Spring naar content

Standpunt Supervisie basisarts

Een basisarts kan onder supervisie werken van een huisarts. Welke regels gelden er in dit geval om de kwaliteit te waarborgen? Op deze pagina een overzicht van de zaken die geregeld moeten zijn om de kwaliteit van zorg bij de inzet van een basisarts te borgen.

Het oude standpunt was sterk gedateerd (2005), bood onvoldoende houvast en moest zodoende geüpdate te worden. De kern van het standpunt is onveranderd. Basisartsen zijn zelfstandig bevoegd tot verrichten van handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg als hij over de hiervoor benodigde bekwaamheid beschikt en heeft als zodanig een eigen verantwoordelijkheid. Een basisarts beschikt echter niet over dezelfde bekwaamheden als een huisarts. Het is dan ook van belang dat een basisarts onder supervisie van een huisarts werkt. Door supervisie wordt gewaarborgd dat patiënten de huisartsgeneeskundige zorg krijgen die zij nodig hebben. Bovendien voldoen praktijkhouders zo aan hun wettelijke verplichting adequate randvoorwaarden te creëren om zorg van goede kwaliteit te leveren (Wkkgz).

5 vragen over supervisie bij inzet basisarts

Bij tijdelijke krapte kunt u een basisarts inzetten in uw praktijk. Deze werkt dan onder uw supervisie. Voor de basisarts een mooie manier om kennis te maken met de huisartsenzorg. Waar moet u rekening mee houden?

Het is belangrijk dat u weet over welke bekwaamheden de basisarts beschikt. Dit moet u toetsen aan de hand van de huisartsgeneeskundige richtlijnen van het NHG, vóórdat de basisarts met zijn werkzaamheden start. Ook de basisarts moet deze richtlijnen kennen en ernaar handelen. Maak daarnaast afspraken over consultatie en uw beschikbaarheid en bereikbaarheid als supervisor. Bespreek de verdeling van de verantwoordelijkheden.

Een basisarts die onder supervisie van een huisarts zorg levert, is een tijdelijke oplossing. Bijvoorbeeld in geval van nood, overmacht of om iemand kennis te laten maken met het vak. Wij adviseren om maximaal een periode van een jaar aan te houden. Daarna kan de basisarts de huisartsenopleiding instromen of afzien van een verdere carrière in de huisartsenzorg.

Een voormalig huisarts kent de huisartsgeneeskundige richtlijnen en heeft hier al ervaring mee. Bij aantoonbare competenties zal de supervisie minder intensief zijn. Een startende basisarts heeft deze ervaring nog niet. Zeker in het begin is het dan belangrijk dat u als supervisor in de praktijk aanwezig bent en dagelijks patiënten bespreekt met de basisarts. Bij een voormalig huisarts kan de supervisie mogelijk op afstand en kunt u de besprekingen mogelijk beperken tot de complexe patiënten. 

Ja, als superviserend huisarts bent u eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg. Als de basisarts te maken krijgt met een (tucht)klachtzaak, moet u als superviserend huisarts de basisarts tijdens de behandeling ervan bijstaan en vergezellen. Ook wanneer de basisarts niet meer in uw praktijk werkt, maar de klacht betrekking heeft op zorgverlening in de periode dat dit wel het geval was. Houd er rekening mee dat een patiënt ook een (tucht)klacht tegen u als supervisor kan indienen. In de meeste gevallen zullen patiënten hun ongenoegen uiten bij de huisartsenpraktijk (Wkkgz). De praktijkhouder is dan verantwoordelijk voor de afhandeling van de klacht.

Meld de basisarts voor de start van de werkzaamheden aan bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekering.

Als u na het aflopen van uw huisartsregistratie nog wel een BIG-registratie heeft, bent u een basisarts. U mag dan onder supervisie in een huisartsenpraktijk blijven werken. U kunt dan niet meer in opdracht (als waarnemend huisarts) werken. De praktijkhouder moet dan een arbeidsovereenkomst met u afsluiten, bijvoorbeeld een 0-uren-contract.

Bij supervisie dient sprake te zijn van:

  • Inzichtelijkheid van de bekwaamheden waarover de basisarts beschikt. Dit dient de supervisor voor start van de werkzaamheden te toetsen aan de hand van de huisartsgeneeskundige richtlijnen.
  • De basisarts dient zich de huisartsgeneeskundige richtlijnen eigen te maken en conform deze richtlijnen te handelen. Intensiteit van supervisie is afhankelijk van de bekwaamheden van de basisarts.
  • Een één-op-één relatie tussen de basisarts en de supervisor. Dit betekent dat er sprake moet zijn van een vaste supervisor per basisarts en een huisarts niet meerdere basisartsen tegelijk mag superviseren.
  • Afspraken over de ingangsklachten die de basisarts wel/niet kan zien, welke zorg hij voor zijn rekening kan nemen.
  • Afspraken over de beschikbaarheid van de supervisor, dan wel diens vervanger, voor consultatie.
  • Afspraken over de bereikbaarheid van de supervisor, dan wel diens vervanger, bij spoed. De supervisor dan wel diens vervanger moet altijd komen als de basisarts dit noodzakelijk acht.
  • Afspraken over verantwoordelijkheidsverdeling bij risicovolle zorg; acute, complexe en palliatieve zorg.
  • Regelmatige patiëntenbesprekingen, bij voorkeur dagelijks en zeker van alle patiënten met meer complexe problematiek.
  • Een helder organisatorisch samenwerkingsverband waarin kwaliteit geborgd is door middel van werkafspraken en protocollering conform Wkkgz (zie NHG-website specifiek kijken naar het primaire proces)
  • Kenbaarheid dat patiënten zorg ontvangen van een basisarts die onder supervisie van een huisarts werkt en niet zelf huisarts is.
  • Afspraken over het onmiddellijk inlichten van de supervisor van een incident dat tot schadelijk gevolg voor de patiënt(en) heeft geleid of nog kan leiden. Melding is eveneens verplicht indien het schadelijke gevolg is voorkomen door een toevallige gebeurtenis of door een tevoren niet gepland ingrijpen.
  • Wekelijks dan wel minimaal maandelijks overleg tussen de basisarts en de supervisor plaats te vinden over de opgedane ervaring en concrete bekwaamheden van de basisarts (aandacht voor breed diagnostisch denken). De intensiteit is afhankelijk van ervaring van de basisarts.

De zorgaanbieder is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit en organisatie van de zorg (artikel 3 e.v. Wkkgz). Praktijkhouders moeten zich bewust zijn van de (specifieke) risico’s bij de inzet van een basisarts in de  huisartspraktijk wanneer de supervisie niet op orde is en/of de arts over onvoldoende bekwaamheden beschikt. Ondanks de eigen professionele verantwoordelijkheid van de basisarts, blijft de superviserend huisarts eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg.

Het is dan ook essentieel dat de praktijkhouder zich er van vergewist dat de basisarts die huisartsgeneeskundige zorg levert bekwaam is om de aan hem opgedragen taken uit te voeren. De supervisie van een basisarts zonder aanvullende ter zake doende verworven huisartsgeneeskundige bekwaamheden heeft dus een intensiever karakter dan bijvoorbeeld een voormalig huisarts die aantoonbaar over de benodigde competenties beschikt.

Termijn

Inzet van een basisarts die onder supervisie van een huisarts zorg levert, dient niet structureel te gebeuren; alleen in geval van nood, overmacht, dan wel iemand kennis te laten maken met het vak. Wij adviseren vast te houden aan een periode van een jaar, waarna de basisarts de huisartsenopleiding instroomt dan wel afziet van een verdere carrière in de huisartsenzorg.