Voor een gezonde huisartsenzorg
 
 

Functiewaardering huisartsenzorg

Laatst bijgewerkt: 15/02/2016 - 09:31
Functiewaardering huisartsenzorg, bekijk alle functies
De handleiding Functiewaardering Huisartsenzorg bevat een omschrijving van veelvoorkomende functies in de huisartsenzorg. Daarnaast biedt het een referentiematrix waarmee u zelf de overige functies kunt indelen.

Binnen de huisartsenzorg zijn onderstaande referentiesfuncties gedefinieerd. Een referentiefunctie is een referentiepunt voor functies die in de huisartsenzorg voorkomen. Klik op een van de cursief weergegeven functies om te zien wat de functie inhoudt. De andere functies zijn niet uitgeschreven, maar kunnen wel ter vergelijking van de schaalindeling gebruikt worden.

HuisartsenpraktijkenHuisartsenposten/
acute zorg
Huisartsenorganisaties algemeen
Doktersassistent A 4 Triagist A 4 Hoofd Administratie A 8
Doktersassistent B 5 Tragist B 5 Hoofd Administratie B 9
Doktersassistent, leidinggevend 6 Triagist, leidinggevend 6 Kwaliteits- en klachtenfunctionaris A 7
Apothekersassistent 4 Physician Assistant A 8 Kwaliteits- en klachtenfunctionaris B 8
Physician Assistant B 9
P&O-functionaris/-adviseur A 7
    Verpleegkundig Specialist A 8 P&O-functionaris/-adviseur B 8
    Verpleegkundig Specialist B 9  
Praktijkondersteuner Somatiek 7     Administratief Medewerker A 3
Locatiemanager A 7 Administratief Medewerker B 4
Praktijkondersteuner GGZ 8 Locatiemanager B 8 Administratief Medewerker C 5
Locatiemanager C 9    
    Secretaresse A 4
Secretaresse B 5
Secretaresse C 6
Chauffeur 3
Huishoudelijk Medewerker A 1
Huishoudelijk Medewerker B 2

Administratief Medewerker A

Download de functieomschrijving

1. Doel van de functie

Is verantwoordelijk voor het op efficiënte en effectieve wijze uitvoeren en afhandelen van diverse administratieve werkzaamheden, conform gestelde richtlijnen en procedures, opdat te allen tijde een betrouwbaar inzicht in de administratie bestaat.

2. Plaats in de organisatie

De administratief medewerker ressorteert zowel functioneel als hiërarchisch (waar aanwezig) onder het hoofd administratie (anders directeur of hoofd).

3. Resultaatgebieden

3.1 (Crediteuren)administratie 
Voert diverse administratieve werkzaamheden uit opdat te allen tijde een betrouwbaar inzicht bestaat in de administratie:

  • Verzorgt en bewaakt op dusdanige wijze de crediteurenadministratie opdat deze te allen tijde betrouwbaar en up-to-date is;
  • Selecteert en controleert facturen en legt deze ter goedkeuring voor aan de verantwoordelijke functionarissen;
  • Voert facturen in het administratief pakket in;
  • Zorgt voor de betaalbaarstelling van geaccordeerde facturen;
  • Archiveert de facturen en diverse andere financiële bescheiden;
  • Verwerkt kas-, bank- en giromutaties.

3.2 Debiteurenadministratie 
Verzorgt op dusdanige wijze de debiteurenadministratie, conform vastgestelde richtlijnen, opdat de debiteurenstanden beheersbaar en acceptabel blijven:

  • Vervaardigt facturen;
  • Controleert binnengekomen gelden en voert deze in het administratieve pakket in;
  • Belt debiteuren na;
  • Vervaardigt aanmaningen.

3.3 Salarisadministratie
Verzorgt de voorbereidingen ten behoeve van de salarisadministratie:

  • Verzamelt de maandelijkse mutaties;
  • Controleert urenlijsten en legt deze ter goedkeuring voor aan de verantwoordelijke functionarissen;
  • Draagt periodiek zorg voor de mutaties (in- en uitdiensttreding, salariswijzigingen, vakantiegeld etc.) aan het externe salarisverwerkingsbureau;
  • Verzorgt de betalingsopdrachten;
  • Boekt de uit te betalen salarissen in;
  • Beantwoordt vragen van medewerkers omtrent uitbetaalde salarissen.

3.4 Ondersteunende werkzaamheden 
Verricht diverse overige werkzaamheden:

  • Verstrekt, waar aan de orde, informatie aan derden (o.a. zorgverzekeraars);
  • Zoekt vragen aangaande betalingen uit;
  • Vervaardigt, op verzoek, overzichten;
  • Verricht, op verzoek, overige financiële werkzaamheden;
  • Ondersteunt de overige medewerkers op de administratie;
  • Beheert archief;
  • Verwerkt inkomende poststukken.

4.Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • Mbo-opleiding niveau 3 op financieel-administratief gebied (MBA);
  • Kennis van geautomatiseerde toepassingen (het administratief pakket) en van de verschillende systemen die binnen de organisatie in gebruik zijn;
  • Kennis van financieel-administratieve processen;
  • Kennis op het vakgebied dient bijgehouden te worden door o.a. bijscholing.

4.2 Zelfstandigheid

  • De werkzaamheden worden binnen gestelde opdracht, procedures en richtlijnen uitgevoerd;
  • Lost zelfstandig administratieve problemen op wanneer deze betrekking hebben op het toetsen of achterhalen van informatie;
  • Het werk wordt gecontroleerd door hoofd administratie/ de directeur; bij complexe vragen of problemen wordt overlegd met het hoofd administratie/de directeur.

4.3 Sociale vaardigheden

  • Tact en vasthoudendheid zijn nodig bij het nabellen van debiteuren en het controleren van facturen in samenwerking met de verantwoordelijke functionarissen;
  • Om vragen van medewerkers omtrent salarissen te beantwoorden, is een servicegerichte houding nodig.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Er is een kans op verspilling van tijd en/of het veroorzaken van beperkte materiële schade wanneer fouten gemaakt worden en hersteld moeten worden.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid is nodig voor het overbrengen van feitelijke en procedurele informatie over de administratie en facturen;
  • Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid is nodig voor het correct invullen van formulieren en het voeren van standaardcorrespondentie m.b.t. de afhandeling van facturen.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Nodig voor het snel en correct kunnen typen.

4.7 Oplettendheid

  • Oplettendheid is noodzakelijk ten aanzien van de juistheid en volledigheid van gegevens en bij het verwerken van een grote diversiteit aan documenten.

4.8 Overige functie-eisen

  • Systematiek en ordelijkheid zijn van belang bij het verwerken van gegevens.
  • De toegang tot vertrouwelijke gegevens stelt eisen aan integriteit en betrouwbaarheid.

4.9 Inconveniënten

  • Er is sprake van fysieke belasting door het langdurig, zittend achter het beeldscherm werken. 

naar boven

Administratief Medewerker B

Download de functieomschrijving

1. Doel van de functie

Is verantwoordelijk voor het beheer en de uitvoering van de financiële administratie op een dusdanige wijze dat te allen tijde de financiële situatie van de huisartsenorganisatie actueel en inzichtelijk is en betrouwbare financiële informatie voorhanden is.

2. Plaats in de organisatie

De administratief medewerker ressorteert zowel hiërarchisch als functioneel onder het hoofd administratie (of, indien niet aanwezig, de directeur) en coördineert de werkzaamheden van de administratief medewerker(s).

3. Resultaatgebieden

3.1 Beheer en rapportage 
Beheert en voert op dusdanige wijze de financiële administratie, dat de financiële positie te allen tijde inzichtelijk en up-to-date is:

  • Selecteert de te betalen facturen, voert deze in het financiële boekhoudsysteem in en legt deze ter fiattering aan de directeur voor;
  • Voert de grootboekadministratie; boekt kas-, bank- en giromutaties in;
  • Beheert en bewaakt de debiteuren- en crediteurenadministratie;
  • Verzamelt de maandelijkse mutaties en draagt zorg voor de aanlevering van de mutaties (in- en uitdiensttreding, salariswijzigingen, vakantiegeld etc.) aan het salarisverwerkingsbureau;
  • Boekt de uit te betalen salarissen in;
  • Verzorgt het betalingsverkeer en rapporteert hierover aan het hoofd administratie;
  • Beantwoordt vragen over uitbetaalde salarissen, sociale premies en verzekeringen;
  • Verzorgt de fiscale aangiften Omzetbelasting, Loonbelasting en BTW;
  • Verzorgt (voorstel voor) rapportages en de daarvoor benodigde analyses aan het hoofd administratie.

3.2 Systeembeheer
Beheert binnen de huisartsenorganisatie de administratieve systeemtoepassingen, zodanig dat de huisartsenorganisatie gebruik kan maken van veilige en goedwerkende toepassingen:

  • Draagt zorg voor het oplossen van storingen;
  • Draagt zorg voor een goede beveiliging van de ingevoerde gegevens;
  • Bestelt computerbenodigdheden;
  • Verzorgt, op regelmatige basis, back-ups van de opgeslagen gegevens;
  • Verzorgt instructies en ondersteuning aan de medewerkers van de huisartsenorganisatie.

4.Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • Mbo-opleiding niveau 3 op financieel-administratief gebied;
  • Enkele jaren werkervaring in een vergelijkbare functie;
  • Kennis van relevante wet- en regelgeving;
  • Kennis van de organisatie is nodig vanuit het perspectief van de administratie;
  • Houdt zich op de hoogte van ontwikkelingen op het vakgebied en wet- en regelgeving.

4.2 Zelfstandigheid

  • Verricht de werkzaamheden zelfstandig binnen vastgestelde kaders en (wettelijke) regelgeving en procedures;
  • Lost problemen met betrekking tot de financiële administratie zo mogelijk zelfstandig op. Bespreekt knelpunten en afwijkingen met het hoofd administratie of de directeur.

4.3 Sociale vaardigheden

  • Tact en vasthoudendheid zijn nodig bij het coördineren van de werkzaamheden van de administratief medewerkers;
  • Een servicegerichte houding is nodig bij het informeren en ondersteunen van medewerkers op administratief gebied.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Het maken van of het niet signaleren van fouten bij het uitvoeren van de financiële administratie kan materiële schade tot gevolg hebben en leidt in de regel tot tijdverlies.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid zijn benodigd bij het begrijpelijk overdragen van informatie en het verzorgen van financiële rapportages.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Nodig voor het bedienen van de pc.

4.7 Oplettendheid

  • Oplettendheid is noodzakelijk ten aanzien van het controleren van werkzaamheden, gegevens en systemen en om te bepalen of werkprocessen verlopen conform procedures.

4.8 Overige functie-eisen

  • Systematiek en ordelijkheid zijn van belang bij het verwerken en controleren van gegevens;
  • De toegang tot vertrouwelijke gegevens stelt eisen aan integriteit en betrouwbaarheid.  

4.9 Inconveniënten

  • Er kan sprake zijn van psychische belasting bij het onder druk moeten opleveren van (tussentijdse) cijfers of rapportages. 

naar boven

Apothekersassistent

Download de functieomschrijving

1. Doel van de functie

Het binnen de vastgestelde kaders van zorgvuldigheid, vakbekwaamheid en patiëntvriendelijkheid afhandelen van de receptuur, het beheren van de administratie en logistiek en het uitvoeren van procedures met betrekking tot de farmaceutische zorg in de praktijk.

2. Plaats in de organisatie

De apothekersassistent is werkzaam in een apotheekhoudende huisartsenpraktijk en ressorteert hiërarchisch onder de huisarts.

3. Resultaatgebieden

3.1 Receptuurafhandeling
Beheert, controleert en distribueert geneesmiddelen onder toezicht van de arts en/of volgens vastgestelde protocollen zodat de juiste medicijnen met de juiste informatie aan de patiënt worden verstrekt:

  • Controleert het recept op aangegeven gebruik en dosering, alsmede contra-indicaties en interacties en overlegt volgens afspraak met de huisarts;
  • Verzamelt, etiketteert en controleert de medicijnen op basis van de door de huisarts of specialist uitgeschreven recepten of etiketten;
  • Verwerkt vervolgrecepten;
  • Bereidt, waar nodig, magistrale recepten volgens richtlijnen of bestelt deze elders;
  • Verstrekt voorgeschreven genees- en zelfzorgmiddelen en geeft de patiënt advies over gebruik, bijwerkingen en bewaarcondities;
  • Handelt opiatenrecepten volgens wettelijk voorschrift af;
  • Geeft uitleg over de werking van de medicijnen aan de patiënt en motiveert de patiënt tot een juist gebruik van het medicijn;
  • Stemt, in een intermediaire rol tussen zorgvrager, ziekenhuis en zorgverzekeraar, de juiste afhandeling van medicijndistributie af.

3.2 Voorraadbeheer

Beheert de apotheekvoorraad;

  • Bewaakt de voorraad wat betreft vervaldata en doet bestellingen bij groothandels en/of bereidingsapotheken;
  • Bewaakt en beheert overige verbruiksmaterialen ter uitvoering van de apotheektaken;
  • Draagt zorg voor de verwerking van gegevens ten behoeve van de financiële administratie;
  • Draagt zorg voor een schone en nette werkomgeving.

3.3 Kwaliteit en administratie 
Verricht administratieve en registratieve handelingen in het kader van de naleving van het kwaliteitsbeleid en de kwaliteitsnorm:

  • Verricht registraties in de geautomatiseerde kwaliteitsbewaking (foutenregistratie, incidentele en jaarlijkse checks, weekrapportage);
  • Verricht aanvullende taken aan de hand van certificeringsregels;
  • Houdt de opiatenregistratie volgens wettelijke richtlijnen bij;
  • Maakt, waar nodig, verbeterplannen en voert deze in overleg met huisarts uit;
  • Draagt mede zorg voor eigen deskundigheidsbevordering, in overleg met leidinggevende.

4. Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • Mbo-opleiding apothekersassistent (CREBO-erkend, Centraal Register Beroepsopleidingen);
  • Kennis van de eigen werkomgeving en werkprocessen en van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van collega’s binnen de organisatie;
  • Kennis van werkplannen en protocollen binnen de huisartsenorganisatie;
  • Kennis van kwaliteitsrichtlijnen (Kwaliteitsnorm AHHAP, apotheekhoudende huisartsenpraktijken);
  • Kennis van de gebruikte applicaties voor registratie en bestelling alsmede het HIS;
  • Houdt zijn/haar inhoudelijke kennis en overige voor de functie benodigde kennis (automatisering etc.) op peil door het volgen van nascholingsactiviteiten.

4.2 Zelfstandigheid

  • In de regel wordt alleen gewerkt vanuit kaders die in protocollen en administratieve procedures zijn vastgesteld;
  • Bij het ontbreken van protocollen wordt gehandeld op basis van kennis en ervaring, e.e.a. in afstemming met de hiervoor geldende afspraken met de behandelend arts;
  • Bewaakt zelf de voortgang van de werkzaamheden en stelt prioriteiten, eventueel in overleg met de huisarts;
  • Lost acute problemen en vragen rondom het tijdig verkrijgen van de juiste medicijnen in de dagelijkse situatie op, hetgeen soms vindingrijkheid vraagt;
  • Bij inhoudelijke vragen kan worden teruggevallen op de huisarts of een andere apotheek (bijv. van het ziekenhuis).

4.3 Sociale vaardigheden

  • Contacten met derden (specialisten, leveranciers, patiënt e.a.) vragen om tact en geduld;
  • Kan de patiënt zo nodig motiveren voor het juiste gebruik van de medicijnen;
  • Voor het afhandelen van klachten zijn met name van belang: tact, kunnen luisteren, invoelingsvermogen, hulpvaardigheid.

naar boven

Chauffeur

Download de functieomschrijving

1. Doelstelling van de functie

De Chauffeur is verantwoordelijk voor het op dusdanige wijze vervoeren van de dienstdoende huisarts van de huisartsenpost naar de patiënten, binnen de kaders van de wet en rekening houdend met de verkeerssituatie, opdat de huisarts zo spoedig mogelijk en veilig op de plaats van bestemming komt.

2. Plaats in de organisatie

Chauffeurs zijn veelal niet in vaste dienst, maar worden ingehuurd bij taxibedrijven of chauffeursdiensten. Ressorteert hiërarchisch onder de locatiemanager en functioneel onder de dienstdoende huisarts.

3. Resultaatgebieden

3.1 Vervoeren huisarts 
Verzorgt, op aanvraag van de dienstdoende huisarts, de rit opdat deze zo spoedig mogelijk en veilig ter plaatse komt:

  • Draagt zorg voor het “rijklaar” maken van de auto;
  • Bepaalt de te rijden route;
  • Vraagt op verzoek van de dienstdoende huisarts bijzondere rijstatus (A1, A2, e.d.) aan; 
  • Speelt in op voorkomende verkeerssituaties.

3.2 Onderhoud
Verzorgt het onderhoud van de auto, opdat de veiligheid van de medepassagiers en overige weggebruikers is gegarandeerd:

  • Controleert bandenspanning, oliepeil en dergelijke;
  • Plant de grote en kleine onderhoudsbeurten;
  • Test regelmatig de benodigde apparatuur (telefoons, navigatie, sirenes);
  • Meldt direct de mogelijke gebreken bij de locatiemanager van de huisartsenpost.

3.3 Administratieve werkzaamheden 
Verricht diverse administratieve handelingen, teneinde helderheid in rittenadministratie te verschaffen:

  • Houdt de rittenadministratie bij en geeft deze door aan de doktersassistenten;
  • Stelt op verzoek werkinstructies en protocollen op met betrekking tot het uitvoeren van de functie.

3.4 Assisteren huisarts 
Assisteert, op aanwijzing, de dienstdoende huisarts bij voorkomende werkzaamheden, opdat deze in staat wordt gesteld zijn functie zo doelmatig mogelijk uit te voeren:

  • Assisteert bij reanimatie van patiënten op verzoek en aanwijzing van en onder toezicht van de dienstdoende huisarts. (Hiervan is alleen sprake als de chauffeur hiertoe is opgeleid).

4.Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis 

  • Lbo (vmbo)/mbo-werk- en denkniveau;
  • Minimaal drie jaar rijervaring en afgeronde rijvaardigheidscursus praktijk en theorie;
  • Afgerond en onderhouden diploma reanimatie en EHBO;
  • Kennis van de geografische omgeving en technische kennis m.b.t. de auto.

4.2 Zelfstandigheid

  • De werkzaamheden worden uitgevoerd op aanwijzing van de huisarts. Werkwijze en prioriteiten liggen vast of worden door de huisarts aangegeven;
  • Lost zelfstandig praktische of technische problemen op wanneer deze het vervoer belemmeren.

