Spring naar content

ELC: verplicht cliëntenraad pas vanaf 50 zorgverleners

Eind 2025 heeft het ministerie van VWS de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz 2018) laten evalueren door bureau Berenschot. Hieruit concluderen zij dat de wet goed werkt en geen aanpassing behoeft. Wel zijn investeringen nodig in communicatie en voorlichting. De Eerstelijnscoalitie (ELC), waar de LHV deel van uitmaakt, is het hier niet mee eens en blijft pleiten voor verhoging van de getalsgrens voor de eerstelijnszorg.

Momenteel moeten eerstelijnszorgaanbieders met meer dan 25 zorgverleners verplicht een cliëntenraad instellen. Uit zowel de evaluatie van VWS als uit de flitspeiling van de ELC onder ruim 400 aanbieders blijkt echter dat dit in de praktijk niet overal werkt. Eerstelijnszorgaanbieders geven aan dat het oprichten en onderhouden van een cliëntenraad veel tijd kost en de gesprekken over het algemeen weinig nieuwe informatie opleveren.

Ons bezwaar: cliëntenraad past niet bij eerstelijnszorg

Inspraak van patiënten is een groot goed, maar de ELC is van mening dat formele medezeggenschap, zoals geregeld in de Wmcz, niet past bij de aard, inhoud en inrichting van de eerstelijnszorg, vanwege de volgende zaken.

  • Samenloop van rollen: de praktijkhouder (die de cliëntenraad voorzit), is ook de directe behandelaar van de patiënt. Dit wordt door beide partijen als ongemakkelijk ervaren.
  • Kortdurende contacten: er is geen sprake van een langdurig verblijf zoals in veel zorgorganisaties in de tweede lijn. Dit maakt beslissen over structureel beleid moeilijk.
  • Kleinschalige karakter: ook praktijken met meer dan 25 zorgverleners zijn veelal te klein om een cliëntenraad in te bedden.
  • Hoge administratieve belasting. Het bijeenroepen en in stand houden van cliëntenraad zorgt voor veel regeldruk.
  • Wervingsproblemen. In de praktijk blijkt dat het moeilijk is om patiënten te vinden die willen plaatsnemen in een cliëntenraad.

De ELC pleit daarom voor verhoging van de grens van 25 naar 50 zorgverleners. Uit de flitspeiling van de ELC blijkt namelijk dat bij een praktijk van een dergelijke omvang een cliëntenraad meerwaarde heeft. Dit sluit ook goed aan bij de getalsgrens die wordt gehanteerd in de Wet toetreding zorgaanbiders (Wtza) en de Wet op de Ondernemingsraden (WOR).

Onze acties tot nu toe

  • We hebben eind 2025 een flitspeiling gehouden om inzicht te krijgen in ervaringen van achterban met cliëntenraad.
  • We hebben de resultaten van de flitspeiling en onze bezwaren besproken met het ministerie van VWS.
  • We hebben onze bezwaren onder de aandacht gebracht van de Tweede Kamer, onder meer in de Kennissessie Stop de stapeling op 30 maart. Dit heeft tot Kamervragen geleid van JA21 en de SGP tijdens het debat Eerstelijnszorg op 1 april. Ook hebben JA21, D66 en PVV schriftelijke vragen gesteld bij het schriftelijk overleg kwaliteitszorg op 20 mei (zie kader).  

Hoe nu verder?

De mening van de patiënt telt, ook in de eerstelijnszorg en kleinschalige zorg. De medezeggenschap zoals vormgegeven in de Wmcz is echter een te formeel instrument.

We onderzoeken daarom welke informele manieren van zeggenschap in de eerstelijn worden gebruikt en goed werken. Hiervoor zijn we op zoek naar goede voorbeelden. Werk je in jouw praktijk met een informele manier van medezeggenschap voor patiënten? Dan horen we dat graag. Je kunt ons mailen op communicatie@lhv.nl.

Schriftelijke vragen

Tijdens het schriftelijk overleg kwaliteitszorg hebben JA21, D66 en PVV o.a. de volgende vragen gesteld over nut en noodzaak van cliëntenraden in de eerstelijnszorg.

  • JA21: Eerstelijnszorgaanbieders signaleren dat het instellen en in stand houden van een cliëntenraad in de praktijk tijdrovend en belastend kan zijn, terwijl zij vaak al via laagdrempelig en direct patiëntcontact, patiëntenpanels of patiëntenenquêtes input ophalen. Hoe beoordeelt de minister deze signalen?
  • JA21: Hoe beoordeelt de minister de uitkomsten van de flitspeiling van de Eerstelijnscoalitie, waaruit blijkt dat het draagvlak voor het inrichten van een cliëntenraad beperkt is, onder meer omdat het moeilijk is voldoende leden te vinden, het oprichten en onderhouden veel tijd kost en de gesprekken volgens respondenten weinig nieuwe informatie opleveren.
  • JA21: Kan de minister reageren op een praktijkervaring, waarbij een huisartsenpraktijk met ongeveer veertig zorgverleners en de cliëntenraad na meerdere bijeenkomsten gezamenlijk tot de conclusie kwamen dat het nut en de noodzaak van voortzetting beperkt waren, omdat de belangrijkste onderwerpen inmiddels waren besproken en de agenda opdroogde.
  • D66: Is de minister bereid kritisch te kijken naar mogelijke knelpunten in de Wmcz 2018 voor de eerstelijnszorg, en te bezien of daar meer proportionele vormen van medezeggenschap mogelijk zijn?
  • PVV: vragen ook naar kleinere zorgaanbieders en solistisch werkende zorgverleners. Welke verplichtingen onder de Wkkgz zijn volgens de minister noodzakelijk voor patiëntveiligheid en welke verplichtingen leveren vooral administratieve belasting op? Is de minister bereid om de uitvoeringslast voor kleinere aanbieders te verlagen zonder de bescherming van patiënten te verminderen?

Lees hier alle gestelde vragen

Over de Eerstelijnscoalitie
De Eerstelijnscoalitie bestaat uit de volgende partijen: KNMP (apothekers), KNMT (tandartsen), KNOV (verloskundigen), LHV (huisartsen), LVVP (vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten), NVM (mondhygiënisten), NVvP (podotherapeuten) en ONT (tandprothetici). Samen vragen zij aandacht voor administratieve lasten die voortvloeien uit wetgeving.

Nieuws

Sinds dit jaar is er in elke regio een mentale gezondheidsnetwerk (MGN). Hierin werken huisartsen, sociaal domein en de ggz

Om de huisartsenzorg toegankelijk en werkbaar te houden, wordt in steeds meer regio’s intensiever samengewerkt binnen de eerste lijn en

De problematiek rondom de ggz is en blijft een groot knelpunt voor huisartsen. Het verbeteren van de toegang tot de