Voor en door huisartsen
 

Aan welke inhoudelijke randvoorwaarden moet een goed substitutieproject voldoen?

 

We hebben een aantal randvoorwaarden geformuleerd. Waarbij we focussen op kwaliteit van zorg, samenwerking, kennis en kunde. 

Criteria

Categorie 1: over het maken van keuzes voor het verkennen van substitutiemogelijkheden van zorg activiteiten

  1. De omschrijving dient specifiek te zijn. Dat betekent dat duidelijk moet zijn over welke activiteiten/handelingen het gaat, voor welke doelgroep het geldt en in welke fase van het ziekteverloop het aan de orde is.
  2. De keuzes moeten tripartite ondersteund worden. De punten onder criterium 1 moeten in tripartiet verband worden vastgesteld.

Categorie 2: over het proces van operationaliseren

  1. Tripartite besluitvorming en betrokkenheid bij het starten, monitoren en zo nodig stoppen is noodzakelijk. Er dient ruimte te zijn voor wetenschappelijke verenigingen en betreffende patiëntenorganisaties, zowel op nationaal als lokaal niveau.
  2. Het precieze moment/de fase in het ziekteverloop waarvoor de zorgactiviteit mogelijk gesubstitueerd kan worden dient duidelijk te zijn.
  3. Aansluiting bij bestaande transmurale afspraken is nodig.
  4. Bekijken per activiteit het doel, de doelgroep, de fase van het ziekteverloop en de bestaande situatie in de regio om keuzes te maken.
  5. Maak afspraken met zowel de eerste als de tweede lijn, nooit met slechts één van beiden.

Categorie 3: algemene criteria

  1. Zorg voor goede gegevensuitwisseling.
  2. De kwaliteit dient minimaal gelijk te blijven en moet voor gerechtvaardigd vertrouwen inzichtelijk worden gemaakt: geen substitutie zonder rekenschap te geven.
  3. De winst van substitutie dient te zijn dat zorg dichterbij de mensen kan worden geleverd én bijdraagt aan efficiëntie en effectiviteit van zorg.
  4. Goede samenwerking tussen de lijnen is noodzakelijk. Er dient soepel geschakeld te kunnen worden. De expert/specialist waakt op afstand en is eenvoudig in te schakelen. Dat betekent dat zodra het nodig is iemand in plaats van bijvoorbeeld in de eerste lijn in de tweede lijn in behandeling komt.
  5. Er is aansluiting nodig op multidisciplinaire en transmurale richtlijnen en werkwijzen en tussen richtlijnen die in de eerste en tweede lijn worden gehanteerd.
  6. Kennis en vaardigheden van de zorgverlener die de zorg overnemen dienen aan dezelfde of hogere kwaliteitseisen te voldoen als de huidige situatie. Verslechtering is uitgesloten. Er dienen dus indicatoren te zijn die dit inzichtelijk maken. Eisen en normen voor de uitkomst van zorg gelden voor de zorg en niet voor één specifieke discipline!
Terug naar vorige pagina