Spring naar content

Integraal Zorgakkoord samengevat

Op deze pagina leest u een selectie van teksten uit het IZA samengebracht per thema per onderwerp/thema zoals die zijn beschreven in de notitie: Met de vuist op tafel. het is daarmee een verkorte samenvatting van voor huisartsen relevante informatie.

U kunt ook het volledige rapport lezen of een samenvatting van het IZA (5 pagina’s) of de infographic bekijken die zijn gemaakt door VWS.

Download het Integraal Zorgakkoord

Bekijk de IZA-teksten per onderwerp

  1. MTVDP. Mogelijk voor alle praktijken (17 miljoen Nederlanders in 4 jaar). € 220 miljoen beschikbaar in IZa. Nu S3 in 2024 S1.
  2. Grenzen aan het aanbod. Geen overheveling zonder gesprekken. Randvoorwaarde: de huisarts moet het kunnen doen.
  3. ANW: Tot 50 miljoen erbij + gedifferentieerde tarieven in de ANW. Actieplan huisartsen voor ANW kan starten.
  4. Tarieven in lijn met werkelijke kosten. Geen onderdeel IZA, maar staat op de kaart en de gesprekken met NZa lopen.
  5. Beschikbaarheid vervolg zorg. Doorstroom naar de GGZ staat op papier, onderwerp is (h)erkend. + 4 uur POH-GGZ per normpraktijk
  6. Minder controle en verantwoordingseisen. 5%-punt minder administratieve werkzaamheden (40-urige =2 uur minder per week) tov 2020.
  7. Concreetheid: veel punten in meeste afspraken Afdwingbaar: De uitvoering van afspraken wordt gemonitord, bewaakt en bijgestuurd o.l.v. van de minister (governance)
  8. Geld voor organisatie & infrastructuur. Groeiruimte MDZ loopt op van 2% in 2023, naar 3% in 2024, naar 4% in 2025 en naar 5% in 2026.
  9. Goedwerkende systemen voor digitaal werken en goede gegevensuitwisseling. Er is in het IZA een sterke ontwikkeling ingezet op digitaal en gegevensuitwisseling.
  10. Inzet van gemeenten voor huisvesting en passende tarieven. Individuele verzekeraars kunnen in 2023/2024 maatwerkafspraken maken.

IZA-tekst pagina 74-75

Het water staat huisartsen en hun medewerkers aan de lippen. VWS, zorgverzekeraars en huisartsenpartijen zien de urgentie om de werkdruk op korte termijn te verlichten. Dat vraagt een andere organisatie van de zorg, waarover in deze en andere paragrafen afspraken worden gemaakt. Binnen de huisartsenzorg moeten instroom en doorstroom geoptimaliseerd worden. Huisartsen moeten ruimte in hun hoofd en in hun agenda hebben om de zorg voor hun patiënten goed te organiseren; het praktijkhouderschap moet aantrekkelijk blijven. Alle partijen zien in dit kader het belang van Meer Tijd Voor de Patiënt (MTVP) in de huisartsenpraktijk om de huisartsenzorg toekomstbestendig te houden. Meer tijd voor patiënten in het spreekuur en de praktijk is een middel waarmee verwijzingen naar de 2e lijn, medicatie en diagnostiek beperkt kunnen worden en de kwaliteit van zorg kan verbeteren. Het is daarmee in lijn met passende zorg en de doelstellingen van het IZA. Ook kan ‘onnodige’ huisartsenzorg worden vermeden als er betere doorverwijzing is naar het sociaal domein, welzijnswerk in de wijk en zelfzorg beter tot stand komt. Tegelijkertijd kan het helpen de werkdruk in de huisartsenzorg te verlagen en het werkplezier te verhogen. Bovendien leidt het tot meer tevredenheid bij de patiënten.

Bij de totstandkoming van MTVP gaat het om een combinatie van maatregelen, zoals meer inzet van extra FTE huisarts of ander personeel, taakherschikking, optimalisatie van de praktijkvoering, vermindering van administratieve lasten, samenwerking met andere zorgprofessionals en met het sociaal domein en digitalisering. Over al deze onderwerpen worden in dit akkoord afspraken gemaakt. Vormgeving ervan kan per praktijk en regio verschillen maar mag niet leiden tot verschillen in het basisaanbod voor patiënten. LHV, InEen, ZN en VWS spreken af de komende jaren de implementatie van MTVP in de huisartsenpraktijk en betreffende huisartsenregio’s verder op te schalen:

  • De door VWS beschikbaar gestelde groei van de kaders huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg in de periode 2023-2026 en daarnaast de specifiek beschikbaar gestelde middelen vanuit het coalitieakkoord voor MTVP en (sectorale) transitiemiddelen, bieden partijen voldoende financiële ruimte om structureel voor alle huisartsenpraktijken en in alle regio’s MTVP te realiseren.
  • Uit de middelen voor het coalitieakkoord voor ‘meer tijd voor huisartsen’ wordt het aantal opleidingsplekken voor huisartsen per 2023 met een ingroeimodel verhoogd. In gesprek met zowel opleiders als LHV bespreekt VWS hoe en in welk tempo dit te realiseren is en hoe een goede verdeling over het land kan worden geborgd. Daarbovenop wordt in de periode 2023-2025 een tijdelijke impuls gegeven om het aantal opleidingsplekken voor verpleegkundig specialisten en physician assistants in de huisartsenzorg te verhogen. De verwachting is dat hiermee in de komende drie jaar extra werkplekken kunnen worden gerealiseerd. Streven is dat deze extra opgeleide professionals bijdragen aan meer tijd voor de huisarts én de patiënt in de huisartsenpraktijk.
  • Huisartsen, regionale huisartsenorganisaties (RHO’s) en zorgverzekeraars spreken af dat de beschikbare budgettaire ruimte wordt ingezet voor de realisatie van MTVP in de huisartsenpraktijk en ondersteuning van de RHO daarbij, met als doel om voor alle 17 miljoen Nederlanders passende tijd te organiseren. Dat moet uiterlijk in vier jaar bereikt zijn. Per jaar komt MTVP beschikbaar voor in ieder geval 4,3 miljoen ingeschreven patiënten (ION). Alle zorgverzekeraars bieden MTVP aan in de contractering voor 2023. Bekostiging van de huisartsenpraktijk gaat in 2023 via het S3 segment. Bekostiging van de RHO gaat vanaf 2023 via de O&I afspraken.
  • Groeimodel: De afspraak is dat huisartsenpraktijken en RHO’s kunnen starten mits zij voldoen aan een aantal voorwaarden. Die voorwaarden zijn zodanig geformuleerd dat ze een minimale horde vormen voor de praktijken die vanaf 2023 aan de slag willen en kunnen, maar wel zodanig dat de inzet van extra middelen ook daadwerkelijk tot extra tijd in de spreekkamer leidt. Het gaat hierbij om daadwerkelijk meer tijd in de praktijk, een lerende omgeving middels intervisie en een regionale aanpak met ondersteuning door de RHO. Daarnaast committeert de huisartsenpraktijk en de RHO zich aan het implementeren van een leidraad die eind 2022 wordt opgeleverd. Praktijken die starten met MTVP moeten zich in lijn met die leidraad de komende jaren doorontwikkelen.
  • LHV, InEen en ZN leveren eind 2022 deze uitgebreide leidraad voor de verdere uitbouw van MTVP in de huisartsenzorg. Hierin wordt beschreven welke mogelijkheden, knelpunten, successen, randvoorwaarden en openstaande vragen er zijn en welke verantwoordelijkheden hierbij horen. Hierbij worden de inzichten uit het huidige versnellingstraject MTVP (uitgevoerd i.h.k.v. het hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg 2019-2022) ook meegenomen,
  • Partijen maken regionale afspraken over de monitoring van de beoogde effecten.
  • LHV, InEen en ZN spreken af dat de implementatie en financiering van MTVP op deze wijze vanaf 1 januari 2023 plaatsvindt bij huisartsenpraktijken en regionale huisartsenorganisaties die dit willen en kunnen. Zorgverzekeraars zullen daartoe initiatieven die voldoen aan de uitgangspunten en randvoorwaarden honoreren in de contractering. Huisartsen(organisaties) die hierbij hulp nodig hebben kunnen een beroep doen op externe ondersteuning bij die bureaus die aantoonbaar ervaring hebben en bewezen deskundig zijn met implementatie MTVP, om in overleg met de betreffende zorgverzekeraar tot een goede invulling te komen. Voor deze ondersteuning kan gebruik worden gemaakt van de middelen die voor de eerstelijns- en huisartsenzorg beschikbaar worden gesteld in dit akkoord.
  • Om de implementatie van MTVP te vereenvoudigen, verzoekt VWS de NZa voor 1 juli 2023 met een advies te komen hoe MTVP via de bekostiging en regelgeving voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg maximaal gefaciliteerd kan worden. De NZa zal dit advies afstemmen met partijen die bij de reguliere beleidscyclus van de NZa zijn betrokken. Doel is om eventuele wijzigingen in de bekostiging te laten meelopen in de beleidscyclus voor 2024. Daarmee wordt de structurele bekostiging en de contractering van MTVP maximaal gefaciliteerd. Indien wijzigingen nodig zijn die meer tijd vergen, wordt in overleg met partijen in 2024 al een betekenisvolle tussenstap gezet in de bekostiging. De NZa betrekt de op te stellen leidraad en de uitkomsten van het versnellingstraject bij haar advies.
  • De huisartsenpraktijken krijgen zo de garantie dat er continuïteit is in de afspraken, zodat zij de benodigde investeringen en verplichtingen voor langere termijn kunnen aangaan.
  • VWS vraagt de NZa om landelijke partijen te ondersteunen bij het in kaart brengen van de ontwikkelingen rondom MTVP en de implementatie van de leidraad gedurende de looptijd van dit akkoord. Op deze wijze kunnen partijen monitoren of de gewenste ontwikkelingen daadwerkelijk plaatsvinden.
  • Met deze afspraken creëren bovengenoemde partijen een vliegwiel voor MTVP om de huisartsenzorg overeind te houden.

