Spring naar content

Integraal zorgakkoord (IZA)

De afgevaardigde huisartsen in de landelijke ledenvergadering van de LHV zeggen ja tegen het voorstel van het LHV-bestuur om het Integraal Zorgakkoord alsnog te ondertekenen. Dit besluit nam de ledenvergadering op dinsdag 24 januari na zorgvuldige weging van de talloze verzamelde reacties, vragen, gesprekken met en meningen van huisartsen. De LHV gaat vanaf nu volop in gesprek met de andere partijen om de afspraken in het IZa uit te werken. Lees alles in ons bericht.

Bekijk het webinar terug

Veelgestelde vragen over het webinar

Voor de GGZ gelden inderdaad treeknormen, maar zoals bekend worden lang niet alle patiënten die nu wachten op geestelijke gezondheidszorg binnen de treeknorm gezien. En op basis van de laatste cijfers die de NZa daar over heeft bekend gemaakt loopt de wachttijd (nog steeds) op, zie de Informatiekaart wachttijden ggz van de NZa.

Dat tij moet gekeerd worden. Daarom zijn er verdergaande afspraken overgemaakt in het IZA. Zo is afgesproken dat:

  1. aan het einde van de IZA looptijd iedereen binnen de treeknorm zorg ontvangt en dat niet alleen zorgaanbieders, maar ook zorgverzekeraars actief zoeken naar oplossingen om wachtlijsten te verkorten.
  2. er binnen 1 tot 2 weken een verkennend gesprek wordt uitgevoerd waarbij vanuit verschillende invalshoeken naar de patiënt en zijn zorgvraag wordt gekeken.

Daar zijn de wachtlijsten niet gelijk mee opgelost, maar het verwachte resultaat is wel dat:

  1. een patiënt die meer baat heeft aan hulp binnen het sociale domein daar ook terecht komt. Zo voorkomen we extra instroom in de GGZ en komt de patiënt misschien minder vaak op spreekuur.
  2. het beheerst overnemen van de behandelverantwoordelijkheid van de huisartsen voor de patiënten die op de wachtlijst staan door de mentale gezondheidscentra leidt tot een grote ontlasting van de huisarts, ten goede komt aan de patiënt en de samenwerking in de gehele keten.

Als wij het IZa niet tekenen, dan zijn wij ook geen IZa partij en dus geen onderdeel van de periodieke overleggen die op bureau en bestuurlijk niveau plaatsvinden. Natuurlijk kunnen we nog steeds in gesprek met andere branches/organisaties, maar alleen in onderling overleg. Die branches/organisaties zouden op hun beurt kunnen aangeven nu geen inspanningsverplichtingen meer naar huisartsen te zien omdat wij geen onderdeel van de integrale afspraken zijn. En binnen de overleggen die VWS heeft gepland is het dan ook niet mogelijk het collectief op hun verplichtingen aan te spreken. Aan tafel kan dus nog steeds, alleen is onze onderhandelingspositie zwakker.

Als we niet tekenen, dan gaat de wereld er niet direct heel anders uitzien. De uitwerking van afspraken (en dat zijn er zeker nog wel wat) gaan dan door zonder dat wij daar onderdeel van zijn. De afspraken die de LHV binnen het kader van IZa heeft gemaakt krijgen wel een andere uitwerking. Dat gaat in de regel betekenen dat er een ander tempo wordt gehanteerd op bijv. de landelijke afspraken MTVDP, de ANW-vergoedingen en ook de gelden die daarvoor gereserveerd zijn. Als we wel tekenen dan kunnen we ons beroepen op wat wij hebben geconcretiseerd en waar een inspanningsverplichting ligt bij verzekeraars.

De andere afspraken uit het IZa worden momenteel uitgewerkt. VWS heeft daar verschillende werkgroepen voor opgericht. Dit en komend jaar krijgen de meeste van de acties en afspraken een nadere uitwerking. Voor de LHV en VPH was het in ieder geval nodig een concrete uitwerking te hebben voor de voor ons belangrijke thema’s MTVDP en ANW voor we de IZa afspraken kunnen en willen accorderen. Via het IZa willen we ook de andere punten omzetten in concrete afspraken die de huisarts merkt in de praktijk.

In het webinar zijn de zorgen van huisartsen die we horen, waaronder de vragen van DBH, zoveel mogelijk aan bod gekomen. Niet een voor een, maar opgenomen in het geheel. Het webinar had tot doel om huisartsen mee te nemen in de belangrijkste onderdelen van het IZa en om daarover hun mening te vragen. Daarop lag de focus en die hebben we zonder afleiding tijdens het webinar gebracht. Met dit webinar en deze opzet zijn we tegemoetgekomen aan de wens van veel leden. Op onze website staat alle informatie die beschikbaar is, inclusief de juridische adviezen. Daar kan elke huisarts antwoorden vinden. Bijvoorbeeld over de kansen en risico’s waar De Bevlogen Huisarts een punt van maken, komen op de site veel uitgebreider dan in het webinar aanbod.

De renseigneringsverplichting levert nu inderdaad extra lasten op en niet alleen voor huisartsen, maar voor vrijwel iedereen die met zzp’ers heeft gewerkt. Deze verplichting beïnvloed de IZA onderhandelingen overigens niet meer, want die zijn afgerond. Wel moet binnen de afspraak van het IZa gekeken worden naar hoe de afspraak om administratieve lasten voor alle sectoren met 5 procentpunten te verminderden gerealiseerd kan worden. Bij deze gespreken wordt deze verplichting vast ook een gesprekonderwerp. De LHV zet zich daarvoor al actief in om deze verplichting van tafel te krijgen.

VWS heeft de formele opdracht verstrekt aan de NZA om een onderzoek te doen en voor 1 juli volgend jaar de resultaten op te leveren. LHV en VPH zijn betrokken en de NZa heeft zelf ook mensen in het veld benaderd. De precieze vormgeving is nog onderwerp van gesprek, maar met de overgang naar S1 is de structurele bekostiging gegarandeerd. Zorgverzekeraars hebben de structurele bekostiging sowieso gegarandeerd. Wel moet de huisarts daadwerkelijk MTVP leveren.

