ZZP’en in de huisartsenzorg – wet DBA

Laatst bijgewerkt: 02/04/2020 - 09:01
ZZP’en in de huisartsenzorg – wet DBA
1 januari 2021 is een belangrijke datum voor ZZP’ers en hun opdrachtgevers. In de huisartsenzorg dus voor praktijkhouders, waarnemers en andere werknemers die op zzp-basis werken. Het kabinet wil namelijk voor deze datum de manco’s van de Wet DBA verhelpen. Het is nog onduidelijk of het kabinet de huidige wet vervangt. Maar ook wanneer er geen nieuwe regelgeving komt, komen er veranderingen met impact binnen de huisartsenzorg. In dit dossier leest u wat de veranderingen voor u betekenen en welke acties de LHV onderneemt.

Ondanks dat de voorstellen van minister Koolmees voor vervanging van de Wet DBAuitleg stevige kritiek krijgen, blijkt uit steeds meer signalen dat men zich voor sorteert op handhaving van de wet per 1 januari 2021.

Dit heeft zowel voor de zzp’er en voor de opdrachtgever consequenties. De nadruk ligt op de vraag: is er eigenlijk geen sprake van schijnzelfstandigheid. Zo ja, dan heeft dit tot gevolg dat er forse fiscale naheffingen kunnen plaatsvinden. Zowel aan de kant van de opdrachtgever als aan de kant van de zzp’er. 

De LHV schat in dat er bij het oppakken van de handhaving door de belastingdienst problemen (fiscale risico’s voor de opdrachtgever) kunnen ontstaan bij de, zoals dat vaak wordt genoemd,  “vaste waarneming” of langdurige inzet van andere zzp’ers in de praktijk.

Naar alle veelgestelde vragen over de wet DBA

  • Wij zetten in onze lobby (als sinds 2016) erop in dat de voorstellen:

    • geen extra administratieve lasten voor onze leden met zich mee mogen brengen
    • dat voorstellen niet mogen scheuren met huidig gezondheidsrecht
    • en dat het mogelijk moet blijven om ook binnen de huisartsenzorg een flexibele schil middels zzp’ers te behouden. Minimaal moet er ruimte zijn voor de inzet bij ziekte, pieken en andere vormen van tijdelijke inzet. Onze waarnemers zijn onmisbaar voor het goed functioneren van de huisartsenzorg.

    Als LHV-lid mag u in 2020 van ons in ieder geval het volgende verwachten:

    • Overzicht meest gebruikelijke werkvormen voor duurzame praktijksamenwerking als alternatief voor “vast waarnemerschap” en uitleg van de mogelijkheden daarbinnen;
    • Actielijst voor de situatie dat waarneemwerkzaamheden worden gecombineerd met een dienstverband;
    • Webinar, gratis voor LHV-leden op 18 juni 2020. Meld u nu aan voor het webinar Wet DBA
    • Leidraad gezagsverhouding: uitleg over wanneer er sprake is van een gezagsverhouding. Ook meer uitleg over de fiscale regels vanuit het gezichtspunt van de praktijkhouder (loonbelasting en sociale premies) én vanuit het gezichtspunt van de waarnemer (Inkomstenbelasting);
    • Overzicht met veelgestelde vragen en antwoorden
    • Eerstelijns advies van onze juristen. Lees waar de LHV u mee kan helpen.
  • Het is goed om voorafgaand aan een opdracht duidelijk hebben dat de belastingdienst de samenwerking achteraf niet als dienstbetrekking ziet. Wanneer de belastingdienst dat achteraf constateert, volgt namelijk een naheffing loonbelasting en sociale premies bij de opdrachtgever en wordt de opdracht niet meegewogen in de onderneming van de zzp’er.  

    Afschaffing VAR

    Die duidelijkheid werd tot 2016 voorafgaand aan een opdracht gegeven door de Verklaring Arbeidsmarktrelaties (VAR). Wegens problemen aan de onderkant van de arbeidsmarkt (goedkoop inhuren van personeel zonder bescherming), heeft de politiek besloten dat de VAR niet meer werkte en is er nieuwe wetgeving ingevoerd. Dat is de huidige Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA), met de bijbehorende modelovereenkomsten.

    Daar waar voorheen (VAR-tijdperk) de duidelijkheid vooraf werd gegeven via de zzp’er, zijn bij de wet DBA beide partijen verantwoordelijk gemaakt en kan de belastingdienst achteraf concluderen dat er toch sprake is geweest van een dienstbetrekking, met alle financiële gevolgen van dien.

