Voor een gezonde huisartsenzorg
 
 

Klachtenwet Wkkgz

Laatst bijgewerkt: 20/07/2017 - 15:55
Klachtenwet Wkkgz
Wat moet u als huisarts weten over de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz)? Gelden dezelfde verplichtingen voor praktijkhouders, waarnemers en huisartsen in dienstverband? En hoe verloopt het proces van klachtenafhandeling precies? U leest het in dit dossier over de klachtenwet Wkkgz.

Maak een keuze uit de submenu’s op basis van wat voor u van toepassing is:

Volgens de klachtenwet Wkkgz moet u:

  1. een klachtenregeling hebben. Gebruik hiervoor de model Klachtenregeling
  2. werken met een klachtenfunctionaris. Dit kan in combinatie met het abonnement op de geschilleninstantie 
  3. aangesloten zijn bij een geschilleninstantie. Meer informatie op www.skge.nl
  4. uw praktijkmedewerkers en patiënten informeren over de nieuwe klachtenregeling en wat die betekent voor binnenkomende klachten. Gebruikt u voor het informeren van uw patiënten de wachtkamerfolder en standaardtekst voor op de praktijkwebsite.
  5. de antecedenten van nieuwe medewerkers nagaan (vergewisplicht). Bij een sollicitatieprocedure kunt u als werkgever bijvoorbeeld navraag doen bij het BIG-register, voormalig werkgevers of de IGZ.
  6. verplicht een ontslag melden bij de IGZ wegens disfunctioneren. Als een overeenkomst met een andere zorgverlener wordt verbroken wegens ernstig tekort schieten in het functioneren moet dit bij de IGZ worden gemeld. Dit geldt ook voor een maatschapsovereenkomst.
  7. een interne Veilig Incident Melden (VIM)-procedure in de praktijk hebben.
  8. patiënten informeren over incidenten die merkbare gevolgen kunnen hebbenen daarvan aantekening maken in het dossier: aard, toedracht en tijdstip van een incident en de namen van de bij het incident betrokken zorgverlener(s). Er is een informatieverplichting na overlijden van de cliënt/patiënt jegens vertegenwoordigers en nabestaanden, als het incident merkbare gevolgen kan hebben gehad.   
  9. calamiteiten en alle vormen van geweld - door zorgverleners of medepatiënt - jegens een cliënt/patiënt melden bij de IGZ. De instelling of praktijkhouder is verantwoordelijk voor de melding.
  10. op verzoek van de patiënt informatie verstrekken over de zorg die de huisarts zou kunnen verlenen, de kwaliteit daarvan, wat daarvoor zijn tarief is en wat de ervaringen van andere patiënten zijn.Dit omvat ook informeren over de werkzaamheid van de behandeling.

Volgens de klachtenwet Wkkgz moet u:

1. aangesloten zijn bij een geschilleninstantie. Meer informatie op www.skge.nl.

Overige informatie

Volgens de Wkkgz bent u als waarnemend huisarts ook een zorgaanbieder en moet u in principe individueel aan de verplichtingen van de wet voldoen. Dit is echter niet in het belang van de patiënt en de zorgaanbieder. De patiënt ziet u als horend bij de praktijk waar u werkt. De LHV heeft daarom met de ministeries van VWS en Financiën en de Belastingdienst afgesproken dat u als waarnemer de procedures van de praktijk kunt volgen waar u werkt.

Het gaat hierbij om de nieuwe klachtenprocedure van de praktijk, de Veilig Incident Melden-procedure, de calamiteitenmelding bij de IGZ en de meldcode kindermishandeling. Let op: dit is zo vastgelegd in de door de LHV ontwikkelde overeenkomst van opdracht. Als u gebruik maakt van een andere overeenkomst van opdracht, dan kunnen de afspraken anders zijn.

Wel moet u zich zelfstandig aansluiten bij de geschilleninstantie zodat eventuele claims niet ten laste komen van de praktijk waar u werkt. Dit is uw 'bewijs van ondernemerschap' waarmee u aantoont zelf het risico op zich te nemen.

Incidentenprocedure

In de waarneemovereenkomst staat dat u als waarnemer de incidentenprocedure volgt van de huisartsenvoorziening van waaruit u zorg verleent. Het is belangrijk dat u ook zelf een overzicht bijhoudt van de incidenten die betrekking hebben op uw handelen of nalaten.

Daarnaast moet u een overzicht bijhouden van de klachten die patiënten mogelijk tegen u indienen. Deze overzichten moet u bewaren gedurende een termijn van 5 jaar. Het bijhouden van de incidenten en klachten kunnen u helpen reflecteren op uw handelen, bijvoorbeeld in toetsgroepverband.