Alle beschikbare informatie is op 15 december besproken met de ambassadeurs en in de week voor kerstmis op overzichtelijke wijze gedeeld met alle leden. Er was daarvoor ook al veel informatie beschikbaar op onze website. Met de webinars is de informatie nog een keer gepresenteerd en hebben deelnemende LHV-leden hun advies kunnen geven. De afgevaardigde ambassadeurs in de Landelijke Ledenvergadering zijn meermalen tussentijd geïnformeerd, staan in contact met hun afdeling en de leden en kunnen hun stem uitbrengen op de Landelijke Ledenvergadering van 24 januari.

In het IZA zijn afspraken gemaakt die ertoe leiden dat meer dan voorheen de samenwerking wordt gezocht. Zowel door zorgverzekeraars als door zorgaanbieders. Bijvoorbeeld de afspraak over MTVP, waarvan alle zorgverzekeraars hebben aangegeven die te volgen. De zorgverzekeraars hebben een self-assesment gedaan of dit zo kan, met een positieve uitkomst. De ACM is gevraagd daar uitspraak over te doen. Als daar een hobbel zit, dan is dat een belangrijk punt van gesprek zijn binnen het IZA en is de minister aanzet om daarop actie te nemen.

In het IZA is ook een voor ons belangrijke afspraak gemaakt over het contracteerproces. Namelijk dat het Ministerie van VWS in het tweede kwartaal van 2023, een verkenning gaat opleveren waarin de mogelijkheden en noodzaak voor kleinere aanbieders (bijvoorbeeld wijkzorg, ggz, klinieken en huisartsen) om gezamenlijk op te trekken in het contracteerproces zijn beschreven en adviezen staan hoe dit eenvoudiger kan. Deze verkenning wordt uitgevoerd in samenspraak met zorgaanbieders en zorgverzekeraars, maar ook in overleg met ACM en NZa.

Integraal Zorgakkoord samengevat

Bekijk in een overzicht welke informatie uit het IZA relevant is voor jou. Op deze pagina vind je een samenvatting van het IZA, verdeeld per thema.

Meer over IZA

Wat staat er in het IZA? Wat vindt de LHV daarvan? En wat doen wij verder op dit thema? Hier lees je meer over de invulling van de thema’s in het IZA en vind je verwijzingen naar relevante informatie op onze website. Zo kun je beter een beeld vormen over wat de afspraken de komende jaren voor jouw werk kunnen betekenen.

Wat is het probleem?
Wij vinden dit onderwerp belangrijk, omdat zowel voor de huisartsenzorg als de overige eerstelijnszorg waarmee huisartsen goed moeten kunnen samenwerken, adequate ondersteuning en ontzorgen nodig is. Daarvoor zijn voldoende financiële middelen en menskracht nodig. Wij hebben dit daarom als thema opgevoerd voor het IZA en hebben het ook vastgelegd in het visiedocument Hechte Huisartsenzorg, samen met NHG en InEen.

Welke oplossing zien wij?
De organisaties staan, maar hebben de middelen nodig om voor de huisartsen aan de slag te gaan. Samen met de afdelingen van de LHV vertegenwoordigd door de LHV-ambassadeur moeten de organisaties de slagkracht in menskracht en financiële middelen hebben om de huisartsen te ontzorgen. Hierbij is het van belang dat huisartsen samen kunnen bepalen wat nodig is in hun regio.

Wat staat hierover in het IZA?                                 
In het IZA is een ruime stijging voorzien van het budgettair kader voor multidisciplinaire zorg (MDZ), waar dit uit bekostigd kan worden. In 2023 komt er alleen al 44 miljoen bij en dit groeit nog in de jaren erna. Plus een aparte pot met transitiegelden, die voor een deel al zijn geoormerkt voor de huisartsenzorg (160 miljoen). Of en waar dit concreet terecht komt, hangt af van de afspraken met zorgverzekeraars en of er concrete plannen zijn.

Groeiruimte MDZ loopt op van 2, naar 3, naar 4 en naar 5 procent.

Veel gaat afhangen van de regioplannen/regiobeelden. Regio organisaties zullen die afspraken maken. Lees hier de relevante teksten.

Wat vinden wij daarvan?
De erkenning is er in het IZA. Op meerdere plaatsen wordt verwezen naar het maken van regionale plannen en afspraken, waar de regionale (huisartsen-) organisaties een grote rol wordt toegedicht.

Onder andere bij Meer tijd voor de patiënt, digitalisering, samenwerking met sociaal domein, ggz en tweede lijn voor ‘passende zorg’. Ook het verkrijgen van transitiemiddelen voor projecten loopt via de regio.

Het is dus zeer van belang dat de RHO of ander regionaal samenwerkingsverband hiervoor voldoende menskracht en middelen ter beschikking heeft. En dit besteedt aan de door huisartsen gewenste ontwikkelingen en activiteiten.

Er ligt hier nog wel een uitdaging.

Voor de versterking van de organisatie van de eerstelijnszorg zijn aparte afspraken gemaakt. Dit gaat zowel over huisartsenzorg als over de overige eerstelijn. Voor het maken van goede afspraken vinden wij het ook van belang dat andere disciplines zich lokaal of regionaal goed organiseren. De invulling hiervan is nog niet duidelijk, er moet nu eerst met o.a. verzekeraars een visie op de eerstelijnszorg komen, voor eind 2022.

Specifiek voor meer tijd voor de patiënt is afgesproken om 20 miljoen te reserveren voor de ondersteuning door regionale huisartsenorganisaties. Daarmee kunnen zij de praktijken ondersteunen om MTVDP te realiseren en de resultaten monitoren. Denk daarbij aan het maken van regionale implementatieplannen, aanbieden van opleidingen/nascholing, en intervisiebijeenkomsten, afspraken maken met sociaal domein en andere zorgaanbieders, verzamelen spiegelinformatie, zorgen voor opleiding van ondersteunende medewerkers, etc.

Wat doen wij verder op dit thema?
Een sterke huisartsen- of eerstelijnsorganisatie ondersteunt zorgverleners bij het bieden van goede patiëntenzorg en de complexe uitdagingen die op hen afkomen. Samen kun je effectiever aan de slag met de arbeidsmarktproblematiek, toenemende zorgvraag en andere vraagstukken. LHV, NHG en InEen geven een impuls aan de regionale samenwerking. Kijk voor meer informatie op www.hechtehuisartsenzorg.nl.