    Binnen de wet DBA geldt het volgende:

    1. De opdrachtgever moet bepalen of een opdracht in zzp-verband kan worden uitgeoefend of dat de opdracht in dienstbetrekking uitgevoerd moet worden. Wordt er achteraf een dienstbetrekking geconstateerd door de belastingdienst? Dan dient de opdrachtgever met terugwerkende kracht loonbelasting en sociale premies, vaak verhoogd met een boete, te betalen. Door te werken met én conform de zogenaamde modelovereenkomsten die u opmaakt via de contractengenerator, voorkomt u dat de opdracht gezien wordt als een dienstbetrekking.
    2. De zzp’er dient te voldoen aan de eisen die de belastingdienst stelt aan het ondernemerschap. Daarbij kijkt de belastingdienst niet naar een specifieke opdracht, maar naar de manier waarop de zzp’er overall werkt: zijn er meerdere opdrachten? Is er ondernemersrisico? Presenteert de zzp’er zich als ondernemer? Indien de belastingdienst constateert dat er géén sprake is van ondernemerschap, dan worden de ondernemersfaciliteiten voor de inkomstenbelasting (zelfstandigenaftrek, startersaftrek, MKB-vrijstelling) met terugwerkende kracht ingetrokken en volgt een naheffing, vaak verhoogd met een boete. Via de website van belastingdienst kunt u een grofmazige check doen of de belastingdienst u als ondernemer voor de inkomstenbelasting ziet.

    Het feit dat er niet vooraf zekerheid wordt gegeven over de arbeidsrelatie en de complexiteit van het bepalen of een opdracht wel of niet in zzp-verband kan worden uitgevoerd, stuitte op veel kritiek. Het resulteerde in het instellen van een fiscaal handhavingsmoratorium tot 1 januari 2021. Dit handhavingsmoratorium geldt overigens alleen voor handhaving bij opdrachtgevers (loonbelasting en sociale premies) en niet voor handhaving bij zzp-ers (inkomstenbelasting: terugvordering ondernemersfaciliteiten)! 

    3 aanpassingen voorgesteld

    Om de manco’s in de wet DBA op te heffen heeft minister Koolmees 3 aanpassingen voorgesteld:

    1. De opdrachtgeversverklaring: Via een online webmodule beantwoordt de opdrachtgever vooraf vragen, waaruit blijkt of de opdrachtnemer buiten dienstbetrekking werkt. Zo wordt voorafgaand aan een opdracht duidelijkheid verkregen over de dienstbetrekking. Het gebruik van de webmodule wordt niet verplicht, u kunt waarschijnlijk ook blijven werken met de goedgekeurde modelovereenkomsten die u nu al massaal gebruikt door gebruik te maken van de contractengenerator.
    2. Wet Minimum beloning zelfstandigen (Wmz): om problemen aan de onderkant van de markt het hoofd te bieden gaat een minimum uurtarief van 16 euro gelden. De conceptwet is in het najaar van 2019 ter internet-consultatie voorgelegd. Lees de reactie van de LHV op de conceptwettekst Wmz
    3. Wet Zelfstandigenverklaring (Wzv): geeft partijen de mogelijkheid om bij een uurtarief van minimaal 75 euro uit het sociale stelsel te stappen. Partijen kunnen hier maximaal 1 jaar voor kiezen middels een opt-out regeling, fiscaal gezien zal de belastingdienst voor dat jaar nooit meer kunnen stellen dat de opdracht in dienstbetrekking werd gedaan. Ook de conceptwet van deze wet is in het najaar van 2019 ter internetconsultatie voorgelegd. Lees de reactie van de LHV op de conceptwettekst Wzv.

    Parallel aan bovenstaande voorstellen heeft het kabinet commissie Borstlap verzocht onafhankelijk onderzoek te verrichten naar de toekomstbestendigheid van de gehele Nederlandse arbeidsmarkt. Kort samengevat wordt in het rapport gesteld: we moeten af van de externe flexibilisering (flexwerkers en zpp’ers) en door wetswijzigingen toe naar interne flexibilisering (minder bescherming van werknemers, ontslag eenvoudiger, mogelijkheden om contracten in uren naar beneden aan te passen bij slechte economische omstandigheden). Verder spreekt de commissie Borstlap zich negatief uit over de huidige wetsvoorstellen van Minister Koolmees.

