Voor een gezonde huisartsenzorg
 
 

Meer tijd voor de patiënt

Laatst bijgewerkt: 18/05/2017 - 14:56
Meer tijd voor de patiënt
Als huisarts heeft u in de afgelopen jaren steeds meer taken op u genomen, en vele collega’s met u. Ook uw bestaande taken zijn in omvang en belasting toegenomen. De tijd die u per patiënt te besteden heeft, komt daardoor onder druk te staan. De LHV wil ervoor zorgen dat u kwaliteit kunt blijven leveren en met plezier uw vak uit kunt oefenen. We pleiten daarom voor verandering: er moet meer tijd zijn voor de patiënt. In dit dossier leest u wat de LHV doet om dit te bereiken.

Huisartsen hebben de afgelopen jaren steeds meer taken op zich genomen en bestaande taken zijn in omvang toegenomen. Dat heeft oorzaken binnen de beroepsgroep, zoals het extra aanbod dat is gedaan in basis-, aanvullende en bijzondere zorg en het overnemen van ziekenhuiszorg in grotere en kleinere substitutieprojecten (bijvoorbeeld de diabetes-ketenzorg). Daarnaast werken we als beroepsgroep onveranderd aan kwaliteitsbeleid, waardoor de eisen die we aan eigen zorg stellen, steeds groter worden. Deze eisen zijn neergeslagen in het zich voortdurend uitbreidende richtlijnprogramma.

Complexere zorg

Praktijken zijn groter geworden in omvang en ondersteunend personeel. De zorgvraag is gestegen, de bevolking vergrijst. Huisartsen sturen meer personeel aan dat eenvoudige, geprotocolleerde taken op zich neemt. Multimorbiditeit kan echter niet worden gedelegeerd naar ondersteunend personeel. Dit is zorg die de huisarts moet blijven leveren, terwijl deze door de tijd die het toegenomen personeelsmanagement kost, juist minder patiënten ziet. Dat knelt met het feit dat er in de groep patiënten met multimorbiditeit de komende jaren een grote toename te verwachten is - alleen al door het effect van de bevolkingsgroei.

Maatschappelijk belang

Ontwikkelingen buiten de beroepsgroep, zoals maatschappelijke ontwikkelingen met toename van zorgvraag en politieke keuzes om zorg meer in de eerste lijn te organiseren, hebben de werkbelasting van de huisarts doen toenemen zonder dat dit van te voren in die mate was ingeschat. Het is duidelijk dat de huisartsenzorg aan belang heeft gewonnen de afgelopen 10 jaar. Zij heeft verder aan kwaliteit gewonnen en zij biedt meer zorg aan als antwoord op de toegenomen zorgvraag.

Er wordt een toenemend beroep op huisartsen gedaan door langer thuiswonende ouderen, door de instroom van vluchtelingen, tijdens de diensturen, door de decentralisatie van de jeugdzorg, in achterstandswijken. De beroepsgroep heeft dit voor een deel goed kunnen absorberen met aanpassingen in organisatie en inzet van ondersteunend personeel. Het overblijvende deel heeft geleid tot een toenemende werklast, die zich vertaald in minder tijd voor de patiënt, waar deze in toenemende mate meer tijd nodig heeft.

Er zijn verschillende oplossingsrichtingen denkbaar voor de toenemende vraag naar steeds complexere huisartsenzorg. Centraal in alle oplossingsrichtingen staat dat er meer tijd voor de patiëntenzorg zowel direct (consulttijd) als indirect (beheer dossier, samenwerking rond de patiënt) beschikbaar moet komen om de kwaliteit van de patiëntenzorg en meer werkplezier voor de huisarts te garanderen.
In het project 'Meer tijd voor de patiënt' onderzoekt de LHV de volgende oplossingsrichtingen:

  1. Minder patiënten per fte huisarts: een kleinere praktijkomvang met aangepaste financiering. Deze oplossing kent meer voordelen dan de tweede omdat er meer tijd voor de patiënt is, u betere kwaliteit van zorg kunt verlenen, uw werkdruk per dag daalt, u minder ANW-diensten draait en u uw werk eenvoudiger en met meer plezier kunt doen.
  2. Langere consulten: tijd voor de patiënt en de kwaliteit van zorg hangen met elkaar samen. Onderzoek van Howie et ali toont aan dat ‘snelle huisartsen’ die korte consulten (minder dan 6 minuten) doen minder psychosociale problemen bespreken en meer antibiotica voorschrijven dan ‘langzame huisartsen’ (consulttijd meer dan 9 minuten). Bovendien kiest een goed geïnformeerde patiënt naar verwachting voor conservatievere oplossingen. Om dit te onderzoeken lopen er diverse initiatieven (o.a. in Bernhoven Ziekenhuis, RadboudUMC en Huisartsen Netwerk Positieve Gezondheid Noordelijke Maasvallei). 
  3. Taakdelegatie: goed geschoold personeel dat (geprotocolleerde) taken van u kan overnemen.
  4. Administratieve lasten verlagen en/of overdragen: hierdoor staan uw kerntaken weer centraal, u houdt de breedte van uw werk vast doordat u meer tijd doorbrengt met patiënten en uw plezier in uw werk neemt toe.  

Centraal voor alle oplossingen staat dat u meer tijd voor de patiënt krijgt en meer tijd heeft voor samenwerking met andere disciplines en dossiervoering. Ook voor de leiding over uw praktijk is het van belang dat u het totaal van de zorg blijft overzien.

We brengen in kaart wat er nodig is om huisartsen meer tijd voor de patiënt te geven, bijvoorbeeld in de financiering, praktijkvoering en opleiding. Uiteraard moet daarbij ook gekeken worden naar een combinatie van oplossingen. Die ‘business case’ hebben we nodig om andere partijen te overtuigen. Zodat u zich daar niet druk over hoeft te maken en gewoon de positieve gevolgen kunt ervaren.

De LHV heeft de werkdruk van de huisarts hoog op de politieke agenda gezet. De centrale boodschap van de LHV voor de huisartsenzorg dit jaar is: meer tijd voor de patiënt. Huisartsen willen bijdragen aan goede doelmatige en betaalbare zorg in de buurt van hun patiënten, maar dat kan alleen als zij meer tijd krijgen voor ouderen, jeugd en ggz-patiënten. Dit bereiken we door minder patiënten per huisarts en een breed inzetbaar praktijkteam.    

Richting alle verkiezingsprogrammacommissies van de politieke partijen heeft de LHV het position paper Samen op weg naar de beste zorg in de buurt gestuurd waarin onze verkiezingsboodschap 'Meer tijd voor de patiënt' staat beschreven. Met bijna alle programmacommissies heeft de LHV in de periode daarna gesproken.

In LHV-ledenblad De Dokter leest u de statements van de zorgwoordvoerders over het creëren van meer tijd voor de patiënt.

De LHV heeft verder in aanloop naar de verkiezingen de verkiezingsprogramma’s geanalyseerd op de punten die voor huisartsen belangrijk zijn. De conclusie: in de meeste programma’s heeft de huisarts een grote rol gekregen. Zo wordt er veelvuldig gesproken over ‘zorg dichtbij huis waarbij de huisarts en de wijkverpleegkundige doorslaggevend zijn.’

