en zeker van alle patiënten met meer complexe problematiek.
  • Een helder organisatorisch samenwerkingsverband waarin kwaliteit geborgd is door middel van werkafspraken en protocollering.
  • Minimaal jaarlijks functionerings- /evaluatie-gesprekken + verslaglegging hiervan.
  • Afspraken over consultatie van de supervisor.
  • Afspraken over de bereikbaarheid van de supervisor bij spoed.

Werkzaam zijn als huisarts door een basisarts onder supervisie dient incidenteel (nood, overmacht, in het algemeen maatschappelijk belang) en niet structureel plaats te vinden. Daarbij valt te denken aan een termijn van maximaal 1 jaar (alternatief 2 jaar), waarna de basisarts zich ingeschreven dient te hebben voor de beroepsopleiding c.q. afziet van een verdere carrière in de huisartsgeneeskunde. Voor het einde van het eerste jaar dient al besproken te zijn of sprake is van een tijdelijke situatie en zo niet hoe de loopbaanplanning eruit ziet. Een schriftelijk verslag (in het kader van een functioneringsgesprek) van dit gesprek is aan te bevelen voor het eigen archief.

Onder supervisie werken van een basisarts bij een geregistreerde huisarts kent verder dezelfde algemene bepalingen ten aanzien van de praktijk als de huisartsopleiderspraktijk. De RGS heeft hiervoor eisen voor erkenning als opleider geformuleerd.

Er is sprake van een één-op-één-relatie tussen huisarts-supervisor en basisarts. Indien bij uitzondering twee basisartsen door één huisarts wordt gesuperviseerd, dient dit gemeld bij de IGZ. Niet noodzakelijk is de eis voor opleiders voor een aparte kamer voor de basisarts en de eis van een gevarieerde praktijkpopulatie.

Voor de HDS geldt dat alleen bij hoge nood basisartsen kunnen worden ingezet en dat de supervisie geregeld dient te zijn, ook statutair. Ten aanzien van de supervisie en consultatie gelden dezelfde condities als eerder genoemd. Van hoge nood is sprake als de daadwerkelijke zorg gevaar loopt, bijvoorbeeld bij ziekte van de huisarts(en), waarbij de achterwacht ook niet beschikbaar is, bij calamiteiten of pieken in zorgvraag (evenementen).

Bekijk ook het LHV-standpunt over werken onder supervisie