  • Update: 18-3-2020

    De exacte uitwerking van de vervanger of aanvullingen van de huidige wet DBA is nog onduidelijk. Gelet op de commotie over de Wet Minimum beloning Zelfstandigen en de Wet Zelfstandigenverklaring, ook door commissie Borstlap, is het maar zeer de vraag of deze wetsvoorstellen voorgelegd zullen worden aan de Kamer.

    In de bijeenkomst van het ministerie van SZW van begin maart 2020 heeft minister Koolmees aangegeven het rapport Borstlap nog te wegen. De LHV was ook bij deze bijeenkomst aanwezig.

    Opdrachtgeversverklaring

    De opdrachtgeversverklaring die kan worden gekregen door de invulling van een webmodule zal daarentegen naar verwachting wel doorgevoerd worden. Begin maart 2020 gaf minister Koolmees het volgende tijdspad aan:

    • “De tweede conceptversie van de webmodule is klaar. Met het werkveld gaan we nu kijken wat duidelijker kan. Daarna moeten wegingsfactoren van de vragen worden bepaald. Dan komt de kamer aan bod” (bron: Zipconomy, 2020)”.
    • Met de webmodule kan getoetst worden of een bepaalde opdracht wel of niet door een zzp-er uitgevoerd kan worden. De webmodule moet nog worden afgebouwd, maar komt naar verwachting in het najaar van 2020 beschikbaar. Er is al een conceptvraagstelling bekend. Voor de gezondheidszorg/huisartsenzorg houdt de webmodule momenteel naar de mening van de LHV onvoldoende rekening met de specifieke werkomgeving en geldende wet- en regelgeving binnen de gezondheidszorg. Zaken bijten elkaar soms. Ondanks de input die de LHV samen met andere brancheorganisaties (FMS, KNMT & VvAA) levert, verwachten wij geen sectorspecifieke benadering van de webmodule. Het beoogt tot onze spijt een generiek instrument te worden.

    Modelovereenkomsten

    Intussen blijven de modelovereenkomsten naar alle waarschijnlijkheid wel van kracht. De LHV heeft specifiek voor de huisartsenzorg diverse modelovereenkomsten ontwikkeld. Dit blijft waarschijnlijk dus mogelijk.

    Toezicht door belastingdienst

    Ondertussen zien wij de overheid en de belastingdienst voorsorteren op het aflopen van het handhavingsmoratorium. In het Toezichtsplan Arbeidsrelaties is te lezen dat de belastingdienst heeft gekozen voor een sectorgerichte benadering in het toezicht op de zzp-wetgeving met een focus op de bouw en de zorg. Het zou expliciet gaan om ziekenhuizen en zelfstandige klinieken. Er zijn echter ook al enkele praktijken in de eerste lijn bezocht door de fiscus.

    In aanloop naar 1 januari 2021 wordt het dan ook steeds belangrijker gezamenlijk de arbeidsrelatie te duiden. Kan buiten dienstbetrekking worden gewerkt of niet?

  • Het is belangrijk om bij inzet van zzp’ers na te gaan of er in feite geen sprake is van een dienstbetrekking. Dit moet ondanks het feit dat de afspraak is gemaakt dat de werkzaamheden buiten dienstbetrekking verricht zouden worden. Kort gezegd: ga na of er geen sprake is van schijnzelfstandigheid.

    Tijdelijke waarneming

    De LHV verwacht ook in de toekomst weinig problemen voor wat betreft de tijdelijke waarneming (denk aan ziekte vervanging, of opvang van een piekmoment). Voor deze situaties kan waarschijnlijk ook in de toekomst gewoon gebruik gemaakt worden van de modelovereenkomsten.

    "Vaste" waarneming

    Daar waar zzp’er echter wordt ingezet voor de reguliere praktijksituatie (bijvoorbeeld “vaste waarneming” of de zelfstandig POH-GGZ), bestaat echter al snel het risico dat dit tóch geduid wordt als schijnzelfstandigheid. De modelovereenkomsten bieden in die situaties naar alle waarschijnlijkheid ook onvoldoende fiscale bescherming, omdat die met name bedoeld zijn voor tijdelijke inzet.