IZA-tekst pagina 33

We hanteren de cyclus van gepast gebruik (agenderen, evalueren/duiden, implementeren resultaten, monitoren) als continue motor voor het concretiseren van Passende Zorg. Bij de toepassing van de cyclus in de praktijk staat patiëntgerichte zorg centraal, waarbij rekening wordt gehouden met de complexiteit van de zorgvraag en patiëntspecifieke factoren. We continueren en versterken de werkwijze van ZE&GG voor de MSZ onder de governance van de hierbij betrokken partijen. We verbreden hierbij naar de onderwerpen Digitale en hybride Zorg en Organisatie van Zorg (JZOJP) zodat de transformatie naar passende digitale zorg en zorg op de juiste plek versneld kan worden. Gelijktijdigheid van de bewegingen is hierbij een aandachtspunt (als zorg verplaatst van bijvoorbeeld het ziekenhuis naar de huisarts, moet die daar wel voor geëquipeerd zijn). Partijen hanteren de cyclus van gepast gebruik in alle sectoren die onder de zorgverzekeringswet kunnen vallen, zo nodig toegespitst op het ontwikkelstadium van die specifieke sector en waar nodig sector- overstijgend en met een programma-aanpak die goed aansluit bij de kennisvragen uit die sector. Deadline voor geconcretiseerde afspraken over het verbreden van deze cyclus en een bijbehorende werkagenda is 1 maart 2023. VWS is trekker en bewaakt de deadline. 

IZA-tekst pagina 15

3.4 Samenwerking sociaal domein, huisartsenzorg en ggz

Het aantal mensen met psychische klachten dat een beroep doet op ondersteuning bij gemeenten, de huisartsenzorg en/of de ggz stijgt al jaren. Dit zet deze voorzieningen in combinatie met een schaarste aan personeel onder hoge druk. Vanwege lange wachttijden zijn huisartsen lang verantwoordelijk voor mensen met een complexe ggz-hulpvraag. Professionals in het sociaal domein ervaren een toename van het aantal mensen met complexe problematiek dat geen of geen tijdige behandeling kan krijgen. Tegelijkertijd zien we dat de ggz zich nog te vaak direct richt op behandeling van psychische klachten, die voortkomen uit problemen op andere levensgebieden.

Ook is het in de praktijk vaak moeilijk om snel de juiste expertise te organiseren. Een van de oorzaken hiervan is dat de samenwerking in de driehoek sociaal domein – huisarts/POH – ggz nog niet altijd en overal optimaal verloopt. In onderdeel F van de werkagenda worden de afspraken die gemaakt zijn voor dit thema uitgebreid beschreven. De afspraken zien op de volgende zaken:

  • Versterken sociale basis
  • Verbeteren samenwerking tussen sociaal domein, huisartsenzorg en ggz-zorg
  • Wettelijke en financiële mogelijkheden domein-overstijgende samenwerking

IZA-tekst pagina 56 en 57

Samenwerken in de keten

Zorgaanbieders en zorgverzekeraars zetten in op het intensiveren van het gebruik van gezamenlijke acute zorgvoorzieningen door verschillende partijen in de keten, waardoor de beschikbare (zorg)professionals slim worden ingezet en samenwerking in de keten wordt gestimuleerd. Denk hierbij aan intensieve samenwerking en gezamenlijke faciliteiten (balie, triage, personeelsruimte) op spoedpleinen dan wel integrale spoedposten tussen huisartsenposten, SEH’s, farmaceutische spoedzorg, ambulancezorg en waar mogelijk onplanbare wijkverpleging en acute ggz. Partijen delen daarbij kennis op het gebied van effectieve vernieuwingen en slimme oplossingen die bijdragen aan de houdbaarheid van de acute zorg (opschalen best practices cq. valorisatie). LNAZ en zorgverzekeraars spelen daarbij een stimulerende rol. Er wordt aangesloten bij huidige regionale ontwikkelingen en afspraken. Wat goed werkt wordt voortgezet en uitgebouwd.

