Voor en door huisartsen
 

Veelgestelde vragen

 

Cao Huisartsenzorg

  • Uitgangspunt is dat de functie van triagist wordt ingedeeld in schaal 5. 

    Indien voor 1 januari 2018 de werknemer al aanspraak had op een toeslag van 2% of 4% wegens het behaald hebben van het triagediploma wordt die toeslag omgezet in een extra salaristrede. Indien men de maximum trede van de schaal heeft bereikt, wordt nog een trede daarboven toegekend. Deze extra salaristrede wordt toegekend ongeacht de herregistratie van het diploma.

    Voorbeelden

    • Een triagist zit in schaal 5 trede 11 (loon € 2.585,00). Hij/zij behaalt op 1 maart 2018 het InEen diploma. Hij/zij krijgt per onmiddellijke ingang een salaristrede erbij en komt dus in schaal 5 trede 12 (loon € 2.699,00).
    • Een triagist zit in schaal 5 trede 14 (loon € 2.933,00). Hij/zij behaalt op 1 maart 2018 het InEen diploma. Hij/zij zit dan al in de hoogste tree en krijgt per onmiddellijke ingang de (fictieve) extra trede erbij. Dat is regel 15 (loon € 3.0049,00).

    Indien na 1 januari 2018 het InEen triagediploma wordt behaald, wordt een extra salaristrede toegekend en geldt ook hier dat indien de maximum trede in de schaal is bereikt, nog een trede daarboven wordt toegekend. Indien niet tot tijdige herregistratie wordt overgegaan, vervalt per de volgende maand de extra salaristrede (die termijn verschuift bij uitstel of dispensatie).

    Het vervallen van de extra trede, indien na 1 januari 2018 het InEen diploma wordt behaald maar niet voor (tijdige) herregistratie wordt gezorgd, is eigenlijk dubbelop. De triagist zal vanaf dat moment immers de werkzaamheden als triagist niet meer kunnen uitoefenen - waarna de werkgever andere maatregelen moet nemen dan het intrekken van een toelage, aangezien de werknemer niet meer inzetbaar is als triagist. Ten aanzien van het functioneren dient de procedure te worden gevolgd van artikel 4.6 lid b van de cao,  en meer in het algemeen arbeidsrechtelijk dat de werkgever de werknemer de reële kans moet bieden het functioneren op peil te houden c.q. te verbeteren (onder andere door middel van scholing). De werkgever is bovendien conform artikel 6.5 verplicht de kosten van de herregistratie te vergoeden. M.a.w. het kwijtraken van de registratie mag eigenlijk niet voorkomen en moet echt de ‘eigen schuld ‘ zijn van de werknemer, en dan nog is de vraag of de ingrijpende maatregel van het afnemen van loon (de toeslag) aan de orde kan zijn. 

  • In hoofdstuk 8, artikel 8.1 staat beschreven dat bij een arbeidsduur van 38 uur per week de werknemer recht heeft op 152 wettelijke vakantie-uren en 38 bovenwettelijke vakantie-uren per jaar.
    Bij een 38-urige werkweek is het recht op vakantie dus 190 uur.

    Een jaar telt 52 weken x 38 uur= 1.976 uur. Per meeruur wordt 1/1.976 x 190= 0,096 uur vakantie-uur opgebouwd.

  • Bij arbeidsongeschikte werknemers die gedeeltelijk hun eigen werk kunnen verrichten, kunnen bij het opnemen van de vakantie de vakantiedagen voor de gehele arbeidsduur, en niet alleen voor de uren dat er daadwerkelijk arbeid wordt verricht, in mindering gebracht worden.

    De verplichting van de werkgever om medewerkers in de gelegenheid te stellen om hun wettelijk vakantiedagen op te nemen, geldt onder de nieuwe wetgeving ook voor zieke werknemers. Doordat de zieke werknemer per 1 januari 2012 volledig verlof opbouwt gedurende de ziekteperiode, is het logisch dat als de medewerker wordt vrijgesteld van zijn re-integratieverplichtingen hij daarvoor vakantieverlof dient op te nemen.

    Voor zieke medewerkers is het opnemen van vakantie van belang. Immers vakantie heeft ook voor hen een herstelfunctie. Zieke werknemers moeten re-integratie-inspanningen verrichten. Voor deze re-integrerende medewerkers heeft vakantie hetzelfde doel als voor gezonde werknemers, namelijk: herstellen, c.q. uitrusten van verplichtingen voortvloeiende uit de dienstbetrekking, ook al zijn dat andere verplichtingen dan het verrichten van de eigen arbeid. Als de zieke medewerker tijdelijk vrijgesteld wil worden van zijn verplichting tot re-integratie dient hij vakantie op te nemen net als de (gezonde) medewerker een dagje vrij wil.
     