Wat was de inzet van de LHV?
We zien goede, veilige, betrouwbare digitale middelen en gegevensuitwisseling als een randvoorwaarde voor het kunnen bieden van passende zorg. Daarnaast vinden we het belangrijk dat we dit vanuit de huisartsenzorg zelf organiseren en begeleiden, zodat de aanpak past binnen wat onze sector nodig heeft.

We hebben voor het IZA met name ingezet op:

  • ICT-systemen moeten zo werken dat de kwaliteit en eenduidigheid van registratie, de continue beschikbaarheid van gegevens en de digitale ondersteuning van de samenwerking met en rond de patiënt gegarandeerd is.
  • Gegevensuitwisseling tussen zorgverleners moet zorgbreed mogelijk gemaakt worden.
  • De huisartsenpraktijken moeten hierbij geholpen worden, met techniek en implementatie. Het is nodig dat de overheid flink investeert in techniek en slimmere ondersteuning.
  • We moeten zelf ‘aan de knoppen’ kunnen zitten om de schaarse middelen bij huisartsen en leveranciers goed in te zetten.
  • Thuisarts.nl, door huisartsen zelf opgezet, moet worden uitgebreid en verder geprofessionaliseerd, om patiënten meer zelfzorginformatie te bieden en zo de druk op het spreekuur te verminderen.
  • De tarieven voor de huisartsenpraktijken moeten worden herijkt, zeker ook op het gebied van de ICT, waar de ICT-kosten fors zijn gestegen en allang niet meer in de pas lopen met de ooit gemeten kosten waar de NZa zich in haar tarieven op baseert.

Wat staat er in het IZA?
In het IZA wordt het belang van goede gegevensuitwisseling in de zorg genoemd, hoe de beschikking hebben over de juiste informatie nodig is om passende zorg op een veilige manier te kunnen bieden.

Daarbij zijn er 4 doelstellingen geformuleerd:

  1. Elektronische gegevensuitwisseling wordt de standaard in de zorg: hieronder wordt onder andere afgesproken:
    – Er komt een nationale visie en strategie en een landelijke organisatie om bij de implementatie daarvan te ondersteunen.
    – Er moet samenhang komen tussen ontwikkelingen op dit vlak binnen de verschillende zorgsectoren.
    – Er worden eisen gesteld aan de systemen die ICT-leveranciers aanbieden, zoals het gebruik van open standaarden en open koppelvlakken.
    – Er moeten een opt-out komen voor gegevensuitwisseling voor de acute zorg, verbeteringen in de gegevensoverdracht over medicatie, de fax moet worden uitgebannen en de opvolging van eisen aan informatiebeveiliging moet verbeteren.
  1. In 2025 toegang tot gegevens via persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO’s): waaronder afspraken over het ontsluiten van gegevens naar PGO’s, regelen van de randvoorwaarden en ondersteuning van PGO-gebruik.
  1. Transformatie naar meer digitale en hybride zorg:
    – Vanwege de arbeidsmarktvraagstukken is innovatie en herontwerpen van de zorg onontkoombaar, waaronder meer inzet van digitale hulpmiddelen.
    – Beoordeling van de meerwaarde van digitale hulpmiddelen.
    – Ondersteuning bij gebruik van digitale hulpmiddelen voor zorgverleners.
    – Aanpassingen in de bekostiging, richtlijnen en standaarden nodig.
  1. Secundair gebruik van gegevens: dit gaat met name over het vaststellen wat zinvol en legitiem secundair gebruik van zorgdata is en dat wetgeving moet worden aangepast waar die een belemmering vormt. Hierin wordt ook gesteld dat secundair gebruik van data niet mag leiden tot meer administratieve lasten in de zorgpraktijk.

Wat vindt de LHV daarvan? 
We zien dat er positieve afspraken staan in het IZA ten aanzien van digitalisering. Vooral op het gebied van de gegevensuitwisseling is veel winst te behalen voor de huisartsenpraktijken. De afspraken in het IZA geven ons als huisartsenzorg de ruimte om te formuleren wat wij als huisarts op dat gebied nodig hebben en daar financiering voor te krijgen.

Op veel vlakken hebben we de laatste jaren in de huisartsenzorg al flink ingezet, zoals verbetering van gegevensuitwisseling rondom medicatie. Via het IZA is er voor dat soort projecten gegarandeerd langdurig budget en toegezegde medewerking van andere, benodigde partijen.

Het IZA biedt ruimte om in de huisartsenzorg door te gaan met onze inzet op toetsbare eisen ten aanzien van de HIS’en, op het verbeteren van uitwisseling van gegevens in de spoedketen (huisarts, HAP, ambulance en SEH) en het vereenvoudigen van de toestemmingsregistratie voor gegevensuitwisseling.

Ook kan Thuisarts.nl, een belangrijke tool voor huisartsen in patiëntenvoorlichting, via het IZA rekenen op extra investeringen en daardoor zich verder ontwikkelen.

Op het gebied van PGO’s lopen we voorop in onze sector. We zien dat daar nog veel werk aan te doen is, er zijn de nodige barrières waar we nu tegenaan lopen. Of de ambitieuze doelstelling op dat vlak uit het IZA haalbaar is, zal dus nog moeten blijken.

Wat betreft het secundair gebruik van gezondheidsgegevens: we hebben bij het IZA ingebracht en zullen dat bij uitwerking van de plannen blijven doen, dat er goed moet worden nagedacht over hoe de vertrouwelijkheid van de spreekkamer wordt geborgd en de privacy van de patiënt wordt beschermd.

Wel blijft – ook op dit thema – de precieze uitwerking van de IZA-afspraken van belang. Zo zal de toezegging van zorgverzekeraars om meer te investeren in digitalisering zich moeten vertalen in daadwerkelijke financiering van voorgestelde (regionale) ict-verbeterplannen in de huisartsenzorg.