De noodzaak en het belang van het behoud van huisartsenzorg voor patiënten in de avond, nacht en weekenden wordt door alle partijen onderkend en zij zijn bereid om hier vanuit de onderlinge samenwerking aan bij te dragen. Om Nederlanders van deze zorg te kunnen blijven voorzien, dragen de LHV, InEen en Zorgverzekeraars Nederland een oplossing aan voor een betere, meer evenwichtige verdeling van de ANW diensten onder alle huisartsen per 2023 (praktijkhouders, huisartsen in loondienst en waarnemers/ZZP). Het door de huisartsen opgestelde Actieplan Werkdruk in de ANW vormt hiervoor het vertrekpunt. InEen en de LHV werken dit actieplan in overleg met ZN nader uit en stellen – teneinde uniformiteit in de uitvoering te bereiken – een leidraad voor de HDS’en en de aangesloten huisartsen en een landelijke modelovereenkomst op waarin de verantwoordelijkheidsverdeling tussen HDS, praktijkhouders en niet-praktijkhouders wordt vastgesteld.

In aanvulling vraagt VWS de NZa om (in overleg met partijen) het ANW-tarief voor huisartsen te herijken en te differentiëren. Het streven is om het herijkte en gedifferentieerd NZa-tarief per 1 januari 2023 in te voeren. De toepassing van dat herijkte, gedifferentieerde tarief treedt voor een HDS in werking als regionaal een adequate verdeling van diensten tussen alle huisartsen is overeengekomen In lijn met het herijkte honorarium dient zo nodig ook het maximum budget van de HDS te worden aangepast.

Voorwaarde voor akkoord geven op een tariefsverhoging en -differentiatie door de zorgverzekeraar wordt gebaseerd op het door de betreffende HDS aangeleverde implementatieplan en daadwerkelijke uitvoering van dit plan. Dit plan is gebaseerd op het Actieplan Werkdruk in de ANW en de leidraad en treedt uiterlijk drie maanden na het akkoord van de zorgverzekeraar in werking, waarbij ten minste is voldaan aan de volgende landelijke uitgangspunten :

  • Sluitende dekking voor alle benodigde diensten;
  • Afspraken over een evenwichtige en solidaire verdeling van de diensten over de binnen de regio werkzame huisartsen (praktijkhouders, loondienst en waarnemers/ZZP), rekening houdend met het effect van deze afspraken op andere/naastgelegen regio’s;
  • Tarieven die voor alle dienstdoende huisartsen in de regio gelijkelijk van toepassing zijn, waarbij ook wat aan zzp’ers wordt betaald niet hoger mag zijn dan het NZa tarief.

Bovenstaande afspraken en de regionale maatregelen kunnen ook landelijke aanpassingen vragen in wet- en regelgeving. Indien uit een juridische toetsing blijkt dat deze nodig zijn, onderzoekt VWS de mogelijkheden daartoe.

Zorgverzekeraars en HDS’en monitoren periodiek de realisatie van het implementatieplan. Als gedurende het jaar blijkt dat er problemen ontstaan bij de effectuering en uitvoering van de goedkeurde plannen, treden betrokken partijen in overleg. Dit kan leiden tot herijking van afspraken.

Daarnaast dient de HDS inzichtelijk te maken welke acties de HDS onderneemt om het beroep op de HAP te verminderen (in ieder geval voor onnodige spoedvragen die op een regulier tijdstip kunnen worden beoordeeld), in aanvulling op (landelijke) activiteiten zoals publiekscampagnes van de overheid en andere partijen, en hoe middels Thuisarts/online een deel van de spoedvragen kan worden afgevangen.

Als bovengenoemde aanpak eind 2023 niet tot de gewenste effecten leidt, onderneemt VWS passende maatregelen op basis van de uitkomsten van de verkenning zoals benoemd in afspraak vier van de bijlage H Arbeidsmarkt en ontzorgen zorgprofessionals. Daarnaast onderzoekt VWS met partijen welke verdergaande maatregelen mogelijk zijn om het onnodige beroep op de HAP terug te dringen.

Partijen onderzoeken in 2023 welke oorzaken ten grondslag liggen aan de piekbelasting van de SEH en welke maatregelen genomen kunnen worden. NVZ en NFU nemen het voortouw bij dit onderzoek, in afstemming met de andere betrokken partijen. Partijen spreken af om op basis van de uitkomsten van dit onderzoek gezamenlijk concrete maatregelen te nemen om de piekbelasting op SEH’s te verminderen.

