Blog: Rust en duidelijkheid in het zzp-debat zijn broodnodig
Auteur: Marjolein Tasche
In Den Haag wordt momenteel onderhandeld over de toekomst van Nederland, en daarmee ook over de toekomst van onze zorg. Een belangrijk onderwerp daarin is de regulering van werkrelaties in de zorg. De discussie over schijnzelfstandigheid en de onduidelijkheid over toekomstige wetgeving – gaat de Wet Vbar door of wordt het toch de Zelfstandigenwet – zorgt voor onrust die we ons op dit moment niet kunnen permitteren.

Laat ik vooropstellen: als LHV staan we achter de ontwikkeling om echte schijnzelfstandigheid tegen te gaan. We willen een gezonde sector waarin het voor huisartsen aantrekkelijk en haalbaar is om de verantwoordelijkheid te nemen voor een praktijk en patiëntenpopulatie. De continuïteit van de behandelrelatie is immers het fundament van onze zorg. Een praktijk is geen optelsom van losse diensten, maar een plek waar patiënten gezien en gekend worden door een vertrouwd huisartsenteam.
“Huisartsen willen niets liever dan hun werk goed doen binnen de kaders van de wet. Maar kaders die grijs en vatbaar voor interpretatie zijn, leiden tot onzekerheid en vragen”
Tegelijkertijd moeten we constateren dat een moderne huisartsenpraktijk simpelweg niet zonder een flexibele schil kan. Of het nu gaat om het opvangen van ziekte, zwangerschapsverlof, de broodnodige ondersteuning tijdens piekmomenten, of de zorg in de ANW-uren: waarnemers zijn de onmisbare smeerolie in onze machine. Zonder hen loopt het raderwerk vast en komt de continuïteit van zorg in gevaar.
De vraag is ook wat echte schijnzelfstandigheid is. Anders dan de Belastingdienst zijn wij ervan overtuigd dat het ook binnen de huidige wetgeving en rechtspraak in bepaalde situaties nog steeds mogelijk is om als zzp-huisarts te werken. Zeker als het gaat om kortdurende waarnemingen. Waarnemend huisartsen zijn volledig zelfstandig aansprakelijk voor de door hun verleende zorg en daarmee niet simpelweg verkapte werknemers.
De aanhoudende onzekerheid over wat wel en wat niet als schijnzelfstandig wordt aangemerkt, maakt de huidige situatie zo lastig. Huisartsen – en dat zal ook voor andere zorgprofessionals gelden – willen niets liever dan hun werk goed doen binnen de kaders van de wet. Maar kaders die grijs en vatbaar voor interpretatie zijn, leiden tot onzekerheid en vragen. Kan ik nog iemand inhuren als waarnemer? Moet ik toch niet overstappen naar loondienst?
Om deze onzekerheid te doorbreken hebben we als LHV een stap naar voren gezet en een zogenoemde ‘vergewistool’ ontwikkeld, die nu samen met andere partijen wordt uitgewerkt. Dat is een vragenlijst die als een soort knikkerbak werkt, waarmee iedere zzp’er voorafgaand aan een opdracht kan uitvinden of er in een specifieke situatie ‘DBA-proof’ kan worden gewerkt. Zo kunnen huisartsen die nu als zzp’er werken afwegen wat voor hun de beste optie is: doorgaan als zelfstandige, instappen als maat of praktijkhouder of in loondienst gaan.
De formatiegesprekken bieden de kans om dit dossier uit de sfeer van onzekerheid en handhaving te trekken en te verplaatsen naar een sfeer van oplossingen. Wij hebben de toekomstige coalitiepartijen daarom gevraagd het behoud van de zo noodzakelijke flexibele schil in de zorg vast te leggen in wetgeving. Daarnaast blijven wij pleiten voor heldere kaders die recht doen aan de specifieke aard van ons beroep. Een huisarts is een hoogopgeleide professional die autonoom beslissingen neemt. Dat is geen ‘gezagsverhouding’ in de klassieke zin van het woord; dat is medisch-inhoudelijke verantwoordelijkheid.
Als artsen willen we ons concentreren op onze patiënten. Dat kan alleen als de randvoorwaarden waaronder we werken stabiel en duidelijk zijn. We roepen de politiek op om die rust te herstellen, zodat we samen kunnen blijven bouwen aan een toekomstbestendige (huisartsen)zorg.
Marjolein Tasche
Voorzitter Landelijke Huisartsen Vereniging
Dit blog is ook verschenen in Medisch Contact | 26 januari 2026
Meer columns en blogs
In Den Haag wordt momenteel onderhandeld over de toekomst van Nederland, en daarmee ook over de toekomst van onze zorg.
“Niet geld, maar het tekort aan mensen is het grote probleem in de zorg”, stelde Wieke Paulusma (D66) tijdens het