Bent u in dienst van een gezondheidscentrum of van een andere huisarts? Dan bent u volgens de wet een werknemer en hoeft u zich niet zelfstandig aan te melden bij een geschilleninstantie. U valt onder de aansluiting van uw opdrachtgever en maakt gebruik van de interne procedures: klachtenprocedure van de praktijk, de Veilig Incident Melden-procedure, de calamiteitenmelding bij de IGZ en de meldcode kindermishandeling.

Heeft u gedetacheerd personeel in uw praktijk, bijvoorbeeld een POH? Dan valt dit personeel op grond van de Wkkgz onder uw klachten- en geschillenregeling. Hiervoor moet u:

  1. afspraken maken met de gedetacheerde zorgverlener én
  2. het volgende doen om een eventuele claim tegen de gedetacheerde zorgverlener te dekken:

1. verzeker uw gedetacheerde medewerker(s) mee op de eigen polis van de praktijk. Uit navraag bij de grootste verzekeraars blijkt het meeverzekeren bij hen maximaal 100 euro per jaar te kosten. Bij sommige beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen blijkt het risico al te zijn afgedekt zonder meerkosten, gaat u dit na bij de verzekering van uw praktijk.

2. bekijk welke variant detacheringsovereenkomst u heeft afgesloten. Afhankelijk van de gemaakte afspraken is mogelijk compensatie voor de premie aan de orde.

Klik hier voor meer over deze varianten

Compensatie? Bekijk uw detacheringsovereenkomst

Of een compensatie door de detacherende instelling aan de orde is voor de door u te betalen premie, is afhankelijk van de variant van detacheringsovereenkomst die u met de instelling heeft:

  • In de oorspronkelijke detacheringsovereenkomst staat een bepaling opgenomen dat de huisarts aansprakelijk is voor fouten van de gedetacheerde: in dat geval is een eigen verzekering van de praktijk voor fouten van de gedetacheerde in alle gevallen onmisbaar. Een compensatie voor de premie door de instelling ligt dan niet voor de hand.

  • In de oorspronkelijke detacheringsovereenkomst staat een bepaling opgenomen dat de detacherende instelling aansprakelijk is voor fouten van de gedetacheerde: in dat geval is de onverzekerbaarheid daarvan in principe een eigen probleem van de instelling, ze hebben dan iets afgesproken wat onverzekerbaar is. De afspraak is dan gewoon geldend. In verband met de lastige verzekerbaarheid verzoekt de instelling u wellicht deze bepaling uit het oorspronkelijke contract te halen. Het is aan u te besluiten of u daaraan wilt meewerken. Als u de bepaling laat verwijderen, is het zaak om de gedetacheerde wél mee te verzekeren op uw eigen polis. De LHV vindt het redelijk om de kosten dan gecompenseerd te krijgen van de instelling. Het is overigens niet nodig om het eerder geadviseerde addendum alsnog te laten ondertekenen, mocht u er met de instelling niet uitkomen. De vrijwaring is in deze situatie al geregeld in de detacheringsovereenkomst zélf.

  • In de oorspronkelijke detacheringsovereenkomst staat geen enkele bepaling opgenomen over de aansprakelijkheid bij fouten van de gedetacheerde. In dat geval geldt de wet. Die is helaas niet voor honderd procent duidelijk hierover. Volgens de LHV is het belangrijker om de gedetacheerde goed verzekerd te hebben dan hierover een principiële discussie te voeren, mede gezien de geringe omvang van de premie. We adviseren u de gedetacheerde mee te verzekeren met de praktijk, ongeacht of de detacherende instelling bereid is tot een compensatie voor de kosten.

3. bij een fout van de gedetacheerde medewerker neemt u contact op met de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van uw praktijk. Over de aansprakelijkheid ontstaat hierdoor geen discussie met de detacherende instelling.

Bovenstaand advies geldt ook als de medewerker in uw praktijk werkzaam is op grond van een met uw praktijk gesloten overeenkomst van opdracht tot zorgverlening met de instelling.

De weg die een klacht van een patiënt volgens de Wkkgz aflegt, is kort samengevat: u probeert als huisarts de klacht zelf in een laagdrempelig gesprek met de patiënt op te lossen; lukt dat niet, dan volgt bemiddeling van een (regionale) klachtenfunctionaris; als ook dat nog geen oplossing biedt, volgt bemiddeling en desnoods een bindend oordeel van de landelijke geschilleninstantie.

Wat komt er allemaal kijken bij een klacht? De nieuwe procedure stap voor stap.

Stel uw vraag

Swanehilde Kooij

Swanehilde Kooij

030 28 23 726