De punten per politieke partij

  • Het CDA stelt zorg dichtbij huis te willen versterken, hierbij spelen de huisarts en de wijkverpleegkundige een belangrijke rol. De huisarts blijft buiten het eigen risico vallen.
  • De PvdA wil de eerstelijnszorg versterken; in het bijzonder die van de huisartsen en gezondheidscentra. Eerstelijnszorg wordt ontdaan van alle marktwerking. De mededingingswet wordt aangepast waardoor alle zorgverleners in de eerste lijn mogen samenwerken. Delen van de tweedelijnszorg worden overgeheveld naar huisartsen en gezondheidscentra, waardoor veelvoorkomende eenvoudige ziekenhuiszorg direct in de wijken en dorpen wordt uitgevoerd en zo dichterbij de mensen komt. Het betalen van goodwill bij de overname van zorgpraktijken wordt ingeperkt. Er wordt blijvend geïnvesteerd in meer wijkverpleegkundigen en de samenwerking tussen welzijn en eerste lijn wordt gestimuleerd.
  • D66 heeft een aparte paragraaf over de rol van de huisarts; de huisarts speelt een cruciale rol bij het vinden van goede specialistische ondersteuning en bij preventie en bij het voorkomen van zorgvraag. D66 wil meer uitdragen dat huisartsenzorg niet van het eigen risico af gaat, waardoor het mijden van zorg wordt voorkomen en de huisarts zijn taak beter kan uitoefenen. Ook willen zij de samenwerking tussen huisarts-apotheker- jeugdhulp en welzijn in de wijk bevorderen. Met meer ondersteuning van POH’s zijn huisartsen in staat efficiëntere en betere zorg te verlenen. D66 wil deze rol verder versterken. Bijvoorbeeld via populatiebekostiging of door een deel van de vergoeding te bestemmen voor innovatie. Voor ondersteuning bij complexe transmurale ketenzorg moeten huisartsen gebruik kunnen maken van tweedelijns verpleegkundig specialisten of nurse practitioners. D66 spreekt over nieuwe vormen van zorginstellingen tussen de eerste en tweede lijn om de basiszorg te versterken. Daarbij wordt geïnvesteerd in de wijkverpleegkundige die veel zorgvragen, bij bijvoorbeeld huisartsen, kunnen voorkomen.
  • De VVD wil de samenwerking tussen bijvoorbeeld huisarts en fysiotherapeut of tussen de huisarts en de medisch specialist stimuleren (anderhalvelijnszorg). Zorggelden moeten zoveel mogelijk worden samengevoegd waardoor anderhalvelijnszorg wordt gestimuleerd. De VVD pleit voor een zelfstandige plek en bekostiging van de specialist ouderengeneeskunde in de eerstelijnszorg.
  • Groen Links pleit voor verbetering van de samenwerking tussen huisartsen, wijkverpleging en ouderenzorg op buurtniveau.
  • De ChristenUnie pleit ervoor dat zorgverzekeraars voldoende wijkverpleegkundige zorg inkopen, zodat wijkverpleegkundigen samen met huisartsen de spil in het zorgnetwerk in de buurt vormen. Ze wil dat ook in de regio’s eerstelijns- en anderhalvelijnszorg dichtbij beschikbaar blijven voor algemeen voorkomende behandelingen. Ziekenhuisbehandelingen worden waar mogelijk overgeheveld naar de eerstelijnszorg.
  • De SGP stelt dat goede zorg dichtbij huis wel zo prettig is. Dat geldt met name voor zorg die gegeven wordt door professionals in de eerste lijn, zoals huisartsen, apothekers, wijkverpleegkundigen en paramedici.
  • 50Plus wil dat huisartsen 7 dagen per week beschikbaar zijn.
  • De Partij voor de Dieren vindt de eerstelijnszorg cruciaal om zicht te houden op wat veelvoorkomende verschijnselen zijn en wat specialistische zorg nodig heeft. Huisartsen worden nauwer betrokken bij voorlichting over doneren van organen, bloed, plasma en stamcellen.
  • De SP noemt de huisartsen(zorg) in het verkiezingsdocument niet specifiek, op de website is een uitwerking te vinden van het thema Arts en ziekenhuis. Hierin pleit de SP voor meer investeringen in de eerstelijnszorg. Huisartsenzorg leent zich niet voor concurrentie, de financiering van huisartsen moet gebaseerd zijn op beschikbaarheid en het abonnementenstelsel, waarbij de huisarts een jaarlijks bedrag per inwoner/patiënt betaald krijgt, aangevuld met een consulttarief.
  • Het programma van de PVV spreekt niet over huisartsen(-zorg).