4.3 Sociale vaardigheden

  • Hulpvaardigheid en omgangsvormen zijn nodig bij het assisteren van de arts.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Fouten of verkeerd inschatten van de verkeerssituatie kan leiden tot ernstig letsel bij de medepassagiers.
  • Fouten in de werkzaamheden en ongepast optreden bij patiënten kunnen afbreuk doen aan het imago van de organisatie;
  • Verantwoordelijkheid wordt gedragen voor het rijklaar houden van de auto en het veilig besturen van de auto;
  • Is verantwoordelijk voor juiste uitvoering van (eenvoudige) ondersteunende handelingen en reanimatie.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • De functie wordt gekenmerkt door het uitwisselen van praktische en concrete informatie.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Bewegingsvaardigheid is nodig bij het besturen van de auto en, in voorkomend geval, het assisteren bij medische handelingen.

4.7 Oplettendheid

  • Oplettendheid is nodig bij het onderhouden en besturen van de auto en het deelnemen aan het verkeer waarbij spoed en veiligheid in balans moeten worden gehouden;
  • Tevens is oplettendheid vereist bij het zorgdragen voor complete uitrusting van de auto en de bij huisbezoek benodigde koffer.

4.8 Overige functie-eisen

  • Systematiek en ordelijkheid zijn van belang bij het rijklaar houden van de auto en het bijhouden van de rittenadministratie;
  • Integriteit is nodig bij het omgaan vertrouwelijke informatie over patiënten.

4.9 Inconveniënten

  • Psychische belasting kan ontstaan bij het werken onder tijdsdruk. 

naar boven

Doktersassistent A

Download de functieomschrijving

1. Doel van de functie

Is verantwoordelijk voor het, op basis van de door de patiënt verstrekte informatie en zo mogelijk aan de hand van de opgestelde werkplannen en/of protocollen, op adequate wijze zelfstandig afhandelen van de hulpvraag of, na verheldering van de hulpvraag, de patiënt doorverwijzen naar de dienstdoende huisarts of andere functionaris, teneinde de patiënt zo spoedig en adequaat mogelijk te voorzien van de benodigde (medische) zorg.

2. Plaats in de organisatie

De doktersassistent ressorteert hiërarchisch gezien onder de huisarts en kan functionele aanwijzingen ontvangen van een Leidinggevend Doktersassistent en/of huisarts. Praktisch gezien is hij/zij het eerste aanspreekpunt voor derden en draagt hij/zij zorg voor de dagelijkse organisatie.

3. Resultaatgebieden

3.1 Intake patiënt
Voert de intake uit op basis van vastgestelde protocollen en richtlijnen (voor zover beschikbaar).

  • Inventariseert en stelt de hulpvraag vast;
  • Registreert de benodigde persoonsgegevens;
  • Classificeert zelfstandig de (telefonische) hulpvraag;
  • Bepaalt aan de hand van protocollen en NHG-standaarden de urgentie van de klachten en onderneemt actie op basis van urgentie;
  • Verstrekt, indien mogelijk zelfstandig, medische adviezen aan de hand van protocollen en NHG-standaarden;
  • Consulteert de huisarts indien eigen kennis ontoereikend is;
  • Verwijst patiënten door naar het (eventueel telefonisch) spreekuur van de huisarts of andere functionaris;
  • Maakt en registreert afspraken met patiënten;
  • Verwijst in overleg met de huisarts de patiënt door naar andere zorginstellingen;
  • Registreert de gegevens en draagt zorg voor een accurate afhandeling van financiële en medische dossiers.

3.2 Medische assistentie
Assisteert de dienstdoende huisarts bij voorkomende (medische) werkzaamheden, opdat deze zijn werkzaamheden in een zo kort mogelijk tijdsbestek optimaal kan vervullen:

  • Voert via een spreekuur, volgens werkplannen en/of protocollen, verpleeg- en medisch-technische handelingen en laboratoriumwerkzaamheden uit, zoals bijvoorbeeld oren uitspuiten, ECG maken, wrattenspreekuur, audiogrammen, injecties toedienen;
  • Assisteert de huisarts bij medische ingrepen, onderzoeken en handelingen (injecties toedienen, hechten, e.d.);
  • Zorgt dat de juiste instrumenten, apparatuur en materialen voor ingrepen, onderzoeken en behandelingen zijn gereedgemaakt en draagt zorg voor het onderhoud en de hygiëne daarvan;
  • Verwerkt de gegevens over verrichtingen in elektronisch patiëntendossier;
  • Geeft voorlichting aan de patiënt over de behandeling en het vervolg.

3.3 Beheer
Verzorgt de patiëntenadministratie met als doel een tijdige en volledige registratie van de patiëntgegevens in het elektronisch patiëntendossier en een effectieve en efficiënte organisatie van de gang van zaken binnen de huisartsenorganisatie:

  • Verricht de administratieve afhandeling van recepturen (schrijven, correspondentie);
  • Vraagt medische gegevens en uitslagen van onderzoeken aan en verwerkt deze in dossier;
  • Verzorgt correspondentie van de huisartsenpraktijk;
  • Draagt zorg voor het beheer van de voorraad en voor de administratie;
  • Draagt zorg voor de verwerking van gegevens ten behoeve van de (financiële) administratie;
  • Houdt het HIS bij;
  • Beheert en archiveert patiëntendossiers;
  • Draagt zorg voor een schone en nette werkomgeving.

3.4 Kwaliteit
Verricht alle werkzaamheden in naleving van het kwaliteitsbeleid en de wettelijke richtlijnen, teneinde de kwaliteit van de (medische) dienstverlening te waarborgen:

  • Verricht de werkzaamheden conform de vastgestelde wettelijke kwaliteitseisen;
  • Signaleert knelpunten bij de uitvoering van de werkzaamheden, doet voorstellen ter verbetering en informeert hierover de Leidinggevend Doktersassistent/huisarts;
  • Handelt, indien mogelijk, klachten af van patiënten en informeert de (Leidinggevend) Doktersassistent/ leidinggevende hierover;
  • Draagt mede zorg voor eigen deskundigheidsbevordering, in overleg met leidinggevende.

4. Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • Kennis op het niveau van Doktersassistent mbo-niveau 4 is vereist;
  • Kennis van de werkomgeving en werkprocessen en van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van collega’s binnen de organisatie;
  • Kennis van werkplannen en protocollen binnen de huisartsenorganisatie;
  • Kennis van NHG- en kwaliteitsrichtlijnen;
  • Kennis van het automatiseringssysteem op het gebied van patiëntenregistratie;
  • Houdt zijn/haar medische inhoudelijke kennis en overige voor de functie benodigde kennis op peil door het volgen van nascholingsactiviteiten.

4.2 Zelfstandigheid

  • Binnen de vastgestelde protocollen en administratieve procedures wordt zelfstandig gewerkt en worden verpleeg-, medisch-technische en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd. Bij ontbreken van protocollen wordt gehandeld op basis van hiervoor omschreven kennis en ervaring e.e.a. in afstemming met de hiervoor geldende afspraken met de behandelend arts;
  • Bewaakt zelf de voortgang van de werkzaamheden en stelt prioriteiten vast in overleg met de Leidinggevend Doktersassistent (indien aanwezig);
  • Lost acute problemen en vragen in de dagelijkse situatie op waarbij in het geval van onverwachte situaties de huisarts wordt geraadpleegd. Bij medische problemen wordt de huisarts geraadpleegd.

4.3 Sociale vaardigheden

  • Servicegerichtheid is nodig, zowel voor de interne afstemming als met de externe contacten;
  • Voor de intake van patiënten, het afhandelen van klachten en het uitvoeren van verpleeg- en medischtechnische werkzaamheden zijn met name van belang: tact, kunnen luisteren, invoelingsvermogen, hulpvaardigheid;
  • Is in staat om de eigen houding te bewaren.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Immateriële en materiële schade kan ontstaan door onzorgvuldigheid bij medicijnverstrekking, onjuiste informatieverstrekking en het maken van fouten bij medisch-technische handelingen;
  • Immateriële en materiële schade kan ontstaan bij onjuiste intake en/of doorverwijzing;
  • Verantwoordelijk voor het ondersteunen van de huisartsen, verrichten van verpleeg-/medisch-technische handelingen en het verzorgen van administratieve ondersteuning.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid is van belang bij de intake van patiënten, informatieverstrekking aan patiënten of externe zorginstellingen en overleg met collega’s en de huisartsen;
  • Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid is van belang in verband met het voeren van correspondentie en administratieve werkzaamheden.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Bewegingsvaardigheid is vereist voor het verrichten van verpleeg-/medisch-technische handelingen;
  • Bewegingsvaardigheid is vereist voor het werken aan de pc tijdens intake (verwerken van informatie in HIS) en invoeren specialistenbrieven en andere correspondentie.

4.7 Oplettendheid

  • Oplettendheid is met name vereist bij de intake van patiënten en het assisteren bij medisch technische handelingen;
  • Oplettendheid is vereist bij receptaanvragen (ook signaleren veel verbruik e.d.);
  • Onoplettendheid heeft consequenties voor het welbevinden van patiënten;
  • Het vasthouden van de aandacht wordt bemoeilijkt door diverse factoren: de telefoon, patiënten aan de balie, verzoeken om ondersteuning door de huisarts.

4.8 Overige functie-eisen

  • Doorzettingsvermogen is nodig om alles op tijd af te hebben, ongeacht de hoeveelheid storende factoren;
  • Systematisch, ordelijk en hygiënisch werken is noodzakelijk bij het plannen van het spreekuur, het assisteren van de huisarts en de administratieve werkzaamheden en bij medisch-technische handelingen;
  • Integriteit en betrouwbaarheid zijn vereist voor het omgaan met vertrouwelijke gegevens;
  • Vanwege de veelvuldige contacten met patiënten worden er eisen gesteld aan voorkomen en gedrag;
  • Gevoel voor het menselijk lichaam en materiaal en apparatuur is nodig bij het uitvoeren van medischtechnische handelingen en laboratoriumwerkzaamheden.

4.9 Inconveniënten

  • Psychische belasting kan voorkomen in verband met hectische situaties en confrontatie met het leed van patiënten alsmede bij fysieke dreiging door patiënten of bezoekers;
  • Er is een risico op persoonlijk letsel (bijvoorbeeld prikaccident)

Doktersassistent B

Download de functieomschrijving

1. Doel van de functie

Is verantwoordelijk voor het, op basis van de door de patiënt verstrekte informatie en zo mogelijk aan de hand van de opgestelde werkplannen en/of protocollen, op adequate wijze zelfstandig afhandelen van de hulpvraag of, na verheldering van de hulpvraag, de patiënt doorverwijzen naar de dienstdoende Huisarts of andere functionaris, teneinde de patiënt zo spoedig en adequaat mogelijk te voorzien van de benodigde (medische) zorg. Met de directie/praktijkhouder worden daarnaast nog specifieke taken/doelen afgesproken op basis van aanvullende eisen.

2. Plaats in de organisatie

De Doktersassistent ressorteert hiërarchisch gezien onder de Huisarts en kan functionele aanwijzingen ontvangen van een Leidinggevend Doktersassistent en/of Huisarts. Praktisch gezien is hij/zij het eerste aanspreekpunt voor derden en draagt hij/zij zorg voor de dagelijkse organisatie. De doktersassistent heeft op basis van gevorderde kennis en ervaring een zelfstandige positie in de huisartsenpraktijk.

3. Resultaatgebieden

3.1 Intake patiënt
Voert de intake uit op basis van vastgestelde protocollen en richtlijnen (voor zover beschikbaar).

  • Inventariseert en stelt de hulpvraag vast van minder bekende, complexe hulpvragen en verwijst evt. door;
  • Registreert de benodigde persoonsgegevens;
  • Classificeert zelfstandig de (telefonische) hulpvraag;
  • Bepaalt aan de hand van protocollen en NHG-standaarden de urgentie van de klachten en onderneemt actie op basis van urgentie;
  • Verstrekt, indien mogelijk zelfstandig, medische adviezen aan de hand van protocollen en NHG-standaarden;
  • Geeft zelfzorgadviezen en voorlichting aan patiënten op met de huisarts afgesproken bijzondere thema’s;
  • Consulteert de huisarts indien eigen kennis ontoereikend is;
  • Verwijst patiënten door naar het (eventueel telefonisch) spreekuur van de huisarts of andere functionaris;
  • Maakt en registreert afspraken met patiënten;
  • Verwijst in overleg met de huisarts de patiënt door naar andere zorginstellingen;
  • Registreert de gegevens en draagt zorg voor een accurate afhandeling van financiële en medische dossiers.

3.2 Medische assistentie
Assisteert de dienstdoende huisarts bij voorkomende (medische) werkzaamheden, opdat deze zijn werkzaamheden in een zo kort mogelijk tijdsbestek optimaal kan vervullen:

  • Voert via een spreekuur, volgens werkplannen en/of protocollen, verpleeg- en medisch-technische handelingen en laboratoriumwerkzaamheden uit, zoals bijvoorbeeld oren uitspuiten, ECG maken, wrattenspreekuur, audiogrammen, injecties toedienen, (24-uurs)bloeddruk meten, longfunctietest, uitstrijkje maken;
  • Er kan sprake zijn van een zelfstandig uitgevoerd spreekuur op bepaalde bijzondere thema’s, passend binnen het deskundigheidsgebied van de medewerker;
  • Assisteert de Huisarts bij medische ingrepen, onderzoeken en handelingen (injecties toedienen, hechten, e.d.);
  • Zorgt dat de juiste instrumenten, apparatuur en materialen voor ingrepen, onderzoeken en behandelingen zijn gereedgemaakt en draagt zorg voor het onderhoud en de hygiëne daarvan;
  • Verwerkt de gegevens over verrichtingen in elektronisch patiëntendossier;
  • Geeft voorlichting aan de patiënt over de behandeling en het vervolg;
  • Verzorgt voorlichtingsbijeenkomsten voor specifieke doelgroepen.

3.3 Beheer
Verzorgt de patiëntenadministratie met als doel een tijdige en volledige registratie van de patiëntgegevens in het elektronisch patiëntendossier en een effectieve en efficiënte organisatie van de gang van zaken binnen de huisartsenorganisatie:

  • Verricht de administratieve afhandeling van recepturen (schrijven, correspondentie);
  • Vraagt medische gegevens en uitslagen van onderzoeken aan en verwerkt deze in dossier;
  • Verzorgt correspondentie van de huisartsenpraktijk;
  • Draagt zorg voor het beheer van de voorraad en voor de administratie;
  • Draagt zorg voor de verwerking van gegevens ten behoeve van de (financiële) administratie;
  • Houdt het HIS bij;
  • Beheert en archiveert patiëntendossiers;
  • Draagt zorg voor een schone en nette werkomgeving.

3.4 Kwaliteit
Verricht alle werkzaamheden in naleving van het kwaliteitsbeleid en de wettelijke richtlijnen, teneinde de kwaliteit van de (medische) dienstverlening te waarborgen:

  • Verricht de werkzaamheden conform de vastgestelde wettelijke kwaliteitseisen;
  • Signaleert knelpunten bij de uitvoering van de werkzaamheden, doet voorstellen ter verbetering en informeert hierover de Leidinggevend Doktersassistent/huisarts;
  • Handelt, indien mogelijk, klachten af van patiënten en informeert de (Leidinggevend) Doktersassistent/ leidinggevende hierover;
  • Draagt mede zorg voor eigen deskundigheidsbevordering, in overleg met leidinggevende.

4. Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • Kennis op het niveau van Doktersassistent mbo-niveau 4 is vereist;
  • Heeft ruime en voor de praktijk relevante ervaring op het vakgebied;
  • Is in staat om meer complexe (hulp-)vragen te beoordelen op basis van aanvullende training/opleiding (bijv. triage-diploma);
  • Kennis van de werkomgeving en werkprocessen en van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van collega’s binnen de organisatie;
  • Kennis van werkplannen en protocollen binnen de huisartsenorganisatie;
  • Kennis van NHG- en kwaliteitsrichtlijnen;
  • Kennis van het automatiseringssysteem op het gebied van patiëntenregistratie;
  • Houdt zijn/haar medische inhoudelijke kennis en overige voor de functie benodigde kennis op peil door het volgen van nascholingsactiviteiten.

4.2 Zelfstandigheid

  • Binnen de vastgestelde protocollen en administratieve procedures wordt zelfstandig gewerkt en worden verpleeg-, medisch-technische en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd. Bij ontbreken van protocollen wordt gehandeld op basis van hiervoor omschreven kennis en ervaring e.e.a. in afstemming met de hiervoor geldende afspraken met de behandelend arts;
  • Bewaakt zelf de voortgang van de werkzaamheden en stelt prioriteiten vast in overleg met de Leidinggevend Doktersassistent (indien aanwezig);
  • Lost acute problemen en vragen in de dagelijkse situatie op waarbij in het geval van onverwachte situaties de huisarts wordt geraadpleegd. Bij medische problemen wordt de huisarts geraadpleegd.

4.3 Sociale vaardigheden

  • Servicegerichtheid is nodig, zowel voor de interne afstemming als met de externe contacten;
  • Voor de intake van patiënten, het afhandelen van klachten en het uitvoeren van verpleeg- en medischtechnische werkzaamheden zijn met name van belang: tact, kunnen luisteren, invoelingsvermogen, hulpvaardigheid;
  • Is in staat om de eigen houding te bewaren.
  • Is in staat om patiënt bij belastende handelingen gerust te stellen en te begeleiden;

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Immateriële en materiële schade kan ontstaan door onzorgvuldigheid bij medicijnverstrekking, onjuiste informatieverstrekking en het maken van fouten bij medisch-technische handelingen;
  • Immateriële en materiële schade kan ontstaan bij onjuiste intake en/of doorverwijzing;
  • Verantwoordelijk voor het ondersteunen van de huisartsen, verrichten van verpleeg-/medisch-technische handelingen en het verzorgen van administratieve ondersteuning.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid is van belang bij de intake van patiënten, informatieverstrekking aan patiënten of externe zorginstellingen en overleg met collega’s en de huisartsen;
  • Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid is van belang in verband met het voeren van correspondentie en administratieve werkzaamheden.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Bewegingsvaardigheid is vereist voor het verrichten van verpleeg-/medisch-technische handelingen;
  • Bewegingsvaardigheid is vereist voor het werken aan de pc tijdens intake (verwerken van informatie in HIS) en invoeren specialistenbrieven en andere correspondentie.

4.7 Oplettendheid

  • Oplettendheid is met name vereist bij de intake van patiënten en het assisteren bij medisch technische handelingen;
  • Oplettendheid is vereist bij receptaanvragen (ook signaleren veel verbruik e.d.);
  • Oplettendheid is vereist bij het uitvoeren van spreekuren, het bewaken van de eigen grenzen en bij eventuele coördinerende /leidinggevende taken;
  • Onoplettendheid heeft consequenties voor het welbevinden van patiënten;
  • Het vasthouden van de aandacht wordt bemoeilijkt door diverse factoren: de telefoon, patiënten aan de balie, verzoeken om ondersteuning door de huisarts.

