Spring naar content

Waarom is het besluit van de NZa op 30 juni zo belangrijk?

Veel huisartsen merken het: de dagelijkse gang van zaken in de huisartsenpraktijk verandert snel. Praktijken zijn gegroeid, teams zijn groter geworden en de zorgvraag van patiënten is toegenomen en complexer. Goede praktijkvoering vraagt veel en tarieven moeten daar bij passen. Maar die knellen nu,  onder andere op het gebied van huisvesting. Huisartsen moeten er op kunnen vertrouwen dat met de tarieven voor de basiszorg goede huisartsenzorg te organiseren en te leveren is: nu en in de toekomst.

Huisarts luistert naar hartslag van vrouw

Daarom stapten LHV, VPH en DBH naar de rechter. Op 18 november 2025 gaf het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb) ons als huisartsen op belangrijke punten gelijk. De rechter oordeelde dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de tarieven voor 2023, 2024 en 2025 kostendekkend zijn.

De rechter ondersteunde ons op  drie fundamentele knelpunten

1. Een praktijk van vandaag vraagt om passende huisvesting

Huisartsenpraktijken zijn de afgelopen jaren veranderd. Er werken meer mensen in de praktijk en er zijn meer spreekkamers nodig. De rechter stelde vast dat de tarieven zijn gebaseerd op kosten van praktijken die feitelijk al te klein waren. Daarbij was onvoldoende rekening gehouden met de investeringen die nodig zijn om praktijken geschikt te maken voor de huidige omvang van de zorg.

De rechter oordeelde daarom dat de NZa ook moet onderzoeken wat passende huisvesting kost en hoe deze kosten kunnen worden gefinancierd.

2. De poortwachtersfunctie van de huisarts moet op de juiste waarde en inzet worden geschat

De huisarts vervult een centrale rol in het Nederlandse zorgstelsel. Juist de afweging of een patiënt zelf behandeld kan worden of moet worden verwezen, vraagt om brede medische kennis en professionele verantwoordelijkheid. De rechter was daar duidelijk over:

“Deze poortwachtersfunctie is een spilfunctie in het Nederlandse zorgstelsel.”

En ook:

“De beslissing om een patiënt al dan niet door te verwijzen is namelijk niet het doorschuiven van een probleem. Het is juist het probleem dat de huisarts moet oplossen.”

Volgens het CBb heeft de NZa het belang van deze functie onvoldoende meegewogen bij de waardering van de praktijkhoudend huisarts.

3. De berekening van de arbeidsinzet moet aansluiten op de werkelijkheid

De rechter stelde ook vast dat de methode waarmee de arbeidskosten van praktijkhouders worden verwerkt tot scheve uitkomsten leidt. Het systeem is nu zo dat minder werkuren wel leiden tot een lagere tarieven, maar extra uren werken boven een bepaalde grens niet wordt meegenomen in de tarieven. Dat sluit niet goed aan bij de werkelijkheid van veel praktijkhouders.

De rechter concludeerde daarom dat niet vaststaat dat de arbeid van huisartsen voldoende wordt beloond.

Wat is onze inzet ? En wat is er nodig?

De rechter heeft de NZa opgedragen om nieuwe besluiten te nemen over de tarieven. Daarbij heeft het CBb ook aangegeven dat de NZa de herbeoordeling in nauw overleg met de huisartsenorganisaties moet uitvoeren en dat constructieve voorstellen van huisartsen serieus moeten worden meegenomen. Wij hebben de afgelopen periode intensief met de NZa gesproken en onze kennis vanuit de praktijk ingebracht, ondersteund door onze beide advocaten.

Wat vinden wij dat daar uit moet komen: Nieuwe berekeningen moeten aantonen dat de tarieven daadwerkelijk aansluiten bij de praktijk van vandaag. Ze moeten laten zien dat de NZa de huisarts en het huisartsenvak de erkenning geeft die de rechter in zijn vonnis uitsprak, dat betekent:

  • een eerlijke waardering van de verantwoordelijkheid van de praktijkhoudend huisarts;
  • een berekening die de werkelijke arbeidsinzet volledig meeneemt;
  • een oplossing voor de kosten van passende huisvesting.

De kern is simpel: de bekostiging van huisartsenzorg moet niet uitgaan van een papieren werkelijkheid, maar van de praktijk waarin huisartsen iedere dag zorg leveren.

De laatste stap: 30 juni

De volgende stap is nu aan de NZa. Op 30 juni publiceert de NZa het definitieve besluit over de tarieven. Op dat moment wordt duidelijk of en in hoeverre de NZa recht doet aan de uitspraak van de rechter en aan de werkelijkheid van de huisartsenpraktijk.

Zodra het besluit er ligt, gaan wij daar direct met leden over in gesprek. In een webinar, op 30 juni om 20:00, duiden we het besluit, beantwoorden we vragen en bespreken we wat we gaan doen. Die vervolgstappen hangen af van het definitieve besluit.

Deze discussie gaat niet alleen over cijfers en hoe die tot stand komen. Het gaat over de vraag of de randvoorwaarden op orde zijn om ook in de toekomst goede en toegankelijke huisartsenzorg te kunnen blijven leveren. De vraag die op 30 juni voorligt is daarom groter dan een tariefvraagstuk alleen. Uiteindelijk gaat het erom of de bekostiging aansluit bij de praktijk van vandaag én voldoende ruimte biedt om huisartsenzorg toegankelijk en toekomstbestendig te houden

Meer lezen

Wil je meer lezen over hoe de LHV de relatie ziet tussen tarieven, toegankelijkheid van de huisartsenzorg en de toekomst van de eerste lijn? Kijk dan hier.

Lees ook onze inbreng voor het commissiedebat over IZA en AZWA op 1 juli.

Nieuws

Op 1 juli spreekt de Tweede Kamer over de toekomst van zorg en welzijn in Nederland. Namens huisartsen hebben wij

In mei lieten wij weten dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de publicatie van de herziene tarievenbesluiten voor de huisartsenzorg uitstelt

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) publiceert de herziene tarievenbesluiten voor de huisartsenzorg niet half mei, maar op 30 juni 2026. De