Wat doen wij verder op dit thema?
Als LHV vinden we: ict moet voor jou als huisarts werken, het moet bijdragen aan de patiëntenzorg en de bedrijfsvoering. Digitalisering is geen doel op zich. Voor onze inzet op ict-thema’s staat dan ook voorop: wat gaat de huisarts hier in de spreekkamer van merken? In positieve zin (waarmee zou de huisarts geholpen zijn en willen we dus voor elkaar krijgen) en in negatieve zin (welke plannen, wetten en eisen zijn er in de maak waar de huisarts last van kan krijgen en willen we dus voorkomen of verzachten?).

Voorname ict-thema’s waar we ons als LHV in 2022 mee bezig houden, vind je op deze pagina.

Wat is het probleem?
Steeds meer huisartsen en hun personeel vinden de werkdruk te hoog. De zorgvraag wordt ingewikkelder en patiënten worden ouder en komen met meer problemen op het spreekuur. Er wordt bovendien een steeds groter beroep gedaan op de huisarts, ook voor allerlei taken die eigenlijk niet in de huisartsenzorg thuishoren. Huisartsen moeten te veel administratieve en verantwoordingslasten opbrengen. De tijd die daarin gaat zitten, gaat ten koste van de tijd voor de patiëntenzorg. De tijd die huisartsen hebben om met hun patiënten te spreken is vaak te kort om de vragen goed te beantwoorden. Ook ontbreekt het aan tijd om goed af te stemmen in het eigen team en daarbuiten (met wijkverpleging, andere artsen) over complexe ouderen en andere kwetsbare patiënten. De kwaliteit van de zorg komt zo onder druk te staan.  

Welke oplossing zien wij?
De LHV wil dat huisartsen kwaliteit kunnen blijven leveren en dat ze met plezier hun vak uitoefenen. Meer tijd voor de patiënt (MTVP) staat voor de integrale aanpak om de ervaren werkdruk in de huisartsenpraktijk verlagen. Het zorgt voor rust en ruimte in de praktijkdag, waardoor tegelijkertijd het werkplezier wordt verhoogd en de patiënten tevredener zijn. De huidige pilots tonen aan dat MTVP ook leidt tot minder verwijzingen naar de tweede lijn, medicatie en diagnostiek worden beperkt en de kwaliteit van zorg wordt verbeterd. De pilots kennen een wisselende invulling, maar deze uitgangspunten zijn telkens hetzelfde:

  • Financiering voor extra capaciteit in de praktijk
  • Hiermee kan de gemiddelde consultduur naar 15 minuten
  • Tijdens dit langere consult is een ander/beter gesprek met de patiënt mogelijk
  • Hierdoor betere (niet) verwijzing, bijvoorbeeld naar het sociaal domein
  • Afspraken met andere domeinen in de regio zijn essentieel.

Wij willen dat het voor alle huisartsen op deze manier mogelijk wordt (financieel en organisatorisch) om meer tijd te besteden aan de zorg voor de patiënten.

Wat staat hierover in het IZA?

  • MTVP komt beschikbaar voor alle patiënten in Nederland, in maximaal 4 jaar. Per jaar in ieder geval beschikbaar voor 4,3 miljoen inschrijvingen op naam (ION).
  • De huisartsenpraktijk kan starten als er wordt voldaan aan drie voorwaarden:
    • daadwerkelijk meer tijd in de praktijk (consultduur van 10 naar 15 minuten)
    • lerende omgeving middels intervisie
    • een regionale aanpak met ondersteuning door de RHO
  • Voor 2023 financiering huisartsenpraktijk via S3 en financiering RHO via S2
  • Vanaf 2024 financiering huisartsenpraktijk via S1.

Wat heeft de landelijke ledenvergadering besloten?
Vanwege het bestaande gebrek aan vertrouwen, wil de landelijke ledenvergadering van de LHV (LLV) op korte termijn concrete resultaten zien. De LLV heeft daarom twee voorwaarden gesteld, een daarvan is dat we op het gebied van ‘Meer tijd voor de patiënt’ binnen 3 maanden van alle zorgverzekeraars zien dat zij huisartsen via het contract voor 2023 de mogelijkheid bieden voor MTVP en dat dit per 2024 structureel wordt bekostigd via S1. In december neemt de landelijke ledenvergadering een besluit of voldaan is aan de voorwaarden en of we alsnog het IZA zullen ondertekenen.
Alles over Meer Tijd voor de Patiënt vind je in ons thema.

De LHV heeft in 2021 de huisvestingsproblematiek onderzocht en cijfermatig onderbouwd. We zien dat voldoende en passende huisvesting voor veel huisartsen moeilijk toegankelijk is en dat dit zich niet beperkt tot de Randstad. Zo geeft 77% van alle huisartsen aan nadelen te ervaren vanwege ruimtegebrek. 

Wat was de inzet van de LHV?

  • Wij vinden dat gemeenten in hun bestemmingsplannen voldoende ruimte voor huisartsenpraktijken moeten opnemen.
  • Vanwege de sterk uiteenlopende huisvestingskosten per gemeente moeten die kosten op een gedifferentieerde wijze vergoed worden.

Bekijk ook onze factsheet ‘Met de vuist op tafel’

Wat staat er in het IZA over het thema huisvesting?

  • VWS, ZN, LHV, InEen en de VNG spannen zich in om voor de zomer van 2023 tot werkbare afspraken en een handreiking te komen over het oplossen van huisvestingsproblematiek van huisartsenpraktijken en gezondheidscentra, waar betaalbare huisvesting niet beschikbaar is, de bestaande huisvesting inadequaat is of nieuwe voorzieningen nodig zijn om de visie op de eerste lijn te realiseren.
  • Per 2025 stelt de NZa nieuwe (maximum)tarieven vast op basis van kostenonderzoek, waarin ook huisvestingskosten zijn verdisconteerd. Individuele verzekeraars en aanbieders kunnen maatwerkafspraken maken in 2023/2024.

Wat vinden we hiervan?

