Inzet van huisartsen noodzakelijk om vaccineren flink te versnellen

 
Inzet van huisartsen noodzakelijk om vaccineren flink te versnellen
Er is een grote maatschappelijke noodzaak om de COVID-vaccinatie zo snel mogelijk uit te voeren, dit vraagt een grote vaccinatiecapaciteit. Om de capaciteit die beschikbaar is bij de GGD te verdubbelen wordt de inzet van huisartsen gevraagd, zodat het vaccineren weken sneller kan. Het vaccineren blijkt veel af te wijken van de griepvaccinatie. Daarom bespreekt de Ledenraad van de LHV aanstaande dinsdag 9 maart de inzet van de huisartsen bij COVID-19-vaccinaties.

De covid-19-vaccinatiecampagne is cruciaal in de aanpak van de corona-epidemie. Als huisarts ziet u de grote impact die de corona-epidemie (zowel de ziekte als de maatregelen) heeft op het leven van uw patiënten in allerlei opzichten. Huisartsen kunnen bijdragen aan een vlotte vaccinatiecampagne, die kan leiden tot een leven met minder maatregelen, met meer ruimte voor alle patiëntenzorg en voor het verdere maatschappelijke leven.  

Het ministerie van VWS, het RIVM en GGD/GHOR vragen van de huisartsen de volgende inzet in het vaccinatieproces:

  1. Het afronden van het deel van de patiënten waar de huisartsen inmiddels mee gestart zijn; dat deel dat ook alleen door huisartsen kan worden uitgevoerd (want die zijn nodig om hen te identificeren): de mensen in kleine woonvormen (via de huisartsenposten); niet-mobiele 65+, 60-64 jarigen en mensen met bmi>40 en syndroom van Down; mensen met een medische indicatie in de leeftijd 18-64 jaar. In totaal gaat het om zo’n 2 miljoen mensen, zo’n 200 per praktijk (ongeveer de helft van de mensen die huisartsen jaarlijks uitnodigen voor de griepvaccinatie).
  2. Grootschalige vaccinatie, samen met de GGD en eventueel de ziekenhuizen. Huisartsen hebben immers bewezen daartoe goed in staat te zijn. Zo prikten huisartsen het afgelopen jaar 3,6 miljoen griepvaccins weg en 845.000 pneumokokkenvaccins. Het vaccineren van grotere groepen mensen (2,5 miljoen of te wel 500 per praktijk), de vaccins moeten dan wel in één bulk beschikbaar komen en besteld kunnen worden met een vaccin dat geschikt is voor toepassing in de huisartsenpraktijk. Als het niet in zijn geheel voor het hele land in een keer gaat, kan het eventueel regiogewijs worden uitgerold.

Veel vragen

We merken dat er bij huisartsen veel vragen zijn over het vaccineren en de rol van de huisarts. Zowel over de inhoud van het proces, de randvoorwaarden, als over de wens en noodzaak dat huisartsen hieraan bijdragen. Dit kunnen we u op dit moment berichten:

1.     Welke vaccins?

Het ligt in de lijn der verwachting dat huisartsen alleen gaan vaccineren met Astra Zeneca en Janssen, maar uiteindelijk bepaalt de beschikbaarheid wat mogelijk en nodig is. De LHV stelt als randvoorwaarde bij opschaling dat het vaccin natuurlijk geschikt moet zijn voor toepassing in de huisartsenpraktijk.

2.    Afzien van de 15 minuten wachttijd?

De verplichte 15 minuten wachttijd maakt het vaccinatieproces veel ingewikkelder. In sommige landen wordt dit niet meer gedaan. Kunnen wij hier ook vanaf zien? De Gezondheidsraad en het RIVM bepalen de voorwaarden voor toepassing. Tot nu toe zijn er geen signalen dat er een wijziging komt in hun beleid. Er zijn ook daadwerkelijk anafylactische reacties geweest. Vanwege de grote praktische consequenties van de 15 minuten wachttijd blijven wij RIVM en VWS bevragen op de mogelijkheden om hiervan af te zien.

