Spring naar content

LHV-hulp bij kiezen van juiste overeenkomst voor vaste waarneming

Wat zijn de verschillen tussen een overeenkomst voor duurwaarneming en een overeenkomst voor praktijkmedewerking? En wanneer kiest u welke? Op deze pagina zetten wij het voor u op een rij.

Op deze pagina vindt u alles over:

  • De verschillen tussen de 2 overeenkomsten
  • De praktische gevolgen van uw keuze voor de praktijkhouder en de waarnemer
  • De manier waarop de Belastingdienst uw onderlinge samenwerking ziet
  • De financiële risico’s

Heeft uw praktijk behoefte aan extra invulling door een zelfstandige huisarts? Dan blijft de inzet door een waarnemer of zzp-huisarts voorlopig én onder voorwaarden mogelijk door de overeenstemming die wij bereikten met de Belastingdienst. Er is een goedgekeurde Modelovereenkomst praktijkmedewerking ontwikkeld die u kunt gebruiken. Wanneer u deze overeenkomst gebruikt én de werkwijze volgt die hierin staat, is er géén sprake van een dienstbetrekking.

Let op!

  1. Dat er géén sprake is van een dienstbetrekking bij een specifieke praktijk, betekent niet dat u daarmee als waarnemend huisarts ook ondernemer bent voor de inkomstenbelasting. Lees meer in de keuzewijzer Waarnemer blijven in een huisartsenpraktijk.
  2. Hoe langer waarnemer en praktijkhouder met elkaar samenwerken op basis van een overeenkomst, hoe groter het gevaar dat niet meer precies volgens de voorwaarden in de overeenkomst wordt samenwerkt. Dit kan dan door de Belastingdienst worden gezien als een dienstverband. Wanneer u van plan bent om als praktijkhouder en waarnemer structureel te gaan samenwerken (de waarnemer wordt een vaste huisarts van de praktijk), adviseren wij om goed met elkaar te overwegen of praktijkhouderschap of dienstverband tóch niet passender en financieel veiliger is. Meer over de variaties die denkbaar zijn bij een dienstverband of praktijkhouderschap leest u in onze keuzewijzers.

In veel praktijken is nu sprake van vaste waarneming waarvoor de afspraken tussen waarnemer en praktijkhouder zijn vastgelegd in een Modelovereenkomst duurwaarneming. Deze overeenkomst is echter alleen bedoeld voor een samenwerkingsafspraak voor bepaalde tijd.

In de praktijk komt het regelmatig voor dat dit type overeenkomst van tijd tot tijd verlengd wordt met eenzelfde periode. Daarvoor is deze overeenkomst niet bedoeld. Wanneer er weer volledig wordt gehandhaafd, zou het bij belastingcontrole zelfs tot vervelende financiële gevolgen kunnen leiden, bijvoorbeeld navordering van loonbelasting en sociale premies bij de praktijkhouder op grond van dienstbetrekking.

De handhaving is door het kabinet gedeeltelijk opgeschort tot 1 januari 2022. De verwachting is dat de Belastingdienst daarna strenger gaat handhaven, al is dat ook weer afhankelijk van de insteek van het volgende kabinet. Vooruitlopend op het weer volledig oppakken van de handhaving is door de LHV al wel nagedacht over een praktisch uitvoerbare werkwijze in de “vaste waarneming” die door de Belastingdienst niet wordt aangemerkt als dienstbetrekking. Het resultaat hiervan is de Modelovereenkomst praktijkmedewerking.

Let op!

Ons advies is om wel al voor 1 januari 2022 te gaan werken met de nieuwe modelovereenkomst. Dit omdat de handhaving maar voor een gedeelte is opgeschort. De Belastingdienst kan wél handhaven bij kwaadwillenden. Verder geldt dat wanneer de Belastingdienst bij een reguliere controle stuit op een situatie waarbij er sprake is van een verkapt dienstverband, er een aanwijzing kan volgen. Er zal worden aangegeven wat het manco is en vervolgens krijgen partijen een aantal maanden de tijd om de situatie aan te passen.

