4. Wie mag verwijzen naar GZSP?

 

De huisarts is poortwachter voor de GZSP. In veel gevallen zal dit betekenen dat de huisarts verwijst naar de SO, AVG of gedragswetenschapper voor aanvullende expertise. Ook de verpleegkundig specialist, werkzaam in de huisartsenpraktijk, kan verwijzen naar de GZSP.

In sommige gevallen kan dit een eenmalige consult zijn waarin de huisarts advies vraagt aan een SO, AVG of gedragswetenschapper, maar er kan ook meer nodig zijn. Deze professionals zullen dan in hun rol als regiebehandelaar een behandelplan opstellen, waarin omschreven staat welke zorg de patiënt nodig heeft (zowel individueel als in een groep). De patiënt kan daarna aan de behandeling beginnen zonder tussenkomst van de huisarts. De huisarts ontvangt hier een afschrift van.

Voor de verschillende doelgroepen kan de toeleiding naar zorg er als volgt uitzien:

  • behandeling SO en behandeling AVG: verwijzing door huisarts en medische specialist,
  • behandeling gedragswetenschapper: verwijzing door huisarts of de inzet van gedragswetenschapper wordt omschreven in het behandelplan opgesteld door SO en AVG,
  • zorg in een groep voor kwetsbare patiënten: verwijzing door huisarts. Of SO of AVG bepaalt of zorg in een groep opgenomen moet worden in het behandelplan,
  • zorg in een groep voor lichamelijk gehandicapten en/of niet aangeboren hersenletsel: verwijzing door huisarts. Of SO, AVG of gedragswetenschapper bepaalt of zorg in een groep opgenomen moet worden in het behandelplan,
  • behandeling SGLVG: verwijzing door huisarts. Of AVG of gedragswetenschapper bepaalt of behandeling SGLVG opgenomen moet worden in het behandelplan.  

KIik op de afbeelding om te vergroten.

Terug naar vorige pagina