    Gezagsverhouding

    De arbeidsrelatie wordt op basis van meerdere criteria geduid, waarbij met name wordt gekeken of er sprake is van een gezagsverhouding. Is er sprake van een gezagsverhouding, dan is er in de meeste gevallen automatisch sprake van een dienstbetrekking. De opdrachtgever moet in die situaties loonheffing en premies inhouden op het salaris en de zzp’er wordt (voor die opdracht) niet aangemerkt als ondernemer. Wanneer achteraf op basis van de feiten wordt geconstateerd dat er sprake was van een gezagsverhouding kan een naheffing volgen. Bij de bepaling van de gezagsverhouding zijn 2 aspecten van belang:

    1. Het materiële gezagscriterium (aanwijzingen kunnen geven);
    2. Het formele gezagscriterium (onderdeel van de organisatie);

    Er is kort gezegd sprake van een gezagsverhouding wanneer aan 1 van deze aspecten wordt voldaan. Naar verwachting van de LHV gaat met name handhaving op het formele gezagscriterium impact hebben op de inzet van langdurige structurele praktijkmedewerking door een zzp’er. Denk hierbij aan de inzet van een “vaste waarnemer”.

    Zo weinig mogelijk inbedden in organisatie

    Het is in dit verband van belang dat de werkzaamheden van zzp-medewerkers zo weinig mogelijk zijn ingebed in de organisatie, want, zo wijst de rechtspraak uit, “inbedding van werkzaamheden in de organisatie” is een sterke indicatie van uitoefening van (formeel) gezag. Werkt iemand langdurig in een organisatie, dan is het dit risico groter.

    In verband hiermee wilde de belastingdienst bij het totstandkomen van de modelovereenkomsten ook slechts goedkeuring geven voor modelovereenkomsten voor de duur van maximaal 1 jaar.

    Voorbeelden van zaken waaruit kan blijken dat de werkzaamheden van de vaste waarnemer zijn ingebed in de organisatie zijn:

    • vermelding van de zzp-er als medewerker op de website,
    • de waarnemer neemt structureel deel aan werkoverleggen,
    • de waarnemer voegt zich naar het rooster van de praktijk,
    • er worden allerlei praktische werkafspraken gemaakt, enzovoorts.

    Kernoverweging hierin is eigenlijk: werkt de waarnemer op een significant andere wijze binnen uw organisatie als een huisarts in dienstverband zou doen. Naarmate de tijd langer is en de inzet van de zzp’er in 1 opdracht omvangrijker, neemt het risico toe.

    Blijkt uit uw inventarisatie dat de samenwerking niet in zzp-verband kan worden uitgevoerd, dan is het mogelijk om in samenspraak andere juridische samenwerkingsvormen in te zetten. De mogelijkheden en variaties binnen de bestaande alternatieve werkvormen (associatie / praktijkhouderschap en dienstverband) zijn wellicht groter dan u op voorhand denkt. Via lhv.nl informeren wij u daarover in 2020 ook meer. Verder organiseren wij voor onze leden een gratis webinar over de vervanger van de Wet DBA.

  • De ontwikkelingen van de Wet DBA

    2021

    Als de Eerste Kamer en Tweede Kamer het wetsvoorstel goedkeuren, dan kan de nieuwe wet in 2021 ingaan. Of dat per 1 januari 2021 lukt, is nog de vraag.

    Voor de zomer van 2020

    Aanbieding wetsvoorstellen minimumtarief/ zelfstandigenverklaring aan de Tweede Kamer

    Voor de zomer van 2020

    (Waarschijnlijk) Gebruik webmodule

    De verwachting is dat de webmodule nog voor de zomer 2020 gebruikt kan gaan worden.

    Februari 2020

    Stichting van de Arbeid komt met advies over uitwerking van de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (onderdeel pensioenakkoord)

    Eind januari 2020

    Advies commissie Regulering van Werk

    Advies commissie Regulering van Werk (commissie Borstlap), met daarin de meer structurele voorstellen over de positie van de zelfstandigen. De rode draad uit hun tussenrapport was het verkleinen van de fiscale en sociale zekerheidsverschillen tussen werknemers en zelfstandigen. De uitwerking van het advies van deze commissie is aan een volgend Kabinet.

    November 2019

    Nader bericht over webmodule

    Nader bericht over voortgang ‘webmodule’, de digitale manier om opdrachtgeversverklaring aan te vragen voor opdrachten boven minimumtarief. Mogelijk volgt dan ook weer een nieuw overleg met het werkveld, waarbij ook de LHV weer bij aanwezig zal zijn.

