Spring naar content

Blog: Geen dag zonder Thuisarts

Auteur: Marjolein Tasche

De telefoon roodgloeiend, de wachtkamer vol, een spreekuur dat uitloopt vanwege een spoedgeval. Een beeld dat veel mensen zullen herkennen en de dagelijkse realiteit in veel huisartsenpraktijken. De huisarts heeft het druk en krijgt het steeds drukker. Hoe houden we de huisartsenzorg toegankelijk?

In die context is de recente media-aandacht rond digitale triage-apps zoals Moet ik naar de dokter? interessant. De digitale tool kreeg kritische vragen over de werkwijze en de manier waarop het advies wel of niet de huisarts te bezoeken tot stand komt. Laat ik voorop stellen: het is belangrijk om scherp te blijven op de ontwikkeling van dergelijke tools. Digitale hulpmiddelen in de zorg moeten veilig zijn. Huisartsen moeten er op kunnen vertrouwen dat die apps voldoen aan de regels en moet duidelijk zijn voor welke patiënten en situaties die geschikt zijn.

‘We moeten voorkomen dat we de controle over ons zorgsysteem uit handen geven. Daarom ben ik zo blij met Thuisarts’

Tegelijkertijd wil ik stellen dat deze vormen van digitale zelfhulp onontbeerlijk zijn om de hedendaagse huisartsenzorg toegankelijk te houden. Iedere patiënt die via Thuisarts.nl gerustgesteld wordt dat die hoest ook zonder antibiotica over een week waarschijnlijk weg is, is een patiënt die de assistente niet hoeft te bellen. Iedereen die via een app ontdekt dat die schaafwond prima thuis verzorgd kan worden, houdt een plekje in het spreekuur vrij voor de kwetsbare oudere die wél acuut medische hulp nodig heeft. Digitale triage filtert niet de zorg weg, maar ordent de urgentie. Het geeft de patiënt regie en de huisarts ademruimte.

Natuurlijk, een app vervangt nooit de klinische blik van de dokter of het contact met de doktersassistente. Dat moet ook niet het doel zijn. Het doel is dat we technologie gebruiken om te zorgen dat het menselijke contact gereserveerd blijft voor dáár waar het écht nodig is.

De vraag blijft daarbij wel: hoe weet je als patiënt of dokter wat betrouwbaar is en wat niet. Of het triagesysteem dat je gebruikt ook daadwerkelijk het verschil gaat maken? Wie zit er eigenlijk achter al die tools, is daar wel een dokter bij betrokken geweest? We moeten voorkomen dat we de controle over ons zorgsysteem uit handen geven.  En andere vaak buitenlandse of commerciële partijen voor ons bepalen hoe onze zorg er over vijf of tien jaar uitziet.

Daarom ben ik zo blij met Thuisarts. Thuisarts is namelijk van ons. Van huisartsen, medisch specialisten, paramedici en andere zorgprofessionals en patiënten samen. Alle teksten op thuisarts zijn gevalideerd door onze beroepsverenigingen en sluiten aan op hoe wij met elkaar de Nederlandse gezondheidszorg hebben georganiseerd. Voor huisartsen en patiënten gaat er geen dag meer voorbij zonder gebruik van Thuisarts. Zowel voor, tijdens als na het consult. En Thuisarts ontwikkelt door. Sinds kort is er ook een Thuisarts Assistent. Een betrouwbare chatbot die gebaseerd is op de database van Thuisarts.nl.

Digitalisering verandert ons zorglandschap fundamenteel. Dat geeft risico’s, zeker. Maar het biedt ons ook de kans om de toenemende vraag van burgers en patiënten op te vangen en de schaarse van onze professionals gedeeltelijk te compenseren. Met Thuisarts houden we als beroepsgroep het roer van deze ontwikkeling stevig in eigen handen. Net als het platform Digizo.nu waar we samen met andere partijen digitale en hybride zorgprocessen toetsen. Zo kunnen we de positieve elementen van AI en digitalisering goed benutten. En houden we grip op informatie aan patiënten en kunnen we hen zelfzorginterventies aanbieden waarvan we weten dat ze betrouwbaar zijn en gebaseerd op medische richtlijnen. Dat geeft rust en ruimte. Voor huisarts én patiënt.

Marjolein Tasche
Voorzitter Landelijke Huisartsen Vereniging

Dit blog is ook verschenen in Medisch Contact | 16 juni 2026

Meer columns en blogs

De telefoon roodgloeiend, de wachtkamer vol, een spreekuur dat uitloopt vanwege een spoedgeval. Een beeld dat veel mensen zullen herkennen

‘Aandacht voor diversiteit en inclusie? Dat zit toch wel goed in de huisartsenzorg?’ Dat was mijn eerste, bijna instinctieve reactie