De kenmerkende verschillen tussen de huidige Modelovereenkomst duurwaarneming en de nieuwe Modelovereenkomst praktijkmedewerking:

  1. De overeenkomst praktijkmedewerking kan worden afgesloten voor bepaalde én onbepaalde tijd. De overeenkomst van duurwaarneming geldt voor bepaalde tijd;
  2. In de overeenkomst praktijkmedewerking staat dat de waarnemer de bevoegdheid heeft om binnen de afgesproken praktijkuren zijn spreekuurtijden en visitetijden naar eigen inzicht in te delen. Dit is niet vermeld in de overeenkomst van duurwaarneming;
  3. In de overeenkomst van praktijkmedewerking staat (artikel 5.6) dat bij klachten van patiënten over de waarnemer, de klachtenregeling van de waarnemer van toepassing is en de klachtenfunctionaris van de waarnemer de klacht zal behandelen. Lees meer over de klachtenregeling voor vaste waarnemers. In de overeenkomst van duurwaarneming is en blijft de klachtenregeling van de praktijk van toepassing;
  4. In de overeenkomst praktijkmedewerking kunt u kiezen voor een bepaling waarop de Belastingdienst de garantie heeft gegeven dat deze voldoet aan de (fiscale) voorwaarden voor “vrije vervanging” (optioneel). De overeenkomst van duurwaarneming bevat deze bepaling (nog) niet.

Punt 2 en 3 onderstrepen de zelfstandige positie van de waarnemer én zijn in de Modelovereenkomst praktijkmedewerking een noodzakelijk element in de beoordeling van de Belastingdienst dat er géén sprake is van schijnzelfstandigheid (ontbreken gezag).

Punt 4 “vrije vervanging” is optioneel: door hiervoor te kiezen wordt uw fiscale positie waarbij er geen sprake is van een dienstbetrekking nog sterker. Als de Belastingdienst van mening is dat u zich niet heeft gehouden aan de zaken die in de overeenkomst vermeld staan rondom gezag, is er tóch geen sprake van een dienstbetrekking omdat de waarnemer vrij is om zich te laten vervangen. Dit biedt dus nog een stukje extra zekerheid. Maar u moet als praktijkhouder en waarnemer wel samen bekijken of u deze mate van vrije vervangbaarheid wel of niet wenselijk vindt.

  1. In de overeenkomst van praktijkmedewerking moet een uurtarief inclusief vergoeding van eventueel reiskosten worden vastgelegd. In de overeenkomst van duurwaarneming wordt een tarief exclusief reiskosten afgesproken en kunt u aanvullend afspraken maken over een eventuele vergoeding van reiskosten;
  2. In de overeenkomst van praktijkmedewerking staat dat de waarnemer naar eigen inzicht en voor eigen rekening voorzieningen treft voor het risico van inkomensverlies als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Hoe de waarnemer hier invulling aan geeft, is een vrije keuze. Dit kan bijvoorbeeld door het afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering of een afdoende spaarsaldo op een bankrekening. Dit is niet vermeld in de overeenkomst van duurwaarneming.
  3. In de overeenkomst praktijkmedewerking staat dat de waarnemer zelf verantwoordelijk is voor het in voldoende mate deelnemen aan nascholingen en draagt daarvan zelf de kosten. Dit is niet vermeld in de overeenkomst van duurwaarneming. Overigens wordt hieraan in de praktijk veelal wel voldaan.
  4. In de overeenkomst van praktijkmedewerking staat dat de waarnemer zelf verantwoordelijk is voor het in voldoende mate deelnemen aan intercollegiale toetsing en draagt daarvan zelf de kosten. Dit staat niet vermeld in de overeenkomst van duurwaarneming. Ook hieraan wordt in de meeste gevallen echter voldaan.   