    Wanneer de werknemer echter volledig ziek is en deze kan niet genieten van zijn vakantie of neemt geen vakantie op, dan worden deze uren niet afgetrokken van het vakantiesaldo. 

  • Nee, in de volgende gevallen hebben de uitkeringen geen invloed op de vrije ruimte

    • De uitkering bij een 12,5 jarig jubileum is een bruto-uitkering van 1/24e jaarsalaris en heeft zodoende geen invloed op de vrije ruimte als bedoeld in de werkkostenregeling.
    • De uitkering bij 25 dienstjaren is een bruto 1/12e jaarsalaris die netto uitbetaald wordt. Deze is door de belastingdienst vrijgesteld en heeft zodoende geen invloed op de vrije ruimte.
  • De CAO Huisartsenzorg bepaalt dat de werkgever de vakbondscontributie tot maximaal 70% vergoedt met een maximum van € 125,00 netto.

    Het is aan u als werkgever of aan uw accountant om voor de betreffende situatie de meest fiscaal vriendelijke manier te kiezen. U dient wel op voorhand te beslissen of u goed te laten adviseren door uw accountant voor welke loonbestanddelen u de vakbondscontributie wilt toepassen. Gedurende het jaar corrigeren mag immers niet in de Werkkostenregeling.

    De verwerking technische mogelijkheden zijn:

    1. Volledig toewijzen aan de vrije ruimte waardoor medewerker € 160,- netto krijgt en de werkgever dit ook als extra kosten heeft (ervan uitgaand dat er budget is*)
    2. Gelijke uitwerking als oude regeling benoemd in de huidige Cao: Volledig toewijzen aan de vrije ruimte (ervan uitgaand dat er budget is*) en € 100,00 inhouden op het brutoloon waardoor medewerker het voordeel heeft van de loonheffing die niet verschuldigd is over € 100 brutoloon (voordeel van ongeveer 42 procent gemiddeld per medewerker)
    3. Bedrag volledig of deels bruteren waardoor de medewerker netto het vastgestelde bedrag (€ 60 of € 160) krijgt, de werkgever heeft als extra kosten de omrekening naar het brutoloon + werkgeverslasten (+/- 50 procent erboven op)

    * Als er geen budget in de vrije ruimte meer is komt de verschuldigde eindheffing van 80% voor rekening van de werkgever.

  • Wanneer uw doktersassistente in de dagpraktijk een door InEen erkend diploma heeft behaald, dan heeft uw medewerker onmiddellijk aanspraak op een extra salaristrede. Verwezen wordt naar vraag 2 hierboven.

  • De eindejaarsuitkering bedraagt 6 procent over het verdiende jaarsalaris.

    Het jaarsalaris is de som van 12 keer het basissalaris, vermeerderd met de persoonlijke toeslag, de onregelmatigheidstoeslag, ANW-toeslag, gemiddelde van de vergoedingen voor de overuren en de meeruren over de voorafgaande 12 maanden, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.

  • Met ingang van 1 januari 2012 bouwen (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemers de wettelijke vakantiedagen volledig op. Daarnaast geldt er per 1 januari 2012 voor de wettelijke vakantiedagen een vervaltermijn van 6 maanden na het opbouwjaar. Dit betekent dat de wettelijke vakantiedagen (die vanaf 1 januari zijn opgebouwd) voor alle werknemers per 1 juli van het daaropvolgende jaar vervallen indien deze niet zijn opgenomen, tenzij de werknemer redelijkerwijs niet in staat was de vakantiedagen op te nemen.

    Voor de bovenwettelijke vakantiedagen blijft een verjaringstermijn van 5 jaar bestaan.

    De wettelijke vakantiedagen worden geacht het eerst opgenomen te worden.

  • Bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid worden verlofdagen volledig opgenomen en wordt geen percentage toegepast van betermelding. Een medewerker bouwt dus volledig op tijdens ziekte en neemt ook volledig vakantie op tijdens ziekte.

  • Een WIA-uitslag van het UWV betekent niet automatisch dat de arbeidsovereenkomst met uw medewerker eindigt. Als uw werknemer langer dan 2 jaar ziek is, houdt de verplichte loondoorbetaling op. Ook het ontslagverbod houdt op en u mag uw werknemer ontslaan. Wanneer u afscheid wilt nemen van deze medewerker dan adviseren wij u om contact op te nemen met een jurist. U dient bij het UWV toestemming te vragen om uw medewerker te ontslaan na 2 jaar ziekte. Doe dit meteen nadat de WIA-uitslag binnen is en laat u hierbij adviseren door een jurist.

  • Het advies is om een opleidingsovereenkomst te sluiten met uw medewerker en vooraf duidelijke afspraken te maken over de functie van deze medewerker na het behalen van het diploma.