  • Maatwerkafspraken in contracten
    Nieuwe (maximum)tarieven voor huisvesting zijn dringend nodig. We zijn blij dat deze afspraak gemaakt is, maar de methodiek van kostenonderzoek doen en achteraf de tarieven verhogen, leidt tot vertraging terwijl er nú een probleem is.
  • Toekomstbestendige en betaalbare huisvesting
    Onze inspanningen hebben ertoe geleid dat de problematiek hoog op de agenda staat, zowel politiek als in het werkveld. De volgende stap is om de relevante partijen in beweging te brengen zodat de problemen voor huisartsen worden opgelost. Juist in de huisvestingsproblematiek komen alle problemen van de huisartsenzorg samen: we kunnen niet méér huisartsen opleiden, als er simpelweg geen fysieke plek voor ze is. Ditzelfde geldt voor het opleiden van ondersteunend personeel. De beweging naar meer zorg in de wijk: dat gaat niet als er onvoldoende plek is voor huisartsen. Gemeenten, zorgverzekeraars en hun koepels zijn de partijen die een cruciale rol hebben in het zorgen voor toekomstbestendige en betaalbare huisvesting. Daarmee helpen ze niet alleen huisartsen, maar ook zichzelf en de patiënt.

Het feit dat in het IZA afgesproken is om tot afspraken en een handreiking te komen, geeft die partijen een gezamenlijk doel én het geeft ons de mogelijkheid om meer druk uit te oefenen dan zonder IZA.

Wat doen we verder op dit thema?

Landelijke en lokale aanpak
Naast afspraken in het IZA, zet de LHV al in op een landelijke en lokale aanpak. De afspraken en handreiking met VNG en ZN , alsook de tarieven vallen onder de landelijke aanpak en daarin worden we door de afspraken in het IZA gesteund. Om jou op lokaal niveau te ondersteunen, delen we oplossingsrichtingen en succesvolle initiatieven. In sommige gemeenten wordt bijvoorbeeld gewerkt met een linking pin tussen gemeente en huisartsen, zoals Stadsloods Amsterdam en Makelpunt Utrecht.

Ook hebben we informatie op een rij gezet waarmee je als huisarts gemakkelijk kunt inspreken bij de gemeente. Je vindt onze voorbeeldbrief en opzet voor de spreektekst hier.

Meer informatie vind je op de themapagina huisvesting.

  • Wat was de inzet van de LHV?

De hoeveelheid administratie in de huisartsenzorg is te hoog en dat gaat ten koste van de tijd voor patiëntencontact. Het terugdringen van de administratieve lasten is een continu en soms hardnekkig proces. Op de volgende pagina beschrijven we onze inzet: Administratieve lasten voor huisartsen verminderen.

  • Wat staat er in het IZA?

De aandacht voor de vermindering van administratieve lasten en regeldruk in het IZA is positief. Er is een aparte paragraaf ‘vermindering regeldruk’ waarin staat dat in 2025 de tijdsbesteding aan administratieve werkzaamheden in alle sectoren met 5%-punt (bij een 40-urige werkweek is dat 2 uur minder per week) gedaald moet zijn ten opzichte van 2020. En ook in de andere hoofstukken wordt het genoemd, bijvoorbeeld:

  • oog bij de werkagenda voor de haalbaarheid, waaronder de impact op de administratieve lastendruk en de (juridische) uitvoerbaarheid van alle plannen;
  • transformatiemiddelen beschikbaar zonder onnodige administratieve lasten;
  • regiobeelden en regioplannen leiden netto niet tot extra administratieve lasten bij zorgprofessionals of zorgaanbieders;
  • bekostiging, inkoop en verantwoording worden zo eenvoudig mogelijk ingericht; uitgangspunt is dat dit niet leidt tot een toename van administratieve lasten;
  • de monitoring mag niet leiden tot een toename van de administratieve lasten en kan daarom eventueel geprioriteerd worden boven andere reeds bestaande monitors.

Lees meer op onze themapagina over het Integraal Zorgakkoord samengevat onder het kopje minder controle en verantwoordingseisen

  • Wat vinden wij daarvan?

De uitwerking is naast de doelstelling 5% minder administratieve werkzaamheden niet heel concreet. Het heeft de aandacht, maar er is nog veel voor nodig om de ideeën concreet te maken.

We vinden het positief is dat er staat: VWS zorgt dat regeldruk als gevolg van (nieuwe) wet- en regelgeving en (nieuw) beleid zo beperkt mogelijk blijf, en dit wordt opgesteld met de werkbaarheid in de praktijk als nadrukkelijk en voorwaardelijk uitgangspunt;

De impact vanuit (nieuwe) wet- en regelgeving op regeldruk benadrukken we al enige tijd. Of dit nu ook opgevolgd wordt dat moet zich in de komende jaren gaan bewijzen. Belangrijk is om de regeldruk van het IZa zelf ook goed te monitoren en daar waar mogelijk in te perken..

Ook wordt er gekeken naar branche- en beroepsverenigingen, wat wordt hier van ons verwacht?

  • Branche- en beroepsverenigingen kijken kritisch naar de regeldruk die zij veroorzaken, bijvoorbeeld door richtlijnen of kwaliteitseisen, en beperken deze tot het strikt noodzakelijke minimum;
  • Branche- en beroepsverenigingen brengen bij hun achterban goede voorbeelden, behaalde resultaten en beschikbare ondersteuningsmogelijkheden onder.

De LHV is zich hiervan zeer bewust en blijft dit ook doen. Daarnaast proberen we als vereniging ook goed om te gaan met wat we aan jou als lid vragen. Door meer samenwerking en slim plannen blijven we zoeken naar de juiste mix van betrekken en meepraten binnen de vereniging op onderwerpen die jouw vak raken.

Zorginkoop
Daarnaast staat er: Zorginkopers (zorgverzekeraars, zorgkantoren, gemeenten) kijken kritisch naar de regeldruk die zij veroorzaken in het kader van de inkoop en verantwoording, en beperken deze tot het strikt noodzakelijke minimum, o.a. door harmonisering van de eisen die zij stellen.

De door deze afspraken vrijgespeelde tijd komt beschikbaar voor het vergroten van de beschikbare professionele ruimte, stelt VWS. VWS heeft daar schijnbaar vertrouwen in omdat ze al een besparing van 130 miljoen euro per jaar ingeboekt vanaf 2024 te behalen met het uniformeren van inkoop- en verantwoordingseisen voor de zorgsectoren die vallen onder de Zorgverzekeringswet (Zvw). Voor de LHV is die bezuiniging een bijzaak en ligt de focus op meer tijd voor de professional.