1. Welke modelovereenkomst moet ik kiezen?

  • U kiest voor een Modelovereenkomst duurwaarneming als er sprake is van een tijdelijke waarneming langer dan een week. Het steeds verlengen van deze overeenkomst met eenzelfde periode (wat nu veel wordt gedaan bij vaste waarneming) kan door de Belastingdienst worden gezien als een dienstbetrekking en kan financiële gevolgen hebben.
  • U kiest voor een Modelovereenkomst praktijkmedewerking als er sprake is van een vaste (langdurige) waarneming door een zzp-huisarts met een samenwerkingsafspraak voor bepaalde of onbepaalde tijd. De waarnemer is verplicht een eigen klachtenregeling te hebben en hierover te communiceren naar patiënten.
  • U kiest voor een modeovereenkomst incidentele waarneming als er sprake is van tijdelijke waarneming van 1 of enkele dagen of een aaneengesloten periode van maximaal een week.

2. Waar vind ik de modelovereenkomsten?

De overeenkomsten zijn door waarnemer en praktijkhouder aan te maken via de contractgenerator van de LHV. Na het invullen van vragen, ontvangt u een op uw situatie toegesneden contract. U kunt ook zelf de pdf’s van de contracten downloaden en invullen via de pagina over de Wet DBA.

3. Wanneer loopt de klachtenregeling via de praktijk?

Bij de overeenkomsten duurwaarneming en incidentele waarneming blijft gelden dat ook bij klachten over de waarnemer de klachtenregeling van de praktijk van toepassing is.

4. Wanneer heeft een waarnemer een eigen klachtenregeling? Hoe regel ik het?

Alléén als u de Modelovereenkomst praktijkmedewerking gebruikt is het verplicht om als waarnemer een eigen klachtenregeling en eigen klachtenfunctionaris te hebben. Als u nog kunt kiezen dan heeft het de voorkeur om voor beiden te kiezen voor dezelfde model klachtenregeling en geschilleninstantie, zodat u klachten en geschillen op dezelfde manier kunt afhandelen.

5. Wat zijn de financiële risico’s bij vaste waarneming?

Langdurige vaste waarneming door een zzp-huisarts kan door de Belastingdienst worden gezien als een dienstverband. Dit kan zodra de handhaving weer wordt opgepakt (is nu opgeschort tot 1 januari 2022) financiële gevolgen hebben zoals naheffing van loonbelasting en sociale premies. Het is daarom belangrijk duidelijke afspraken te maken over de samenwerking en deze vast te leggen in de juiste type overeenkomst.

Tip

Gebruikt u de Modelovereenkomst praktijkmedewerking? Dan beiden een eigen klachtenregeling!

Alléén als u de Modelovereenkomst praktijkmedewerking gebruikt is het verplicht om als waarnemer een eigen klachtenregeling en eigen klachtenfunctionaris te hebben. Bij de andere overeenkomsten (duurwaarneming en incidentele waarneming) blijft gelden: ook bij klachten over de waarnemer is de klachtenregeling van de praktijk van toepassing. Met name bij tijdelijke waarnemingen is het in het belang van de patiënt beter en meer logisch dat die klachtafhandeling wordt afgehandeld via de klachtenregeling van de praktijk. Maar wanneer een waarnemer langdurig verbonden is aan een praktijk, is het van belang dat zijn zelfstandigheid wordt onderstreept. Een eigen klachtenregeling en een eigen klachtenfunctionaris voor de waarnemer onderstreept juist dit aspect.

