Voor en door huisartsen
 

Veelgestelde vragen

 

Goodwill

  • Al enige jaren hoort LHV- Wadi het geluid dat goodwill weer terug is. Gezien de resultaten van de waarneemmonitor 2014, waarin waarnemend huisartsen zich duidelijk uitspreken tegen goodwill, geven wij graag meer informatie over goodwill aan waarnemers in het algemeen en toekomstige praktijkhouders in het bijzonder. 

  • Goodwill is jarenlang een fenomeen geweest in de huisartsenzorg, omdat er geen adequate pensioenvoorziening bestond. Deze goodwill hadden huisartsen die met pensioen gingen nodig om in hun ‘oude dag’ te kunnen voorzien. Omdat het betalen van goodwill bij overname van een praktijk als ongewenste ontwikkeling werd gezien, is in 1987 een fonds opgericht, naar aanleiding van afspraken die gemaakt zijn tussen de LHV  en de overheid in een breder gesloten convenant in 1985. Huisartsen die ooit goodwill hadden betaald konden aanspraak op het fonds maken om deze terug te krijgen. Huisartsen die aanspraak maakten op dit fonds - dit waren overigens de meeste huisartsen - mochten geen goodwill meer vragen bij overname van de praktijk (zij hadden immers geld uit het fonds ontvangen). Indien zij dit wel deden werden zij geroyeerd door het ziekenfonds. De goodwill is daarmee eenmalig afgekocht. Dit was mogelijk doordat in 1973 de verplichte collectieve pensioenregeling voor huisartsen in het leven was geroepen, daarmee was het vragen van goodwill bij overname van de praktijk niet langer nodig. De uitbetaling uit het Goodwillfonds liep tot en met 2002.

    Alleen voor die huisartsen die aanspraak maakten op dit fonds gold een verbod voor het vragen van goodwill bij overname van de praktijk. De fiscale behandeling van de uitkeringen uit het Goodwillfonds was vastgelegd in een beleidsregel behorende bij de Wet inkomstenbelasting 2001, welke op 14 december 2006 is komen te vervallen. Dit in verband met het oprichten van de nieuwe zorgverzekeringswet. Sindsdien is er geen verbod meer op het vragen van goodwill. (bron Kamervragen aan minister Schippers/ VWS april 2014).

  • Nee, sinds de invoering van de zorgverzekeringswet in 2006, bestaan er geen regels of richtlijnen meer over goodwill. De LHV noemt het vragen van goodwill onwenselijk aangezien het geld niet in de zorg gestoken kan worden. Daarbij wordt een uitzondering gemaakt voor apotheekhoudende huisartsen.

    Minister Schippers keurt het vragen van goodwill af, maar ziet geen mogelijkheid tot een verbod. (bron Kamerbrief december 2015)

  • Als een vertrekkende huisarts duizenden euro’s vraagt voor het overnemen van inventaris, dan is dat geen goodwill. Dat zijn overnamekosten, ongeacht of nu de boekwaarde of de gebruikswaarde wordt berekend. Er is evenmin sprake van goodwill als de aantredende huisarts fors meebetaalt aan investeringen die zijn voorganger in de praktijk heeft gedaan, ook al zijn deze boekhoudkundig misschien allang afgeschreven – men spreekt dan van een ‘management fee’. In dit geval kun je terugleiden waar de extra kosten vandaan komen, zoals geïnvesteerde uren door de praktijkhouder.

    Goodwill, daarentegen, is de vergoeding voor wat niet tastbaar is. Voor de één draait het om de toegevoegde waarde van een praktijk, die de eigenaar méér oplevert dan het norminkomen. Voor de ander is het – ruimer – de waarde van de praktijk op de markt van vraag en aanbod.

  • Geld ontvangen om een praktijk over te nemen is het omgekeerde van goodwill betalen. Het gebeurt wel op kleine schaal. Je kunt hierbij denken aan de praktijken op de waddeneilanden, die ’s winters te klein zijn en ’s zomers erg groot. Soms betaalt de zorgverzekeraar dan een plek extra om adequate zorg te waarborgen.

  • Goodwill wordt niet geschaard onder inventaris. Goodwill kan bovenop een vergoeding voor inventaris worden gevraagd. 

  • Nee, er wordt niet altijd goodwill gevraagd.

  • Het geld dat wordt besteed aan goodwill kan niet in de zorg voor patiënten gestoken worden. Een groep huisartsen vindt dit een onwenselijke situatie. Daarnaast verbieden sommige zorgverzekeraars het vragen én betalen van goodwill uitdrukkelijk in hun zorgovereenkomst, zoals VGZ en de Friesland. 

  • Een praktijkhouder kan extra geld willen voor het overdragen van een goedlopende praktijk. Om tot een goedlopende praktijk te komen, heeft de praktijkhouder soms (veel) tijd en geld geïnvesteerd.