Meten = weten, maar zorgt ook voor administratie

Qua meetbaarheid van de tijdsbesteding zijn er nog wel wat vraagtekens. Allemaal nieuwe onderzoeken/vragenlijsten lijken niet zo bevorderlijk voor de administratieve lasten. De LHV blijft dus goed volgen wat de overige plannen in het IZa aan regeldruk gaan veroorzaken.

  • Wat doen wij verder op dit thema?

We blijven ons inzetten om onnodige regeldruk te voorkomen en adresseren dit daar waar mogelijk bij ontregel de zorg. Ook informeren we huisartsen over regels die al zijn afgeschaft, maar toch blijven oppoppen. Voor meer informatie en voorbeelden zie onze themapagina op onze website:  Administratieve lasten voor huisartsen verminderen.

Vragen of meldingen over administratieve lasten? Laat het direct weten aan het ministerie van VWS via aanpakregeldruk@minvws.nl.

Wat was de inzet van de LHV?

Te vaak als we patiënten verwijzen naar de GGZ en het sociaal domein, komen ze op lange wachtlijsten terecht en/of duurt het lang voordat ze op de juiste wachtlijst staan. Tijdens die wachttijd kloppen patiënten geregeld nog bij ons aan voor hulp, terwijl ze eigenlijk andere zorg nodig hebben die wij niet kunnen bieden. Met risico’s voor patiënten én voor huisartsen, die daardoor te lang verantwoordelijk blijven.

Ook ervaren we onvoldoende mogelijkheden om met de aanbieders in de GGZ af te stemmen en samen te werken.

We hebben voor het IZA ingezet op:

  • meer verwijsmogelijkheden naar het sociaal domein;
  • ggz beschikbaar voor mensen die het het hardst nodig hebben;
  • kortere wachttijden en wachttijdopvang door de ggz zelf, niet door de huisartsenpraktijk;
  • meer direct overleg tussen huisartsen en ggz-behandelaars;
  • betere landelijke afspraak over consultatie van de ggz;
  • betere bereikbaarheid en beschikbaarheid van ggz in de avond-, nacht- en weekenduren;
  • meer ruimte voor inzet van de POH-ggz, naar de maat van de huisartsenpraktijk.

Wat staat er in het IZA?

Het zorgakkoord focust op dit thema op twee lijnen: het versterken van de sociale basis enerzijds en het verbeteren van de samenwerking sociaal domein, huisartsenzorg en ggz anderzijds.

  • Er wordt genoemd dat door lange wachttijden te veel en te lang de verantwoordelijkheid bij de huisartsenzorg blijft liggen.
  • Ook wordt genoemd dat samenwerken in de driehoek sociaal domein-huisartsenzorg-ggz kan helpen om een patiënt sneller op de juiste plek te krijgen. Dat vergt ook dat we kritisch zijn welke vragen verwezen worden naar de ggz. Lichtere problematiek of sociale problematiek wordt op andere plekken begeleid.
  • Er wordt aangedrongen op sterke samenwerking tussen het sociaal domein en de GGZ. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is daarom ook betrokken.
  • Er wordt afgesproken dat er lokale of regionale werkwijzen worden ontwikkeld om zorg en welzijn te verbinden voor mensen met psychische klachten. Ook wordt afgesproken om in de komende 5 jaar een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA) te realiseren, waar huisartsen een aanspreekpunt hebben.
  • Er wordt ingezet op een forse daling van de wachttijden in de ggz. Onder andere door snellere en betere triage, beter wachtlijstoverzicht en minder instroom van lichte klachten en sociale problematiek in de ggz.
  • De ggz gaat in 2023/2024 mentale gezondheidscentra opzetten, waar patiënten die door de huisarts verwezen worden binnen 2 weken kunnen worden gezien. Als blijkt dat  zorg vanuit de ggz nodig is voor de patiënt neemt de ggz binnen 4 weken de verantwoordelijkheid overneemt van de huisarts .
  • Er moeten regionale samenwerkingsafspraken worden gemaakt over intercollegiaal overleg en consultatie: hoe en wanneer kunnen sociaal domein, huisartsenzorg en ggz van elkaars expertise gebruik maken. Huisartsen moeten direct contact kunnen hebben met de behandelaren in de ggz van hun patiënten.
  • Er komt een telefonische hulplijn voor huisartsen in de avond-, nacht- en weekenduren, zodat er een 24 uurs bereikbaarheid is van de ggz-instelling voor huisartsen. Deadline hiervoor is 2024.
  • Per 2024 wordt het maximumaantal uren POH-ggz per normpraktijk verhoogd (met 4 uur) in segment 1. Ook staat hier expliciet bij dat de POH huisartsenzorg is.

Wat vindt de LHV daarvan? 

  • Er is erkenning in het IZA voor het nijpende probleem dat het vastlopen van de ggz vormt voor de huisartsenzorg. Het ontlasten van huisartsenzorg is een van de uitgangspunten. Het is belangrijk dat dat wordt gezien door zowel overheid, zorgverzekeraars als ggz-sector.
  • De plannen voor mentale gezondheidscentra zijn ambitieus. Van belang is de beweging die de ggz doet naar de huisartsenzorg toe. Als dit werkt, zou dat een duidelijker aanspreekpunt bieden voor huisartsen. Patiënten kunnen snel worden gezien door de ggz voor een eerste verkennend gesprek. Het is een eerste stap om tot betere samenwerking met de ggz te komen.
  • Uiteindelijk is het directe contact tussen huisartsen en ggz-behandelaars voor ons erg belangrijk. Deze mogelijkheid voor intercollegiaal overleg via overleglijnen moet nog wel beter worden uitgewerkt.
  • Voor consultatie van de ggz door de huisartsenzorg wordt met name op regionale afspraken aangestuurd; wij willen daarnaast echter ook een betere landelijke afspraak over consultatie.
  • We zijn tevreden dat het gelukt is om een ophoging te krijgen van het maximum aantal uren POH-ggz. Dit betekent dat praktijken die dat kunnen en willen hun POH-ggz voor meer uren kunnen inzetten.