Samenwerking in de ANW-uren tussen SEH’s binnen de regio en tussen SEH’s en huisartsenposten zal worden onderzocht binnen de ROAZ-en. Differentiatie en concentratie van acute zorgfaciliteiten zoals SEH’s, huisartsenposten en klinische verloskunde betekent dat het nog belangrijker wordt om de samenwerking met de andere onderdelen van de acute zorgketen zoals Regionale Ambulance Voorziening, GGZ, ELV, geriatrische revalidatiezorg, verloskundige zorg en (onplanbare) wijkzorg te organiseren, om te zorgen voor een goede spreiding en het beschikbaar blijven van voorzieningen dichtbij de patiënt en passend bij de acute zorgvraag van de verschillende patiëntengroepen. Gemeenten hebben ook een belangrijke taak in het voorkomen van oneigenlijke instroom in de acute zorg door te zorgen voor goede voorzieningen en ondersteuning bij sociale problematiek. Partijen spreken af om deze samenwerking in de regio’s te bevorderen en te zorgen voor de juiste randvoorwaarden, zoals zorgcoördinatie, beschikbaarheid van medische gegevens, contractering en bekostiging. Op deze manier kan het percentage kwetsbare ouderen en patiënten met GGZ-problematiek op de huisartsenpost en SEH afnemen, waardoor deze worden ontlast.

De implementatie van de generieke module acute psychiatrie (GMAP) wordt voortgezet. Deze generieke module beschrijft de benodigde inhoud en organisatie van hulpverlening voor personen (alle leeftijdscategorieën) in een crisissituatie, over wie het vermoeden bestaat dat zij een acute psychische stoornis hebben (inclusief verslavingsproblematiek). Het streven is dat de GMAP in 2024 in alle 28 regio’s volledig is geïmplementeerd.

Acute verloskunde kan het beste integraal worden bezien en in samenhang worden geleverd en gefinancierd, zeker met oog op de uitdagingen van capaciteit en beschikbaarheid die ook de geboortezorgsector kent. Dit vraagt om intensieve samenwerking in de geboortezorgketen. Dit vindt plaats binnen de regionale netwerken van Verloskundig Samenwerkingsverbanden (VSV’s), waarin zowel de eerstelijnsverloskundigen, kraamzorgorganisaties als ziekenhuizen vertegenwoordigd zijn (soms verenigd in een Integrale Geboortezorg Organisatie), als ook tussen VSV’s in een regio. In het ROAZ vindt overleg plaats om de benodigde geboortezorg in een regio te coördineren en de beschikbare capaciteit zo optimaal mogelijk in te zetten.

IZA-tekst pagina 98 en 99

Vermindering regeldruk

Het is belangrijk om de administratieve lasten en regeldruk fors te reduceren. Alle initiatieven van de afgelopen jaren hebben tot een te beperkt resultaat geleid. Daarom kiezen we in dit IZA voor een steviger aanpak en ambitie. We gaan bij de vraag of en zo ja hoe nieuwe regels noodzakelijk zijn zwaarder gewicht hechten aan de stem van zorgverleners die verantwoording afleggen of anderszins in de praktijk de gevolgen van de regel ondervinden, en minder aan de partijen die verantwoording vragen. Alle ‘regelmakers’ in de brede zin van het woord (VWS, zorgverzekeraars, toezichthouders, werkgevers, branche- en beroepsverenigingen) gaan per direct alle nieuwe regelgeving toetsen aan het uitgangspunt ‘zinnig en radicaal simpel’. Zinnig is wat bijdraagt aan betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van zorg. Radicaal simpel betekent dat we voor de professional zo eenvoudig mogelijke oplossingen kiezen die bijdragen aan professionele autonomie, vakmanschap en werkplezier. Is het niet zinnig en niet radicaal simpel, dan moet het terug naar de tekentafel óf doen we het niet. Ook bestaande regels, registraties, verplichtingen, procedures etc. nemen we op deze manier onder de loep. Met deze aanpak wordt een reductie van administratieve tijdsbesteding gerealiseerd die deze in lijn brengt met het niveau dat zorgverleners zelf acceptabel achten.

Deze werkwijze brengt met zich mee dat vóór het invoeren van nieuwe regels (in de brede zin van het woord) waarvan een substantiële negatieve impact op de ervaren regeldruk verwacht mag worden in een klankbordgroep met een representatief aandeel van praktiserend zorg- en beleidsprofessionals uit de sector van de Nederlandse gezondheidszorg waar de regel op van toepassing is gesproken wordt over de uitvoerbaarheid en werkbaarheid in de praktijk. Bij het in kaart brengen van de ingeschatte gevolgen voor de regeldruk worden deze naast in euro’s ook uitgedrukt in tijdsbesteding (aantal potentiële zorguren) zodat inzichtelijk wordt hoe groot de werkelijke kosten zijn van in te voeren regels. Ook voor bestaande regels wordt dit de toetssteen om de proportionaliteit te beoordelen.