    U bepaalt zelf als werkgever of er een (gedeeltelijke) vacature is in uw praktijk voor de functie van praktijkondersteuner. U dient met de mogelijkheid rekening te houden dat uw medewerkster niet slaagt voor de opleiding. Uw doktersassistent kan na het behalen van haar diploma volledig blijven werken als doktersassistent. In dit geval blijft haar salaris en functie ongewijzigd. Een tweede mogelijkheid is dat uw doktersassistent, na het behalen van haar diploma, gedeeltelijk werkt als praktijkondersteuner. In dit geval geeft u haar een nieuwe arbeidsovereenkomst naast haar bestaande overeenkomst als doktersassistent. Dit betekent dat zij dan dus twee contracten heeft met een verschil in functie en de daarbij behorende arbeidsduur en salaris. Een derde mogelijkheid is dat u haar functie volledig wijzigt in praktijkondersteuner en haar een nieuwe arbeidsovereenkomst aanbiedt.

  • Alle werknemers in de huisartsenzorg hebben recht op scholing met uitzondering van huisartsen, huisartsen in opleiding en stagiairs.

  • Volgens de Cao Huisartsenzorg hebben uw werknemers jaarlijks recht op 20 uur nascholing, als zij meer dan 8 uur per week bij u in dienst zijn en op 10 uur scholing als zij 8 uur of minder per week bij u werkzaam zijn.

  • U bepaalt in overleg met de werknemer, ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging welke scholing verplicht is voor de uitoefening van de functie. Verplichte scholing vindt plaats onder werktijd of wordt gecompenseerd in geld of vrije tijd. Voor de opleidingstijd wordt het gebruikelijke uurloon aan de werknemer betaald.

    De 20 uur kan ook deels besteed worden aan niet-verplichte loopbaangerichte scholing. De kosten zijn dan nog steeds voor u als werkgever, maar de scholing vindt in eigen tijd van de werknemer plaats.

  • In de Cao Huisartsenzorg zijn geen aanvullende afspraken rondom pauzes opgenomen. Daarom geldt hier de Arbeidstijdenwet.

    Bij personen ouder dan 18 jaar geldt in de arbeidstijdenwet:
    Indien meer dan 5,5 uur per dienst gewerkt wordt heeft deze persoon recht op minimaal 30 minuten pauze of 2 keer 15 minuten.
    De Cao Huisartsenzorg/LHV geeft geen bijzondere aanknopingspunten, behalve dan dat alleen in positieve zin voor werknemer kan worden afgeweken.

    In de praktijk is het meestal zo, dat iemand die 8 uur werkt per dienst 8,5 uur aanwezig is. In dat extra half uur wordt dan gelunchd. Dat is voor eigen rekening. En er wordt 1 keer  ’s-ochtends en 1 keer  ’s-middags koffie- en theepauze van 15 minuten genomen voor rekening werkgever.

    De arbeids- rust en pauze tijden dienen schriftelijk te zijn neergelegd zodat ieder ervan kan kennis nemen.

    In de zorg geldt ook nog aanwezigheidsdienst c.q. bereikbaarheidsdienst. Dan dient werknemer op de werkplek te blijven. Dit geldt als werktijd.

    Gewoonterecht

    Indien de huisarts de pauzes in overeenstemming wil brengen met bovenstaande (wettelijk minimum) dient dit uiteraard in goed overleg met werknemers besproken te worden. Ingeval van zwaar psychisch of lichamelijk werk is het goed werkgeverschap dat de pauzes wat ruimer gesteld worden. De nieuwe regeling dient minimaal een maand van te voren bekend te zijn voorafgaand aan inwerkingtreding.

    Doorbetaling tijdens pauzes

    In de Arbeidstijdenwet staat niets over doorbetalen tijdens de pauzes. Pauzes maken geen deel uit van werktijd. De werkgever hoeft de pauze niet door te betalen. U kunt ook kijken of er iets is opgenomen in de arbeidsovereenkomsten van uw medewerkers.
    De volledige tekst vindt u op de website van de rijksoverheid. In de cao zijn geen afspraken gemaakt over het doorbetalen tijdens pauzes waardoor geldt dat pauzes geen deel uitmaken van de werktijd en derhalve onbetaald zijn.

  • Het pensioengevend salaris is de som van twaalf maal het basissalaris, vermeerderd met ANW-toeslag, toelage gediplomeerde triage-assistenten en het gemiddelde van de vergoeding voor overuren en meeruren over de voorafgaande 12 maanden te vermeerderen met 8 procent vakantiegeld en de eindejaarsuitkering (6 procent in 2016).

  • De verdeling bedraagt 50 procent - 50 procent.

  • De verplichtstelling voor huisartsen om werknemers aan te melden bij het pensioenfonds geldt vanaf mei 1997. Voor die tijd was u dus niet verplicht om uw medewerkers bij het pensioenfonds aan te melden.