  • Nee. Wel is het zo dat het goodwillverbod nog steeds geldt voor degenen die een uitkering hebben gekregen vanuit het Goodwill Fonds. Zij hebben zich immers richting het fonds contractueel verbonden om géén goodwill te vragen. Vragen zij toch goodwill, dan plegen zij wanprestatie richting het fonds. Het fonds heeft nog steeds de mogelijkheid om de goodwillvragers juridisch aan te spreken en het eerder uitgekeerde bedrag terug te vorderen, met verhoging van een boete van 10 procent en de wettelijke rente over het uitgekeerde.

  • Vraag hier bij een praktijkovername op tijd naar bij de overdragende huisarts.

  • De bedragen die omgaan bij goodwill zijn erg verschillend. Dit is afhankelijk van de regio, de gunfactor, kwaliteit en organisatievorm van de praktijk, en de financiële situatie en wensen van de vertrekkende huisarts. Uit een artikel in Medisch Contact (april 2014) blijkt dat de bedragen voor goodwill sterk variëren.

  • De LHV doet een moreel appel op zijn leden om geen goodwill te vragen. LHV-Wadi onderschrijft deze oproep. Bekijk het standpunt Goodwill van LHV-Wadi.

  • Goodwill kan het lastiger maken om de financiering rond te krijgen. De mate waarin zal afhangen van de hoogte van het bedrag aan goodwill en de totale hoogte van het te financieren bedrag. Bovendien kan het - bij het aangaan van grote financiële verplichtingen - moeilijker worden om privé-investeringen aan te gaan, zoals het kopen van een huis.

    • De financiering van goodwill moeten binnen een bepaalde termijn worden afgelost bij de bank. Dit verschilt per bank, maar gemiddeld gaat het om 5 jaar.
    • Volgens de fiscale wetgeving moet je goodwill afschrijven in minimaal 10 jaar. Vroeger mocht de afschrijving van goodwill in vijf jaar gedaan worden. Afschrijving is het aftrekken van een evenredig deel van de goodwillsom van het (fiscaal) inkomen van een jaar. Dat levert een fiscaal voordeel op dat op kan lopen tot 50 procent van het afgetrokken bedrag. Nu de aftrek uitgesmeerd moet worden over 10 jaar in plaats van 5, duurt het dus twee maal zo lang voordat je dit fiscale voordeel gerealiseerd hebt.
  • Goodwill moet je in 10 jaar afschrijven (dat is een fiscaal voorschrift, zo staat het in de wet), wat inderdaad betekent dat je je fiscale voordeel (dat zal globaal 50 procent zijn) ook pas in 10 jaar terug hebt (willekeurige afschrijving is niet van toepassing op goodwill). Normaal zou je dus van je aflossing ongeveer de helft uit je fiscale teruggaaf kunnen voldoen, door deze opzet wordt het misschien maar 25 procent en komt 75 procent uit je netto-privé.

    Hoe korter lopend de aflossingsverplichting, hoe groter de druk op privé (maar ook: hoe minder rente je over de looptijd betaalt, dus dat is een voordeel). Na de aflosperiode stijgt je netto-besteedbaar inkomen dan behoorlijk omdat je geen aflossingsverplichting meer hebt, maar nog wel een paar jaar je fiscale voordeel van de afschrijving op de goodwill. Ten aanzien van goodwill in het algemeen zou het zo moeten zijn, dat die een verband vertoont met de winstgevendheid van de praktijk. Dus meer goodwill zou meer resultaat moeten betekenen en dus een terug te verdienen kostenpost.

  • Bereid je goed voor op wat voor praktijk je wilt overnemen, informeer in de omgeving en bij je accountant. Neem daarbij mee:

    Praktijk

    • Wat is de (algemene) vraag naar de huisartspraktijk (hoe loopt de praktijk: in en uitschrijvingen?)
    • Hoe is het samenwerkingsverband met leveranciers, andere huisartsen?
    • Is de praktijk geaccrediteerd? Wordt er actief aan de kwaliteit gewerkt?
    • Waar zijn de praktijkkosten op gebaseerd; is er bijvoorbeeld sprake van dure computers, een verouderd pand, achterstallige administratie etc.
    • Moet je je inkopen in de maatschap
    • Verschil per organisatievorm van huisartspraktijken (solo/ duo/ verschillende soorten maatschappen/ HOED/ gezondheidscentra.)
    • Wat is de kwaliteit van het personeel. Scholing personeel.

    Reële winstverwachting

    Een belangrijke factor is de reële winstverwachting. Dit is de verwachte omzet minus de praktijkgebonden kosten.