    November 2019

    LHV modelcontracten biedt zorgspecifieke invulling

    Het wetsvoorstel dat nu op tafel ligt, is onderdeel van een groter geheel. Voor de middencategorie van de zzp-markt (E 16 – E 75) komt er een webmodule die opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen invullen, daar komt dan uit of de opdracht als zelfstandige kan worden uitgevoerd. Daarvoor is geen wetswijziging nodig. De webmodule is echter een One size fits all product. Hoewel wij dit onophoudelijk hebben bepleit, is kans dat hierin rekening wordt gehouden met de zorgprofessional klein. Daarmee sluit de webmodule een groep uit die juist gebruik had kunnen maken van deze module. Gelukkig heeft Minister Koolmees wél expliciet benoemd dat de webmodule optioneel is: in plaats daarvan kan ook gebruik blijven worden gemaakt van de modelovereenkomsten die zijn afgestemd met de belastingdienst.

    De LHV heeft deze overeenkomsten in 2015 al afgestemd met de belastingdienst, deze contracten kunnen dus ook gewoon gebruikt blijven worden, als alternatief voor de webmodule. In de contracten zijn de zorgspecifieke zaken goed verwerkt. De contracten bieden daarmee nu en in de toekomst een goede uitgangspositie voor de huisarts. Wél loop je als praktijkhouder en waarnemer risico wanneer je dit jaarcontract jaar na jaar verlengt, omdat de kans dan wel aanzienlijk is dat er in de praktijk tóch anders wordt gewerkt dan in de overeenkomst staat. En dan vervalt de fiscale zekerheid. Vandaar dat wij aangeven vooral problemen te zien bij de vaste waarnemingen.  

    November 2019

    Gezamenlijke reactie op Internetconsultatie (vervanger Wet DBA)

    In het nieuwsbericht leest u de gezamenlijke reactie van LHV, KNMT, FMS en de VvAA.

    Oktober 2019 

    Start ‘internetconsultatie’ van concept over minimumtarief en zelfstandigenverklaring 

    Start ‘internetconsultatie’ van concept wetsvoorstel over minimumtarief en zelfstandigenverklaring (voor opdrachten boven 75,- per uur). Iedereen kan dan zijn/haar reactie op het wetsvoorstel geven. Voor de webmodule is geen wetswijziging nodig, daar komt dus ook geen internetconsultatie over.

    Oktober 2019

    Internetconsultatie voor regelgeving betreft bovenkant en onderkant markt 

    Dit najaar (oktober) volgt de internetconsultatie voor de regelgeving wat betreft de bovenkant van de markt (uurtarief meer dan 75 euro) en de onderkant markt (tarief tot 16 euro per uur), uiteraard gaan we dan ook weer een zienswijze indienen.

    10 september 2019

    Tweede Kamer wil mogelijkheid voor verruiming 1 jaar termijn

    De Tweede Kamer heeft op 10 september een motie van D66 en VVD aangenomen waarin aandacht gevraagd wordt voor interim opdrachten die langer dan een jaar kunnen duren met een tarief van boven de € 75,- per uur. Met de aangenomen motie roept het kabinet op om aandacht te hebben voor het feit dat complexe opdrachten vaak langer duren dan een jaar. Minister Koolmees gaf bij het indienen van de motie aan niet erg enthousiast te zijn over een verruiming van de termijn van 1 jaar.

    Ook voor vervangingen in de gezondheidszorg is een duur van 1 jaar beperkend. Dit is een eerste ontwikkeling op de duur van overeenkomsten. De LHV blijft de ontwikkelingen hierop volgen.

    23 augustus 2019

    Gesprek met Martin Flier, ambtenaar SZW (Directeur Arbeidsverhoudingen)

    De LHV zat aan tafel met de verantwoordelijke ambtenaar (directeur arbeidsverhoudingen) op het DBA dossier. We zijn daar geïnformeerd over de huidige stand van zaken en hebben (opnieuw) onze zorgen geuit.

    Heel kort samengevat is er meer reden om aan te nemen dat de bestaande flexibele schil rond de praktijk kan blijven bestaan. Duidelijk werd dat men erop inzet dat het huidige systeem met de modelovereenkomsten gewoon kan blijven bestaan. Dit naast de (nieuwe) webmodule (opdrachtgeversverklaring). Wel blijven er zorgen over de opdrachten langer dan een jaar. Daar kreeg de LHV in het gesprek niet meer duidelijkheid over.