4.8 Overige functie-eisen

  • Doorzettingsvermogen is nodig om alles op tijd af te hebben, ongeacht de hoeveelheid storende factoren;
  • Systematisch, ordelijk en hygiënisch werken is noodzakelijk bij het plannen van het spreekuur, het assisteren van de huisarts en de administratieve werkzaamheden en bij medisch-technische handelingen;
  • Integriteit en betrouwbaarheid zijn vereist voor het omgaan met vertrouwelijke gegevens;
  • Vanwege de veelvuldige contacten met patiënten worden er eisen gesteld aan voorkomen en gedrag;
  • Gevoel voor het menselijk lichaam en materiaal en apparatuur is nodig bij het uitvoeren van medischtechnische handelingen en laboratoriumwerkzaamheden.

4.9 Inconveniënten

  • Psychische belasting kan voorkomen in verband met hectische situaties en confrontatie met het leed van patiënten alsmede bij fysieke dreiging door patiënten of bezoekers;
  • Er is een risico op persoonlijk letsel (bijvoorbeeld prikaccident)

Doktersassistent, leidinggevend

Download de functieomschrijving

1. Doelstelling van de functie

Is verantwoordelijk voor het leidinggeven aan de werkzaamheden van de doktersassistenten. Voert tevens werkzaamheden als Doktersassistent B uit.

2. Plaats in de organisatie

De Leidinggevend Doktersassistent ressorteert zowel hiërarchisch als functioneel gezien onder de (leidinggevend) huisarts. Hij/zij geeft operationeel leiding aan een groep doktersassistenten. Praktisch gezien is hij/zij aanspreekpunt voor derden en draagt zorg voor aansturing van de dagelijkse organisatie van de werkzaamheden van de doktersassistenten.

3. Resultaatgebieden

3.1 Management
Geeft leiding aan de werkzaamheden van de doktersassistenten, opdat de kwantitatieve en kwalitatieve bezetting en uitvoering is afgestemd op de zorgvraag:

  • Draagt zorg voor werkroosters en vakantieplanning van de doktersassistenten;
  • Coördineert het administratief en materieel beheer en de kwaliteits-, voortgangs- en kostenbewaking;
  • Is het aanspreekpunt voor doktersassistenten, praktijkondersteuners en huisartsen;
  • Voert functioneringsgesprekken met de doktersassistenten;
  • Voert overleg met en adviseert de eindverantwoordelijke huisarts over personeelsaangelegenheden.

3.2 Intake patiënt
Voert de intake, zo mogelijk op basis van vastgestelde richtlijnen en protocollen, opdat de patiënt zo adequaat en spoedig mogelijk wordt voorzien van de benodigde (medische) zorg:

  • Inventariseert en stelt de hulpvraag vast (ook van minder bekende, complexere hulpvragen en verwijst evt. door);
  • Registreert de benodigde persoonsgegevens;
  • Classificeert zelfstandig de (telefonische) hulpvraag;
  • Bepaalt aan de hand van protocollen en NHG-standaarden de urgentie van de klachten en onderneemt actie op basis van urgentie;
  • Verstrekt (indien mogelijk zelfstandig) medische adviezen aan de hand van protocollen en NHG-standaarden;
  • Geeft zelfzorgadviezen en informatie aan patiënten op met de huisarts afgesproken thema's;
  • Consulteert de huisarts indien eigen kennis ontoereikend is;
  • Verwijst patiënten door naar het (eventueel telefonisch) spreekuur van de huisarts of andere functionaris;
  • Maakt en registreert afspraken met patiënten;
  • Verwijst, in overleg met de huisarts, de patiënt door naar andere zorginstellingen;
  • Registreert de gegevens en draagt zorg voor een accurate dossierafhandeling.

3.3 Medische assistentie
Assisteert de dienstdoende huisarts bij voorkomende (medische) werkzaamheden, opdat deze zijn/haar werkzaamheden in een zo kort mogelijk tijdsbestek optimaal kan vervullen:

  • Voert soms via een spreekuur, volgens werkplannen en/of protocollen, zelfstandig enkele verpleeg-/ medisch-technische handelingen en laboratoriumwerkzaamheden uit (zoals hechtingen, ECG maken, wrattenspreekuur en audiogrammen, injecties toedienen, (24-uurs)bloeddruk meten, longfunctietest, uitstrijkje maken e.a.);
  • Er kan sprake zijn van een zelfstandig uitgevoerd spreekuur op bepaalde thema’s passend binnen het deskundigheidsgebied van de medewerker; 
  • Assisteert de huisarts bij medische ingrepen, onderzoeken en behandelingen (injecties toedienen, hechten, e.d.);
  • Zorgt dat de juiste instrumenten, apparatuur en materialen voor ingrepen, onderzoeken en behandelingen zijn gereedgemaakt en draagt zorg voor het onderhoud en de hygiëne ervan;
  • Verwerkt de gegevens over verrichtingen in elektronisch patiëntendossier;
  • Geeft voorlichting aan de patiënt over behandeling en vervolg;
  • Verzorgt voorlichtingsbijeenkomsten voor specifieke doelgroepen.

3.4 Beheer
Verzorgt de patiëntenadministratie met als doel een tijdige en volledige registratie van de patiëntgegevens in het elektronisch patiëntendossier en een effectieve en efficiënte organisatie van de gang van zaken binnen de huisartsenorganisatie:

  • Verricht de administratieve afhandeling van recepturen (schrijven, correspondentie);
  • Vraagt medische gegevens en uitslagen van onderzoeken aan en verwerkt deze in het dossier;
  • Verzorgt correspondentie van de huisartsenpraktijk;
  • Draagt zorg voor beheer van de voorraad en administratie;
  • Draagt zorg voor de verwerking van gegevens ten behoeve van de (financiële) administratie en/of draagt zorg voor de administratieve afhandeling van de verrichtingen t.b.v. patiënten en zorgverzekeraars;
  • Draagt zorg voor het beheer/de afhandeling van de verrichtingen t.b.v. patiënten en zorgverzekeraars;
  • Houdt het HIS bij;
  • Levert gegevens aan ten behoeve van het jaarverslag van de huisartsenorganisatie en levert een bijdrage aan het opstellen daarvan;
  • Beheert en archiveert patiëntendossiers.

3.5 Kwaliteitsbewaking
Bewaakt en stimuleert de naleving van het kwaliteitsbeleid, conform gestelde (wettelijke) richtlijnen, met als doel het verder professionaliseren van de (medische) dienstverlening:

  • Bewaakt en stimuleert het werken conform de vastgestelde wettelijke kwaliteitseisen;
  • Signaleert knelpunten bij de uitvoering van de werkzaamheden, doet voorstellen ter verbetering en informeert de huisarts hierover;
  • Stelt in overleg protocollen en werkplannen op;
  • Geeft op verzoek voorlichting en stelt instructies op ten aanzien van de toe te passen protocollen en werkplannen;
  • Houdt toezicht op bij- en nascholing van de doktersassistenten;
  • Handelt, indien mogelijk, vragen/klachten af van patiënten en informeert de huisarts of praktijkondersteuner hierover.

4.Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • Kennis op niveau van Doktersassistent mbo-niveau 4 of hoger;
  • Managementopleiding en/of -ervaring;
  • Ruime (minimaal 3-4 jaar) werkervaring in de eerstelijnszorg;
  • Ervaring met leidinggeven, kennis van planningsmethodieken en -programma’s;
  • Kennis van de eigen werkomgeving en werkprocessen en van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van collega’s binnen de organisatie;
  • Kennis van NHG-richtlijnen;
  • Kennis van werkplannen en protocollen binnen de huisartsenorganisatie;
  • Kennis van het automatiseringssysteem op het gebied van patiëntenregistratie;
  • Houdt zijn/haar medische inhoudelijke kennis en overige voor de functie benodigde kennis (automatisering etc.) op peil door het volgen van nascholingsactiviteiten.

4.2 Zelfstandigheid

  • Richt de operationele werkprocessen en -planningen van de doktersassistenten in en geeft leiding aan doktersassistenten; 
  • Werkt zelfstandig binnen de afspraken met de (leidinggevend) huisartsen en de vastgestelde protocollen en administratieve procedures;
  • Plant en bewaakt de voortgang van de eigen werkzaamheden en die van de doktersassistenten (inclusief roostering en vakantieplanning);
  • Lost acute situaties op conform de protocollen. Bij medische problemen wordt de huisarts geraadpleegd;
  • Het nemen van initiatieven en vindingrijkheid is nodig voor het omgaan met onverwachte situaties en problemen.
  • Voert zelfstandig medische, technische en laboratoriumwerkzaamheden uit.

4.3 Sociale vaardigheden

  • In het kader van de leidinggevende taken zijn sociale vaardigheden zoals tact en het kunnen motiveren, controleren, corrigeren nodig;
  • Servicegerichtheid is nodig voor de interne afstemming met collega’s en huisartsen en voor de externe contacten met andere zorginstellingen;
  • Voor de intake van patiënten, het afhandelen van klachten en het uitvoeren van medische werkzaamheden zijn met name van belang: tact, kunnen luisteren, invoelingsvermogen, hulpvaardigheid;
  • Is in staat om patiënt bij belastende handelingen gerust te stellen en te begeleiden;
  • Is in staat om de eigen houding te bewaren richting patiënten en bij interne conflicten en meningsverschillen.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Immateriële en materiële schade kan ontstaan door onzorgvuldigheid bij medicijnverstrekking, onjuiste informatieverstrekking en het maken van fouten bij medisch technische handelingen;
  • Is verantwoordelijk voor de aansturing van de werkzaamheden van de doktersassistenten, het opstellen van protocollen en werkplannen en levert een bijdrage aan het jaarverslag van de huisartsenorganisatie;
  • Verantwoordelijk voor het ondersteunen van de huisartsen, verrichten van verpleeg-/medisch-technische handelingen en het verzorgen van administratieve ondersteuning;
  • Heeft invloed op de gang van zaken binnen de huisartsenorganisatie en heeft middels het signaleren van knelpunten invloed op het beleid binnen de huisartsenorganisatie.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid is van belang bij de intake van patiënten, informatieverstrekking en zelfzorgadvies aan patiënten, geven van voorlichting aan specifieke doelgroepen, contacten met externe zorginstellingen, het leidinggeven aan de doktersassistenten en het overleg met de huisartsen;
  • Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid is van belang in verband met het voeren van correspondentie, administratieve werkzaamheden en het opstellen van werkplannen en protocollen;
  • De rol als intermediair vraagt genuanceerd woordgebruik.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Bewegingsvaardigheid is vereist voor het verrichten van verpleeg-/medischtechnische handelingen.

4.7 Oplettendheid

  • Oplettendheid is vereist bij het proactief bewaken van voortgang van het werk alsmede bij de intake van patiënten, het geven van zelfzorgadviezen, het assisteren bij medische behandelingen en het plannen en controleren van de werkzaamheden van de doktersassistenten;
  • Oplettendheid is vereist bij receptaanvragen (ook signaleren veel verbruik e.d.);
  • Het vasthouden van de aandacht wordt bemoeilijkt door diverse factoren: vragen van doktersassistenten, de telefoon, patiënten aan de balie, verzoeken om ondersteuning door de huisarts.

4.8 Overige functie-eisen

  • Doorzettingsvermogen is nodig voor het bewaken en sturen van het werkproces en het gelijktijdig uitvoeren van taken als doktersassistent;
  • Systematisch, ordelijk en hygiënisch werken is noodzakelijk bij het plannen van het spreekuur, het assisteren van de huisarts en de administratieve werkzaamheden;
  • Integriteit en betrouwbaarheid zijn vereist voor het omgaan met vertrouwelijke gegevens van de patiënten en medewerkers;
  • Vanwege de veelvuldige contacten met patiënten worden er eisen gesteld aan voorkomen en gedrag;
  • Gevoel voor het menselijk lichaam, materiaal en apparatuur is nodig bij het uitvoeren van medisch-technische handelingen en laboratoriumwerkzaamheden.

4.9 Inconveniënten

  • Psychische belasting kan voorkomen in verband met het aangesproken worden op de verantwoordelijkheid voor werkprocessen en planning, alsmede bij het omgaan met hectische situaties en confrontatie met het leed en gedrag van patiënten en bezoekers;
  • Er is een risico op persoonlijk letsel (bijvoorbeeld prikaccident). 

naar boven

Hoofd Administratie A

Download de functieomschrijving

1. Doel van de functie

Levert een bijdrage aan het formuleren en ontwikkelen van het financiële beleid van de organisatie en draagt mede zorg voor de optimale uitvoering en beheersing van de financieel-administratieve processen van de afdeling, teneinde de financiële positie te allen tijde inzichtelijk te kunnen maken en te kunnen beheersen.

2. Plaats in de organisatie

Het hoofd administratie ressorteert zowel hiërarchisch als functioneel onder de directeur en geeft (voor zover aanwezig) leiding aan de administratief medewerker(s).

3. Resultaatgebieden

3.1 Management 
Geeft hiërarchisch leiding aan administratief medewerkers, opdat zij in staat worden gesteld zichzelf te ontplooien, alsmede de eigen functie zo optimaal mogelijk conform de overeengekomen verwachtingen te vervullen:

  • Geeft leiding aan administratief medewerkers;
  • Bewaakt de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden van administratief medewerkers;
  • Voert het personeelsbeleid uit, waaronder beoordelings- en functioneringsgesprekken met de administratief medewerkers;
  • Stimuleert de deskundigheidsbevordering door middel van bijvoorbeeld scholing en cursussen;
  • Voert werkoverleg;
  • Voert overleg met de directeur over de werkwijze binnen de huisartsenorganisatie;
  • Beheert het budget van de afdeling.

3.2 Financieel beleid

  • Signaleert ontwikkelingen en levert een bijdrage aan het financieel beleid;
  • Draagt informatie aan ten behoeve van de ontwikkeling van beleidsinstrumenten (budgettering e.d.) en ondersteunt bij de (operationele) implementatie van deze instrumenten;
  • Stelt procedures op omtrent de administratieve organisatie en interne controle, draagt zorg voor de implementatie en stimuleert en controleert de naleving;
  • Levert een bijdrage aan de begrotingen en budgetten en bewaakt deze;
  • Verstrekt adviezen aan de directeur ten aanzien van financieel-economische aspecten van de bedrijfsvoering en doet verbetervoorstellen;
  • Rekent mogelijke investeringen door.

3.3 Coördinatie financiële administratie 
Beheert en coördineert op zodanige wijze de financiële administratie, dat de financiële positie te allen tijde inzichtelijk en up-to-date is:

  • Coördineert de werkzaamheden van de financiële medewerkers bij de uitvoering van hun taken. Het betreft hierbij werkzaamheden op het gebied van:
    • a. debiteuren/crediteurenadministratie;
    • b. grootboekadministratie;
    • c. salarisadministratie.
  • Verzorgt het cash-management en bewaakt de liquiditeitspositie.

3.4 Rapporteren 
Verzorgt periodiek de financiële rapportage en verslaglegging, met het oog op de aansturing van de organisatie door directie en management:

  • Inventariseert de informatiebehoefte;
  • Analyseert de financiële resultaten en verzorgt periodieke financiële verslaglegging en managementinformatie naar de directie;
  • Levert een bijdrage aan de voorbereiding van de jaarrekening.

4.Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • Hbo-opleiding op bedrijfseconomisch gebied, bijvoorbeeld HEAO;
  • Enkele jaren financieel-administratieve werkervaring;
  • Kennis van fiscale wet- en regelgeving, belastingen en sociale wetgeving;
  • Kennis van administratieve organisatie en geautomatiseerde processen;
  • Kennis van werkwijzen, processen en beleidsontwikkelingen binnen de gehele organisatie;
  • Houdt zich op de hoogte van actuele ontwikkelingen op financieel en fiscaal gebied.

4.2 Zelfstandigheid

  • Aansturing van de financiële administratie en prioriteitsstelling geschiedt naar eigen inzicht, binnen de afgesproken organisatiekaders en -processen;
  • Levert een bijdrage aan het financieel-economische beleid van de organisatie door advies aan de directie;
  • Stelt mede de begroting en de jaarrekening op.

4.3 Sociale vaardigheden

  • In het kader van leidinggeven aan een afdeling zijn sociale vaardigheden zoals tact, motiveren, controleren, corrigeren en coachen nodig;
  • Het adviseren van de directeur en het management over het financieel beleid vraagt om overtuigingskracht en het kunnen adviseren in een situatie met soms tegenstrijdige belangen;
  • De controlerende en signalerende taak vraagt tact en het bepalen van een eigen houding.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Verantwoordelijkheid wordt gedragen voor het tijdig leveren van betrouwbare en relevante financiële managementinformatie;
  • Tevens wordt verantwoordelijkheid gedragen voor het functioneren van de afdeling en het budget van de afdeling;
  • Er wordt een bijdrage geleverd aan tactisch beleid door het mede opstellen van budgetten en begrotingen en het doen van beleidsvoorstellen;
  • Wanneer onjuiste informatie wordt aangeleverd, onjuist wordt geadviseerd en op basis hiervan foute beslissingen worden genomen ofwel onjuist wordt gerapporteerd aan derden, kan dit financiële en immateriële schade tot gevolg hebben;
  • Invloed wordt uitgeoefend op het financieel beleid en beheer van de instelling.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid zijn nodig om financiële informatie inzichtelijk te kunnen overdragen aan diverse doelgroepen, voor het geven van adviezen en voor het opstellen van beleidsnotities en financiële rapportages.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Regelmatig gebruik van toetsenbord en muis ten behoeve van tekst- en spreadsheetbewerking vraagt meer dan basale bewegingsvaardigheid.

4.7 Oplettendheid

  • Het functioneren van de afdelingen en het bewaken van de financiële situatie van de organisatie, waarbij een veelheid van gegevens in samenhang moet worden bezien, vragen een alerte houding;
  • Er is sprake van regelmatige interrupties in het werk.

4.8 Overige functie-eisen

  • Doorzettingsvermogen is vereist bij het doorvoeren van het financieel beleid en het bewaken van de naleving van procedures;
  • Eisen worden gesteld aan systematiek en ordelijkheid bij het ontwikkelen en bewaken van administratieve systemen;
  • Integriteit en betrouwbaarheid zijn nodig, vanwege het beheren van middelen en het op de hoogte zijn van financiële informatie over de organisatie.

4.9 Inconveniënten

  • Er is sprake van psychische belasting in verband met het, soms op zeer korte termijn, gereed moeten hebben van informatie of adviezen.

naar boven

Huishoudelijk Medewerker A

Download de functieomschrijving

1. Doel van de functie

Het, volgens hygiënische normen en schema’s, schoonmaken en onderhouden van interieur en inventaris van alle ruimtes binnen de huisartsenorganisatie, met als doel het verkrijgen van een hygiënische en opgeruimde werkomgeving.

2. Plaats in de organisatie

De huishoudelijk medewerker ressorteert onder de leidinggevende die verantwoordelijk is voor facilitaire zaken.