    • De verwachte omzet kan worden bepaald aan de hand van de omzet die in het voorafgaande jaar is gerealiseerd. Het is mogelijk dat in uitzonderlijke situaties de omzet van het voorgaande jaar niet representatief kan worden geacht voor het komende jaar. In dat geval kan de gemiddelde winst van de afgelopen drie jaar worden gehanteerd.
    • Onder praktijkgebonden kosten vallen alle kosten die samenhangen met het voeren van een praktijk. Individuele kosten (financiering, goodwill, verzekeringen voor aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid, tijdschriften lidmaatschap beroepsvereniging, reiskosten woon-werkverkeer) vallen hier niet onder. Ook de loonkosten van medewerkers vallen onder de praktijkgebonden kosten, behalve als een  praktijkmedewerker zelf de praktijk overneemt. In dat geval vervallen de kosten van de praktijkmedewerker en worden de personeelskosten verminderd omdat deze praktijkmedewerker (daarna praktijkhouder) vervolgens het praktijkresultaat geniet. De praktijkgebonden kosten kunnen worden aangepast aan wijzigende omstandigheden. Het betreft dan wel uitsluitend zaken waarop de verkoper zelf invloed kan uitoefenen. Indien bijvoorbeeld de verkoper de praktijk aan huis heeft en geen huisvestingskosten ten laste van de praktijk opvoert, is het redelijk dat de koper bij het bepalen van de goodwill een standaardbedrag bij de kosten optelt. Echter, als de koper onnodig uitzonderlijk hoge kosten moet maken voor huisvesting is het niet redelijk om hiervoor de praktijkkosten te verhogen.

    De marktomstandigheden en brancheontwikkelingen

    • Het betalen van goodwill is een onzekere financiële investering vanwege terugkerende veranderingen in de financiering van de huisartsenzorg.

    De locatie

    • Wat zijn de lopende contracten bv t.a.v. huur.
    • Welke contracten verlopen binnenkort?
    • Hoe hoog zijn de kosten, zijn deze nog reëel?
    • De uitstraling van de praktijk en het investeringsniveau. Het maakt uit of er de afgelopen jaren veel of weinig (noodzakelijke) investeringen zijn gedaan. Is er achterstallig onderhoud in of niet?

    De concurrentiepositie

    De mate van de afhankelijkheid van de ondernemer

    • In hoeverre is de waarde van de praktijk persoonsgebonden? Bijvoorbeeld wanneer het gaat om een zeer bekwame huisarts die alleen maar zeer tevreden patiënten heeft.

    Het hebben en/of verkrijgen van contracten met zorgverzekeraars.

    • Gaan de zorgverzekeraars (met name de preferente) akkoord met (verkapte) goodwill ? Hoe zijn de contracten?  Verlopen deze contracten binnenkort, zijn ze overdraagbaar?
  • Informatie over gebruikelijke bedragen is er niet. Informeer goed om je heen, in de regio, bij de banken en je accountant/boekhouder en natuurlijk de LHV. Lees meer over praktijkstart

  • Goodwill moet je volgens de belastingwetgeving in minimaal 10 jaar afschrijven. Vroeger was dit 5 jaar. Dit betekent dat het belastingvoordeel over een langere periode fiscaal moet worden terugverdiend.

  • De bedragen die omgaan bij goodwill verschillen sterk. Dit is afhankelijk van de regio, een grote gunfactor, kwaliteit en organisatievorm van de praktijk, de financiële situatie en wensen van de vertrekkende huisarts. Ook de financierbaarheid van de goodwill kan een rol spelen. Er is geen sluitende methode om goodwill te berekenen.

  • Sinds 2006 is goodwill niet meer verboden. Minister Schippers keurt het vragen van goodwill af, maar ziet geen mogelijkheid tot een verbod. (bron Kamerbrief december 2015).

  • Dit verschilt per verzekeraar. Raadpleeg uw verzekeraar om zeker te weten hoe uw preferente verzekeraar tegen goodwill aankijkt

  • Nee, in principe niet, omdat het niet verboden is. Wel kan het Goodwill Fonds controleren of zij die een uitkering hebben gekregen zich aan het contract houden wat ze met het fonds hebben gesloten. Zij hebben zich immers richting het fonds contractueel verbonden om géén goodwill te vragen. Vragen zij toch goodwill, dan plegen zij wanprestatie richting het fonds. Het fonds heeft nog steeds de mogelijkheid om de goodwillvragers juridisch aan te spreken en het eerder uitgekeerde bedrag terug te vorderen, met verhoging van een boete van 10 procent en de wettelijke rente over het uitgekeerde.

  • Het goodwillverbod geldt nog steeds voor degenen die een uitkering hebben gekregen vanuit het Goodwill Fonds. Zij hebben zich immers richting het fonds contractueel verbonden om géén goodwill te vragen. Vragen zij toch goodwill, dan plegen zij wanprestatie richting het fonds. Het fonds heeft nog steeds de mogelijkheid om de goodwillvragers juridisch aan te spreken en het eerder uitgekeerde bedrag terug te vorderen, met verhoging van een boete van 10 procent en de wettelijke rente over het uitgekeerde.