Wat doen wij verder op dit thema?

De wachttijden in de ggz zijn ons al lange tijd een doorn in het oog. Als LHV zijn we daarom lid  geworden van de ‘stuurgroep wachttijden ggz’, waarin voorstellen worden gemaakt om de wachttijden structureel aan te pakken. We brengen in de stuurgroep het perspectief van de huisartsen in, zodat ook dat wordt meegenomen in de plannen.

Regionaal zijn huisartsen ook al geregeld verbonden aan regionale overlegtafels en transfertafels (waar ggz-instellingen samen bepalen waar een behandelplek is als een patiënt niet snel genoeg geholpen wordt) om samenwerking in de zorg voor mensen met psychische klachten te verbeteren. De regionale huisartsenorganisaties (RHO’s) moeten hierin gaan ondersteunen. We hebben daarover contact met InEen.

De problemen in de ggz en het sociaal domein lopen vaak over in de huisartsenzorg en maken het lastiger af te bakenen wat huisartsenzorg is en wat niet. Het is belangrijk dat we als huisartsen zelf blijven formuleren waar wij van zijn, welke zorg wij goed kunnen leveren en wat echt op het terrein van een ander ligt. Daarom hebben we als LHV, samen met NHG en InEen, een vernieuwde visie op psychische zorg in de huisartsenpraktijk gemaakt. Met die visie in de hand geven we aan waar we van zijn en wat we nodig hebben (van anderen). De uitgangspunten van die visie zijn door onze inzet ook in het IZA terecht gekomen.

Meer over dit thema en onze inzet lees je op de themapagina Ggz in de praktijk.

  • Wat was de inzet van de LHV?

De ervaren druk van de 7×24 uurszorg met haar toenemende belasting pleegt roofbouw op het werken in de ‘dagzorg’. De ANW-zorg is echter een complex probleem dat niemand in zijn eentje kan oplossen. Over geen ander onderwerp waren de meningen in huisartsenland zo verdeeld. Zes jaar is erover gedacht en gedebatteerd.

Nu ligt er een gezamenlijk actieplan van LHV, VPH, InEen en NHG met drie actielijnen. Om dit plan te laten slagen is het randvoorwaardelijk dat er hogere en gedifferentieerde tarieven komen. Deze aanpassing door de NZa samen met de noodzakelijke inzet van de zorgverzekeraars moet er voor zorgen dat de noodzakelijke verandering in de ANW ingezet kunnen worden.

De inzet bij de onderhandelingen was concreet en afdwingbaar:

  1. Evenredige verdeling van ANW-diensten over alle huisartsen
  2. Spoed = Spoed werkwijze op alle posten
  3. Regulering en ophoging van de tarieven voor iedereen
  4. Werken naar integrale spoedpost (HAP, SEH), voor structurele verlaging dienstendruk in de toekomst.
  • Wat staat er in het IZA?

In het Integraal Zorgakkoord zijn afspraken vastgelegd over spoedeisende huisartsenzorg in de ANW-uren. Daarmee worden randvoorwaarden ingevuld voor de uitwerking van het actieplan ANW van de beroepsgroep. Het gaat om een betere verdeling van diensten op de huisartsenpost, spoed is spoed, om de verhoging en differentiatie van het ANW-uurtarief en, als stip op de horizon, de integrale spoedpost.

  • Wat vinden wij daarvan?

De LHV is tevreden over de inhoud van de tekst in het IZa die het plan van de huisartsen zelf als uitgangspunt neemt. In het IZA staan echter geen concrete bedragen en ook in de brieven van de minister kon dit nog niet verder worden ingevuld dan een totaalbedrag. Daarmee miste de concreetheid die nodig is om vertrouwen te hebben in de uitvoering.

Inmiddels is dit dus berekend naar bovenstaande, gedifferentieerde tarieven. Het is aan de ledenvergadering op 29 november om te besluiten of de bedragen aansluiten bij de plannen en of de verzekeraars het voor de posten mogelijk en makkelijk hebben gemaakt ook daadwerkelijk de nieuwe tarieven te kunnen gebruiken.

  • Wat doen wij verder op dit thema?

Het ‘actieplan ANW’ komt voort uit een grote ledenpeiling, waaruit bleek dat 9 van de 10 huisartsen verandering wil in de ANW-organisatie en dat een meerderheid wil dat de diensten door huisartsen gezamenlijk worden ingevuld. Voor de lange termijnorganisatie kwam uit het onderzoek dat er een voorkeur is, met name bij waarnemend huisartsen, voor een geïntegreerde spoedpost.

Het actieplan richt zich op 3 lijnen:

  1. Organisatie van de ANW: uitgangspunt is het verdelen van de diensten per huisartsenpost met alle aangesloten huisartsen (praktijkhoudend en niet-praktijkhoudend), met gedifferentieerde tarieven voor de verschillende soorten diensten. Lees hier meer over de tarieven die de NZa daarvoor deze week heeft opgesteld.
    Hoe dat verdelen van de diensten precies wordt ingericht (bijvoorbeeld met vrij roosteren of andere systemen), daar beslissen de huisartsen per huisartsendienstenstructuur en de huisartsenposten samen over in hun regionale actieplan. Een sluitend plan is voorwaarde om de hogere NZa-tarieven in te laten gaan.
  2. Huisartsenzorg in de nacht: focus ligt hier op alleen echte spoedzorg, zodat de zorg met minder mensen en middelen kan worden geleverd.
  3. Werken aan het toekomstbeeld: een geïntegreerde spoedpost waar meerdere zorgdisciplines samen werken, zodat ieder zijn eigen spoedzorgtaken daar oppakt.
  • Praat mee over de ANW. Er wordt een klankbordgroep ingesteld met huisartsen met verschillende achtergronden en werkvormen om het actieplan nader uit te werken.

Tijdlijn

1 april 2022

Start gesprekken

We maken ons hard voor afdwingbare afspraken. Het was de les van vorige hoofdlijnakkoorden. Die bevatten mooie beloften over extra geld, toch hielden de zorgverzekeraars de hand op de knip.

