Voor en door huisartsen
 

Aandachtspunten bij samenwerking

 
 
Bezint eer ge begint. En: een goed begin is het halve werk. Bekende clichés, maar zeker waar als het gaat om het opzetten van een samenwerkingsverband. Want daar komt vooraf heel wat denkwerk bij kijken. Waar moet u allemaal rekening mee houden? Wij zetten het voor u op een rij.

Wat komt er kijken bij het opzetten van een samenwerkingsverband?Wilt u een samenwerkingsverband opzetten? Dan moet heel duidelijk zijn wat u verwacht en wat het doel is. Daarna volgen de juridische vorm en de omvang. Tot slot bedenkt u hoe het samenwerkingsverband gefinancierd kan worden. Zorg er verder voor dat het allemaal niet onnodig ingewikkeld wordt en houd rekening met de Mededingingswet.

Hieronder bespreken we alle punten één voor één.

1. Opzet en omvang
2. Juridische vorm
3. Invloed regionale omstandigheden
4. Invloed van huisartsen
5. Wijze van financiering
6. Complexiteit van huisartsenorganisaties

1. Opzet en omvang

Voor welke (juridische) opzet en omvang u kiest, hangt meestal samen met de missie en de visie die u nastreeft. Voor veel huisartsen komt dit in de kern neer op het bieden van de beste huisartsenzorg dicht bij de patiënt. Kleine en grote organisaties geven hier op verschillende wijze invulling aan.

Voorbeeld kleine organisatie
Een samenwerkingsverband van minder dan 10 huisartsen stelt zich ten doel om het management van de praktijken, het kwaliteitsbeleid, het personeelsbeleid en de administratie te faciliteren.

Voorbeeld grote organisatie
Meer dan 200 huisartsen bundelen hun krachten om de regionale zorg te behouden en te ontwikkelen. Ze willen patiënten en huisartsen kwaliteitsverbetering, serviceverlening en kostenreductie bieden. En dat zonder winstdoelstelling.

2. Juridische vorm

Het bepalen van de juridische vorm van een organisatie is maatwerk. U kunt kiezen voor een maatschap, een coöperatie, een bv, een stichting of een combinatie van rechtsvormen. Is het doel alleen de huisartsen te ondersteunen in de praktijkvoering? Dan volstaat een kleine organisatie met een eenvoudige structuur, zoals een maatschap of coöperatie.

Heeft de organisatie als doel contracteren, onderhandelen over de prijs en deels uitvoeren van de zorgverlening? Dan gaat het meestal om grote organisaties, waarbij de invloed van de huisartsen zonder specifieke maatregelen veel kleiner tot afwezig is. Vaak zijn dit bv’s en stichtingen of een combinatie hiervan.

Houd er rekening mee dat er vaak een omgekeerd evenredig verband bestaat tussen de grootte van het samenwerkingsverband en de invloed die huisartsen hebben op beslissingen en de mogelijkheden om namens de huisartsen op te treden in onderhandelingsprocessen en bedrijfsvoering.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Lees meer over de kenmerken per rechtsvorm of bekijk het schematische overzicht met verschillen. In deze tabel ziet u bovendien hoe vorm, inhoud, invloed van de huisartsen en onderhandelingskracht zich met elkaar verhouden.

3. Invloed regionale omstandigheden

De omvang van een samenwerkingsverband wordt vaak bepaald door lokale/regionale omstandigheden. Het initiatief tot het oprichten van een organisatie kan uit diverse ‘hoeken’ komen: een regionale huisartsenvereniging, een of meerdere huisartsengroepen of de Kring. Ook het adherentiegebied (plus de historie en geografie) van een ziekenhuis of zelfs zorgverzekeraar kan bepalend zijn voor de omvang. Daarnaast heeft de externe scope invloed op de grootte: richt de organisatie zich op de wijk, de gemeente, de regio? Of op een supraregionaal gebied of op een bepaalde vorm van zorg?

4. Invloed van huisartsen

Wat ook meespeelt, is de formele invloed van huisartsen. Die verschilt per organisatievorm:

  • Bij een maatschap is de invloed maximaal, omdat besluiten in consensus worden genomen.
  • Bij een coöperatie is de invloed groot, als iedereen betrokken blijft. Daarentegen is de besluitvaardigheid gering, zeker als de omvang flink is. Dit is op te lossen door begrenzing van het aantal onderwerpen, waarvoor instemming van de leden nodig is en/of een vertegenwoordigingsmodel. Sommige coöperaties hangen een bv onder de coöperatie, waarvan de coöperatie (enig) aandeelhouder is.
  • De bv is zeer slagvaardig en is verantwoording schuldig aan de aandeelhoudersvergadering en de Raad van Commissarissen. Ervan uitgaande dat de huisartsen de aandeelhouders zijn, is de invloed formeel maar eenmaal per jaar uit te oefenen.

Naast de formele besluitvormingsstructuren wordt vaak gebruikgemaakt van meer informele vormen om betrokkenheid van huisartsen en andere stakeholders te borgen en draagvlak te creëren. Denk aan werkgroepen, projectgroepen, adviesraden en bijpraatbijeenkomsten.

De invloed van huisartsen is met specifieke maatregelen, afhankelijk van de rechtspersoon van de organisaties, te vergroten. Houd hierbij wel voortdurend de Mededingingswet in het oog.

5. Wijze van financiering

De wijze van financiering verschilt per organisatie. Financiering kan bijvoorbeeld door:

  • Contributie of eigen bijdragen van de huisartsen.
    Denk hierbij aan lidmaatschapsgelden wanneer u participeert in een coöperatie voor bijvoorbeeld de ketenzorg.
  • M&I-gelden voor praktijkondersteuning.
    Soms kunt u via de M&I-regeling vergoeding krijgen voor bijvoorbeeld een praktijkmanager. Neem daarom altijd contact op met uw preferente zorgverzekeraar als u van plan bent een samenwerkingsverband aan te gaan.
  • Gelden uit de ketenzorg (integraal of koptarieven).
  • GEZ-financiering.
    Via de Geïntegreerde EerstelijnsZorg financiering worden met name gezondheidscentra betaald voor hun organisatie en ondersteuning van de samenwerking binnen het gezondheidscentrum. Zorgverzekeraars zijn soms ook bereid om via deze regeling andere samenwerkingsverbanden in de eerstelijn te bekostigen.
  • ANW-gelden
    De HDS is natuurlijk ook een vorm van samenwerking. Via deze bestaande structuur kunt u ook de samenwerking met uw collega-huisartsen verder vormgeven.
  • Een combinatie van genoemde financieringsvormen.

6. Complexiteit van huisartsenorganisaties

Met een toename van de complexiteit van huisartsenorganisaties stijgen meestal ook de kosten. Bij de doelstellingen hoort over het algemeen om per saldo juist tot een efficiencyvoordeel te komen door zaken collectief te doen. Maar is en blijft dit ook zo? Veranderingen tijdens de rit zijn vaak complex en kosten veel geld. Iets om rekening mee te houden. Grotere organisaties kunnen ook kwetsbaar worden voor veranderingen in de financieringsstructuur of regelgeving. Bijvoorbeeld, doordat er sprake is van grotere personeelsbestanden.

Meer weten?

Overweegt u om lokaal of regionaal met andere partijen te gaan samenwerken? Zowel binnen de zorg (andere huisartsen, zorggroep, ziekenhuis) als buiten de zorg (gemeenten, zorgverzekeraars)? En hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen? Neem dan contact met ons op.