Nader uitgesplitst per partij betekent dit:

  • VWS zorgt dat regeldruk als gevolg van (nieuwe) wet- en regelgeving en (nieuw) beleid zo beperkt mogelijk blijft, en dit wordt opgesteld met de werkbaarheid in de praktijk als nadrukkelijk en voorwaardelijk uitgangspunt;
  • Branche- en beroepsverenigingen kijken kritisch naar de regeldruk die zij veroorzaken, bijvoorbeeld door richtlijnen of kwaliteitseisen, en beperken deze tot het strikt noodzakelijke minimum;
  • Branche- en beroepsverenigingen brengen bij hun achterban goede voorbeelden, behaalde resultaten en beschikbare ondersteuningsmogelijkheden onder de aandacht;
  • Toezichthouders kijken kritisch naar de regeldruk die samenhangt met- of als gevolg van- de uitvoering van hun toezichtstaken;
  • Zorginkopers (zorgverzekeraars, zorgkantoren, gemeenten) kijken kritisch naar de regeldruk die zij veroorzaken in het kader van de inkoop en verantwoording, en beperken deze tot het strikt noodzakelijke minimum, o.a. door harmonisering van de eisen die zij stellen;
  • Werkgevers gaan aan de slag met de vermindering van regeldruk waarvan de oorsprong binnen de eigen organisatie ligt;
  • VWS ondersteunt met het programma [Ont]Regel de Zorg door het ter beschikking stellen van instrumenten waarmee zorgaanbieders zelf regionaal en lokaal met de vermindering van regeldruk aan de slag kunnen.

In 2025 is de tijdsbesteding aan administratieve werkzaamheden in alle sectoren met 5%-punt (bij een 40-urige werkweek is dat 2 uur minder per week) gedaald ten opzichte van 2020. De met deze afspraak vrijgespeelde tijd komt beschikbaar voor het vergroten van de beschikbare professionele ruimte (zie afspraak 1). Deze afspraak draagt tevens bij aan een substantiële verhoging van het werkplezier.

IZA-tekst pagina 122, 13, 21 en 69

Groeiruimte MDZ loopt op van 2, naar 3, naar 4 en naar 5 procent

Veel gaat afhangen van de regioplannen/regiobeelden. Regio organisaties zullen die afspraken maken:

p. 13. Passende zorg is de Juiste Zorg op de Juiste Plek. IZA-partijen maken afspraken over samenwerking in de regio. Partijen maken regiobeelden (per zorgkantoorregio) op basis waarvan zij concrete regioplannen opstellen. Zo organiseren zij de nodige transformaties met als doel de integrale gezondheidszorg in de regio te waarborgen. Partijen spreken af criteria op te stellen voor regiobeelden en regioplannen. Partijen zijn door middel van mandaat vertegenwoordigd. Indien zij er niet uitkomen bespreken zij dat in het bestuurlijke IZA-kwartaaloverleg en kunnen zij, zoals dat nu ook kan, escaleren naar de NZa. De overheid verbindt zich tot een aantal randvoorwaarden, zoals het oplossen van knelpunten zoals bekostiging, het (financieel) ondersteunen van (domeinoverstijgende) samenwerkingsverbanden en het beschikbaar stellen van basisdata en regioanalyses.

p. 21 plannen worden direct beoordeeld of ze worden aangemerkt als ‘impactvolle transformatie’. Ieder transformatieplan wordt op eigen merites beoordeeld, in samenhang met beschikbare regiobeelden en regioplannen.

p. 69 De uitkomsten van het regionale overleg (vastgelegd in het regiobeeld) worden door de zorgverzekeraars gevolgd in de individuele zorginkoop.

IZA-tekst pagina 125, 120 en 121

Zie huisvesting: Per 2025 stelt de NZa nieuwe (maximum)tarieven vast op basis van kostenonderzoek, waarin ook huisvestingskosten zijn verdisconteerd. Individuele verzekeraars en aanbieders kunnen maatwerkafspraken maken in 2023/2024.

VWS indexeert de macrokaders jaarlijks op basis van ramingen van het Centraal Planbureau (CPB). Om werkgevers in staat te stellen marktconforme arbeidsvoorwaardenontwikkeling binnen cao’s af te spreken, spreken partijen af dat zorgverzekeraars de OVA (overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling) volledig – en zonder korting – doorvertalen in de prijzen en contracten. Generieke doelmatigheidskortingen op deze middelen zijn daarbij niet aan de orde. Ook voor de gereguleerde segmenten zijn deze afspraken van toepassing. De NZa werkt de technische uitwerking daarvan uit. In de lokale onderhandelingen vormt de prijsontwikkeling (op basis van de CPB-ramingen) vertrekpunt in samenhang met aspecten als productiviteits- en doelmatigheidswinst, effecten van passende zorg, volumeontwikkeling, historische prijsverschillen, specifieke lokale omstandigheden en de mogelijkheden om hier gezamenlijk verbetering op te boeken. Partijen motiveren naar elkaar hun voorstellen en maken inzichtelijk hoe elementen als doelmatigheidsverbeteringen, opslagen of in het IZA gecommitteerde volumeontwikkelingen worden gehanteerd. Partijen verkennen hoe de indexatie die van toepassing is op het kader identiek wordt toegepast in de NZa-tarieven van het A-segment. In deze verkenning wordt betrokken hoe deze indexering zich verhoudt tot het tijdstip van bekendmaking van de tarieven.