  • Bespreek met de waarnemer hoe op dit moment invulling wordt gegeven aan de verplichting een eigen klachtenregeling en eigen klachtenfunctionaris te hebben en hoe hierover naar patiënten wordt gecommuniceerd (bv. via website/wachtkamer). Wanneer hierin nog een keuze te maken is, geven wij u in overweging om beiden te kiezen voor dezelfde model klachtenregeling en dezelfde geschilleninstantie, zodat u als praktijkhouder en waarnemer de klachten en geschillen op dezelfde manier afhandelt;
  • In geval van een klacht over de waarnemer wordt de patiënt verwezen naar de waarnemer;
  • In geval van een klacht waarbij naast de waarnemer ook (zorgverleners van) de praktijk betrokken (zijn) is, wordt de klacht in behandeling genomen aan de hand van de klachtenregeling van de praktijk. Dit wordt ook zo geregeld in artikel 5.6 van de Modelovereenkomst praktijkmedewerking;
    U bent op grond van de Wkkgz (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg) verplicht om patiënten te informeren over de klachtenprocedure binnen de praktijk. Het is belangrijk dat u patiënten ook informeert als de waarnemer een eigen klachtenregeling heeft. Wij adviseren hierover in ieder geval een bericht te plaatsen op de praktijkwebsite met een link naar de klachtenregeling van de waarnemer. Bekijk onze voorbeeldtekst voor op uw praktijkwebsite. 
  • U bent als praktijkhouder (zorginstelling) eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg die binnen de muren van uw praktijk wordt geleverd. Het is daarom goed afspraken te maken hoe u over de klachten van patiënten over de waarnemer wordt geïnformeerd.
  • Wanneer u gebruikmaakt van deze modelovereenkomst voor praktijkmedewerking en zelf nog géén klachtenregeling heeft, moet u dat in ieder geval regelen. U moet derhalve een keuze maken voor een klachtenregeling. Meer informatie over het model klachtenregeling.
  • Wanneer hierin nog een keuze te maken is, geven wij u in overweging om beiden te kiezen voor dezelfde model klachtenregeling en geschilleninstantie, zodat u als praktijkhouder en waarnemer de klachten en geschillen op dezelfde manier afhandelt;
  • Voor zover u nog géén eigen klachtenfunctionaris heeft (vaak hebben waarnemers al een aansluiting voor zowel de geschilleninstantie als voor de klachtenfunctionaris), kunt u een dergelijke uitbreiding – wanneer u bent aangesloten bij SKGE – eenvoudig regelen door een e-mail te sturen naar info@skge.nl. Heeft u ook nog geen verplichte aansluiting bij een geschilleninstantie, dan kunt u zowel de aansluiting bij de geschilleninstantie als de klachtenfunctionaris regelen via www.skge.nl. De klachtenfunctionarissen van de SKGE werken met de voormelde model klachtenregeling;
  • Zorg ervoor dat de patiënten via de praktijk worden geïnformeerd (bijvoorbeeld op de website van de praktijk) dat u uw eigen klachtenregeling hanteert;
  • Heeft u zelf een website, zorg ervoor dat informatie over de klachtafhandeling vermeld wordt op uw website. Bekijk de voorbeeldwebsitetekst

  • Is er slechts tijdelijk behoefte aan een waarnemer? Bijvoorbeeld bij ziektevervanging? Maak dan gebruik van de overeenkomst van duurwaarneming (langer dan een week) of incidentele waarneming (korter dan een week of losse dagen)

Is er sprake van “vaste waarneming” (géén vervanging en/of niet slechts een tijdelijke behoefte?): Onderzoek of het in de praktijk wel mogelijk is om te voldoen aan de in de overeenkomst voorgeschreven werkwijze, zie daarover vooral meer hieronder onder de vraag: “Betekent dit dus dat de “vaste waarneming” nu zonder enig fiscaal risico mogelijk is?”. Knelt de feitelijke werkwijze met hoe het in de overeenkomst staat? Overweeg dan of andere werkvormen beter aansluiten bij uw wensen. Zie de keuzewijzers: Zzp’en in de huisartsenzorg

  • Helaas hebben wij voor u géén oplossing wanneer u 1) niet kunt voldoen aan de voorwaarden als beschreven in de overéénkomst én 2) geen van de andere werkvormen passend vindt.

U kunt de contracten voor incidentele waarneming, duurwaarneming en praktijkmedewerking opmaken met behulp van de contractgenerator van de LHV, zie: LHV-generator voor waarneemcontracten.