1 mei 2022

Met de vuist op tafel

De notitie Met de vuist op tafel maakt maakt onze eisen in acht punten heel concreet.

27 juni 2022

Actieweek en manifestatie

Van 27 juni t/m 1 juli vroegen we extra aandacht voor de huisartsenzorg. Een week vol huisartsengeluid, met als sluitstuk de manifestatie op het Malieveld.

4 juli 2022

Onderhandelen

De hele zomer wordt er keihard aan het IZA gewerkt. Bestuursleden van LHV en VPH, MT-leden en beleidsadviseurs denken en onderhandelen actief mee.

12 augustus 2022

Volgende versie IZA

VWS presenteert volgende versie van het IZA. Deze mist nog steeds de gevraagde concrete oplossingen voor de urgente problemen.

16 augustus 2022

Landelijke Ledenvergadering

De analyse van het bestuur wordt besproken. Die stelt dat in ieder geval voor de ANW-zorg en Meer Tijd voor de patiënt concretere afspraken moeten komen.

18 augustus 2022

Doorgeven breekpunten

We geven onze breekpunten door aan VWS. Lees onze bezwaren in het bericht Nieuwste versie zorgakkoord: handen nog niet op elkaar

29 augustus 2022

Conceptversie klaar

Conceptversie 0.95 klaar

31 augustus 2022

Bestuurlijk overleg

LHV en VPH zetten op het hoogste niveau de zaak nog één keer op scherp met concrete eisen.

1 september 2022

Definitieve conceptversie klaar

Het Integraal Zorgakkoord (pdf) is klaar

2 september 2022

Digitale ledenraadpleging LHV en VPH

De LHV-leden geven via de peiling individueel hun advies aan de LHV-ambassadeurs. Van 2 t/m 8 september

8 september 2022

Extra garanties

Een extra bijeenkomst van de landelijke ledenvergadering om vragen te beantwoorden en de uitkomsten van de peiling te delen.

11 september 2022

Bespreking uitkomst ledenraadpleging

Brief van de minister. Minister Kuipers stelt zich persoonlijk garant voor het nakomen van de afspraken in het zorgakkoord.

12 september 2022

‘Nee, tenzij’ tegen zorgakkoord

Onze landelijke ledenvergadering besluit dat we het Integraal Zorgakkoord nu niet ondertekenen. Lees waarom wij ‘Nee, tenzij’ tegen het zorg akkoord zeggen.

13 september 2022

Toelichting op ‘Nee, tenzij’ aan andere deelnemers IZA

Wij geven toelichting op ons besluit om het IZA nu niet te tekenen.

15 september 2022

Ledenvergadering bijgepraat over zorgakkoord

Bestuur praat de ambassadeurs bij over ons overleg dat wij sinds ‘Nee, tenzij’ gehad hebben.

16 september 2022

Ondertekening IZA door anderen

De partijen die akkoord zijn, zetten hun handtekening onder het Integraal Zorgakkoord.

12 oktober 2022

Regiobijeenkomsten

Van 12 okt. t/m 1 nov. 10 bijeenkomsten door het hele land. Wij hebben het daarbij met onze leden over het IZA en over de huisartsenzorg in 2023.

3 november 2022

Ambassadeursbijeenkomst

Over voortgang op gestelde randvoorwaarden.

4 november 2022

ANW-bijeenkomsten

Van 4 t/m 17 nov. 4 bijeenkomsten in het land om het met de leden te hebben over de plannen voor de ANW-zorg.

29 november 2022

ANW-actieplan aangenomen

De ledenvergadering keurt het actieplan en de toelichting goed.

15 december 2022

MTVP voor elke praktijk bereikbaar

De zorgverzekeraars gingen alsnog in op de eisen van de LHV over de prestatie MTVDP.

24 januari 2023

Ondertekenen IZA?

De ledenvergadering besluit of aan de voorwaarden van de Nee, tenzij is voldaan en de LHV het IZA alsnog kan ondertekenen.

Nieuws over het integraal zorgakkoord

Tijdens de landelijke ledenvergadering op dinsdag 24 januari spraken de afgevaardigde ambassadeurs over de voortgang op het implementeren van het

De afgevaardigde huisartsen in de landelijke ledenvergadering van de LHV zeggen ja tegen het voorstel van het LHV-bestuur om het

In de afgelopen weken en ook de komende dagen nog, staan onze bestuurders en ambassadeurs in contact met huisartsen over

Meer nieuws

De kracht van de huisartsenzorg

De huisartsenzorg is de basis van de gezondheidszorg in Nederland. Voor maar 20 euro per maand kunnen 17 miljoen mensen elke dag bij de huisarts terecht. Patiënten waarderen de zorg van de huisarts en zijn team. De huisarts lost 94% van de klachten van patiënten die de praktijk bezoeken, samen met die patiënt passend op. Ook tijdens de coronacrisis is de huisartsenzorg zoveel mogelijk door gegaan. 

Wat maakt de huisartsenzorg zo bijzonder?

  1. De huisarts is dichtbij, bekend, luistert en is toegankelijk en betrouwbaar.
  2. De huisarts levert met zijn team kwaliteit op basis van de laatste stand van de wetenschap en praktijk en werkt nauw samen met collega-huisartsen, andere zorgprofessionals en sectoren in de zorg.
  3. De huisarts werkt kleinschalig in en met een team waar iedereen elkaar kent, professioneel autonoom, met ruimte voor eigen invulling en ondernemerschap, eigentijds en modern. De huisartsen hebben zich regionaal georganiseerd en worden efficiënt en effectief ondersteund door lokale en regionale organisaties.
  4. De huisarts is met zijn team een inspirerende gids in zorg én welzijn, kent en levert context zowel voor patiënten als voor partners in de keten en kijkt met de patiënt wat wel en niet zinvol is.
  5. De huisarts biedt continuïteit van zorg, een stabiele (terugval-)basis en medisch-generalistische zorg zowel overdag als in de avond-, nacht- en weekenduren.
  6. De huisarts draagt bij aan het overbruggen van gezondheidsverschillen, duurzaamheid en de veerkracht in onze maatschappij.

Wat was het hoofdlijnenakkoord 2018 – 2022

Download de samenvatting van het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 of lees de hele tekst