3. Resultaatgebieden

3.1 Reguliere huishoudelijke werkzaamheden

  • Houdt algemene ruimten (toiletten, gangen, kantoren) schoon en maakt hierbij gebruik van reguliere schoonmaakmaterialen en -middelen;
  • Voert periodieke schoonmaakwerkzaamheden, zoals het wassen van ramen of het schrobben van vloeren, uit;
  • Stemt de werkzaamheden af aan de hand van schema’s en in overleg met de leidinggevende;
  • Signaleert en meldt bijzonderheden met betrekking tot technische gebreken in het gebouw en/of knelpunten in werkprocessen;
  • Vult materialen en middelen als zeep, toiletpapier en disposables aan;
  • Houdt schoonmaakmaterialen en -apparatuur schoon en gebruiksklaar;
  • Signaleert en meldt tekorten van schoonmaakmiddelen, apparatuur en materialen.

3.2 Specifieke huishoudelijke werkzaamheden

  • Verricht gespecialiseerde schoonmaakwerkzaamheden, zoals vloeronderhoud van verschillende soorten vloeren;
  • Verricht schoonmaakwerkzaamheden aan apparatuur en overige inventaris in behandelkamers.

4.Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • Gerichte kennis is vereist op vmbo-niveau alsmede kennis van procedures, werkvoorschriften, schoonmaakmaterialen en -apparatuur;
  • Daarnaast is kennis van en ervaring met de geldende (hygiëne)richtlijnen en Arbo-voorschriften vereist.

4.2 Zelfstandigheid

  • De dagelijks terugkerende werkzaamheden worden volgens het schoonmaakprogramma, conform werkinstructies en binnen geldende (hygiëne)richtlijnen, verricht;
  • Bij verstoringen in de voortgang en bij de uitvoering van de werkzaamheden is er een directe terugvalmogelijkheid op de leidinggevende.

4.3 Sociale vaardigheden

  • Een hulpvaardige houding is van belang bij het hebben van collegiale contacten, o.a. voor de afstemming van de werkzaamheden.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Materiële schade kan ontstaan bij het verrichten van de (gespecialiseerde) schoonmaakwerkzaamheden en het werken met diverse schoonmaakmaterialen en -apparatuur.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid is vereist voor het voeren van gesprekken met de leidinggevende en/of collega’s in het kader van het uitwisselen van informatie omtrent de dagelijkse werkzaamheden. Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid is nodig voor het invullen van (bestel)formulieren.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Bewegingsvaardigheid is nodig voor het bedienen van huishoudelijk apparatuur zoals een stofzuiger of een boenmachine.

4.7 Oplettendheid

  • Oplettendheid is nodig bij het uitvoeren van de huishoudelijke werkzaamheden waarbij bijzonderheden met betrekking tot achterstallig onderhoud, storingen en/of gebreken doorgegeven dienen te worden;
  • Tevens is oplettendheid nodig bij het werken in de omgeving van apparatuur en overige inventaris.

4.8 Overige functie-eisen

  • Systematisch en hygiënisch werken is nodig voor het verrichten van (gespecialiseerde) schoonmaakwerkzaamheden;
  • Voorkomen en gedrag zijn van belang bij de (zijdelingse) contacten met externen, zoals bezoekers en patiënten, tijdens het uitvoeren van werkzaamheden in de organisatie;
  • Gevoel voor apparatuur is vereist voor het bedienen van schoonmaakmachines.

4.9 Inconveniënten

  • Fysieke belasting treedt op door het veelvuldig lopen en staan, tillen, bukken en het bedienen van de huishoudelijke apparatuur;
  • Bezwarende omstandigheden bestaan uit het in aanraking komen met onaangename materialen, vuil en dergelijke;
  • Er is risico op persoonlijk letsel door het belasten van schouders, rug, etc., het werken met diverse apparatuur en het gebruik van (agressieve) schoonmaakmiddelen. 

naar boven

Kwaliteits-en Klachtenfunctionaris A

Download de functieomschrijving

1. Doel van de functie

De kwaliteits- en klachtenfunctionaris is verantwoordelijk voor het uitvoeren en bewaken van het kwaliteitsbeleid, protocollen en procedures binnen de huisartsenorganisatie. Tevens is de kwaliteits- en klachtenfunctionaris verantwoordelijk voor het op zodanige wijze, binnen de kaders van de Kwaliteitswet Zorginstellingen, adviseren en ondersteunen van de directie en het lijnmanagement, opdat het werken conform de kwaliteitseisen gestimuleerd wordt en de (medische) dienstverlening verder professionaliseert. Verder is de kwaliteits- en klachtenfunctionaris verantwoordelijk voor een goede opvang en afhandeling van klachten met als doel de dienstverlening verder te professionaliseren.

NB: De huisarts blijft eindverantwoordelijk voor de medische aspecten van de dienstverlening (op basis van Wet BIG).

2.Plaats in de organisatie

De kwaliteits- en klachtenfunctionaris valt hiërarchisch en functioneel onder de directeur van de huisartsenorganisatie. Kan werkzaam zijn voor meerdere huisartsenorganisaties.

3. Resultaatgebieden

3.1 Kwaliteitsbeleid
Ontwikkelt – conform wettelijke richtlijnen en binnen door de directie en het lijnmanagement gestelde kaders – kwaliteitsbeleid, procedures en protocollen, ter bevordering van de professionalisering van de dienstverlening:

  • Signaleert trends en ontwikkelingen op het gebied van kwaliteit, vertaalt deze ontwikkelingen naar concrete voorstellen voor de eigen organisatie en informeert belanghebbenden;
  • Vertaalt het beleid naar concrete werkafspraken, procedures en protocollen en legt deze vast;
  • Registreert en verzamelt de relevante gegevens ten behoeve van het kwaliteitsjaarverslag;
  • Stelt (mede) het werkplan en het kwaliteitsverslag op;
  • Evalueert het kwaliteitsbeleid.

3.2 Advies en informatie
Verstrekt advies en informatie, op basis waarvan de organisatie keuzes kan maken met als doel het kwaliteitsdenken te stimuleren:

  • Adviseert de directeur ten aanzien van kwaliteitsvraagstukken en ondersteunt hem op verzoek bij het implementeren, controleren en evalueren van de protocollen;
  • Verstrekt advies aan de directie en het lijnmanagement over de ontwikkeling, verbetering en aanpassing van het kwaliteitsbeleid;
  • Verschaft (in overleg met de directeur) mondelinge en schriftelijke informatie en geeft toelichting op het vastgestelde beleid m.b.t. kwaliteitsonderwerpen aan medewerkers en managers.

3.3 Bewaken kwaliteitszorg
Draagt zorg voor de bewaking en stimulering van de naleving van het geformuleerde kwaliteitsbeleid, teneinde de dienstverlening verder te professionaliseren:

  • Stimuleert en toetst het werken conform het vastgestelde kwaliteitsbeleid;
  • Signaleert knelpunten bij de uitvoering van de werkzaamheden en doet voorstellen ter verbetering;
  • Formuleert op verzoek en in samenspraak met het lijnmanagement (proef)ontwerpen voor procedures en protocollen ten behoeve van kwaliteitsborging- en verbetering;
  • Neemt actief deel aan de kwaliteitscommissie van de huisartsenorganisatie, geeft mede richting aan het kwaliteitsbeleid door initiatieven te nemen ter verbetering en uniformeert waar mogelijk de werkwijze binnen de organisatie;
  • Onderhoudt externe contacten met LHV, NHG, collega’s in vergelijkbare functies, patiëntenorganisaties, juristen, deskundigen op gebied van scholing en training, GGD.

3.4 Klachtenafhandeling 
Draagt zorg voor een adequate opvang van niet-risicovolle klachten van patiënten of vertegenwoordigers van patiënten met als doel de klanttevredenheid te vergroten en daar waar nodig de dienstverlening te verbeteren:

  • Vangt klachten op en draagt zorg voor een gerichte afhandeling;
  • Bemiddelt bij opvang en afhandeling van klachten;
  • Analyseert gemelde klachten;
  • Geeft advies over klachtrecht en mogelijkheden;
  • Registreert MIP-meldingen;
  • Ontwerpt antwoordbrieven voor de huisartsenorganisaties;
  • Verstrekt directeur advies over mogelijke verbeterpunten n.a.v. klachten.

4.Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • Hbo-opleiding;
  • Werkervaring in vergelijkbare functie binnen de gezondheidszorg;
  • Kennis van de organisatie, interne organisatiestructuur en globale werkprocessen en functies. Is in staat verbinding te leggen tussen kwaliteit en het primaire proces;
  • Volgt de ontwikkelingen in het vakgebied;
  • Analytisch en conceptueel denkvermogen zijn nodig in deze functie.

4.2 Zelfstandigheid

  • Vorm en inhoud van ondersteuning en advies aan managers wordt zelfstandig bepaald, binnen het kader van gemaakte afspraken met de directeur en vastgestelde kaders van organisatiebeleid.
  • Initiatief en creativiteit zijn nodig om invulling te geven aan de ondersteuning en het advies;
  • Vakinhoudelijk kan niet direct worden teruggevallen op andere collega’s, bij complexe problemen of vragen worden oplossingen/keuzes overlegd met de directeur en eventueel andere in- of externe deskundigen (bijv. Centraal Bureau LHV).

4.3 Sociale vaardigheden

  • Een servicegerichte houding en overtuigingskracht zijn nodig bij het ondersteunen en adviseren van het management;
  • Om veranderingen te stimuleren, om verschillen in opvattingen te kunnen overbruggen en de kwaliteitsnaleving te controleren, zijn tact, overtuigingskracht en het omgaan met belangentegenstellingen vereist;
  • Regelmatig contact met managers en medewerkers op alle niveaus vraagt om flexibiliteit, tact en inlevingsvermogen;
  • Bij opvang van klachten en bemiddeling bij klachtenbehandeling zijn kunnen luisteren, invoelingsvermogen en tactvol optreden vereist.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Onzorgvuldig handelen bij de ondersteuning en advisering op kwaliteitsgebied kan leiden tot zowel materieel als immaterieel schaderisico;
  • Is verantwoordelijk voor het signaleren van (kwaliteits) knelpunten binnen de organisatie en is binnen de gestelde kaders verantwoordelijk voor operationele/ tactische advisering.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid zijn nodig voor het vertalen van beleid naar werkafspraken en procedures, het afhandelen van klachten en het adviseren van de lijn;
  • Het is belangrijk om kwaliteitszorg in duidelijke bewoordingen te kunnen vertalen naar de praktijk van de huisartsenorganisatie.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Voor het werken met de computer worden eisen gesteld aan bewegingsvaardigheid.

4.7 Oplettendheid

  • Oplettendheid is vereist bij het signaleren van ontwikkelingen op kwaliteitsgebied binnen en buiten de huisartsenpost en bij het bewaken van de kwaliteit van de eigen dienstverlening;
  • Oplettendheid is geboden bij het bewaken van juiste afhandeling van klachten.

4.8 Overige functie-eisen

  • Doorzettingsvermogen en volharding zijn vereist bij het stimuleren van toepassing van kwaliteitsbeleid en het ondersteunen van veranderingsprocessen;
  • Systematisch en methodisch werken is vereist bij het opstellen van procedures en protocollen;
  • Integriteit en betrouwbaarheid zijn van belang in verband met de klachtenprocedure en het verantwoord omgaan met belangen;
  • De interne en externe contacten stellen eisen aan voorkomen en gedrag van de functionaris.

4.9 Inconveniënten

  • Er zijn geen bijzondere inconveniënten. 

naar boven

Locatiemanager B

Download de functieomschrijving

1. Doelstelling van de functie

De Locatiemanager is verantwoordelijk voor het op efficiënte en effectieve wijze coördineren van de praktijkorganisatie en het uitvoeren van administratieve en organisatorische werkzaamheden, opdat huisartsen en medewerkers zo effectief en efficiënt mogelijk hun werk kunnen uitvoeren. Deze functie wordt vaak in deeltijd en/of voor meerdere huisartsenposten uitgevoerd.

2. Plaats in de organisatie

De Locatiemanager ressorteert hiërarchisch onder de directie of de eindverantwoordelijke huisarts van de huisartsenpost (met ca. 10.000 tot 15.000 patiënten, ofwel 5-6 praktijken). De Locatiemanager coördineert en geeft leiding aan het werkproces van andere, door de hiërarchisch eindverantwoordelijke huisarts aangewezen functies (10 tot 12 fte).

3. Resultaatgebieden

3.1 Managementwerkzaamheden
Voert in overleg met de eindverantwoordelijke huisarts diverse beheers- en beleidsmatige werkzaamheden uit voor de praktijk, teneinde de huisartsen, praktijkassistentes, praktijkondersteuners en evt. administratieve krachten in staat te stellen zo effectief en efficiënt mogelijk in de zorgvraag te kunnen voorzien:

  • Doet voorstellen ten aanzien van het te voeren beleid op het gebied van financiën, organisatie, kwaliteit en personeelszaken;
  • Vertaalt het beleid naar concrete werkafspraken en instructies voor de huisartsenpost;
  • Creëert draagvlak voor de beleidskeuzes en werkwijze (niet medisch-inhoudelijk) onder de aangesloten Huisartsen en diens personeel;
  • Bewaakt de realisatie van het beleid;
  • Levert door middel van voorstellen voor (deel)begrotingen een bijdrage aan het opstellen van de (exploitatie)begroting en budgetten op.

3.2 Leidinggeven 
Geeft binnen de gemaakte afspraken met de eindverantwoordelijke huisarts leiding aan de toegewezen medewerkers, opdat zij in staat worden gesteld zichzelf te ontplooien alsmede de eigen functie zo optimaal mogelijk conform de overeengekomen verwachtingen te vervullen:

  • Geeft operationeel leiding aan de medewerkers;
  • Geeft uitvoering aan (onderdelen van) het personeelsbeleid, zoals het bewaken van de bezetting, de verwerving en selectie van nieuwe medewerkers, het (samen met de eindverantwoordelijke huisarts) voeren van functioneringsgesprekken, verzuimbeheer en opleidingen;
  • Coördineert de bezettingscapaciteit;
  • Zit het werkoverleg voor en stimuleert de informatievoorziening;
  • Voert overleg met de Huisartsen over de werkwijze binnen de huisartsenpraktijk.

3.3 Beheer & staf
Verricht op adequate wijze diverse plannings- en administratieve werkzaamheden, teneinde de gang van zaken binnen de huisartsenpost gestroomlijnd te laten verlopen:

  • Signaleert en bespreekt knelpunten ten aanzien van de planning en voortgang van het werkproces;
  • Coördineert het facturatieproces binnen de huisartsenpost;
  • Stelt, op verzoek, overige benodigde (financiële) rapportages op en adviseert vanuit het eigen verantwoordelijkheidsgebied;
  • Houdt toezicht op de besteding van de budgetten;
  • Draagt bij aan of voert zelf overleg met diverse instanties (o.a. zorgverzekeraars) over onder andere de begroting en de te hanteren tarieven binnen de huisartsenpost;
  • Maakt afspraken met diverse faciliterende bedrijven;
  • Bewaakt en beheert de goede staat van alle facilitaire voorzieningen.

3.4 Kwaliteitsbewaking 
Bewaakt en stimuleert de naleving van het kwaliteitsbeleid, conform gestelde (wettelijke) richtlijnen en afspraken met de eindverantwoordelijke huisarts, met als doel het verder professionaliseren van de (medische) dienstverlening:

  • Stimuleert en bewaakt het werken conform de vastgestelde wettelijke kwaliteitseisen;
  • Signaleert knelpunten bij de uitvoering van de werkzaamheden en doet voorstellen ter verbetering;
  • Stelt protocollen en werkplannen op;
  • Coördineert het traject van de praktijkaccreditatie (NPA) en ondersteunt de huisartsen bij het schrijven van de verbeterplannen en de uitvoering hiervan, voor zover het organisatorische zaken betreft;
  • Geeft voorlichting en stelt instructies op ten aanzien van de toe te passen protocollen en werkplannen in samenwerking met de huisarts;
  • Handelt klachten af volgens afspraken en – in geval van klachten met groot afbreukrisico – in overleg met de eindverantwoordelijke huisarts.

4.Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • Hbo-werk- en denkniveau op het gebied van de gezondheidszorg, bijv. ervaring als doktersassistente of verpleegkundige;
  • Ruime werkervaring en kennis van de ontwikkelingen binnen de huisartsenzorg;
  • Kennis van en affiniteit met het brede terrein van financieel, facilitair en personeelsbeheer;
  • Kennis van het beleid van de organisatie, globale werkprocessen en werkwijzen binnen de huisartsenpost en de functies, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van relevante contactpersonen.

4.2 Zelfstandigheid

  • Is zelfstandig in de uitvoering van een breed takenpakket met diverse aandachtsgebieden. Kan zelfstandig handelen op basis van delegatie door de eindverantwoordelijke huisarts;
  • Zicht op diverse in- en externe ontwikkelingen is nodig voor het op eigen initiatief maken van analyses op deze gebieden;
  • Beleids- en ontwikkelingsvoorstellen worden opgezet in overleg met de eindverantwoordelijke huisarts. Bij complexe problemen of verstrekkende beslissingen wordt overlegd met de eindverantwoordelijke huisarts;
  • Vanwege de breedte van het takenpakket is flexibiliteit, snel schakelen en het vermogen tot het bedenken van adequate praktische oplossingen vereist (bijv. bij ziekte personeel, storing computer/ telefooncentrale).

4.3 Sociale vaardigheden

  • In het kader van de ondersteunende en coördinerende rol naar doktersassistentes zijn leidinggevende vaardigheden zoals tact, motiveren, controleren, corrigeren en coachen nodig;
  • Eveneens worden eisen gesteld voor het effectief vervullen van advies- en overlegrollen en het onderhouden van contacten;
  • Het oplossen van operationele problemen en het creëren van draagvlak voor beleidskeuzes vraagt om overtuigingskracht en het kunnen omgaan met weerstand binnen zowel de locatie als het netwerk.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Verantwoordelijkheid wordt gedragen voor de operationele aansturing van de locatie en het tijdig leveren van betrouwbare en relevante (financiële) managementinformatie, inclusief de (bijdrage aan totstandkoming van) begrotingen, budgetten, prognoses en analyses;
  • Wanneer onjuiste informatie wordt aangeleverd of de bezettingscapaciteit onjuist wordt gepland, heeft dit zowel financiële of immateriële schaderisico’s;
  • Invloed wordt uitgeoefend op het financieel, algemeen, kwaliteits- en personeelsbeleid.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid is benodigd bij de communicatie naar medewerkers en de contacten met diverse externe instanties;
  • Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid is van belang bij het opstellen van rapportages, planningen, instructies/ protocollen en beleidsvoorstellen.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Algemene PC-vaardigheid is vereist.

4.7 Oplettendheid

  • Oplettendheid is vereist ten aanzien van het functioneren van de medewerkers en het bewaken van de financiële situatie van de organisatie, waarbij een veelheid van gegevens in samenhang moet worden bezien;
  • Fouten in gegevens moeten opgemerkt worden en signalen uit de organisatie met mogelijke financiële consequenties moeten opgevangen worden;
  • De veelheid van taken in combinatie met tijdsdruk bemoeilijkt de oplettendheid.