    27 juni 2019

    Update Wet DBA: Handhaving uitgesteld tot 2021, scherpe randjes voor tijdelijke waarneming eraf

    Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft een zogenaamde “voortgangsbrief” gepubliceerd. In die brief laat hij weten wat de voortgang is met betrekking tot de vervanging van de Wet DBA. Uit de brief komt naar voren dat het Kabinet in 2021 met nieuwe wetgeving voor zzp’ers komt. Deze wetgeving wordt ook van toepassing op zelfstandig werkende zorgprofessionals zoals waarnemend huisartsen. Praktijkhouders die met waarnemers werken, krijgen er ook mee te maken.

    De contouren van de nieuwe regelgeving waren al wel bekend, hierover hebben wij u eerder al geïnformeerd. Maar de schets wordt nu al wel wat concreter. Wij schetsen de belangrijkste voornemens en de praktische gevolgen in ons nieuwsbericht, wat u hier kunt lezen.

    Verder staat in de voortgangsbrief dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen verplicht gaat worden.

    12 februari 2019

    Opvolger wet DBA vraagt om zorgspecifieke invulling

    Het Kabinet komt waarschijnlijk in 2020 met nieuwe wetgeving voor zzp’ers. Deze wetgeving wordt ook van toepassing op zelfstandig werkende zorgprofessionals zoals waarnemend huisartsen. Praktijkhouders die met waarnemers werken, krijgen er ook mee te maken. De LHV is samen met andere zorgorganisaties bezorgd dat zorgspecifieke punten onvoldoende worden meegenomen in het nieuwe wetsvoorstel met negatieve gevolgen voor de gezondheidszorg. Lees verder.

    27 juni 2018

    Wet DBA: betrek zorg bij vormgeven nieuwe wet

    Om te bereiken dat de bijzondere positie van zzp'ers in de zorg meer aandacht krijgt, heeft de LHV samen met de KNMT, Federatie Medisch Specialisten en VvAA een brief aan de Tweede Kamer gestuurd. De beroepsorganisaties willen betrokken worden bij het vormgeven van de nieuwe zzp-wet. Lees verder.

    14 juni 2017

    Invoering wet DBA verder uitgesteld

    De overgangsperiode voor de invoering van de wet DBA als opvolger van de VAR wordt opnieuw verlengd. De overgangsperiode liep tot 1 januari 2018, nu is dat tot 1 juli 2018. Dat heeft voor u als huisarts geen gevolgen. Lees verder.

    6 april 2017

    Wet DBA: maak geen nieuwe regels die inzet waarnemers belemmert 

    De LHV waarschuwt de overheid voor het ontwerpen van nieuwe regels die de duur van waarneemcontracten beperken. De mogelijkheid om voor kortere of langere periode een waarnemer in te zetten is belangrijk voor de continuïteit en kwaliteit van patiëntenzorg. Zowel praktijkhouders als waarnemers zijn gebaat bij flexibiliteit. Lees verder.

    2 februari 2017

    Waarneemcontracten LHV: nu ook voor apotheekhoudende praktijk

    De LHV-generator voor waarneemcontracten biedt nu ook de mogelijkheid om contracten op te stellen voor waarnemingen van het apotheekdeel in een apotheekhoudende praktijk. Met de generator stelt u binnen enkele minuten een kant-en-klare overeenkomst op voor duurwaarnemingen en incidentele waarnemingen. Lees verder.

    22 november 2016

    Overgangsperiode voor invoering modelcontract verlengd

    De overgangsperiode voor de invoering van het nieuwe modelcontract als opvolger van de VAR wordt verlengd. De overgangsperiode van de VAR naar de wet DBA duurt niet tot 1 mei 2017 zoals aanvankelijk de bedoeling was, maar tot 1 januari 2018. Lees verder.

    2 februari 2016

    VAR verdwijnt definitief

    De Eerste kamer heeft besloten dat de VAR vanaf 1 mei 2016 definitief wordt vervangen door het modelcontract voor freelancers en zzp'ers. Dat heeft de Eerste Kamer besloten. Tussen 1 mei 2016 en 1 mei 2017 zal een overgangsperiode gelden, die praktijkhouders en waarnemers de tijd geeft hun werkwijze aan te passen aan de nieuwe wet. Lees verder.

Stel uw vraag

David Renkema

David Renkema

085 04 80 076