IZA-tekst pagina 105, 106 en 125

Tijdelijke middelen gegevensuitwisseling: Besluitvorming over de middelen in het coalitieakkoord voor gegevensuitwisseling vindt plaats bij de voorjaarsbesluitvorming 2023. Om een aantal projecten omtrent gegevensuitwisseling in de huisartsenzorg niet stil te laten vallen in Q1/Q2 2023 stelt VWS middelen ter beschikking (€ 3 miljoen incidenteel in 2023), gedekt uit de sectorale transformatiemiddelen.

Digitalisering: Doelstellingen
We regelen dat alle zorgverleners en patiënten/cliënten digitaal kunnen beschikken over de juiste informatie op de juiste plek op het juiste moment zodat passende zorg op een veilige manier gegeven kan worden.

  1. Elektronische gegevensuitwisseling is de standaard in de zorg.
    • Om continuïteit van zorg aan de patiënt te kunnen borgen of te kunnen starten zijn in 2025 alle kerngegevens uiterlijk binnen 24 uur na registratie beschikbaar voor elke zorgverlener met een behandelrelatie, ongeacht het tijdstip en de plek waarop de patiënt geholpen moet worden
    • De kerngegevens betreffen de EU-patiëntsamenvatting (inclusief medicatiegegevens), labuitslagen, beelden, verslagen en (verpleegkundige) zorgplannen die nodig zijn voor het verlenen van netwerkzorg. Er is sprake van eenheid van taal: de gehanteerde kerngegevens betekenen in alle sectoren hetzelfde.
  2. Inwoners van Nederland hebben in 2025 digitaal toegang tot en de beschikking over hun eigen zorggegevens.
    • Zij kunnen zo desgewenst meer eigen regie nemen op hun gezondheid en zorg en invulling geven aan het samen beslissen met hun zorgverlener. Dit draagt bij aan goede toegankelijke zorg en kan zorgverleners ontlasten.
    • In 2025 beschikken alle inwoners die dat willen over een gebruiksvriendelijke en goed gevulde persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) die van meerwaarde is in het zorgproces en voor iedereen begrijpelijke informatie bevat.
  3. Om de zorg toegankelijk, kwalitatief en betaalbaar te houden is transformatie nodig naar hybride zorg.
    • In 2026 leidt de inzet van hybride zorg tot aantoonbaar anders werken en het verlagen van de werkdruk van de zorgverleners met toegankelijkheids- en kwaliteitsbehoud.
    • Veldpartijen (her)ontwerpen de zorgpaden en -processen en zorgen voor afschaling en aanpassing van bestaande traditionele werkwijze en processen. Overheidspartijen faciliteren waar nodig deze transformatie ook bij implementatie.
    • Sectoren onderzoeken welke zorgpaden geschikt zijn voor digitale en/of hybride zorg. Van deze geschikte zorg komt 70% digitaal of hybride beschikbaar. Van alle zorg die hybride wordt aangeboden, streven we naar een inclusie van c.q. het gebruik door minimaal 50% van de patiëntenpopulatie waarvoor de hybride zorgpaden geschikt zijn. Hiertoe worden sectorale afspraken gemaakt.
    • Veldpartijen zorgen dat de hybride zorg toegankelijk is voor mensen en bevorderen inclusiviteit van deze zorg. Overheidspartijen faciliteren deze ontwikkeling.
  4. Data worden digitaal, eenduidig en gestandaardiseerd geregistreerd in het zorgproces en beschikbaar gesteld voor diverse secundaire doelen7.
    • Uitgangspunt is dat administratieve lasten in het operationele proces laag worden gehouden en op onderdelen zelfs verlaagd kunnen worden.
    • Om hergebruik voor secundaire doelen van gegevens te ondersteunen, worden bestaande knelpunten waar mogelijk weggenomen, met behoud van bescherming van de data van de burger en de zeggenschap daarover en rekenend houdend met proportionaliteit en doelbinding.

P. 125 Digitale (zelf)zorghulpmiddelen Inzet VWS is dat middelen voor de (door)ontwikkeling van digitale hulpmiddelen zoals Thuisarts.nl worden voor 50% worden gefinancierd uit de envelop passende zorg. De resterende 50% wordt gefinancierd uit de (sectorale) transformatiemiddelen.

IZA-tekst pagina 125

Huisvesting: Per 2025 stelt de NZa nieuwe (maximum)tarieven vast op basis van kostenonderzoek, waarin ook huisvestingskosten zijn verdisconteerd. Individuele verzekeraars en aanbieders kunnen maatwerkafspraken maken in 2023/2024 

Uitwerkpunt: Afspraken maken over de mogelijkheden om de huisvestingsproblematiek van huisartsenpraktijken en gezondheidscentra op te lossen. Door VWS, ZN, LHV, InEen,  VNG.  