4.8 Overige functie-eisen

  • Doorzettingsvermogen is vereist bij het doorvoeren van (gewijzigd) beleid en het bewaken van de naleving van afspraken en voorschriften;
  • Systematiek en ordelijkheid zijn vereist bij het uitvoeren van planmatige en administratieve taken;
  • Integriteit en betrouwbaarheid zijn nodig vanwege het beheren van middelen en het op de hoogte zijn van vertrouwelijke informatie.

4.9 Inconveniënten

  • Psychische belasting kan optreden bij het frequent oplossen van operationele problemen en het onder tijdsdruk uitvoeren van belangrijke werkzaamheden. 

naar boven

P&O-functionaris/-adviseur A

Download de functieomschrijving

1. Doelstelling van de functie

Levert een bijdrage aan het uitvoeren van het personeelsbeleid en het sociaal beleid van de organisatie en adviseert en ondersteunt de directie en het lijnmanagement op personeelsgebied, met als doel het waarborgen van het evenwicht tussen de kwantitatieve en kwalitatieve personeelsbezetting van de huisartsenpost en de zorgvraag.

2. Plaats in de organisatie

De P&O-functionaris ressorteert zowel hiërarchisch als functioneel onder de directeur van de huisartsenpost( en). De P&O-functionaris kan werkzaam zijn voor meerdere huisartsenposten.

3. Resultaatgebieden

3.1 Uitvoering beleid 
Voert op basis van vastgestelde richtlijnen en procedures diverse begeleidende werkzaamheden uit, opdat de directeur en/of (praktijk)managers in staat worden gesteld het geformuleerde personeelsbeleid ten uitvoer te brengen:

  • Ondersteunt en coacht de (locatie)managers binnen de organisatie bij de implementatie van het personeelsbeleid en de hantering van de personeelsinstrumenten op de volgende gebieden:
  • Werving en selectie;
  • Het voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken;
  • Advisering omtrent salariëring bij indiensttreding;
  • Signaleren van scholingsbehoeften en coördineren van scholingsactiviteiten;
  • Omgaan met conflicten;
  • Onderzoekt en adviseert over vraagstukken die voortvloeien uit werkomstandigheden en/of werksfeer;
  • Draagt zorg voor naleving van verzuimbeleid en wettelijke voorschriften, in samenspraak met de managers, Arbodienst en eventueel de uitvoeringsinstelling (casemanagement).

3.2 Advies en informatie 
Verstrekt op dusdanige wijze advies en informatie op het personeelsvlak opdat de directeur en/of de (praktijk-) managers in staat worden gesteld hun medewerkers te ontplooien en te motiveren:

  • Adviseert en informeert de leiding ten aanzien van personeels- en opleidingsvraagstukken, arbeidsvoorwaardelijke aangelegenheden en organisatieontwikkelingen;
  • Verstrekt advies en informatie aan medewerkers;
  • Informeert de organisatie over wijzigingen in de cao en wetgeving en ziet toe op de toepassing van de cao, sociale en arbeidsrechtelijke wetgeving;
  • Onderhoudt contacten met collega-staffunctionarissen en fungeert als vraagbaak;
  • Neemt deel aan diverse overlegstructuren.

3.3 Beleidsbijdrage 
Formuleert in nauw overleg met de directeur het personeelsbeleid teneinde het evenwicht tussen de kwantitatieve en kwalitatieve personeelsbezetting en de zorgvraag te waarborgen:

  • Signaleert trends en ontwikkelingen op het gebied van personeelsbeleid, sociaal zekerheidsrecht en arbeidsrecht, vertaalt de consequenties naar de eigen organisatie en informeert belanghebbenden;
  • Vertaalt beleid naar passende instrumenten en diensten op personeelsgebied;
  • Participeert in veranderingstrajecten op het gebied van Personeel en Organisatie.

3.4 Ondersteunende werkzaamheden 
Verricht diverse werkzaamheden, ter bevordering van het functioneren van de totale organisatie:

  • Draagt zorg voor correspondentie bij in- en uitdiensttreding van medewerkers;
  • Heeft diverse externe contacten met Arbodienst (ziek- en herstelmeldingen), de uitvoeringsinstelling (in- en uitdiensttredingen), arbeidsvoorziening, pensioenverzekeraar, uitzendbureaus (personeelswerving) e.d.;
  • Verzorgt voorlichting aan nieuwe medewerkers;
  • Coördineert en stelt in samenspraak met de verantwoordelijk leidinggevenden de vakantieplanning op.

4.Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • Hbo-opleiding Personeel en Organisatie;
  • Kennis van arbeids- en/of sociale wetgeving en het sociale zekerheidsrecht;
  • Kennis van de organisatie, interne organisatiestructuur en globale werkprocessen en functies;
  • Algemene kennis van het werkterrein en het beleid van de gezondheidszorg;
  • Houdt zich op de hoogte van actuele ontwikkelingen op het gebied van personeelsmanagement.

4.2 Zelfstandigheid

  • Binnen de beleidskaders, de CAO en de afspraken met de directeur wordt de vorm en inhoud van ondersteuning en advies aan managers in eerste instantie zelfstandig bepaald;
  • Bij complexe problemen of vragen worden oplossingen/ keuzes overlegd met de directeur of met het Centraal Bureau LHV, dan wel worden zaken uitbesteed aan een advocaat of andere externe specialist.

4.3 Sociale vaardigheden

  • Een servicegerichte houding en overtuigingskracht zijn nodig bij het ondersteunen en adviseren van het management;
  • De afstemming met het management over o.a. het hanteren van P-instrumenten of toepassing van nieuw beleid vraagt om overtuigingskracht en het kunnen omgaan met weerstand;
  • Regelmatig contact met managers en medewerkers op alle niveaus vraagt om flexibiliteit, tact en inlevingsvermogen.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Als gevolg van het onzorgvuldig handelen bij de ondersteuning en advisering op P&O-gebied (bijv. fout advies bij ontslagverzoek), alsmede bij het niet juist hanteren of bewaken van regelgeving en afspraken m.b.t. toepassing van sociaal beleid is er zowel financieel als immaterieel schaderisico;
  • Levert een bijdrage aan het P&O-beleid, is verantwoordelijk voor het signaleren van knelpunten binnen de organisatie en is binnen de gestelde kaders verantwoordelijk voor de kwaliteit van de eigen adviezen;
  • Is in staat verbinding te leggen tussen P&O en het primaire proces.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Een goede mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid is vereist bij de diverse functionele contacten, het adviseren en informeren van management en personeel, het verzorgen van presentaties e.d.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Voor de werkzaamheden met de computer is bewegingsvaardigheid vereist.

4.7 Oplettendheid

  • Oplettendheid is vereist bij het bewaken van goede toepassing van regelgeving, sociaal beleid en de kwaliteit van de eigen dienstverlening;
  • Oplettendheid is tevens geboden bij het doen van uitspraken over personen en/of toepassing van regelgeving en procedures.

4.8 Overige functie-eisen

  • Doorzettingsvermogen is vereist bij het stimuleren van een juiste en tijdige toepassing van beleid;
  • Gevoel voor systematiek en administratieve ordening is van belang voor het correct uitvoeren van de ondersteunende werkzaamheden en het verstrekken van informatie;
  • De externe contacten stellen eisen aan voorkomen en gedrag;
  • Integriteit en betrouwbaarheid zijn van belang in verband met kennisneming van vertrouwelijke informatie over personen en de organisatie (verantwoord omgaan met tegengestelde belangen).

4.9 Inconveniënten

  • Er is sprake van psychische belasting in verband met het omgaan met tegengestelde belangen en conflicten.

naar boven

Physician Assistant A

Download de functieomschrijving

1. Doelstelling van de functie

De Physician Assistant verleent laag- en middelcomplexe medische zorg en hoogcomplexe verpleegkundige zorg aan nauw gespecificeerde categorieën patiënten met enkelvoudige, veelvoorkomende klachten/aandoeningen, waarvoor een consult is geboekt op de huisartsenpost. De Physician Assistant draagt tevens zorg voor de (door)ontwikkeling van standaardprocedures en (kwaliteits)beleid.

2. Plaats in de organisatie

De Physician Assistant is in dienst dan wel gedetacheerd bij een huisartsenpost. De werkzaamheden worden verricht op één of meerdere locaties. De Physician Assistant valt hiërarchisch onder de (locatie)manager van een huisartsenpost en krijgt zo nodig functionele aanwijzingen van dienstdoende artsen. Triage van meldingen vindt plaats door een daartoe aangewezen (triage)assistent.

3. Resultaatgebieden

3.1 Patiëntenzorg

  • Houdt spreekuur;
  • Verricht anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostische onderzoeken bij specifiek gedefinieerde categorieën patiënten en verwijst zo nodig door;
  • Behandelt specifiek gedefinieerde categorieën patiënten door het verlenen van routinematige medische zorg en hoogcomplexe verpleegkundige zorg (en verricht hiertoe gangbare medische handelingen);
  • Schrijft medicatie voor volgens protocol;
  • Stelt het geïntegreerde medisch-verpleegkundige behandelplan op, actualiseert deze en voert het behandelplan uit;
  • Informeert patiënten en hun relaties over diagnostiek, behandeling en preventiemogelijkheden;
  • Treedt op bij veranderingen in de gezondheidstoestand en schakelt zo nodig een arts in;
  • Draagt zorg voor fiattering van de consulten door de dienstdoende arts;
  • Draagt zorg voor de overdracht naar andere behandelaars en verzorgt waarneemberichten aan eigen huisartsen.

3.2 Kwaliteitszorg en beleid

  • Initieert en draagt zorg voor de ontwikkeling van standaardprocedures (protocollen, richtlijnen en standaarden) voor de huisartsenpost;
  • Draagt zorg voor voorlichting en instructie m.b.t. nieuwe procedures;
  • Toetst de naleving van standaardprocedures in de praktijk;
  • Signaleert ontwikkelingen en knelpunten in de praktijk;
  • Doet voorstellen voor de (door)ontwikkeling en implementatie van beleid op het gebied van laag- en middelcomplexe medische zorg en hoogcomplexe verpleegkundige zorg en behandeling op de huisartsenpost;
  • Volgt bij- en nascholing.

4. Toelichting bij functievereisten

4.1. Kennis

  • Paramedische hbo-opleiding aangevuld met de Master-opleiding Physician Assistant;
  • Kennis van de specifieke patiëntencategorieën;
  • Kennis van eerstelijns patiëntenzorg;
  • Kennis van ontwikkelingen in de integratie van medische behandeling en verpleegkundige zorg;
  • Kennis van medische en verpleegkundige protocollen, standaarden, procedures en voorschriften;
  • Kennis van methoden en technieken van verpleegkunde in het kader van hoogcomplexe verpleegkundige zorg bij een huisartsenpost;
  • Kennis van methoden en technieken van veel voorkomende medische zorgvragen en behandelingen bij een huisartsenpost.

4.2 Zelfstandigheid

  • Binnen het kader van protocollen, wet- en regelgeving en afspraken, worden de werkzaamheden op het terrein van patiëntenzorg en kwaliteitszorg zelfstandig verricht door de Physician Assistant;
  • Legt verantwoording af aan de leidinggevende over de kwaliteit van verleende patiëntenzorg aan nauw gespecificeerde categorieën patiënten;
  • Neemt beslissingen over de te verlenen hoogcomplexe verpleegkundige zorg en/of hierin geïntegreerde, routinematige medische zorg aan nauw gespecificeerde categorieën patiënten. De Physician Assistant is autonoom qua vormgeving van de methodiek;
  • In geval van piekbelastingen dient de Physician Assistant stressbestendig, flexibel en besluitvaardig te zijn en in staat te zijn zijn/haar eigen grenzen te bewaken;
  • De consulten van de Physician Assistant worden gefiatteerd door de dienstdoende arts;
  • Doet voorstellen voor het voorschrijven van medicatie en raadpleegt de dienstdoende arts; de arts accordeert en ondertekent het recept;
  • De belangrijkste kaders worden gevormd door wet- en regelgeving m.b.t. bevoegdheden en te verrichten handelingen, protocollen, procedures en beleid van de huisartsenpost;
  • Kan voor consultatie of hulp bij behandeling op de huisarts terugvallen.  

4.3 Sociale vaardigheden

  • Communicatieve en sociale vaardigheden zijn vereist om kennis, kunde en vaardigheden te kunnen overdragen aan collegae en aan patiënten, rekening houdend met leeftijd, cultuur, achtergrond en opleiding;
  • Analytisch vermogen en zelfstandigheid/probleemoplossend vermogen zijn van belang bij het verrichten van anamnese, diagnosestelling en het uitvoeren en opstellen van behandelplannen;
  • Empathisch vermogen is nodig voor communicatie met de patiënten en relaties van patiënten.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Een behandeling die niet op de specifieke situatie van de patiënt is gericht, kan schade opleveren voor het fysiek en psychisch welzijn van de patiënt;
  • Het incorrect onderhouden van diverse contacten kan afbreuk doen aan het imago van de organisatie;
  • De Physician Assistant is verantwoordelijk voor het verlenen van hoogcomplexe verpleegkundige zorg en/of hierin geïntegreerde, routinematige medische zorg aan nauw gespecificeerde categorieën patiënten en het geven van adviezen;
  • De Physician Assistant heeft invloed op (de uitvoering van) het kwaliteitsbeleid binnen de huisartsenpost;
  • De huisarts fiatteert de consulten van de Physician Assistant.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid in de Nederlandse taal is benodigd in contacten met en het geven van adviezen aan patiënten en collega’s;
  • Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid is van belang bij het opstellen van behandelplannen en adviezen en het registreren van patiëntengegevens.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Bewegingsvaardigheid is van belang bij het verrichten van lichamelijk onderzoek bij patiënten en het verrichten van verpleegkundige en medische handelingen.

4.7 Oplettendheid

  • De innoverende en brugfunctie tussen medische en verpleegkundige zorg stellen extra eisen aan nauwkeurigheid en oplettendheid bij het verrichten van consulten;
  • Oplettendheid en nauwkeurigheid zijn vereist ten aanzien van de diagnosestelling en behandeling;
  • Oplettendheid met betrekking tot de gezondheidstoestand van de patiënt is vereist;
  • Oplettendheid en nauwkeurigheid zijn vereist bij het doen van voorstellen voor het voorschrijven van medicatie;
  • Oplettendheid en nauwkeurigheid zijn vereist bij het toedienen van medicatie;
  • Onoplettendheid kan gevolgen hebben voor het fysiek of psychisch welzijn van patiënten.

4.8 Overige functie-eisen

  • Geduld en doorzettingsvermogen is nodig voor het onderzoek en de behandeling van patiënten;
  • Systematiek en ordelijkheid zijn benodigd bij het opstellen van behandelplannen en uitvoeren van handelingen;
  • Integriteit en betrouwbaarheid zijn nodig voor communicatie met de patiënten en relaties van patiënten;
  • Een goede persoonlijke hygiëne, correct gedrag en representativiteit is van belang;
  • Gevoel voor het menselijk lichaam is van belang bij onderzoek en behandeling.

4.9 Inconveniënten

  • Psychische belasting kan ontstaan door de confrontatie met het lijden en leed van patiënten, alsmede als gevolg van piekbelastingen en het veelal solistische karakter van de functie;
  • Kan te maken krijgen met verbale en fysieke agressie van patiënten.
  • Heeft door de aard van de werkzaamheden een verhoogd risico op bloedoverdraagbare ziektes. 

naar boven

Praktijkondersteuner GGZ

Download de functieomschrijving

1. Doelstelling van de functie

Is verantwoordelijk voor de ondersteuning, begeleiding, kortdurende behandeling en zo nodig verwijzing van patiënten met psychische, psychosomatische, psychosociale en psychiatrische problematiek.

2. Plaats in de organisatie

Organisatorisch rapporteert de POH GGZ aan de Huisarts of leidinggevende, die hiërarchisch (personeel en financieel) verantwoordelijk is voor de functie.

3. Resultaatgebieden

3.1 Behandeling

  • Behandelt klachten, problemen en vragen op het gebied van psychische, psychosomatische en psychosociale problematiek;
  • Differentieert de klacht naar aard en ernst;
  • Beoordeelt de noodzaak tot interventie of verwijzing;
  • Genereert -in overleg met de huisarts- vanuit een werkhypothese een behandel-/ zorgplan en definieert resultaten;
  • Voert het behandelplan uit en bewaakt het effect;
  • Onderhoudt contacten met patiënten, familie, mantelzorgers, sleutelfiguren en andere professionals;
  • Verwerkt verkregen informatie o.a. bij het geven van voorlichting en advies en het gezamenlijk opstellen en uitvoeren van een zorgplan;
  • Initieert en onderhouden van constructieve dialoog met de patiënt en draagt zorg voor een verantwoorde besluitvorming.

3.2 Educatie en voorlichting

  • Bevordert het zelf managend vermogen van de patiënt (of doelgroep) om tijdig de juiste zorg te vinden;
  • Stemt zorg af op maatschappelijke factoren zoals diversiteit, verschillen in sociaal economische status, verschillen in gezondheid, en verwachtingen van mensen;
  • Voert verschillende vormen van preventie uit (geïndiceerde preventie, zorg gerelateerde preventie, terugvalpreventie);
  • Is in staat tot overdracht van kennis en vaardigheden in het kader van onderwijs aan stagiaires, doktersassistenten en huisartsen (in opleiding).

3.3 Organisatie en samenwerking

  • Regisseert het eigen spreekuur ten behoeve van de patiënten;
  • Stelt een project- of jaarplan op;
  • Draagt zorg voor verantwoordingsrapportages;
  • Stemt ten behoeve van optimale patiëntenzorg taken af met huisarts, overige zorgdisciplines en instanties (zoals CJG, WMO-loket, GGZ);
  • Draagt zorg voor een adequate terugkoppeling naar de huisarts, die eindverantwoordelijk is voor de zorg;
  • Bevordert de samenwerking tussen de verschillende hulpverleners zowel intern als extern;
  • Participeert in een netwerk van functionele samenwerkingsrelaties en maakt optimaal gebruik van beschikbare expertise.

3.4 Kwaliteitsbevordering en professionaliteit

  • Draagt bij aan de deskundigheid van collega’s en andere zorgprofessionals;
  • Kan participeren in wetenschappelijke onderzoek, geïntegreerd in de patiëntenzorg;
  • Vertaalt onderzoeksuitkomsten en inzichten naar de beroepspraktijk;
  • Neemt deel aan de ontwikkeling van multidisciplinaire richtlijnen;
  • Draagt bij aan de accreditatie van de huisartsenpraktijk.

4. Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • HBO-opleiding met een aanvullende opleiding POH GGZ en beroepsgerelateerde vakcursussen voor de huisartsenpraktijk;
  • Kennis van psychische, psychosociale, psychiatrische en psychosomatische problematiek in de huisartsenpraktijk bij volwassenen, ouderen en kinderen;
  • Brede kennis van en ervaring met de diverse doelgroepen en relevante maatschappelijke ontwikkelingen;
  • Kennis van de relevante zorgomgeving zoals sociale kaart, ketenprocessen en organisatie van zorg in de eigen regio;
  • Kennis van professionele standaarden en gebruikte methodieken en behandelmodellen;
  • Houdt zijn/haar kennis actueel d.m.v. bij- en nascholing.