3.     Is met de opschaling van de GGD de huisartsencapaciteit wel nodig?

We merken dat deze vraag onder huisartsen leeft. De GGD’en vaccineren nu ongeveer 250.000 mensen per week, schalen in de loop van april op naar een capaciteit van ongeveer 800.000 per week en werken toe naar een piekmogelijkheid van 1,5 miljoen per week in mei. Dat is voor hen een mega-operatie. Als in april en/of mei grote hoeveelheden vaccins (2,5 miljoen) moeten worden geprikt, is dat onmogelijk zonder medewerking van de huisartsen. De huisartsen hebben juist ervaring met grote hoeveelheden en kunnen als het nodig is snel en flexibel schakelen.
Met het huidige aantal leveringen en vaccinaties en de verwachte opschaling naar een aantal van 800.000 prikken per week door de GGD zijn we nog bijna 30 weken bezig voor heel Nederland gevaccineerd is en blijven er gedurende die periode veel vaccins ongebruikt in de opslag liggen. Een snelle vaccinatiecampagne kunnen de GGD’en niet alleen aan. VWS en RIVM hebben aangegeven dat juist de flexibele opschalingsmogelijkheden van de huisartsen naast de opgeschaalde inzet van de GGD nodig zijn om in het voorjaar zo snel als mogelijk zoveel als mogelijk mensen gevaccineerd te krijgen. De bijdrage van huisartsen heeft een grote invloed op het vaccinatietempo. Voor de groep waar medische selectie nodig is kan sowieso alleen de huisarts vaccineren.

4.     Complexiteit van het vaccineren en de kosten

Het klopt dat de groepen die tot nu toe door huisartsen zijn gevaccineerd ingewikkeld zijn en dat u wellicht werk heeft verricht waarvoor nog geen vergoeding afgesproken is. Met VWS hebben we afgesproken dat eventuele meerkosten alsnog vergoed worden. Wij houden als LHV per te vaccineren groep de kosten en opbrengsten bij en delen deze met VWS. Waar nodig maken we aanvullende afspraken. Zo heeft VWS bijvoorbeeld net bevestigd dat de huisartsen voor het vaccineren van de niet-mobiele mensen thuis een vergoeding krijgen van € 90 per prik.

5.     De kosten van het huren van locaties?

Wij hebben met het ministerie van VWS afgesproken dat zij de gemeenten dringend zullen vragen om kosteloos locaties ter beschikking te stellen. Sowieso is afgesproken dat de kosten van eventuele externe locaties niet in het priktarief van € 21 vallen, maar extra worden vergoed. Hoe dat procedureel precies gaat lopen, moet nog worden bepaald. Bewaart u eventuele rekeningen in ieder geval goed.

6.     De vaccinaties komen bovenop de drukte in de praktijk

Wij beseffen ons heel goed dat de vaccinatie veel vraagt van huisartsen. Ook al zijn de vergoedingen adequaat, het moet wel georganiseerd worden. En dat terwijl de reguliere patiëntenzorg ook steeds doorloopt. Dat is zeker niet altijd gemakkelijk. We horen daar verschillende geluiden over, waarbij gelukkig bij velen het vaccineren goed gaat en ook positieve energie geeft. Wij proberen het zo goed mogelijk voor u te regelen. Zo informeren we als LHV, NHG, VPH en InEen huisartsen zo goed mogelijk, en delen we praktische voorbeelden, tips en best practices. In verschillende regio’s zijn initiatieven voor samenwerking en ondersteuning.

Wij trekken in dit proces nauw op met VPHuisartsen. Zij ondersteunen de lijn voor de inzet van huisartsen bij het vaccineren, met de randvoorwaarden zoals bekend en hierboven beschreven.

Na dinsdag 9 maart zullen wij u nader berichten.