IZA-tekst pagina 124, pagina 114 regel 37-41

Huisartsenzorg en Multidisciplinaire Zorg

  • Meerjarige bijstelling kader
    Op basis van actuele inzichten over het uitgavenniveau in recente jaren wordt het kader Huisartsenzorg en MDZ structureel verlaagd met € 100 miljoen, waarvan € 80 miljoen uit het kader huisartsenzorg en € 20 miljoen uit het kader MDZ.
  • Meer tijd voor de patiënt
    Om te investeren in een toekomstbestendige huisartsenzorg maken de beoogde groei van de kaders huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en daarnaast de specifiek beschikbaar gestelde middelen vanuit het Coalitieakkoord voor MTVP (de envelop ‘meer tijd voor huisartsen’, zie paragraaf 6 van dit onderdeel) en (sectorale) transformatiemiddelen het mogelijk om te investeren in MTVP in alle regio’s.
  • ANW
    VWS verzoekt de NZa om, in overleg met de partijen, het ANW-tarief voor huisartsen te
    herijken en te differentiëren en dit in werking te laten treden per 2023. Voorwaarde is dat partijen werken aan een oplossing voor een betere en eerlijkere verdeling van de ANW-diensten onder huisartsen per 2023 (zowel praktijkhouders als waarnemers/ZZP).
  • Versterking organisatie eerstelijnszorg
    Om de organisatie van de eerstelijnszorg te versterken dienen partijen, zoals eerstelijnszorgorganisaties, te beschikken over voldoende financiële middelen en menskracht om beoogde plannen en samenwerkingsafspraken ten uitvoer te brengen. De door VWS beschikbaar gestelde groei van de kaders huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg en daarnaast de specifiek beschikbaar gestelde middelen vanuit het coalitieakkoord voor de versterking organisatiegraad basiszorg bieden partijen voldoende financiële ruimte om hierover in alle regio’s afspraken te maken.
  • Huisvesting
    Per 2025 stelt de NZa nieuwe (maximum)tarieven vast op basis van kostenonderzoek, waarin ook huisvestingskosten zijn verdisconteerd. Individuele verzekeraars en aanbieders kunnen maatwerkafspraken maken in 2023/2024.
  • Digitale (zelf)zorghulpmiddelen
    Inzet VWS is dat middelen voor de (door)ontwikkeling van digitale hulpmiddelen zoals Thuisarts.nl worden voor 50% worden gefinancierd uit de envelop passende zorg. De resterende 50% wordt gefinancierd uit de (sectorale) transformatiemiddelen.
  • Tijdelijke middelen gegevensuitwisseling
    Besluitvorming over de middelen in het coalitieakkoord voor gegevensuitwisseling vindt plaats bij de voorjaarsbesluitvorming 2023. Om een aantal projecten omtrent gegevensuitwisseling in de huisartsenzorg niet stil te laten vallen in Q1/Q2 2023 stelt VWS middelen ter beschikking (€ 3 miljoen incidenteel in 2023), gedekt uit de sectorale transformatiemiddelen.
  • Vormgeving kader multidisciplinaire zorg
    VWS onderzoekt met partijen of een andere vormgeving van multidisciplinaire zorg binnen de financiële kaders van de eerstelijnszorg bijdraagt aan het realiseren van de visie op de eerstelijnszorg. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek, treft VWS voorbereidingen om de vormgeving van de budgettaire kaders te wijzigen. VWS maakt over het tijdspad afspraken met betrokken partijen Vormgeving kader multidisciplinaire zorg.
  • Kwaliteitsgelden huisartsenzorg
    Partijen spreken af dat de huidige kwaliteitsgelden voor de huisartsenzorg (€ 3,3 miljoen) geoormerkt beschikbaar blijven gedurende de IZA- periode. De inzet van de middelen wordt gericht op de doelstellingen van het Integraal Zorgakkoord.

Het Ministerie van VWS levert daarom in het tweede kwartaal van 2023, in samenspraak met zorgaanbieders en zorgverzekeraars, maar ook in overleg met ACM en NZa, een verkenning op welke mogelijkheden en noodzaak er momenteel zijn voor kleinere aanbieders (bijvoorbeeld wijkzorg, ggz, klinieken en huisartsen) om gezamenlijk op te trekken in het contracteerproces en hoe dit kan worden vereenvoudigd.

Meer nieuws over IZA

Tijdens de landelijke ledenvergadering op dinsdag 29 november gaven de afgevaardigde huisartsen hun akkoord aan het actieplan voor de avond-,

Het LHV-bestuur heeft de Landelijke ledenvergadering geïnformeerd dat er belangrijke voortgang is bereikt op de voorwaarden voor het tekenen van

Woendag 16 november houden we een webinar over alle grote wijzigingen die voor 2023 gepland staan. Wat gaat het IZA