4.2 Zelfstandigheid

  • De praktijkondersteuner GGZ is inhoudelijk autonoom in het eigen professioneel handelen, waarbij de eindverantwoordelijkheid voor de patiënt bij de huisarts ligt;
  • De werkzaamheden worden uitgevoerd aan de hand van de voor de huisartsenzorg relevante standaarden en richtlijnen –zoals NHG standaarden en richtlijnen- en de door de huisarts bepaalde kaders, alsmede samenwerkingsafspraken en protocollen;
  • Is in staat om binnen het eigen vakgebied gecompliceerde vraagstukken en situaties op te lossen, waarbij de huisarts en/of andere hulpverleners kunnen worden ingeschakeld/geraadpleegd;
  • Er kan sprake zijn van casemanagement.

4.3 Sociale vaardigheden

  • Sociale vaardigheden zoals het motiveren of beïnvloeden van gedrag zijn vereist voor de behandeling en/of de communicatie met patiënten en hun familie. Hierbij is sprake van een brede doelgroep;
  • Sociale vaardigheden zijn vereist voor het realiseren van communicatie en samenwerking binnen het functie-gerelateerd professioneel netwerk;
  • Bijzondere vaardigheden worden vereist bij begeleiding/counseling van patiënten;
  • Het is van belang de eigen houding te bewaken en op een assertieve en onderscheidende wijze de zorgverlening en educatie en voorlichting te waarborgen.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Is verantwoordelijk voor professionele behandeling/begeleiding van de patiënten en de kwaliteit daarvan, waarbij fouten of omissies in de uitvoering of signalering van bijzonderheden kunnen leiden tot ernstige persoonlijke schade bij de patiënt en zijn omgeving;
  • Is verantwoordelijk voor het opstellen van protocollen en het geven van adviezen aan andere interne en externe hulpverleners;
  • Invloed wordt uitgeoefend op het kwaliteitsbeleid d.m.v. educatie en doen van voorstellen voor verbetering en vernieuwing.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Beschikt over vaardigheden ten behoeve van informatieoverdracht, rapportage, educatie en voorlichting aan patiënten (met mogelijk verschillende achtergronden, culturen en niveaus), collega’s en diverse externe instanties/hulpverleners.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Geen bijzondere motorische vaardigheden vereist.

4.7 Oplettendheid

  • Oplettendheid is nodig bij signaleren, observeren van de patiënt en bewaken van de voortgang van patiëntbehandeling waarbij het niet of niet tijdig signaleren van bijzonderheden schadelijke gevolgen kan hebben voor het fysiek of psychisch welzijn van patiënten;
  • Alertheid is vereist i.v.m. het signaleren van persoonlijke risico’s (suïcidaliteit), alsmede kindermishandeling, incest e.d. waarvoor meldplicht geldt.

4.8 Overige functie-eisen

  • Doorzettingsvermogen en geduld zijn nodig voor het motiveren tot effectief gedrag en het leren omgaan met de aandoening;
  • Systematiek en ordelijkheid zijn benodigd voor administratie, educatie en het opstellen van protocollen en behandelschema’s;
  • Integriteit en betrouwbaarheid zijn van belang in verband met kennisneming van zeer vertrouwelijke en gevoelige informatie over patiënten en hun omgeving;
  • Eisen worden gesteld aan representativiteit bij het onderhouden van de diverse interne en externe contacten;
  • Gevoel voor menselijk lichaam is van belang bij intake, observatie en behandeling.

4.9 Inconveniënten

  • Psychische belasting kan ontstaan door de confrontatie met het lijden en leed van patiënten en hun omgeving (bijv. suïcidaliteit);
  • Er kan sprake zijn van bezwarende omstandigheden alsmede letselrisico bij mogelijk agressief gedrag van cliënten.

naar boven

Praktijkondersteuner Somatiek

Download de functieomschrijving

1. Doelstelling van de functie

Is verantwoordelijk voor het verlenen van gedelegeerde medisch-inhoudelijke huisartsgeneeskundige zorg aan vooraf overeengekomen doelgroepen met chronische- en progressieve- of complexe somatische problematiek met name diabetes, COPD/ Astma, CVRM en kwetsbare ouderen.

2. Plaats in de organisatie

Organisatorisch rapporteert de POH aan de huisarts of leidinggevende, die hiërarchisch (personeel en financieel) verantwoordelijk is voor de functie.

3. Resultaatgebieden

3.1 Zorgverlening

  • Inventariseert en analyseert de medische-, verpleegkundige- of sociale problemen van de patiënt, waarbij sprake is van chronische- en / of complexe patiëntsituaties.
  • Kan op basis van anamnese en bevindingen doorverwijzen naar andere zorgverleners in de 1e lijn en, i.o.m. huisarts, naar de 2e lijn; 
  • Stelt in overleg met de patiënt een zorgplan op;
  • Er is sprake van coördinatie binnen de gemaakte werkafspraken van het zorgproces;
  • Voert op basis van bevoegd- en bekwaamheid verpleegtechnische handelingen uit;
  • Geeft in voorkomend geval psychosociale begeleiding;
  • Draagt zorg voor afstemming en terugkoppeling aan de huisarts;
  • Adviseert over de best passende toedieningsvorm van door de huisarts voorgeschreven geneesmiddelen.

3.2 Educatie en voorlichting

  • Verzorgt een doelgerichte educatie en / of  voorlichting –met name aan patiënten- gericht op kennis, mogelijkheden tot het realiseren van gedragsverandering, het leren omgaan met de (gevolgen van de) aandoening met gebruikmaking van de beschikbare middelen;
  • Begeleidt en coacht patiënten en zo nodig diens leefomgeving;
  • Informeert en adviseert interne en externe hulpverleners;
  • Adviseert m.b.t. gebruikte voorlichtingsmaterialen;
  • Is in staat tot overdracht van kennis en vaardigheden in het kader van onderwijs aan stagiaires, doktersassistenten en huisartsen (in opleiding).

3.3 Beheer en organisatie

  • Regisseert het eigen spreekuur ten behoeve van de patiënten en samenwerking met andere betrokkenen bij de behandeling;
  • Coördineert de zorgverlening en de continuïteit rond de behandeling en begeleiding van de toegewezen patiënt;
  • Onderhoudt een effectief professioneel netwerk in relatie tot de eigen taak resp. de eigen patiëntengroep;
  • Bevordert de samenwerking tussen de verschillende hulpverleners zowel intern als extern;
  • Draagt zorg voor een adequate terugkoppeling naar de huisarts, die eindverantwoordelijk is voor de zorg;
  • Draagt zorg voor de administratieve en registratieve afhandeling conform de geldende voorschriften.

3.4 Kwaliteit

  • Stelt protocollen en werkplannen op;
  • Levert bijdrage aan de ontwikkeling van het kwaliteitsbeleid;
  • Heeft hierbij een coördinerende- en / of projectmatige rol;
  • Toetst en bewaakt de kwaliteit, adviseert m.b.t. verbetering en voert zelf, waar nodig verbeteringen door.

4. Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • HBO-opleiding tot POH-S 
  • Kennis van de gebruikte diagnostische instrumenten, behandelmodellen
  • Brede kennis van doelgroepen en kennis van en ervaring met specifieke ziektebeelden van de doelgroep
  • Kennis van werkprocessen en werkwijzen binnen het samenwerkingsverband en externe organisaties
  • Kennis van verschillende culturen, levensgewoonten en levensbeschouwelijke invloeden
  • Kennis van professionele standaarden en gebruikte methodieken en behandelmodellen
  • Houdt zijn/haar kennis actueel d.m.v. bij- en nascholing op de gerelateerde zorgprogramma’s

4.2 Zelfstandigheid

  • De werkzaamheden worden uitgevoerd aan de hand van de NHG-standaarden en richtlijnen, de door de huisarts bepaalde kaders, en samenwerkingsafspraken en protocollen;
  • Het nemen van initiatieven en het bieden van oplossingen zijn van belang bij het vormgeven van behandelingen afgestemd op de patiënt en de doelgroep. Er wordt gewerkt met een individueel zorgplan;
  • Indien gewenst, geeft de POH S aanwijzingen en instructies aan doktersassistenten;
  • Levert een bijdrage aan de begeleiding van de POH-S in opleiding. 

4.3 Sociale vaardigheden

  • Luisteren, motiveren en / of stimuleren tot aanpassing van gedrag zijn vereiste sociale vaardigheden in de professionele contacten met diverse doelgroepen van patiënten en diens familie of begeleiders;
  • Vaardigheid tot onderhouden van een effectief netwerk en samenwerking met andere in- en/of externe hulpverleners;
  • Kan eigen professionele houding bewaren en bewaken t.a.v. patiënten, diens familie of begeleiders en collega’s in het zorgveld. 

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Is verantwoordelijk voor professionele behandeling / begeleiding van de patiënten en de kwaliteit daarvan, waarbij fouten of omissies in de uitvoering of signalering van bijzonderheden kunnen leiden tot persoonlijke schade bij de patiënt;
  • Is verantwoordelijk voor het opstellen van beroepsgerelateerde protocollen en de kwaliteit hiervan;
  • Is verantwoordelijk voor de kwaliteit van adviezen aan andere interne en externe hulpverleners;
  • Invloed wordt uitgeoefend op het kwaliteitsbeleid d.m.v. educatie en doen van voorstellen voor verbetering en vernieuwing.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Beschikt over vaardigheden ten behoeve van informatieoverdracht, rapportage, educatie en voorlichting aan patiënten (met mogelijk verschillende achtergronden, culturen en niveaus), collega’s en diverse externe instanties / hulpverleners.

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Beschikt over professionele vaardigheden ten behoeve van het verrichten van lichamelijk onderzoek bij patiënten en het verrichten van medische en verpleegtechnische handelingen.

4.7 Oplettendheid

  • Oplettendheid is nodig bij signaleren, observeren en bewaken van de voortgang van patiëntbehandeling waarbij het niet of niet tijdig signaleren van bijzonderheden schadelijke gevolgen kan hebben voor het fysiek of psychisch welzijn van patiënten.

4.8 Overige functie-eisen

  • Doorzettingsvermogen en geduld zijn nodig voor het motiveren tot effectief gedrag en het leren omgaan met de aandoening;
  • Systematiek en ordelijkheid zijn benodigd voor administratie, educatie en het opstellen van protocollen en behandelschema’s;
  • Integriteit en betrouwbaarheid zijn van belang in verband met kennisneming van vertrouwelijke informatie over patiënten;
  • Eisen worden gesteld aan representativiteit bij het onderhouden van de diverse interne en externe contacten;
  • Gevoel voor menselijk lichaam is van belang bij intake, observatie en behandeling.

4.9 Inconveniënten

  • Psychische belasting kan ontstaan door de confrontatie met het lijden en leed van patiënten, waarmee soms een langdurige behandelrelatie bestaat;
  • Er kan sprake zijn van bezwarende omstandigheden alsmede letselrisico bij mogelijk agressief gedrag van patiënten en infectiegevaar

Secretaresse B

Download de functieomschrijving

1. Doel van de functie

Het op effectieve en efficiënte wijze secretarieel ondersteunen van management en directie, opdat deze hun functie zo adequaat mogelijk kunnen uitoefenen.

2. Plaats in de organisatie

De secretaresse valt hiërarchisch onder de directeur.

3. Resultaatgebieden

3.1 Telefoon- en correspondentiebehandeling 
Handelt (indien mogelijk) zelfstandig de post, telefoon en e-mail af opdat de directeur en de overige managers/ stafleden tijdig beschikken over de informatie benodigd voor het uitvoeren van de eigen functie:

  • Verwerkt alle inkomende post, zet de routing uit en stelt vervolgens vast op welke plek en door wie de post behandeld moet worden;
  • Bewaakt de voortgang en de afhandeling van inkomende post en houdt daarbij nadrukkelijk rekening met vertrouwelijkheid en privacygevoelige gegevens;
  • Handelt alle uitgaande post af;
  • Handelt telefoongesprekken, fax- en e-mailberichten af en/of verbindt door naar desbetreffende functionaris.

3.2 Agendabeheer 
Beheert agenda’s van directie en/of managers zodat zij bij de organisatie van hun werk ontlast worden.

  • Stelt de urgentie van contactverzoeken vast;
  • Plant afspraken, vergaderingen, commissies e.d. en verzendt indien nodig uitnodigingen;
  • Signaleert en bewaakt de actiepunten, deadlines en projectplanningen;
  • Reserveert ruimten en verzorgt de voorzieningen.

3.3 Secretariële ondersteuning 
Verricht secretariële werkzaamheden volgens aanwijzingen en afspraken:

  • Stelt brieven, mails en notities in concept op;
  • Stelt in overleg de vergaderagenda’s op, stelt de stukken samen en verzorgt de notulen;
  • Werkt verslagen uit van overleggen van de manager/ directeur;
  • Draagt zorg voor de aanwezigheid van relevante (vergader)stukken c.q. beleidsnota’s;
  • Beheert het archief.

3.4 Administratieve en ondersteunende werkzaamheden 
Verricht overige administratieve en ondersteunende werkzaamheden conform afspraken en procedures:

  • Verricht administratieve handelingen m.b.t. personele zaken, bijv. het werving- en selectietraject, verzuimmelding en -administratie, bijhouden personeelsdossiers, doorgeven van salarismutatie aan salarisbureau of financiële administratie e.d.;
  • Voert tijdig en correct overige werkzaamheden ten behoeve van de manager/directeur uit;
  • Verstrekt informatie (vraagbaakfunctie) en coördineert informatiestromen;
  • Signaleert relevante interne en externe ontwikkelingen en communiceert deze aan de directie en leiding.

4.Toelichting bij functievereisten

4.1 Kennis

  • Mbo-opleiding met vakkennis op gebied van secretariële werkzaamheden;
  • Ervaring als secretaresse;
  • Inzicht in de werkprocessen en werkverbanden van de organisatie in relatie tot secretariële aspecten;
  • Affiniteit met personeelsadministratieve zaken;
  • Kennis van gebruikte kantoorsoftware;
  • Uitstekende beheersing van de Nederlandse taal.

4.2 Zelfstandigheid

  • De werkzaamheden worden binnen gestelde procedures en richtlijnen zelfstandig uitgevoerd: initiatief, creativiteit en het stellen van eigen prioriteiten is hierbij vereist;
  • Bij afwezigheid van de manager/directeur moet in voorkomende gevallen de urgentie van zaken worden beoordeeld (uitstellen, doorverwijzen, zelf afhandelen, manager/ directeur informeren);
  • Met betrekking tot inhoudelijke kwesties en het stellen van prioriteiten is terugval mogelijk op de manager/ directeur.

4.3 Sociale vaardigheden

  • Interne en externe contacten op diverse niveaus vereisen goede contactuele eigenschappen waaronder tact, het kunnen luisteren en hulpvaardigheid;
  • Het plannen en coördineren van afspraken vraagt om overtuigingskracht/vasthoudendheid.

4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

  • Er is risico op het veroorzaken van materiële schade. Er is risico op het veroorzaken van immateriële schade bij het onderhouden van externe contacten;
  • Tijdverlies en schade aan het imago van de organisatie kunnen ontstaan bij het beheren van de agenda, door het verkeerd omgaan met vertrouwelijke informatie, door fouten bij het maken van afspraken en door het niet correct omgaan met contacten.

4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

  • Mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid zijn nodig bij het te woord staan van diverse personen, het opstellen van correspondentie en het maken van verslagen.  

4.6 Bewegingsvaardigheid

  • Een goede typevaardigheid (snelheid en accuratesse) is van belang.

    4.7 Oplettendheid

    • Oplettendheid is vereist ten aanzien van het verwerken van diverse informatiestromen (telefoon, post, notuleren, voortgang bewaken, signaleren) en het agendabeheer;
    • Oplettendheid wordt bemoeilijkt door de grote diversiteit van verstoringen zoals mondelinge en telefonische vragen, bezoekers en medewerkers.

    4.8 Overige functie-eisen

    • Doorzettingsvermogen is nodig bij het maken van afspraken en planningen en bij het coördineren van informatiestromen;
    • Ordelijk en systematisch werken is vereist bij de administratieve en archiefwerkzaamheden;
    • Integriteit en betrouwbaarheid zijn nodig bij het verwerken en beheren van (vertrouwelijke) Informatie;
    • In verband met externe contacten, worden eisen gesteld aan representativiteit.

    4.9 Inconveniënten

    • Psychische belasting kan optreden door piekbelasting in het werk en het afwegen van prioriteiten (bijvoorbeeld agendabeheer). 

    naar boven

    Triagist B

    Download de functieomschrijving

    1. Doel van de functie

    Het verzorgen van telefonische en/of fysieke triage bij acute zorgvragen van onbekende patiënten: het bepalen van urgentie, het vaststellen, plannen en inzetten van de vereiste vervolgbehandeling, het geven van zelfzorgadviezen, van voorlichting en het verlenen van medische assistentie teneinde de patiënt tijdig en adequaat te voorzien van de juiste medische zorg.

    2. Plaats in de organisatie

    De werkzaamheden worden verricht op één of meerdere locaties. De triagist valt hiërarchisch onder de (locatie)manager of directeur van een huisartsenpost en krijgt zo nodig functionele aanwijzingen van dienstdoende huisartsen en/of een leidinggevend triagist.

    3. Resultaatgebieden

    3.1 Telefonische en/of fysieke intake/triage van patiënten

    • Inventariseert en stelt de (telefonische) hulpvraag vast;
    • Registreert persoonsgegevens;
    • Classificeert de (telefonische) hulpvraag;
    • Bepaalt de urgentie van klachten en onderneemt actie op basis van de urgentie; vraagt door om de aard van de klachten en de juiste urgentie te kunnen bepalen;
    • Verstrekt (indien mogelijk zelfstandig) medische zelfzorgadviezen aan de hand van protocollen en standaarden;
    • Consulteert zo nodig de dienstdoende huisarts;
    • Verwijst patiënten door naar de dienstdoende huisarts;
    • Verzorgt de verslaglegging van de triage;
    • Plant op basis van de triage afspraken tussen huisarts en patiënt (spreekuren en visites);
    • Beheert agenda’s voor de consulten op de post en visites;
    • Verwijst in overleg met de dienstdoende huisarts patiënten door naar andere zorginstellingen;
    • Bewaakt het tijdig fiatteren van de triagewerkzaamheden door de huisarts;
    • Verzorgt de afhandeling van financiële en medische dossiers.

