Huisartsenzorg aan COVID-patiënten: hoe noodzakelijke zorg blijven bieden?

 
Huisartsenzorg aan COVID-patiënten: hoe noodzakelijke zorg blijven bieden?
Het overgrote deel van de positief geteste mensen blijft thuis. In diverse regio’s zijn initiatieven van huisartsen ontstaan, erop gericht om COVID-patiënten daar tijdig de noodzakelijke zorg te kunnen blijven bieden. En waar mogelijk daarin nog beter samen te werken met specialisten. LHV en NHG volgen deze initiatieven met veel interesse, en vragen ook aandacht voor de noodzakelijke randvoorwaarden zoals het borgen van veiligheid en voldoende menskracht voor de huisartsenpraktijk. Het is van groot belang dat de huisartsenzorg kan blijven doordraaien, ook om extra druk op de ziekenhuizen te voorkomen.

De druk op de ziekenhuizen is groot en we zien overal dat de reguliere zorg wordt afgeschaald. Wat zou de huisarts anders of meer kunnen doen voor COVID-patiënten buiten het ziekenhuis, is een vraag die steeds vaker wordt gesteld. Veel huisartsen hebben hun handen vol aan de zorg voor COVID-patiënten, die vaak aangewezen zijn op hun zorg en ondersteuning.

Voorop staat dat de eerste prioriteit van huisartsen bij de huisartsenzorg ligt. Het is van groot belang dat de huisartsenzorg aan zowel COVID- als niet-COVID-patiënten kan blijven doordraaien. In de eigen praktijk, maar ook in de regio wanneer de situatie daarom vraagt.

COVID-zorg combineren met reguliere huisartsenzorg

In diverse regio’s onderzoeken huisartsen hoe zij de huisartsenzorg aan COVID-patiënten nog beter en waar mogelijk efficiënter kunnen uitvoeren. Mede om deze zorg te kunnen blijven combineren met de reguliere huisartsenzorg. Zo worden er proeven gedaan waarin COVID-patiënten thuis zelf hun zuurstof, temperatuur en bloeddruk meten, zodat de huisarts op afstand kan monitoren en waar nodig tijdig insturen naar het ziekenhuis. Ook worden de mogelijkheden bekeken om patiënten eerder naar huis te halen na een ziekenhuisopname.

Lees meer over het draaiende houden van de huisartsenzorg en over zorg aan non-COVID-patiënten.

Testuitslagen, sneltesten en regionaal maatwerk

Voor een dergelijke andere manier van werken dan wel mogelijke extra taak van huisartsen, zijn drie cruciale randvoorwaarden:

  • De huisarts ontvangt een melding van positieve testuitslagen
    De GGD moet huisartsen informeren wanneer een patiënt positief getest is, zodat zij deze adequater kunnen bewaken en acteren als mensen acuut verslechteren. Nu lopen huisartsen er vaak tegenaan dat ze niet eens weten of patiënten COVID-19 hebben. De GGD geeft de uitslagen namelijk in sommige regio’s niet (meer) door aan huisartsen. Er zijn patiënten die de oproep van de GGD volgen en zelf bellen met hun huisarts, maar dit geldt zeker niet voor alle positief geteste mensen. 
  • Sneltesten moeten beschikbaar zijn voor huisartsen en hun team
    Net als in andere zorgsectoren hebben huisartsenpraktijken te maken met ziekte en uitval van medewerkers. Essentieel is dat deze zorgmedewerkers snel getest kunnen worden en bij een negatieve uitslag direct kunnen werken, volgens de richtlijn met PBM. Daarom moeten antigeen sneltesten beschikbaar komen voor huisartsen en hun eigen medewerkers. Zeker omdat initiatieven zoals hierboven genoemd de werklast bij huisartsen nog kunnen vergroten. 
  • Huisartsen en ziekenhuizen bepalen per regio wat mogelijk is
    De manier waarop een mogelijke, tijdelijke afschaling met zoveel mogelijk behoud van reguliere poliklinische zorg kan worden vormgegeven, is afhankelijk van lokale omstandigheden, faciliteiten en keuzes. Er bestaan immers grote verschillen tussen regio’s en daarom zijn maatwerk-afspraken nodig.