Hierin is nuance passend. Allereerst is belangrijk voor de waarnemer om te weten dat de overeenkomst enkel zekerheid geeft over de kwalificatie van één opdracht. Het betekent dus niet dat hiermee ook het ondernemerschap voor de inkomstenbelasting zeker gesteld is. In de LHV-wijzer Waarnemer blijven in een huisartsenpraktijk gaan wij uitvoerig in op de achtergronden en het afwegingskader.

Verder geldt voor waarnemer en praktijkhouder dat gebruik van de overeenkomst alléén zekerheid biedt voor zover ook wordt gewerkt op de manier zoals beschreven in de overeenkomst. En daarin schuilt ook meteen een gevaar: wanneer je langdurig met elkaar samenwerkt, ligt het gevaar op de loer dat de oorspronkelijke afspraken uit het oog worden verloren. Bovendien bevat de overeenkomst diverse algemeen geformuleerde bepalingen die in de praktijk mogelijk tóch knellend kunnen zijn wanneer er sprake is van langdurige inzet. Denk daarbij aan:

  • Met inachtneming van de zorgplicht als omschreven in artikel 7:401 B.W. verleent de opdrachtnemer de huisartsenzorg zelfstandig en is opdrachtnemer vrij te bepalen op welke wijze de huisartsenzorg wordt verleend (artikel 2.1 overeenkomst);
  • Aangezien partijen uitsluitend met elkaar willen contracteren op basis van een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 B.W., verbinden partijen zich ertoe om hun feitelijke gedragingen bij de uitvoering van de huisartsenzorg in overeenstemming te doen zijn met de inhoud en strekking van de overeenkomst teneinde de uitvoering van de wederzijdse contractuele verplichtingen binnen het wettelijk kader van een overeenkomst van opdracht te kunnen uitvoeren (artikel 2.3 overeenkomst);
  • De werkzaamheden worden door de opdrachtnemer uitgevoerd voor gemiddeld .. uren per week, te weten op (DAGEN INVULLEN)… . In onderling overleg kan de uitvoering plaatsvinden op andere uren. Opdrachtnemer heeft de bevoegdheid om binnen deze uren zijn spreekuurtijden en visitetijden naar eigen inzicht in te delen (artikel 3.1);
  • De opdrachtgever zal zijn patiëntenadministratie ter beschikking stellen aan de opdrachtnemer, die hiervan naar eigen inzicht bij de uitvoering van deze overeenkomst gebruik kan maken (artikel 4.3);
  • De opdrachtgever verplicht zich ertoe zich te onthouden van het geven van verplichtende voorschriften met betrekking tot de wijze van gebruik van de praktijk (artikel 4.4);
  • Binnen het kader van de gemaakte afspraken ten aanzien van aard en omvang van de opdracht bepaalt de opdrachtnemer zelf, hoe hij zijn werkzaamheden zal verrichten (artikel 5.4).

De vraag is of het altijd haalbaar is om aan deze voorwaarden te voldoen bij een langdurige inzet van een vaste huisarts binnen de praktijk. U kent zelf als waarnemer of praktijkhouder de feiten binnen uw praktijk het best en kunt dit zelf het best beoordelen.

In zijn algemeenheid kunnen wij wel aangeven dat u fiscale risico’s ten gevolge van vaste inzet door een zzp-huisarts kunt vermijden door te kiezen voor één van de andere werkvormen: associatie / (mede)praktijkhouderschap of een dienstverband. Binnen deze vormen is veelal meer mogelijk dan gedacht, raadpleeg hierover de keuzewijzers.

Dit fiscale risico kan ontstaan zodra de handhaving door de Belastingdienst weer wordt opgepakt. Voormelde handhaving is opgeschort tot 1 januari 2022. Overigens betekent dit niet dat de Belastingdienst helemaal niet handhaaft. Uitzonderingen zijn situaties van kwaadwillendheid. Voorts treedt de Belastingdienst ook op als bij een reguliere controle een situatie van schijnzelfstandigheid wordt gezien. De Belastingdienst kan dan een aanwijzing geven. Naheffing en het opleggen van boetes kan enkel plaatsvinden als de aanwijzing vervolgens niet wordt opgevolgd.