    3.2 Medische assistentie

    • Bereidt materialen/apparatuur/ruimtes voor t.b.v. de behandeling/onderzoek;
    • Geeft informatie over het verloop van het onderzoek/ de behandeling aan patiënten en hun relaties;
    • Verzorgt de opvang van patiënten;
    • Assisteert de dienstdoende huisarts bij medische ingrepen, onderzoeken en handelingen (waaronder het toedienen van injecties, hechten en katheteriseren);
    • Voert op aanwijzing van de dienstdoende huisarts zelfstandig medisch-technische handelingen uit (waaronder bloedsuiker, HB en urine controleren);
    • Adviseert en ondersteunt de dienstdoende huisarts bij het gebruik van automatiseringssystemen en lokale werkwijzen (waaronder de vindplaats van benodigdheden);
    • Voert laboratoriumwerkzaamheden uit (waaronder analyses aan de hand van vastgestelde waarden).

    3.3 (Administratief) beheer

    • Verricht de administratieve afhandeling van recepturen;
    • Houdt logboeken, (financiële) administraties en registraties bij;
    • Laat gegevens over verrichtingen door de dienstdoende huisarts autoriseren;
    • Reinigt en desinfecteert materialen, instrumenten en apparatuur;
    • Houdt onderzoeks- en behandelruimten op orde;
    • Signaleert storingen aan apparatuur;
    • Bewaakt de hoeveelheid benodigdheden;
    • Bestelt artikelen en bergt deze op.

    3.4 Kwaliteit

    • Signaleert knelpunten bij de uitvoering van de werkzaamheden en doet voorstellen voor verbetering;
    • Signaleert onregelmatigheden in feitelijke bezetting van dienstdoende huisartsen en informeert de leidinggevende;
    • Draagt mede zorg voor de eigen deskundigheidsbevordering;
    • Neemt klachten en (incident)meldingen in ontvangst en geleidt deze door.

    4. Toelichting bij functievereisten

    4.1. Kennis

    • Mbo-diploma Doktersassistent of Verpleegkundige (niveau 4) aangevuld met het VHN triagediploma;
    • Minimaal 1 jaar werkervaring in de huisartsenzorg of een vergelijkbare werkomgeving en ruime ervaring als triagist (in opleiding); kennis van de ontwikkelingen in de triage, techniek en werkmethoden worden op peil gehouden;
    • Kennis van de voorgeschreven triage- en kwaliteitsrichtlijnen (de NTS -Nederlandse Triage Standaard voor acute zorg-, meldcode kindermishandeling etc.);
    • Kennis van werkplannen en protocollen;
    • Kennis van de eigen werkomgeving en werkprocessen en van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van collega’s binnen de organisatie;
    • Kennis van digitale gegevensverwerking in automatiseringssystemen.

    4.2 Zelfstandigheid

    • Binnen de richtlijnen en aan de hand van de eisen van vakbekwaamheid wordt zelfstandig gewerkt;
    • Draagt zorg voor het binnen een uur laten fiatteren van de vastgelegde triagewerkzaamheden door een dienstdoende huisarts;
    • Voert op aanwijzing van de dienstdoende huisarts zelfstandig medisch-technische handelingen uit;
    • Lost acute problemen en vragen van patiënten op, zo nodig door het consulteren van de dienstdoende arts;
    • Neemt beslissingen over de voortgang van de eigen werkzaamheden en de urgentiebepaling aan de hand van protocollen;
    • De functie wordt veelal in een soms hectische omgeving en/of onder tijdsdruk uitgevoerd en vraagt flexibiliteit en besluitvaardigheid in het kader van voortgang en het bewaken van de eigen grenzen en deskundigheid.

    4.3 Sociale vaardigheden

    • Tact, kunnen luisteren, invoelingsvermogen, mondelinge uitdrukkingsvaardigheid en hulpvaardigheid zijn van belang bij het ontvangen en uitvragen van (telefonische) huisartsgeneeskundige hulpvragen van patiënten, bij het geven van zelfzorgadviezen, bij het communiceren met zorgverleners en ketenpartners en bij het uitvoeren van medisch ondersteunende werkzaamheden;
    • Om kunnen gaan met weerstand en empathisch vermogen zijn nodig voor communicatie met de patiënten en relaties van patiënten.

    4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

    • Immateriële en materiële schade kan ontstaan door onzorgvuldigheid bij onjuiste informatieverstrekking en het maken van fouten bij medisch ondersteunende werkzaamheden;
    • Immateriële en materiële schade kan ontstaan bij een onjuiste intake en/of doorverwijzing;
    • Heeft invloed op de gang van zaken binnen de huisartsenpost en heeft middels het signaleren van knelpunten en aandragen van verbetervoorstellen invloed op werkwijze en werkprocessen binnen de huisartsenpost.

    4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

    • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid is van belang bij de intake van patiënten, informatieverstrekking aan patiënten of externe zorginstellingen en overleg met collega’s en huisartsen;
    • Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid is van belang bij het voeren van correspondentie en administratieve werkzaamheden.

    4.6 Bewegingsvaardigheid

    • Bewegingsvaardigheid is van belang bij het verrichten van medisch-technische handelingen.

    4.7 Oplettendheid

    • Oplettendheid en nauwkeurigheid is voortdurend vereist ten aanzien van het ontvangen, uitvragen en beoordelen van de urgentie en verwerken van binnenkomende (telefonische) huisartsgeneeskundige hulpvragen van patiënten;
    • Oplettendheid en nauwkeurigheid is vereist bij het verlenen van medische assistentie;
    • Onoplettendheid heeft consequenties voor het welbevinden van patiënten;
    • Het vasthouden van de aandacht wordt bemoeilijkt door het werken in een hectische omgeving met diverse (elkaar verstorende) factoren, waaronder de telefoon, patiënten aan de balie en verzoeken om ondersteuning door de dienstdoende huisarts.

    4.8 Overige functie-eisen

    • Doorzettingsvermogen is nodig om alles op tijd af te hebben;
    • Systematisch, ordelijk en hygiënisch werken is noodzakelijk bij het plannen van het spreekuur, het assisteren van de huisarts, de administratieve werkzaamheden en bij huisartsgeneeskundig-ondersteunende handelingen;
    • Integriteit en betrouwbaarheid zijn vereist voor het omgaan met vertrouwelijke gegevens van patiënten;
    • Een goede persoonlijke hygiëne, correct gedrag en representativiteit zijn van belang;
    • Gevoel voor het menselijk lichaam, materiaal en apparatuur is nodig bij het uitvoeren van medischtechnische handelingen.

    4.9 Inconveniënten

    • Psychische belasting komt voor als gevolg van hectische situaties, werkdruk en confrontatie met het leed van patiënten en de geregeld sterke druk van patiënten.
    • Psychische belasting kan ontstaan ten aanzien van (de kans op) het maken van (inschattings-) fouten bij de triage en het daarop aangesproken worden in onderzoeken en procedures;
    • Bezwarende omstandigheden bij fysiek patiëntcontact;
    • Risico op persoonlijk letsel bij specifieke handelingen zoals intraveneus injecteren. 

    naar boven

    Triagist, leidinggevend

    Download de functieomschrijving

    1. Doel van de functie

    Is verantwoordelijk voor het leiding geven aan de werkzaamheden van de triagisten. Voert tevens werkzaamheden als triagist uit.

    2. Plaats in de organisatie

    De Leidinggevend Triagist valt hiërarchisch onder de (locatie)manager of directeur van een huisartsenpost. Hij/zij geeft operationeel leiding aan een groep triagisten. Praktisch gezien is hij/zij aanspreekpunt voor derden en draagt zorg voor aansturing van de organisatie van de werkzaamheden van de triagisten. Krijgt zo nodig functionele aanwijzingen van dienstdoende huisartsen.

    3. Resultaatgebieden

    3.1 Management 
    Geeft leiding aan de werkzaamheden van de triagisten, opdat de kwantitatieve en kwalitatieve bezetting en uitvoering is afgestemd op de triagevraag:

    • Draagt zorg voor werkroosters en vakantieplanning van de triagisten;
    • Coördineert het administratief en materieel beheer en de kwaliteits-, voortgangs- en kostenbewaking;
    • Is aanspreekpunt voor triagisten en huisartsen;
    • Voert functioneringsgesprekken met de triagisten;
    • Voert overleg met en adviseert de (locatie)manager over personeelsaangelegenheden.

    3.2 Telefonische en/of fysieke intake/triage van patiënten
    Inventariseert en stelt de (telefonische) hulpvraag vast:

    • Registreert persoonsgegevens;
    • Classificeert de (telefonische) hulpvraag;
    • Bepaalt de urgentie van klachten en onderneemt actie op basis van de urgentie; vraagt door om de aard van de klachten en de juiste urgentie te kunnen bepalen;
    • Verstrekt (indien mogelijk zelfstandig) medische zelfzorgadviezen aan de hand van protocollen en standaarden;
    • Consulteert zo nodig de dienstdoende huisarts;
    • Verwijst patiënten door naar de dienstdoende huisarts;
    • Verzorgt de verslaglegging van de triage;
    • Plant op basis van triage afspraken tussen huisarts en patiënt (spreekuren en visites);
    • Beheert agenda’s voor de consulten op de post en visites;
    • Verwijst in overleg met de dienstdoende huisarts patiënten door naar andere zorginstellingen;
    • Bewaakt het tijdig fiatteren van de triagewerkzaamheden door de huisarts;
    • Verzorgt de afhandeling van financiële en medische dossiers.

    3.3 Medische assistentie

    • Bereidt materialen/apparatuur/ruimtes voor t.b.v. de behandeling/het onderzoek;
    • Geeft informatie over het verloop van het onderzoek/ de behandeling aan patiënten en hun relaties;
    • Verzorgt de opvang van patiënten;
    • Assisteert de dienstdoende huisarts bij medische ingrepen, onderzoeken en handelingen (waaronder het toedienen van injecties, hechten en katheteriseren);
    • Voert op aanwijzing van de dienstdoende huisarts zelfstandig medisch-technische handelingen uit (waaronder bloedsuiker, HB en urine controleren);
    • Adviseert en ondersteunt de dienstdoende huisarts bij het gebruik van automatiseringssystemen en lokale werkwijzen (waaronder de vindplaats van benodigdheden);
    • Voert laboratoriumwerkzaamheden uit (waaronder analyses aan de hand van vastgestelde waarden).

    3.4 (Administratief) beheer

    • Verricht de administratieve afhandeling van recepturen;
    • Houdt logboeken, (financiële) administraties en registraties bij;
    • Laat gegevens over verrichtingen door de dienstdoend huisarts autoriseren;
    • Reinigt en desinfecteert materialen, instrumenten en apparatuur;
    • Houdt onderzoeks- en behandelruimten op orde;
    • Signaleert storingen aan apparatuur;
    • Bewaakt de hoeveelheid benodigdheden;
    • Bestelt artikelen en bergt deze op;
    • Levert gegevens aan ten behoeve van het jaarverslag van de huisartsenpost en levert een bijdrage aan het opstellen daarvan.

    3.5 Kwaliteit 
    Bewaakt en stimuleert de naleving van het kwaliteitsbeleid, conform gestelde (wettelijke) richtlijnen, met als doel het verder professionaliseren van de (medische) dienstverlening:

    • Bewaakt en stimuleert het werken conform de vastgestelde wettelijke kwaliteitseisen;
    • Signaleert knelpunten bij de uitvoering van de werkzaamheden en doet voorstellen voor verbetering en informeert de (locatie)manager hierover;
    • Signaleert onregelmatigheden in feitelijke bezetting van dienstdoende huisartsen en informeert de leidinggevende;
    • Stelt in overleg protocollen en werkplannen op;
    • Geeft op verzoek voorlichting en stelt instructies op ten aanzien van de toe te passen protocollen en werkplannen;
    • Houdt toezicht op bij- en nascholing van de triagisten;
    • Handelt, indien mogelijk, vragen/klachten af van patiënten en informeert de leidinggevende hierover.

    4.Toelichting bij functievereisten

    4.1. Kennis

    • Mbo-diploma Doktersassistent of Verpleegkundige (niveau 4) aangevuld met het VHN triagediploma;
    • Managementopleiding en/of –ervaring;
    • Ruime (minimaal 3-4 jaar) functierelevante werkervaring in de huisartsenzorg of een vergelijkbare werkomgeving waaronder ook ruime ervaring als triagist;
    • Ervaring met leidinggeven, kennis van planningsmethodieken en –programma’s;
    • Kennis van de voorgeschreven triage- en kwaliteitsrichtlijnen (de NTS, meldcode kindermishandeling etc).;
    • Kennis van werkplannen en protocollen;
    • Kennis van de eigen werkomgeving en werkprocessen en van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van collega’s binnen de organisatie;
    • Kennis van digitale gegevensverwerking in automatiseringssystemen;
    • Houdt zijn/haar medische inhoudelijke kennis en overige voor de functie benodigde kennis (automatisering etc.) op peil door het volgen van nascholingsactiviteiten.

    4.2 Zelfstandigheid

    • Richt de operationele werkprocessen en -planningen van de triagisten in en geeft leiding aan triagisten;
    • Plant en bewaakt de voortgang van de eigen werkzaamheden en die van de triagisten (inclusief roostering en vakantieplanning);
    • Binnen de richtlijnen en aan de hand van de eisen van vakbekwaamheid wordt als triagist zelfstandig gewerkt;
    • Draagt zorg voor het binnen een uur laten fiatteren van de vastgelegde triagewerkzaamheden door een dienstdoende huisarts;
    • Voert op aanwijzing van de dienstdoende huisarts zelfstandig medisch-technische handelingen uit;
    • Lost acute problemen en vragen van patiënten op, zo nodig door het consulteren van de dienstdoende arts;
    • Neemt beslissingen over de voortgang van de eigen werkzaamheden en de urgentiebepaling aan de hand van protocollen;
    • De belangrijkste kaders worden gevormd door protocollen, procedures en beleid van de huisartsenpost;
    • De functie wordt veelal in een soms hectische omgeving en/of onder tijdsdruk uitgevoerd en vraagt flexibiliteit en besluitvaardigheid in het kader van voortgang en het bewaken van de eigen grenzen en deskundigheid.

    4.3 Sociale vaardigheden

    • In het kader van de leidinggevende taken zijn sociale vaardigheden zoals tact en het kunnen motiveren, controleren, corrigeren nodig;
    • Tact, kunnen luisteren, invoelingsvermogen, mondelinge uitdrukkingsvaardigheid en hulpvaardigheid zijn van belang bij het ontvangen en uitvragen van (telefonische) huisartsgeneeskundige hulpvragen van patiënten, bij het geven van zelfzorgadviezen, bij het communiceren met zorgverleners en ketenpartners en bij het uitvoeren van medisch ondersteunende werkzaamheden;
    • Om kunnen gaan met weerstand en empathisch vermogen zijn nodig, zowel voor communicatie met de patiënten en relaties van patiënten, als met interne functionarissen.

    4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

    • Is verantwoordelijk voor de aansturing van de werkzaamheden van de triagisten, het opstellen van protocollen en werkplannen en levert een bijdrage aan het jaarverslag van de huisartsenpost;
    • Immateriële en materiële schade kan ontstaan door onzorgvuldigheid bij onjuiste informatieverstrekking en het maken van fouten bij medisch-ondersteunende werkzaamheden;
    • Immateriële en materiële schade kan ontstaan bij een onjuiste intake en/of doorverwijzing;
    • Heeft invloed op de gang van zaken binnen de huisartsenpost en heeft middels het signaleren van knelpunten en aandragen van verbetervoorstellen invloed op het beleid.

    4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

    • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid is van belang bij de intake van patiënten, informatieverstrekking aan patiënten of externe zorginstellingen, het leidinggeven aan de triagisten en contacten/overleg met collega’s en huisartsen;
    • Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid is van belang bij het voeren van correspondentie, administratieve werkzaamheden en het opstellen van werkplannen en protocollen.

    4.6 Bewegingsvaardigheid

    • Bewegingsvaardigheid is van belang bij het verrichten van medisch-technische handelingen.

    4.7 Oplettendheid

    • Oplettendheid en nauwkeurigheid is voortdurend vereist bij het plannen en proactief bewaken van voortgang van het werk alsmede ten aanzien van het ontvangen, uitvragen, beoordelen van de urgentie en verwerken van binnenkomende (telefonische) huisartsgeneeskundige hulpvragen van patiënten;
    • Oplettendheid en nauwkeurigheid is vereist bij het verlenen van medische assistentie;
    • Onoplettendheid heeft consequenties voor het welbevinden van patiënten;
    • Het vasthouden van de aandacht wordt bemoeilijkt door het werken in een hectische omgeving met diverse (elkaar verstorende) factoren, waaronder vragen van triagisten, de telefoon, patiënten aan de balie en verzoeken om ondersteuning door de dienstdoende huisarts.

    4.8 Overige functie-eisen

    • Doorzettingsvermogen is nodig voor het bewaken en sturen van het werkproces en het gelijktijdig uitvoeren van taken, ongeacht de hoeveelheid storende factoren;
    • Systematisch, ordelijk en hygiënisch werken is noodzakelijk bij het plannen van het spreekuur, het assisteren van de huisarts, de administratieve werkzaamheden en bij huisartsgeneeskundig-ondersteunende handelingen;
    • Integriteit en betrouwbaarheid zijn vereist voor het omgaan met vertrouwelijke gegevens van patiënten en medewerkers;
    • Een goede persoonlijke hygiëne, correct gedrag en representativiteit is van belang;
    • Gevoel voor het menselijk lichaam, materiaal en apparatuur is nodig bij het uitvoeren van medischtechnische handelingen.

    4.9 Inconveniënten

    • Psychische belasting kan voorkomen in verband met het aangesproken worden op de verantwoordelijkheid voor werkprocessen en planning, alsmede in hectische situaties, bij confrontatie met het leed van patiënten en de geregeld sterke druk van patiënten;
    • Psychische belasting kan ontstaan ten aanzien van (de kans op) het maken van (inschattings)fouten bij de triage en het daarop aangesproken worden in onderzoeken en procedures;
    • Bezwarende omstandigheden bij fysiek patiëntcontact;
    • Risico op persoonlijk letsel bij specifieke handelingen zoals intraveneus injecteren. 

    naar boven

    Verpleegkundig Specialist A

    Download de functieomschrijving

    1. Doelstelling van de functie

    De Verpleegkundig Specialist verleent hoogcomplexe verpleegkundige zorg en hierin geïntegreerde, routinematige medische zorg aan nauw gespecificeerde categorieën patiënten met enkelvoudige, veelvoorkomende klachten/aandoeningen, waarvoor een consult is geboekt op de huisartsenpost. De Verpleegkundig Specialist draagt tevens zorg voor de (door)ontwikkeling van standaardprocedures en (kwaliteits-)beleid.

    2. Plaats in de organisatie

    De Verpleegkundig Specialist is in dienst dan wel gedetacheerd bij een huisartsenpost. De werkzaamheden worden verricht op één of meerdere locaties. De Verpleegkundig Specialist valt hiërarchisch onder de (locatie)manager van een huisartsenpost en krijgt zo nodig functionele aanwijzingen van dienstdoende artsen. Triage van meldingen vindt plaats door een daartoe aangewezen (triage)assistent.

