Voor en door huisartsen
 

IGJ

 
De belangrijkste taak van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, (IGJ), is het toezicht op de naleving van wet – en regelgeving op het terrein van de gezondheidszorg.

In het kader van haar taken hebben de ambtenaren van de IGJ diverse bevoegdheden toegekend gekregen.

De IGJ heeft de wettelijke bevoegdheid om zonder voorafgaande toestemming van de patiënt dossiers van patiënten in te zien voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar toezicht. De Inspectie heeft daartoe een beleidskader geformuleerd. Dit kader kent vier ‘pijlers’:

1.      Inzagebevoegdheid

De IGJ zal alleen van haar inzagebevoegdheid gebruik maken, als dat noodzakelijk is voor haar toezichthoudende taak en als het gebruik van de inzagebevoegdheid proportioneel en evenredig is.

2.    Grootschalige onderzoeken

Bij grootschalige onderzoeken zal de IGJ, wanneer zij patiëntendossiers zonder toestemming van de patiënt wenst in te zien, dit onderzoek op haar website aankondigen. De inzagebevoegdheid heeft niet primair tot doel om persoonsgegevens in te zien, maar om door middel van zorgdossiers inzicht te krijgen in het handelen van de zorgaanbieder.

3.   Afgeleid beroepsgeheim

De IGJ-ambtenaar, die inzage verkrijgt in zorgdossiers van patiënten, heeft een medisch beroepsgeheim dat is afgeleid van de zorgaanbieder. De betrokken IGJ-ambtenaar kan en moet, in geval van een verplichting tot het verstrekken van de informatie uit de individuele dossiers, zich dus beroepen op een afgeleid verschoningsrecht.

4.   Kopieën dossiers

Indien de IGJ het noodzakelijk acht om voor de uitoefening van haar toezichthoudende taak dossiers van patiënten in te zien, is zij ook bevoegd om kopieën van die dossiers te maken.

De IGJ mag informatie die verkregen is uit de dossiers nooit zonder toestemming van de betreffende patiënt aan derden verstrekken, ook niet aan het Openbaar Ministerie.