    3. Resultaatgebieden

    3.1 Patiëntenzorg

    • Houdt spreekuur;
    • Verricht anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostische onderzoeken bij specifiek gedefinieerde categorieën patiënten en verwijst zo nodig door;
    • Behandelt specifiek gedefinieerde categorieën patiënten door het verlenen van hoogcomplexe verpleegkundige zorg en/of hierin geïntegreerde, routinematige medische zorg (en verricht hiertoe gangbare medische handelingen);
    • Schrijft medicatie voor volgens protocol;
    • Stelt het geïntegreerde medisch-verpleegkundige behandelplan op, actualiseert deze en voert het behandelplan uit;
    • Informeert patiënten en hun relaties over diagnostiek, behandeling en preventiemogelijkheden;
    • Treedt op bij veranderingen in de gezondheidstoestand en schakelt zo nodig een arts in;
    • Draagt zorg voor de overdracht naar andere behandelaars en verzorgt waarneemberichten aan eigen huisartsen.

    3.2 Kwaliteitszorg en beleid

    • Initieert en draagt zorg voor de ontwikkeling van standaardprocedures (protocollen, richtlijnen en standaarden) voor de huisartsenpost;
    • Draagt zorg voor voorlichting en instructie m.b.t. nieuwe procedures;
    • Toetst de naleving van standaardprocedures in de praktijk;
    • Signaleert ontwikkelingen en knelpunten in de praktijk;
    • Doet voorstellen voor de (door)ontwikkeling en implementatie van beleid op het gebied van hoogcomplexe verpleegkundige zorg en behandeling op de huisartsenpost;
    • Volgt bij- en nascholing.

    4. Toelichting bij functievereisten

    4.1. Kennis

    • Verpleegkundige opleiding aangevuld met de Masteropleiding Advanced Nursing Practice (registratie in het BIG-register);
    • Kennis van de specifieke patiëntencategorieën;
    • Kennis van eerstelijns patiëntenzorg;
    • Kennis van ontwikkelingen in de integratie van medische behandeling en verpleegkundige zorg.
    • Kennis van medische en verpleegkundige protocollen, standaarden, procedures en voorschriften;
    • Kennis van methoden en technieken van verpleegkunde in het kader van hoogcomplexe verpleegkundige zorg bij een huisartsenpost;
    • Kennis van methoden en technieken van veelvoorkomende medische behandelingen bij een huisartsenpost.

    4.2 Zelfstandigheid

    • Binnen het kader van protocollen, wet- en regelgeving en afspraken, worden de werkzaamheden op het terrein van patiëntenzorg en kwaliteitszorg zelfstandig verricht;
    • Legt verantwoording af aan de leidinggevende over de kwaliteit van verleende patiëntenzorg aan nauw gespecificeerde categorieën patiënten;
    • Neemt beslissingen over de te verlenen hoogcomplexe verpleegkundige zorg en/of hierin geïntegreerde, routinematige medische zorg aan nauw gespecificeerde categorieën patiënten.
    • Is autonoom qua vormgeving van de methodiek;
    • In geval van piekbelastingen dient de Verpleegkundig Specialist stressbestendig, flexibel en besluitvaardig te zijn en in staat te zijn zijn/haar eigen grenzen te bewaken;
    • Doet voorstellen voor het voorschrijven van medicatie en raadpleegt de dienstdoende arts; de arts accordeert en ondertekent het recept (Er is geen wettelijke verplichting of beroepsnorm voor het fiatteren van de consulten van de Verpleegkundig Specialist. Dit is een beleidskeuze van de huisartsenposten);
    • De belangrijkste kaders worden gevormd door wet- en regelgeving (waaronder de wet BIG) m.b.t. bevoegdheden en te verrichten handelingen, protocollen, procedures en beleid van de huisartsenpost;
    • Kan voor consultatie of hulp bij behandeling op de huisarts terugvallen.

     4.3 Sociale vaardigheden

    • Communicatieve en sociale vaardigheden zijn vereist om kennis, kunde en vaardigheden te kunnen overdragen aan collegae en aan patiënten, rekening houdend met leeftijd, cultuur, achtergrond en opleiding;
    • Analytisch vermogen en zelfstandigheid/probleemoplossend vermogen zijn van belang bij het verrichten van anamnese, diagnosestelling en het uitvoeren en opstellen van behandelplannen;
    • Empathisch vermogen is nodig voor communicatie met de patiënten en relaties van patiënten.

    4.4 Risico’s, verantwoordelijkheden en invloed

    • Een behandeling die niet op de specifieke situatie van de patiënt is gericht, kan schade opleveren voor het fysiek en psychisch welzijn van de patiënt;
    • Het incorrect onderhouden van diverse contacten kan afbreuk doen aan het imago van de organisatie;
    • Is verantwoordelijk voor het verlenen van hoogcomplexe verpleegkundige zorg en/of hierin geïntegreerde, routinematige medische zorg aan nauw gespecificeerde categorieën patiënten en het geven van adviezen;
    • Heeft invloed op (de uitvoering van) het kwaliteitsbeleid binnen de huisartsenpost.

    4.5 Uitdrukkingsvaardigheid

    • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid in de Nederlandse taal is benodigd in contacten met en het geven van adviezen aan patiënten en collega’s;
    • Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid is van belang bij het opstellen van behandelplannen en adviezen en het registreren van patiëntengegevens.

    4.6 Bewegingsvaardigheid

    • Bewegingsvaardigheid is van belang bij het verrichten van lichamelijk onderzoek bij patiënten en het verrichten van verpleeg-/medisch-technische handelingen.

    4.7 Oplettendheid

    • De innoverende en brugfunctie tussen medische en verpleegkundige zorg stellen extra eisen aan nauwkeurigheid en oplettendheid bij het verrichten van consulten;
    • Oplettendheid en nauwkeurigheid is vereist ten aanzien van de diagnosestelling, behandeling, medicatietoediening en de bewaking van de gezondheidstoestand van de patiënt;
    • Oplettendheid en nauwkeurigheid is vereist bij het doen van voorstellen voor het voorschrijven van medicatie;
    • Onoplettendheid kan gevolgen hebben voor het fysiek of psychisch welzijn van patiënten.

    4.8 Overige functie-eisen

    • Geduld en doorzettingsvermogen zijn nodig voor het onderzoek en de behandeling van patiënten;
    • Systematiek en ordelijkheid zijn benodigd bij het opstellen van behandelplannen en het uitvoeren van handelingen;
    • Integriteit en betrouwbaarheid zijn nodig voor communicatie met de patiënten en relaties van patiënten;
    • Een goede persoonlijke hygiëne, correct gedrag en representativiteit is van belang;
    • Gevoel voor het menselijk lichaam is van belang bij onderzoek en behandeling.

    4.9 Inconveniënten

    • Psychische belasting kan ontstaan door de confrontatie met het lijden en leed van patiënten, alsmede als gevolg van piekbelastingen en het veelal solistische karakter van de functie;
    • Kan te maken krijgen met verbale en fysieke agressie van patiënten;
    • Heeft door de aard van de werkzaamheden een verhoogd risico op bloedoverdraagbare ziektes. 

    naar boven

Hoe gaat u te werk?

Voor het indelen van functies kunnen verschillende situaties aan de orde zijn. Klik op een van onderstaande situaties om te zien hoe u in dat geval aan de slag gaat.

1. Er is een bestaande functie die aansluit op één van de referentiefuncties

Indien u een vacature heeft, of een bestaande functie heeft die nog niet is ingedeeld met FWHZ, dan stelt u de functie als volgt vast / kent u de functie als volgt toe:

  1. Vergelijk de functie van de vacature met de referentiefuncties (zie tabblad Functies bovenaan of download het volledige handboek functiewaardering) en kies de ‘meest passende’. De functie van de medewerker hoeft niet exact overeen te komen met de referentiefunctie; de beide functies moeten op hoofdlijnen met elkaar overeenkomen.
  2. Vergelijk bij de gekozen referentiefunctie de in de functiematrix beschreven functieniveaus om te bepalen welk niveau van de referentiefunctie, en daarmee de schaal, van toepassing is. Indien de bij het niveau genoemde criteria grotendeels van toepassing zijn (voor meer dan de helft), pas dan dit niveau en bijbehorende schaal toe. Is de functie niet goed te vergelijken met een functie uit de referentiematrix of één van de varianten? Zie dan het onderdeel 'Er is sprake van een afwijkende functie'.
  3. Benoem de meest opvallende en niveaubepalende verschillen van de uitgeoefende functie ten opzichte van de referentiefunctie en motiveer uw afweging op papier (te gebruiken bij de uitleg aan de medewerker).
  4. Houd zo nodig een toetsingsgesprek met de medewerker, waarin u duidelijk maakt op basis van welke argumenten het functieniveau is geselecteerd. De medewerker heeft de gelegenheid te reageren. Wanneer hij of zij van mening is dat er in zijn of haar specifieke situatie sprake is van een ander functieniveau, dient de medewerker dit te onderbouwen met praktische voorbeelden om zo gezamenlijk tot een eenduidig functiebeeld te komen. Het gaat in dit gesprek uitsluitend om indeling van de uitgeoefende functie. Gespreksonderwerpen zoals persoonlijk functioneren, werkdruk en schaarste op de arbeidsmarkt zijn bij functiewaardering niet aan de orde. Maak van dit gesprek een kort verslag. Op grond van nieuwe inzichten kunt u uw keuze al dan niet aanpassen (evt. gevolgd door nogmaals stap 4) en de toekenning/indeling vaststellen.
  5. Stel de functie en het niveau voor de medewerker vast. Informeer de medewerker individueel per brief over de functie, de schaalindeling, het salaris en de ingangstermijn. Vermeld hierin de bezwarenprocedure. Bekijk de voorbeeldbrieven aanbiedingsbrief aan medewerker, heroverwegingsverzoek van medewerker en reactie werkgever op heroverwegingsverzoek.
  6. Als de medewerker niet akkoord gaat met het functieniveau en het bijbehorende salaris, dan kan hij een bezwarenprocedure starten. Een bezwaarprocedure geldt alleen voor de medewerker die al in dienst is en niet wanneer er nog sprake is van een vacature en de onderhandeling over het arbeidscontract loopt. Medewerker gaat dan akkoord (of niet) met de aangeboden functie en salaris. Zie hiervoor het onderdeel Bewaar, bovenaan deze pagina.
  7. U kunt de functie-indeling pas definitief vaststellen als: 
    a) de bezwaartermijn is verlopen (als binnen 28 dagen geen heroverwegingsverzoek van medewerker is ontvangen). 
    b) u, na bezwaar, een nieuw besluit heeft genomen met inachtneming van het bindend advies van de FWHZ-commissie.
  8. Tot slot wordt de indeling verwerkt in de personeels- en salarisadministratie.

2. Er is sprake van een afwijkende functie

Indien u van mening bent dat een functie binnen uw praktijk niet (meer) overeenkomt met een referentiefunctie, of als er sprake is van een eisenpakket dat veel hoger of lager is dan één van de aangegeven niveaus in de matrix, dan kan er een nieuwe functie worden beschreven en ingedeeld. Dit gaat als volgt:

  1. Toets met behulp van de vragenlijst of er sprake is van een bijzondere functie die niet past bij een niveauomschrijving uit de matrix.
  2. Laat de functie wegen door een deskundige. Daartoe levert u een functiebeschrijving en/of informatie aan over de vorm, aard en bestaansreden van de functie en geeft u inzicht in de gestelde functie-eisen. Het indelingsadvies dat u ontvangt, bevat de motivatie vanuit de gehanteerde functiewaarderingsmethodiek.
  3. Volg dezelfde stappen als bij Referentiefunctie toekennen, vanaf stap 4.

3. Een bestaande medewerker verzoekt om een herindeling van zijn functie of u neemt zelf het initiatief tot een herindeling

Wanneer u als werkgever aanleiding ziet voor een herindeling van een functie, dan volgt u de stappen bij de onderdelen 'Referentiefunctie toekennen' of 'Afwijkende functie toekennen en indelen'. Wanneer uw medewerker van mening is dat zijn functie sinds de laatste indeling dusdanig is veranderd, dat dit volgens hem tot een andere indeling zou moeten leiden, kan uw medewerker een verzoek tot herindeling indienen. Dit gaat als volgt:

  1. De medewerker dient een schriftelijk verzoek tot aanpassing van de functie en/of het functieniveau in bij u, de werkgever, als hij van mening is dat zijn functie/functieniveau substantieel is veranderd. In dit verzoek dient hij duidelijk aan te geven wat de substantiële veranderingen zijn (bijv. dat er nu sprake is van zwaardere eisen in verband met coördineren of leidinggeven aan medewerkers), die een wijziging van het functieniveau volgens hem/haar rechtvaardigen.
  2. U geeft binnen 42 kalenderdagen nadat u het verzoek heeft ontvangen, schriftelijk een goed beargumenteerde reactie op het verzoek.
  3. Bent u het eens met de medewerker, omdat de functie volgens u - eventueel na toetsing of indeling als bedoeld bij het onderdeel 'Afwijkende functie toekennen en indelen' - inderdaad niet meer aansluit op de toegekende (referentie-)functiebeschrijving en indeling, dan past u het functieniveau aan en kent u het nieuwe bijbehorende salaris toe.
  4. Doorloop vervolgens de stappen als hierboven bij 'Referentiefunctie toekennen' genoemd vanaf stap 4. Het nieuwe niveau en de bijbehorende salariëring gaat in vanaf de eerste maand nadat de aanvraag bij de werkgever is ingediend.
  5. Ziet u geen aanleiding tot het wijzigen van het vastgestelde functieniveau, dan deelt u dit besluit tot afwijzing van het verzoek tot herindeling schriftelijk mede. De medewerker heeft de mogelijkheid om tegen dit afwijzingsbesluit bezwaar in te dienen bij de FWHZ-commissie. Zie voor deze procedure de tekst hieronder.

naar boven

Als u en uw medewerker het niet eens zijn

Als uw medewerker het niet eens is met de toegekende referentiefunctie, het toegekende niveau of met het afwijzen van een verzoek tot herindeling, dan kan hij daar bezwaar tegen maken. De bezwaarprocedure bestaat uit twee stappen: eerst vraagt de medewerker aan u als werkgever om heroverweging van uw besluit. Leidt dit verzoek niet tot het gewenste resultaat, dan kan de medewerker zich richten tot de FWHZ-commissie. Hieronder worden beide procedures toegelicht.

Bezwaarprocedure, stap 1: bij werkgever

  1. Binnen 28 kalenderdagen na ontvangst van het besluit van de werkgever over de functie-indeling en de ingangstermijn of de afwijzing van een verzoek tot herindeling kan de medewerker schriftelijk vragen om het besluit te heroverwegen. Het verzoek om heroverweging kan uitsluitend betrekking hebben op de functie van de betreffende medewerker, het vastgestelde functieniveau en/of de ingangstermijn. De medewerker moet zijn/haar verzoek motiveren. Dat kan met voorbeelden uit de praktijk van werkzaamheden en/of functie-eisen die structureel onderdeel uitmaken van de functie. Bekijk het voorbeeld van een verzoek om heroverweging.
  2. Stel de medewerker in de gelegenheid het verzoek, binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek, mondeling toe te lichten.
  3. Neem een besluit naar aanleiding van het verzoek tot heroverweging en deel de medewerker dit binnen 28 kalenderdagen na de mondelinge toelichting, gemotiveerd, schriftelijk mede.
  4. Ziet u geen anleiding tot het wijzigen van het vastgestelde functieniveau of de ingangstermijn, dan heeft de medewerker de mogelijkheid om bezwaar in te dienen bij de FWHZ-commissie. Informeer uw medewerker tijdig over deze mogelijkheid.

Bezwaarprocedure, stap 2: bij FWHZ-commissie

  1. Binnen 28 kalenderdagen na ontvangst van de beslissing op de heroverweging van de werkgever, kan de medewerker hiertegen schriftelijk bezwaar aantekenen bij de FWHZ-commissie. Het bezwaar heeft uitsluitend betrekking op de functie van de betreffende medewerker, het vastgestelde functieniveau en/of de ingangstermijn. De medewerker moet motiveren waarom het vastgestelde niveau of de ingangstermijn niet juist is. Dat kan met voorbeelden uit de praktijk van werkzaamheden en/ of functie-eisen die structureel onderdeel uitmaken van de functie.
  2. Aan het indienen van een bezwaar bij de FWHZ-commissie zijn kosten verbonden. De medewerker ontvangt met de ontvangstbevestiging van de FWHZ-commissie een factuur voor de behandelingskosten. Deze kosten bedragen € 500,- voor medewerkers die zijn aangesloten bij een van de werknemersorganisaties die partij zijn bij de Cao Huisartsenzorg en € 750,- voor medewerkers die daar niet bij zijn aangesloten. Werkgever is gehouden dit bedrag aan de medewerker te vergoeden wanneer de medewerker in het gelijk wordt gesteld. De commissie stelt in haar advies vast of dit het geval is (een bezwaar kan ook gedeeltelijk worden gehonoreerd).
  3. De FWHZ-commissie vraagt van de werkgever binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het bezwaarschrift een schriftelijke reactie op het bezwaar van de medewerker en eventueel de nog benodigde stukken.
  4. De FWHZ-commissie behandelt het bezwaar op basis van het dossier. De FWHZ-commissie kan - indien zij dit nodig acht - bezwaarmaker en werkgever uitnodigen voor een hoorzitting. De medewerker ontvangt een afschrift van het advies van de commissie. Het advies van de commissie is bindend, hetgeen betekent dat u hiervan als werkgever niet mag afwijken.
  5. U stelt binnen 14 kalenderdagen de medewerker schriftelijk op de hoogte van uw besluit, met inachtneming van het bindend advies.

naar boven

Voorbeeldbrieven

Overige

  • Vragenlijst
    Deze vragenlijk gebruikt u om te toetsen of er sprake is van een bijzondere functie die niet past bij een niveauomschrijving uit de matrix.
  • Referentiematrix en indelingsniveaus
    Tabel waarin van alle referentiefuncties één of meerdere functieniveaus staan.
  • Begrippenlijst
    Lijst waarin de gebruikte begrippen worden toegelicht.

Hulpvragen of indelingsvragen
FWG
servicepunt@fwg.nl
www.fwg.nl
030 266 9418 / 400

Bezwaar maken tegen functie-indeling
Commissie FWHZ
fwhz@fwg.nl
voorbeeld bezwaarschrift

Werkgevers

Met al uw vragen omtrent de Cao Huisartsenzorg, de waardering en het indelen van functies kunt u als werkgever terecht bij:

Werknemers

U kunt uw medewerkers verwijzen naar één van de werknemersorganisaties:

Stel uw vraag

LHV

LHV

030 28 23 768
InEen

InEen

030 28 23 788
FNV

FNV

088 368 0 368
CNV Zorg & Welzijn

CNV Zorg & Welzijn

030 75 11 003
NVDA

NVDA

030 26 31 040
NVvPO

NVvPO

0318 50 04 07
 

Nieuws

15 februari 2016
Sinds de introductie van de nieuwe Cao Huisartsenzorg en de bijbehorende Functiewaardering...
 

Agenda

16 nov 2017
LHV Academie